BeschreibungZilveren hensbeker. Bierpul met los deksel. Cilindirsch van vorm, staand op drie kogelpoten. Gladde wand met afbeelding van het alliantiewapen van Anhalt - Oranje Nassau. In de beker de inscriptie 'Haar Hoogheid Henriette Catharina geboren Princesse van Orangen Furstinne / Douariere van Anhalt, heeft desen aan de Magistraat van Sneek vereert / anno 1696'. Een van de pootjes is opnieuw aangesoldeerd
HintergrundinformationDe beker is de stad Sneek in 1696 aangeboden door Henriëtte Catharina van Oranje Nassau - Anhalt, als blijk van waardering voor het feit dat haar het ereburgerschap van de stad was aangeboden. De prinses, dochter van Frederik Hendrik en schoonmoeder van de Friese stadhouder Hendrik Casimir II, had te kennen gegeven de verkrijging van het ereburgerschap op prijs te stellen en het stadsbestuur vond haar verzoek bijzonder vererend. Het liet, na inschrijving van de naam van de prinses in het burgerboek, een met snijwerk versierd memoriebord ophangen in het raadhuis. De stadsbode Zijlstra reisde naar Anhalt en bracht in een zilveren doos de burgerschapsakte aan de prinses die uit dankbaarheid twee zilveren henspotten schonk. Eelco Napjus schrijft er in zijn kroniek van Sneek uit 1772 over: 'Dese twee konstig gemaakte massyf, Zilveren vergulde Bekers, die dese Vorstinne aan de Magistraat deser Stad heeft vereerd zijn altijd bij den Heer Secretaris in der tijd, in bewaringe, de Grootste houd wel 3 Bouteltjes Wijn, is zeer konstig Gedreven, heeft een Handvat en Deksel met een Knier. De kleinste is een ander Fatsoen, waarop konstig gesneden staat het Wapen van Hare Hoogheid, op deselve is een Deksel, en heeft onder 3 zilvere Kloten, welke voor voeten dienen; op Beide staat Gesneden, dat se door voorschr. Vorstinne, aan de Magistraat in dat Jaar vereert zijn. Zij worden alle Jaren, op Nieu-Jaar-Avond, en ook Enkeld op Extra Ordinaris Tijden, door Haar Ed. Achtbare gebruikt ter Gedagtenisse, van dese Gebeurtenisse'., Opmerkingen van Prof. dr. Joh. ter Molen, directeur van Nationaal Museum Paleis het Loo: De beker werd in Augsburg vervaardigd en gekeurd. Het meesterteken, een monogram HL, komt in die vorm evenwel niet in het grote merkenboek van Seling voor. Daardoor blijft de maker onbekend. Het model van het stadskeur-stempel lijkt het meest op dat van 1684-'89. De beker was dus al een tiental jaren oud, toen deze weggegeven werd.
In het platendeel van Seling staat wel een foto van een vrijwel identieke gladde beker met deksel, die door een (andere) Augsburgse zilversmid gemaakt is in de jaren 1655-'60., literatuur:
- Helmut Seling, Die Kunst der Augsburger Goldschmiede 1529-1868 : Meister, Marken, Werke, München 1980 (niet in eigen bibliotheek)
- H. Halbertsma, Het Sneker Stadhuis, p. 11
- H. Halbertsma en W.H. Keikes, Sneek drie kronen met ere (Sneek, 1953) pp. 53 en 86
- Eelco Napjus, historische Cronyk van Sneek (Sneek, 1772) pp. 77-78, 139-140
- Archief van de Stad Sneek: O.A.S. 74 (burgerboek 1612-1803) 26 aug. 1696, O.A.S. 5 (resolutieboek 1707) folio 147, O.A.S. 322 (Rekeningboek) 16 de. 1696, O.A.S. 367 (betalingsordonnanties) 4 dec. 1696.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, pp. 23-25 - Ph.H. Breuker, 'De vestiging van een politiek betrekkelijk onafhankelijk stadhouderschap in Friesland (1657-1672) in: It Beaken 60 (1998), nr. 3/4, pp. 283-284.