TitelObbe Ydema, Sneek - missaal met zilveren beslag.
HerstellerYdema, Obbe
Stichwörterrooms katholieken, Bakhuizen
Objektnummer2005-042
Periode van1929
Periode tot1929
BeschreibungMissaal met zilverbeslag, afkomstig van de parochie van de Heilige Odulphus te Bakhuizen. Het missaal heeft een roodkleurige, lederen kaft. Op de voor- en achterzijde een decoratie van goudkleurige cirkelvormige figuren. Op de voorzijde de tekst: "ex altari tuo christum sumimus", aan de achterzijde: "IHS", op de band: "missale romanum."
HintergrundinformationHet missaal is afkomstig uit de parochie van de Heilige Odulphus te Bakhuizen.
Obbe Ydema. Geboren te Dokkum. Trouwde met Gerbrig Reins Regnery (dochter van de Sneker zilversmid Rein Clases Regnery). Burger van Sneek op 30 juni 1741. Meester in 1741. Laatste vermelding (werk): 1773.
TitelWieger Cornelis Schreuder, Sneek - Zilveren mosterdpot/kannetje met gedreven versieringen.
HerstellerSchreuder, Wieger Cornelis
Objektnummer2005-152
Periode van1731
Periode tot1731
BeschreibungZilveren mosterdpot/kannetje met gedreven versieringen.
HintergrundinformationWieger Cornelis Schreuder. Gedoopt te Sneek 14 december 1690. Zoon van Cornelis Eeuwes Schreuder en Trijntje Wyger IJsonga. Getrouwd op 7 juni 1722 met Anna Rodenhuis. In 1705 werd Schreuder leerling zilversmid. Vestigde zich van 1719 af als zelfstandig meester. Naast zijn beroep van zilversmid bekleedde hij in Sneek ook diverse functies in het stadsbestuur; bij het overlijden van zijn vrouw in augustus 1754 wordt hij "Olt Burgemeester" genoemd. Was vroedman en schepen.
Het meesterteken is scherper afgeslagen dan andere bekende merken van de zilversmid. De jaarletter komt exact overeen met die uit de literatuur. De tuit is heel zorgvuldig aan de cuppa gesoldeerd. Dat zou in 1731 kunnen zijn gedaan. De zilversmid heeft dan van een (standaard) model van een mosterdpotje een kannetje gemaakt en mogelijk is het kannetje dan onderdeel van een stel ampullen voor gebruik tijdens de misviering in een roomskatholieke Kerk. De tuit kan ook in de 19de eeuw geplaatst zijn. Dikte en kwaliteit van het kannetje zijn bijzonder.
HintergrundinformationHendrik Lubach was tingieter te Leeuwarden. Hij was actief tussen 1804 en 1842. Hendrik werd opgevolgd door zijn zoon Sjoerd, die in 1852 overleed. Diens weduwe, Sytske Steinvoorte, zette de zaak voort met behulp van haar zoon Klaas Pieters, die op 14 september 1865 overleed. Na de dood van Sytske Steinvoorte op 2 augustus 1867 wordt de zaak overgenomen door Petrus Jacobus Hempenius. Ook de Lubach stempels gingen mee over. Na de dood van Petrus Jacobs, gaat de zaak over op de zoon, Johan Christiaan Hempenius en in 1902 weer op zijn zoon. De twee laatst genoemden hadden naast de Lubach stempels hun eigen stempel., Literatuur:
- A. Wassenbergh, Het oude tingietersbedrijf in Friesland, in: De Vrije Fries, deel 37, (Leeuwarden 1943), p. 1-65.
- B. Dubbe, Tin en tinnegieters in Nederland, (Lochem 1978).
BeschreibungZilveren tabaksdoos. Met scharnierend deksel. Rechthoekig van vorm. Op het deksel is een gegraveerde voorstelling aangebracht. De versiering bestaat o.a. uit bloem- en bladmotieven en golvende randen. In het midden een cartouche met een kerk.
HintergrundinformationJan Schijfsma, zilversmid 1844-1898. Geboren op 27 februari in Sneek. Hij was het eerste kind en zoon van zilversmidsknecht Johannes Jans Schijfsma en Anna Sophia Kresner. Jan trouwde op 5 mei 1844 op 24 jarige leeftijd in Sneek met de 25 jarige Akke Douwes de Jager, ook geboren in Sneek en dochter van schipper Douwe Douwes de Jager en Anthonia Everts Vlink. Ze woonden in Woudsend, toen Akke begin februari beviel van een levenloos zoontje en in het kraambed overleed. Jan had zich in 1844 als goud- en zilversmid en winkelier in Woudsend gevestigd, weg bij de concurrentie in Sneek. Hij merkte met het meesterteken JS 160 in vierkant of rechthoek. Uit zijn Woudsend-periode is (nog) geen werk bekend. Vanaf 1854 woonde en werkte Jan weer in Sneek (Kleinzand 58). Jan trouwde opnieuw op 17 maart 1850 in Sneek op 30 jarige leeftijd met de 23 jarige Alida Magdalena (Daatje) Burghgraef, geboren in Sneek en dochter van bierbrouwer Wilco Jacob Burghgraef en Rinske Jelmers Tichelaar. Zijn tweede vrouw overleed begin 1882, kinderloos. Op 18 oktober 1882 trouwde hij voor een derde maal met de 33 jarige Elisabeth (Bet) Vrolijk. Ook zij kregen samen geen kinderen. Jan heeft na zijn beroepsbeëindiging nog 10 jaar geleefd; hij overleed op 19 april 1908 op 88 jarige leeftijd in Sneek en werd daar begraven., literatuur:
- Wim Besemer, Schijfsma, een zilversmedenfamilie in Sneek 1838 - 1946, (Sneek 2002).
BeschreibungZilveren brandewijnskom. Ovaal van vorm. Bijzonder zijn de vertikale oren, vervaardigd uit gemodelleerd plaatzilver. De kom is versierd met gedreven voorstellingen van aan de ene zijde Jezus en de Samaritaanse vrouw aan de put en aan de andere zijde Elia (Elias) bij de beek Kerit, gevoed door de raven. Tussen de voorstellingen is de kom versierd met blad- en bloemmotieven.
HintergrundinformationJan Schijfsma, zilversmid 1844-1898. Geboren op 27 februari in Sneek. Hij was het eerste kind en zoon van zilversmidsknecht Johannes Jans Schijfsma en Anna Sophia Kresner. Jan trouwde op 5 mei 1844 op 24 jarige leeftijd in Sneek met de 25 jarige Akke Douwes de Jager, ook geboren in Sneek en dochter van schipper Douwe Douwes de Jager en Anthonia Everts Vlink. Ze woonden in Woudsend, toen Akke begin februari beviel van een levenloos zoontje en in het kraambed overleed. Jan had zich in 1844 als goud- en zilversmid en winkelier in Woudsend gevestigd, weg bij de concurrentie in Sneek. Hij merkte met het meesterteken JS 160 in vierkant of rechthoek. Uit zijn Woudsend-periode is (nog) geen werk bekend. Vanaf 1854 woonde en werkte Jan weer in Sneek (Kleinzand 58). Jan trouwde opnieuw op 17 maart 1850 in Sneek op 30 jarige leeftijd met de 23 jarige Alida Magdalena (Daatje) Burghgraef, geboren in Sneek en dochter van bierbrouwer Wilco Jacob Burghgraef en Rinske Jelmers Tichelaar. Zijn tweede vrouw overleed begin 1882, kinderloos. Op 18 oktober 1882 trouwde hij voor een derde maal met de 33 jarige Elisabeth (Bet) Vrolijk. Ook zij kregen samen geen kinderen. Jan heeft na zijn beroepsbeëindiging nog 10 jaar geleefd; hij overleed op 19 april 1908 op 88 jarige leeftijd in Sneek en werd daar begraven.
Iconografie van de voorstellingen:
Elia (Elias) gevoed door de raven (1 Kon. 17:1-6). Tijdens een langdurige droogte ging Elia aan de beek Kerit wonen, waarin nog water stroomde. De raven brachten hem 's morgens en 's avonds brood en vlees, zoals zij in de woestijn ook Paulus de Kluizenaar, Antonius de Grote en anderen voedden. Elia wordt afgebeeld aan de waterkant. De vogel brengt voedsel, meestal brood, in zijn snavel.
Jezus en de Samaritaanse vrouw (Joh. 4:1-30). Op weg van Judea naar Galilea rustte Christus bij "de bron van Jakob", buiten de stad Sichar in Samaria. Hij vroeg een Samaritaanse vrouw, die water kwam putten of hij wat mocht drinken. Dit was zeer ongebruikelijk vanwege de verstandhouding tussen Joden en Samaritanen. Christus greep de gelegenheid aan voor een metaforische les: "Een ieder, die van dit water drinkt, zal weder dorst krijgen; maar wie gedronken heeft van het water, dat Ik hem zal geven, zal geen dorst krijgen in eeuwigheid.", literatuur:
- Wim Besemer, Schijfsma, een zilversmedenfamilie in Sneek 1838 - 1946, (Sneek 2002).
- James Hall, Iconografisch handboek. Onderwerpen, symbolen en motieven in de beeldende kunst, (Leiden 1992).
TitelTeunis Gerrits Robijnsma, Sneek - drinkhoorn met zilverbeslag.
HerstellerRobijnsma, Teunis Gerrits
Objektnummer2005-169
Periode van1550
Periode tot1600
BeschreibungDrinkhoorn. Ossenhoorn met zilverbeslag langs de opening, om het midden en aan de punt. Op de punt een rinkelbel. Op de band langs de opening een gegraveerde tekst: "Deese hoorn boven Menschen Memorie bijde ingesetenen van Abbaga ter Jaarlijckse Reekendach gebruijckt Sijnde / Soo is deselvi in Sulken stant gebracht alsmen Tegenwoordigh Siet. door Ordri vanden Wil Evd: Hert / Jr Duco Martna van Burmania Grietman en Dijck-graeff Over Wijnbritzeradeil / D. Johannes Bechius ende Haringh Gerckes Respectivi Pradicant en kerkvooghden / Anno 1659." Aan de band om het midden zijn twee voetjes in de vorm van paarden bevestigd, waarop de hoorn kan staan.
HintergrundinformationDrinkhoorns werden op feestmaaltijden gebruikt en waren doorgaans bezit van vooraanstaande families, overheidslichamen (b.v. stadsbesturen) en van gilden. Van Friesland is bekend dat de kerkvoogdijen van Abbega, Boksum en Roordahuizum een drinkhoorn bezaten ten gebruike op de jaarlijkse rekendag. De bekende publicist/historicus Paulus Scheltema (1752 - 1835), bijgenaamd Paulus Liger, was secretaris van Wymbritseradiel. Hij schreef: "De fraijeste van de hoornen wordt nog bewaard te Abbega en wordt aldaar nog gebruikt bij de kerke rekeningen, deze was toen ik secretaris van Wymbritzeradeel was in 1800 in eene volle order met silveren plaaten met eene inscriptie van den grietman Sjuk van Burmania, en uit deze beker of hoorn heb ik toen zelf nog gedronken."
De gegraveerde versieringen van het hoornbeslag op de punt met rinkelbel, op de ring met voetjes in de vorm van paarden en op de liprand, zijn uitgevoerd in renaissancestijl van circa 1530-1550. De manchet boven de liprand is blijkens de inscriptie aangebracht in 1659 door Teunis Gerrits Robijnsma (meesterteken). De hoorn is, zo blijkt ook uit de inscriptie, "boven Menschen Memorie" dus zeker wel 50 tot 60 jaar langer in gebruik.
Teunis Gerrits Robijnsma. Meester in 1652 (werk). Laatste vermeldig 1675/1676. Was schepen en hopman in Sneek. Getrouwde met Thyetske Harings. Ze waren de ouders van Gerrit Teunis Robijnsma, die ook zilversmid was. Er zijn werken van Teunis Gerrits Robijnsma bekend van 1652 tot 1668., Literatuur:
- - H. Smelik, De drinkhoorn een ceremonieel drinkvat, in: Kunst & Antiek Journaal jrg. 13 nr. 2 (februari 2008) p. 4
BeschreibungZilveren knottenmandje. Rond van vorm met filigrain versiering en scharnierend hengsel. Op het hengsel een rechthoekig plaatje met de tekst: "D S vd W / 6 Dec 1878."
HintergrundinformationSjoerd van der Meulen. Geboren te Lemmer 1833. In 1857 was hij goud- en zilversmid en draadwerker te Sneek. In 1875 was hij werkzaam in Blokzijl en in 1876 te Leeuwarden. In 1880 is hij vertrokken naar Grand Rapids, Michigan, Amerika.
BeschreibungZilveren suikerlepel. Bak met geschulpte rand. Steel met bak verbonden d.m.v. rattestaart. De steel is deels voorzien van een gegoten decoratie, deels getordeerd. Steelbekroning: Waterpoort Sneek
TitelJ.D. Wierstra, etagèrezilver, zilveren boerderij met toebehoren.
HerstellerWierstra, Jouke Durks
Stichwörterboerderijen, molens
Objektnummer2006-016
Periode van1902
Periode tot1902
BeschreibungJ.D. Wierstra, etagèrezilver, zilveren boerderij met toebehoren. Voorstelling van een erf omringd door sloten met centraal een stelpboerderij met op de voorgevel het jaartal 1827. Linksvoor een vrouw met twee emmers bij een draaibrugje. Daarchter een los bijgebouwtje waarvoor een pomp en een wasplaats boven de sloot. tegen het hoofdgebouw een rek met drie emmers. Linksachter een omheininkje met hok en een molentje. In de achtergevel van het hoofdgebouw twee openslaande deuren met een pad naar een draaibaar (los) hek. naast het pad een buitentoilet en een plankier naar een composthoop (?). Tegen de rechter zijgevel van het hoofdgebouw een kippentrap en in het dakschild een schoorsteen. Voor en achter een ulebord.
Los bijgevoegd zijn een konijnenhok, een etensbak met drie varkens, een emmer, een hondenhok en een hokje.
HintergrundinformationJouke Durks Wierstra, geb. Sneek 1852, 1880 reparateur en winkelier ald. Vanaf 1889 vergunning voor een goud- en zilversmederij in de Galigastraat. (SN 26-06-1889). Zijn vrouw F. Wierstra-v.d. Veen had een hoedenzaak in de Galigastraat. (SN 16-04-1892)
de nrs e t/m g zijn te klein om te nummeren.
BeschreibungZilveren dienblaadje voor een cabaretset. Vierkant, randen ajour gezaagd en tweezijdig gegraveerd met bladmotieven, met parelrand. Pootjes ajour gezaagd en eenzijdig gegraveerd met bladmotieven. Voorzien van veel in Sneek voorkomende serie valse merken.
HintergrundinformationJan Schijfsma Sneek 27-02-1820 - Sneek 19-04-1908, meester zilversmid 1844-1898. Hij was het eerste kind en zoon van zilversmidsknecht Johannes Jans Schijfsma en Anna Sophia Kresner. Jan trouwde op 5 mei 1844 op 24 jarige leeftijd in Sneek met de 25 jarige Akke Douwes de Jager, ook geboren in Sneek en dochter van schipper Douwe Douwes de Jager en Anthonia Everts Vlink. Ze woonden in Woudsend, toen Akke begin februari beviel van een levenloos zoontje en in het kraambed overleed. Jan had zich in 1844 als goud- en zilversmid en winkelier in Woudsend gevestigd, weg bij de concurrentie in Sneek. Hij merkte met het meesterteken JS 160 in vierkant of rechthoek. Uit zijn Woudsend-periode is (nog) geen werk bekend. Vanaf 1854 woonde en werkte Jan weer in Sneek (Kleinzand 58). Jan trouwde opnieuw op 17 maart 1850 in Sneek op 30 jarige leeftijd met de 23 jarige Alida Magdalena (Daatje) Burghgraef, geboren in Sneek en dochter van bierbrouwer Wilco Jacob Burghgraef en Rinske Jelmers Tichelaar. Zijn tweede vrouw overleed begin 1882, kinderloos. Op 18 oktober 1882 trouwde hij voor een derde maal met de 33 jarige Elisabeth (Bet) Vrolijk. Ook zij kregen samen geen kinderen. Jan heeft na zijn beroepsbeëindiging nog 10 jaar geleefd; hij overleed op 19 april 1908 op 88 jarige leeftijd in Sneek en werd daar begraven.
Door armoede gedreven maakte Jan replica's van 18e eeuws zilver met nagemaakte merken. Deze praktijken werden met de zaak in 1898 overgedragen aan zijn meesterknecht Pier van der Woude. Na diens overlijden in 1917 is een groot deel van de werkplaatsinventaris, die grotendeels nog van Jan Schijfma afkomstig was, overgedragen aan het Fries Museum., literatuur:
- Wim Besemer, Schijfsma, een zilversmedenfamilie in Sneek 1838 - 1946, (Sneek 2002).
TitelT.S. Reitsma (fa. Gebr. Reitsma), Sneek - zilveren priesterschaal afkomstig van de Joodse Gemeente Leeuwarden.
HerstellerReitsma, Tjitte Stevens
Stichwörterjodendom, synagogen, Leeuwarden
Objektnummer2006-084
Periode van1871
Periode tot1871
BeschreibungZilveren priesterschaal. Glad zilver. Rond van vorm. Geprofileerde rand.
HintergrundinformationTjitte Stevens Reitsma. Geboren te Lemmer 1 aug. 1821. Zoon van Steven Tjittes Reitsma, zilversmid te Lemmer en Sneek. Trouwde met Froukje Posthumus. Overleden te Sneek op 24 aug. 1904. Had een zilversmederij in Sneek van 1859-1892. De meestertekens 9150 en 9151 worden door Koonings geplaatst bij S.F. Reitsma te Heerenveen. In de genealogie Reitsma komt geen S.F. Reitsma voor. Wel slaat bij Tjitte Stevens de zilversmederij bij de Reitsma's een generatie over. Daarom zullen de merken 9150 en 9150 wel door Tjitte Stevens gebruikt zijn. Hij was werkzaam in Sneek aan de Lemmerweg.
In de synagoge wordt op feestdagen de priesterlijke zegen uitgesproken door de Kohanien (nakomelingen van de hogepriester Aron). Daartoe laten zij eerst door de Levieten (nakomelingen van Levie, één van de zonen van Jacob) hun handen wassen met behulp van de priesterkan en –schaal. Zo wordt de status van rituele reinheid benadrukt. De bijbehorende priesterkan is nr. 2006-085., De priesterschaal is samen met de bijbehorende priesterkan en een zilveren havdalaschaal in bruikleen gegeven door het Joods Historisch Museum te Amsterdam (2006-085 en 2006-086)
TitelT.S. Reitsma (fa. Gebr. Reitsma), Sneek - zilveren priesterkan afkomstig van de Joodse Gemeenschap Leeuwarden.
HerstellerReitsma, Tjitte Stevens
Stichwörterjodendom, synagogen, Sneek
Objektnummer2006-085
Periode van1871
Periode tot1871
BeschreibungPriesterkan. De kan heeft een gegoten oor en een flapdeksel, versierd met drie druiventrossen. Op de buik een inscripte in het Hebreeuws (transcriptie): Chronogram Num. 6-23 (=5631=1871) / "Geschenk van / Dina Steijer / dochter van bestuurder Jonathan Drielsma / ter nagedachtenis aan haar man en haar ouders / aan de gemeente Leeuwarden". Boven de inscriptie twee gespreide handen.
HintergrundinformationTjitte Stevens Reitsma. Geboren te Lemmer 1 aug. 1821. Zoon van Steven Tjittes Reitsma, zilversmid te Lemmer en Sneek. Trouwde met Froukje Posthumus. Overleden te Sneek op 24 aug. 1904. Had een zilversmederij in Sneek van 1859-1892. De meestertekens 9150 en 9151 worden door Koonings geplaatst bij S.F. Reitsma te Heerenveen. In de genealogie Reitsma komt geen S.F. Reitsma voor. Wel slaat bij Tjitte Stevens de zilversmederij bij de Reitsma's een generatie over. Daarom zullen de merken 9150 en 9150 wel door Tjitte Stevens gebruikt zijn. Hij was werkzaam in Sneek aan de Lemmerweg.
In de synagoge wordt op feestdagen de priesterlijke zegen uitgesproken door de Kohanien (nakomelingen van de hogepriester Aron). Daartoe laten zij eerst door de Levieten (nakomelingen van Levie, één van de zonen van Jacob) hun handen wassen met behulp van de priesterkan en –schaal. Zo wordt de status van rituele reinheid benadrukt. De bijbehorende priesterschaal is nr. 2006-084., De priesterkan is samen met de bijbehorende priesterschaal en een zilveren havdalaschaal in bruikleen gegeven door het Joods Historisch Museum te Amsterdam (2006-084 en 2006-086)