TitelDrie wantspanners afkomstig van het skutsje De Sneeker Pan..
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes, Sneek
Objektnummer1981-309
Periode van1925
Periode tot1950
BeschreibungDrie wantspanners. Twee ervan zijn zilverkleurig geverfd. Ze hebben trapeziumdraad van 5/8' en zijn in de gaffels gemerkt 16. De derde wantspanner is kleiner en ongeverfd. Alledrie zijn krom.
BeschreibungZwaardlier. De lier bestaat uit twee wangen met poten, vier tandwielen (drievoudige vertraging), een remschijf met handle, een palwiel met omkeerbare blokkeerpal. De remband ontbreekt. Buitenzijde: handwiel.
HintergrundinformationDe zwaardlier is afkomstig van het skûtsje De Sneker Pan, gebouwd in 1913., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1981, p. 15
BeschreibungTwee ovalen ijzeren lichtranden, een vlaggelijnhouder, een opzetpen voor het boeisel en twee zwaardsbouten, koekoek en knecht. De laatste twee scheepsonderdelen zijn in 1988 in vernietigd (toestand slecht).
HintergrundinformationLichtranden zijn in tegenstelling tot patrijspoorten niet te openen.
BeschreibungDeel van een hanepoot (het draaibare deel). Kromgetrokken.
HintergrundinformationDe hanepoot is afkomstig van een skûtsje. Een hanepoot is bevestigd aan de top van een mast en er zijn blokken aan gehangen waardoor de vallen van de zeilen lopen.
HintergrundinformationHet helmhouttonnetje is afkomstig van het skûtsje van Jan Tichelaar uit Franeker., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1985, p. 28
BeschreibungDreganker. Vier armen. Gebruikt voor drenkelingen: op de punten van de armen zijn koperen bolletjes aangebracht. Stok met ring.
HintergrundinformationHet anker is afkomstig van het skûtsje van Jan Tichelaar uit Franeker., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1985, p. 28
HintergrundinformationDe borgpen is afkomstig van een skûtsje. De pen diende als beveiliging tegen het neerkomen van de mast bij bijvoorbeeld het voorbereiden van het maststrijken of bij werk aan de verstaging.
HintergrundinformationDe oogpen is afkomstig van een skûtsje. Een oogpen werd in de top van de mast geslagen. Aan het oog werd het blok van de fokkeval gehangen.
HintergrundinformationDe oogpen is afkomstig van een skûtsje. De oogpen werd schuin naar beneden in de top van de mast geslagen. Aan het oog werd een stag of een blok gehangen.
BeschreibungPompfilter van gevlochten rotan. Bol met cilindervormig aansluitstuk. Het filter werd geplaats aan de inlaat van de pomp en hield vuil tegen.
HintergrundinformationHet pompfilter is afkomstig van een pomp in een houten skûtsje.
TitelStuk scheepsbeslag met haak en schroefdraad. Doel: onbekend.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer1985-151
BeschreibungStuk scheepsbeslag. Een rond stuk ijzer, aan het ene eind tot een haak rond gesmeed en aan het andere eind voorzien van 5/8' draad en een vierkante moer.
HintergrundinformationHet beslag is afkomstig van een skûtsje. De funcite ervan is niet bekend.
TitelStuurijzer voor een roer van een skûtsje, gebruikt bij hoge deklast.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer1992-136
Periode van1900
Periode tot1925
BeschreibungStuurijzer voor een roer van een skûtsje. Spits van vorm. Boven een oog, waardoor een stok gestoken werd. Beneden een verstelbaar vierkant, waardoor het helmhout gestoken werd. Gemaakt van metaalstrip.
HintergrundinformationEen stuurijzer werd gebruikt bij een hoge deklast (bijvoorbeeld turf). Het helmhout werd ermee verhoogd. Het stuurijzer is afkomstig van een van de schepen van Fokke Harkes van der Meulen. Harke Fokkes van der Meulen (de Valom), getrouwd met Joukeje Jacobs Jansma, had een skûtsje van 25 ton, genaamde De Jonge Leeuwkje (gebouwd te Burgum). Zoon Fokke Harkes van der Meulen, getrouwd met Reintsje van der Veen, nam het skûtsje over. Erna nam hij een skûtsje van 36 ton over van Hendrik de Vries te Kollum: de Hoop op Welvaart, gebouwd bji Barkmeijer te Briltil/Enumatil. Het volgende schip van Fokke van der Meulen was de Groninger bolpraam Vrouw Tijtje, in 1916 overgenomen van Geert Spijker. Het laatste schip van Van der Meulen was een steilsteven (wâldhulkje) van 64 ton, in 1926 gebouwd bij Remkes en Bodewes te Veendam.
BeschreibungJaaglijn. Aan een kant een ingesplits metalen oog, waar de trekzeel in bevestigd kon worden. De lijn is kort geslagen, om rek te voorkomen.
HintergrundinformationDe jaaglijn voor het trekken van schepen is afkomstig van één van de schepen van schipper Fokke Harkes van der Meulen. Harke Fokkes van der Meulen (de Valom), getrouwd met Joukeje Jacobs Jansma, had een skûtsje van 25 ton, genaamde De Jonge Leeuwkje (gebouwd te Burgum). Zoon Fokke Harkes van der Meulen, getrouwd met Reintsje van der Veen, nam het skûtsje over. Erna nam hij een skûtsje van 36 ton over van Hendrik de Vries te Kollum: de Hoop op Welvaart, gebouwd bji Barkmeijer te Briltil/Enumatil. Het volgende schip van Fokke van der Meulen was de Groninger bolpraam Vrouw Tijtje, in 1916 overgenomen van Geert Spijker. Het laatste schip van Van der Meulen was een steilsteven (wâldhulkje) van 64 ton, in 1926 gebouwd bij Remkes en Bodewes te Veendam., literatuur:
- Henk Bos, 'Trekken en jagen' in: SPiegel der Zeilvaart 1 aug. 1983, pp. 12-15.
TitelTwee strengen met kloten, afkomst van een van de schepen van Fokke v.d. Meulen.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes, Meulen, Fokke van der
Objektnummer1992-140
Periode van1900
Periode tot1925
BeschreibungTwee strengen met kloten. Het ene streng heeft 105 en het andere 78.
HintergrundinformationDe strengen kloten zijn afkomstig van één van de schepen van schipper Fokke Harkes van der Meulen. Harke Fokkes van der Meulen (de Valom), getrouwd met Joukeje Jacobs Jansma, had een skûtsje van 25 ton, genaamde De Jonge Leeuwkje (gebouwd te Burgum). Zoon Fokke Harkes van der Meulen, getrouwd met Reintsje van der Veen, nam het skûtsje over. Erna nam hij een skûtsje van 36 ton over van Hendrik de Vries te Kollum: de Hoop op Welvaart, gebouwd bji Barkmeijer te Briltil/Enumatil. Het volgende schip van Fokke van der Meulen was de Groninger bolpraam Vrouw Tijtje, in 1916 overgenomen van Geert Spijker. Het laatste schip van Van der Meulen was een steilsteven (wâldhulkje) van 64 ton, in 1926 gebouwd bij Remkes en Bodewes te Veendam.
TitelTrommelstok met scheerhout van het skûtsje De Twee Gebroeders van Heerenveen.
Herstelleronbekend
StichwörterHeerenveen, skûtsjes
Objektnummer1993-238
Periode van1925
Periode tot1950
BeschreibungTrommelstok met scheerhout. De metalen trommelstok is conisch van vorm. Op de punt ervan een aangelast draadeind met moer. Het bijbehorende scheerhout is van zink en om het draadeind bevestigd. Beide onderdelen zijn wit en zwart geschilderd. De verf bladdert af. De onderkant van brokkelt af.
HintergrundinformationDe trommelstok en het scheerhout zijn afkomstig van het skûtsje De Twee Gebroeders van de S.K.S.-commissie Heerenveen.
HintergrundinformationDe lummel is een scharnierende pen waarmee de giek aan de mast is bevestigd, waardoor de giek in het vertikale vlak en in het horizontale draaibaar is. De pen rust in de lummerlpot van de knecht aan de mastkoker. De lummel is afkomstig van een skûtsje.
TitelRoerklik van het skûtsje van Klaas de Vries uit Terherne.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes, Terherne, Vries, Klaas de
ObjektnummerJ-060
Periode van1900
Periode tot1925
BeschreibungRoerklik. Hol model. Versierd met achterglasschildering: een bladertak. De schildering is uitgevoerd als een silhouet, aan de binnenzijde afgedekt met zilver- en goudpapier. De klik is afgedekt met een koperen plaat.
HintergrundinformationOud inv.nr.: FS-362-a, De roerklik is afkomstig van het houten skûtsje van Klaas de Vries van Terherne., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 31 dec. 1956
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1956
- J.K. Kuipers, 'Roerklikken op -koppen' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum, 1978, pp. 43-46.
- Catalogus scheepssier, Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, nr. 93
BeschreibungBotteloef. Vierkant, naar voren dunner wordend. Bovenop vier metalen ringen. Aan de twee en vierde ring van voren een ketting. De achterkant eindigt in een vorkvorm van plat gesmeed ijzer. Daarin drie bevestigingsgaten.
TitelMastbeugel van een skûtsje, gebruikt bij hoge deklast.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes, Meulen, Fokke van der
Objektnummer1992-137
Periode van1900
Periode tot1925
BeschreibungMastbeugel. Rond. Scharnierbaar en vast te zetten met een bout. Aan de beugel is een ring gemaakt waarin de lummel van de giek kon worden gestoken. Voorts zijn aan de beugel vier ijzeren kikkers gemaakt, waaraan de vallen van de zeilen kunnen worden vastgezet.
HintergrundinformationEen mastbeugel wordt gebruikt bij hoge deklasten. Het draaipunt van de giek kan ermee verhoogd worden. De mastring is afkomstig van een van de schpen van Fokke Harkes van der Meulen. Harke Fokkes van der Meulen (de Valom), getrouwd met Joukeje Jacobs Jansma, had een skûtsje van 25 ton, genaamde De Jonge Leeuwkje (gebouwd te Burgum). Zoon Fokke Harkes van der Meulen, getrouwd met Reintsje van der Veen, nam het skûtsje over. Erna nam hij een skûtsje van 36 ton over van Hendrik de Vries te Kollum: de Hoop op Welvaart, gebouwd bji Barkmeijer te Briltil/Enumatil. Het volgende schip van Fokke van der Meulen was de Groninger bolpraam Vrouw Tijtje, in 1916 overgenomen van Geert Spijker. Het laatste schip van Van der Meulen was een steilsteven (wâldhulkje) van 64 ton, in 1926 gebouwd bij Remkes en Bodewes te Veendam.
BeschreibungBotteloef van het skûtsje De Halve Maen. IJzer. Vierkant van vorm. Op de bovenkant vier ringen. Aan de achterkant een vorkvorm ter bevestiging van de botteloef aan de voorsteven.
HintergrundinformationDe botteloef is afkomstig van het skûtsje De Halve Maen van Drachten.
BeschreibungHouten bschermkap die over de lichtkap van een skûtsje geplaatst kon worden, wanneer een skûtsje geladen werd met een hoge deklast, bijvoorbeeld turf.
HintergrundinformationDe beschermkap werd over de lichtkap van een roef van een skûtsje geplaatst, wanneer dat geladen was met een hoge deklast, bijvoorbeeld turf. De beschermkap is afkomstig van de brandstoffenhandel van Sybranda aan de Balthuskade te Sneek.
BeschreibungDrie houten verlengstukken voor een scheepsschoorsteen. Vierkant van vorm met boven en onder verdikkingen en versmallingen die in elkaar passen. De verlengstukken zijn ongeverfd en aan de binnenkant geheel bedekt met roet. Ze werden gebruikt wanneer een skûtsje geladen werd met een hoge deklast, bijvoorbeeld turf.
HintergrundinformationDe verlengstukken werden geplaatst op de schoorsteen van een roef van een skûtsje geplaatst, wanneer dat geladen was met een hoge deklast, bijvoorbeeld turf. De verlengstukken zijn afkomstig van de brandstoffenhandel van Sybranda aan de Balthuskade te Sneek.
TitelHouten schrijfcassette, gebruikt door de familie R.P. de Jong te Sneek.
Herstelleronbekend
StichwörterSneek, skûtsjes, Jong, R.P. de
Objektnummer2003-087
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungHouten schrijfcassette. Rehthoekige houten kist met scharnierend deksel. Op het deksel en rond het slot koperbeslag. In de kist een met fluweel bekleed schrijfbord, twee inktpotten en een pennenbakje. In het pennenbakje een stempel: "R.P. de Jong Sneek".
HintergrundinformationDe schrijfcassette is gebruikt door de familie Rients Pieters de Jong te Sneek. Hij was schipper op een skûtsje. Zijn ouders waren Pieter de Jong en Aukje Post (getrouwd te IJlst 16 april 1865). Hij had een broer Gerke (geboren 1867). Rients de Jong trouwde met Jitske van der Zee (1874-1968). Zij kregen vier kinderen: Aukjen (1902), Harm (1904), Pieter (1906) en Annemarie Reizerina (1908). Pieter de Jong trouwde in 1930 met Neeltje Scheper. Zij kregen twee kinderen: Rients (geboren 1934) en Antje (geboren 1936). De in 1936 geboren Rients de Jong is de schenker. De cassette is gebruikt door zijn grootvader Rients Pieters de Jong (1875-1908) en diens vrouw Jitske van der Zee (1874-1968).
BeschreibungSkûtsjewimpel van de S.K.S. Driehoek. Blauw met wit. In twee helften verdeeld door een witte lijn net onder het midden. Bovenhoek in wit een gestileerd skûtsje met in het zeil een E. Hiernaast in wit "skûtsjesilen". Linksonder in wit 1981. Zeilteken E van het skûtsje van Earnewald, de Emanuel.
HintergrundinformationEen skûtsjewimpel wordt gekocht door varende bezoekers van het skûtsjesilen en geldt dan als passe-partout toegangsbewijs voor alle wedstrijden in één jaar.
BeschreibungPoepdoos uit een skûtsje. Bruine houten kist op pootjes met een scharnierend deksel. Onder het deksel een houten plaat waarin een rond gat met een uitneembaar deksel. De pot ontbreekt. Het interieur is rood geverfd. Aan de zijkanten van de kist twee scharnierende handvatten.
HintergrundinformationGezien het lage model is deze doos gebruikt op een schip. Volgens overlevering op een skûtsje maar niet bekend is op welk skûtsje.
BeschreibungCardanisch opghangen olielamp voor bevestiging aan de wand. Geel koper, gesoldeerd. Rond reservoir met daaronder een gewicht. Het reservoir hangt in twee cardanusringen die met een plaat aan de wand bevestigd kunnen worden. Lampje met draaiwiel. Op het reservoir een komvormige blaker met in de voet ventilatieopeningen. Het lampeglas steekt door de bovenkant van de blaker.
HintergrundinformationSchenkers hadden het lampje gekocht bij antiekhandel Theo de Wreede.
TitelNaamborden van het skûtsje De Drie Gezusters.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer2007-058
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungNaamborden van het skûtsje De Drie Gezusters. Rechthoekig van vorm met een lichte kromming (waarschijnlijk om het boeisel te kunnen volgen). De korte zijden versierd met halve cirkels. Rondom een eenvoudige profielrand. Opschriften in verdiepte letters: 'DE DRIE' en 'GEZUSTERS'. De borden zijn zwart, de profielrand donkerrood en de letters zijn gevuld met goud. De borden werden elk met twee bouten aan het schip bevestigd.
HintergrundinformationIn 1901 liet Sybren de Vries een nieuw schip bouwen; een skûtsje. Het schip werd de “De Drie Gezusters” of ook wel korter: “Drie Zusters” genoemd naar de drie dochters van Sybren. Het schip werd gebouwd bij de Gebroeders Barkmeijer te Sneek. Destijds kostte het schip fl. 3000. In 1922 is het schip op de werf van de Firma G.S. van der Werf & Zonen, Britswerd verlengd.
Sybrens vader, Hidde de Vries, voer al in 1820 met een klein houten skûtsje van 18 ton naar Overijssel en Appelscha om turf te halen. Sybren nam het schip over nadat zijn vader aan wal ging wonen.
Sybren de Vries (Lutkewierum 25 december 1867 – Wommels 11 augustus 1959) trouwde op 12 februari 1896 in de gemeente Hennaarderadeel met Pietje Veenstra (Ytens 7 mei 1872 – Lutkewierum 4 januari 1938). Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren Doetje (Lutkewierum 8 april 1897 – Emmeloord 10 juni 1965), Anskje (Lutkewierum 25 augustus 1898 – Sneek 6 november 1977), Jetske (Lutkewierum 28 april 1901 – Bolsward 30 maart 1975) en Jan (Briltil 17 maart 1913 – Rien 21 december 1986).
Zoon Jan bleef met zijn vader op de “Drie Zusters” varen. Jan de Vries trouwde met een vrouw uit Lemmer en in 1942 werd hun zoon Sybren geboren. Jan de Vries en zijn vrouw hebben 27 jaar samen gevaren. De turf werd uit Klazienaveen gehaald, soms wel 10 vrachten per jaar. Behalve turfschipper was Jan de Vries ook brandstoffenhandelaar, leverancier van petroleum en gasflessen, krantenbezorger, timmerman en onbezoldigd rijksveldwachter. Zoon Sybren volgde zijn vader wat varen betreft niet in de voetsporen; hij werd timmerman.
Het schip de “Drie Zusters” is in 1966 aan T. Jonker, koopman te Leeuwarden verkocht. De reden van verkoop was de verlaging van de doorvaarthoogte van de brug bij Kromwâl, Britswerd in 1965. Door deze verlaging kon het schip zijn bestemming niet meer bereiken.
TitelEen eind touw met twee blokken, vermoedelijk een fokkeschoot.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer2007-062
Periode van1900
Periode tot1950
Beschreibungca. 13 meter driestrengs touw met twee blokken. Het onderste blok is een enkelschijfs hakkeblok met buitenbeslag voorzien van een hondsvot en een beugel waaraan een ijzeren ring. Aan het hondsvot is het touw bevestigd met een oogsplits voorzien van een metalen puntkous. Het tweede blok is een tweeschijfs blok voorzien van buitenbeslag met een beugel waaraan twee zusterhaken. Van het hondsvot loopt de lijn via schijf één van het tweede blok terug naar de enige schijf van het hakkeblok waarna het wordt geleid over de tweede schijf van het tweede blok. Alle schijven zijn van hout.
HintergrundinformationHet touw is genummerd 2007-062-a, het hakkeblok 2007-062-b en het tweeschijfsblok 2007-062-c. Waarschijnlijk betreft het een fokkeschoot van een skûtsje. Het tweeschijfsblok hing dan aan de schoothoek van de fok en het hakkeblok zat vast met de ring om een metalen overloop. Op deze manier kon één schoot zowel aan stuur- als aan bakboord worden gebruikt., In 1901 liet Sybren de Vries een nieuw schip bouwen; een skûtsje. Het schip werd de “De Drie Gezusters” of ook wel korter: “Drie Zusters” genoemd naar de drie dochters van Sybren. Het schip werd gebouwd bij de Gebroeders Barkmeijer te Sneek. Destijds kostte het schip fl. 3000. In 1922 is het schip op de werf van de Firma G.S. van der Werf & Zonen, Britswerd verlengd.
Sybrens vader, Hidde de Vries, voer al in 1820 met een klein houten skûtsje van 18 ton naar Overijssel en Appelscha om turf te halen. Sybren nam het schip over nadat zijn vader aan wal ging wonen.
Sybren de Vries (Lutkewierum 25 december 1867 – Wommels 11 augustus 1959) trouwde op 12 februari 1896 in de gemeente Hennaarderadeel met Pietje Veenstra (Ytens 7 mei 1872 – Lutkewierum 4 januari 1938). Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren Doetje (Lutkewierum 8 april 1897 – Emmeloord 10 juni 1965), Anskje (Lutkewierum 25 augustus 1898 – Sneek 6 november 1977), Jetske (Lutkewierum 28 april 1901 – Bolsward 30 maart 1975) en Jan (Briltil 17 maart 1913 – Rien 21 december 1986).
Zoon Jan bleef met zijn vader op de “Drie Zusters” varen. Jan de Vries trouwde met een vrouw uit Lemmer en in 1942 werd hun zoon Sybren geboren. Jan de Vries en zijn vrouw hebben 27 jaar samen gevaren. De turf werd uit Klazienaveen gehaald, soms wel 10 vrachten per jaar. Behalve turfschipper was Jan de Vries ook brandstoffenhandelaar, leverancier van petroleum en gasflessen, krantenbezorger, timmerman en onbezoldigd rijksveldwachter. Zoon Sybren volgde zijn vader wat varen betreft niet in de voetsporen; hij werd timmerman.
Het schip de “Drie Zusters” is in 1966 aan T. Jonker, koopman te Leeuwarden verkocht. De reden van verkoop was de verlaging van de doorvaarthoogte van de brug bij Kromwâl, Britswerd in 1965. Door deze verlaging kon het schip zijn bestemming niet meer bereiken.
TitelEen takelgestel bestaande uit een eind touw met twee blokken.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer2007-063
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungCa. 3 meter touw met twee blokken. Het touw is opgebouwd uit een kern waaromheen 4 strengen zijn gedraaid. Het eerste blok is een enkelschijfs blok met buitenbeslag voorzien van een hondsvot en een beugel waaraan een ijzeren haak. Aan het hondsvot is het touw bevestigd met een oogsplits voorzien van een metalen puntkous. Het tweede blok is een eenschijfs blok voorzien van buitenbeslag met aleen een beugel waaraan eveneens een ijzeren haak. Van het hondsvot loopt de lijn via de schijf van het tweede blok terug naar de schijf van het eerste blok. Alle schijven zijn van hout.
HintergrundinformationHet touw is genummerd 2007-063-a, de blokken 2007-063-b en c. Het is niet duidelijk waarvoor de takel is gebruikt., In 1901 liet Sybren de Vries een nieuw schip bouwen; een skûtsje. Het schip werd de “De Drie Gezusters” of ook wel korter: “Drie Zusters” genoemd naar de drie dochters van Sybren. Het schip werd gebouwd bij de Gebroeders Barkmeijer te Sneek. Destijds kostte het schip fl. 3000. In 1922 is het schip op de werf van de Firma G.S. van der Werf & Zonen, Britswerd verlengd.
Sybrens vader, Hidde de Vries, voer al in 1820 met een klein houten skûtsje van 18 ton naar Overijssel en Appelscha om turf te halen. Sybren nam het schip over nadat zijn vader aan wal ging wonen.
Sybren de Vries (Lutkewierum 25 december 1867 – Wommels 11 augustus 1959) trouwde op 12 februari 1896 in de gemeente Hennaarderadeel met Pietje Veenstra (Ytens 7 mei 1872 – Lutkewierum 4 januari 1938). Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren Doetje (Lutkewierum 8 april 1897 – Emmeloord 10 juni 1965), Anskje (Lutkewierum 25 augustus 1898 – Sneek 6 november 1977), Jetske (Lutkewierum 28 april 1901 – Bolsward 30 maart 1975) en Jan (Briltil 17 maart 1913 – Rien 21 december 1986).
Zoon Jan bleef met zijn vader op de “Drie Zusters” varen. Jan de Vries trouwde met een vrouw uit Lemmer en in 1942 werd hun zoon Sybren geboren. Jan de Vries en zijn vrouw hebben 27 jaar samen gevaren. De turf werd uit Klazienaveen gehaald, soms wel 10 vrachten per jaar. Behalve turfschipper was Jan de Vries ook brandstoffenhandelaar, leverancier van petroleum en gasflessen, krantenbezorger, timmerman en onbezoldigd rijksveldwachter. Zoon Sybren volgde zijn vader wat varen betreft niet in de voetsporen; hij werd timmerman.
Het schip de “Drie Zusters” is in 1966 aan T. Jonker, koopman te Leeuwarden verkocht. De reden van verkoop was de verlaging van de doorvaarthoogte van de brug bij Kromwâl, Britswerd in 1965. Door deze verlaging kon het schip zijn bestemming niet meer bereiken.
TitelEen eind touw met twee blokken, vermoedelijk een klauwval.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer2007-064
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungCa. 24 meter vierstrengs touw met twee blokken. Het onderste blok is een enkelschijfs blok met buitenbeslag voorzien van een haak over de schijf . Het tweede blok heeft ook één schijf. Het buitenbeslag is voorzien van een hodsvot en een haak over de as. Aan het hondsvot is het touw bevestigd met een oogsplits voorzien van een metalen puntkous. Van het hondsvot loopt de lijn via de schijf van het eerste blok terug naar de schijf van het tweede blok. Alle schijven zijn van hout.
HintergrundinformationHet touw is genummerd 2007-064-a, de blokken 2007-064-b en c. Waarschijnlijk betreft het een klauwval. Gezien de lengte van het touw kan dit dan worden gebruikt voor een hijs van maximaal 8 meter. Bij de klauwval komt het vaak voor dat het bovenste blok dat tegen de mast aanhing de haak over de as heeft. Hierdoor ligt het dan met de platte kant tegen de mast waardoor de vallen dicht bij de mast blijven., In 1901 liet Sybren de Vries een nieuw schip bouwen; een skûtsje. Het schip werd de “De Drie Gezusters” of ook wel korter: “Drie Zusters” genoemd naar de drie dochters van Sybren. Het schip werd gebouwd bij de Gebroeders Barkmeijer te Sneek. Destijds kostte het schip fl. 3000. In 1922 is het schip op de werf van de Firma G.S. van der Werf & Zonen, Britswerd verlengd.
Sybrens vader, Hidde de Vries, voer al in 1820 met een klein houten skûtsje van 18 ton naar Overijssel en Appelscha om turf te halen. Sybren nam het schip over nadat zijn vader aan wal ging wonen.
Sybren de Vries (Lutkewierum 25 december 1867 – Wommels 11 augustus 1959) trouwde op 12 februari 1896 in de gemeente Hennaarderadeel met Pietje Veenstra (Ytens 7 mei 1872 – Lutkewierum 4 januari 1938). Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren Doetje (Lutkewierum 8 april 1897 – Emmeloord 10 juni 1965), Anskje (Lutkewierum 25 augustus 1898 – Sneek 6 november 1977), Jetske (Lutkewierum 28 april 1901 – Bolsward 30 maart 1975) en Jan (Briltil 17 maart 1913 – Rien 21 december 1986).
Zoon Jan bleef met zijn vader op de “Drie Zusters” varen. Jan de Vries trouwde met een vrouw uit Lemmer en in 1942 werd hun zoon Sybren geboren. Jan de Vries en zijn vrouw hebben 27 jaar samen gevaren. De turf werd uit Klazienaveen gehaald, soms wel 10 vrachten per jaar. Behalve turfschipper was Jan de Vries ook brandstoffenhandelaar, leverancier van petroleum en gasflessen, krantenbezorger, timmerman en onbezoldigd rijksveldwachter. Zoon Sybren volgde zijn vader wat varen betreft niet in de voetsporen; hij werd timmerman.
Het schip de “Drie Zusters” is in 1966 aan T. Jonker, koopman te Leeuwarden verkocht. De reden van verkoop was de verlaging van de doorvaarthoogte van de brug bij Kromwâl, Britswerd in 1965. Door deze verlaging kon het schip zijn bestemming niet meer bereiken.
TitelEen eind touw met twee blokken, mogelijk een piekeval.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer2007-065
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungCa. 53 meter vierstrengs touw met twee blokken. Het eerste blok is een enkelschijfs blok met buitenbeslag voorzien van een haak over de schijf. De haak kan worden geborgd met een bout met vleugelkop. De as van dit blok is geborgd met twee strookjes leer die in de wangen zijn vastgespijkerd. Het tweede blok heeft twee schijven. Het buitenbeslag is hier voorzien van een hondsvot en een haak over de schijf. Aan het hondsvot is het touw bevestigd met een oogsplits voorzien van een metalen puntkous. Van het hondsvot loopt de lijn via de eerste schijf van het eerste blok terug naar de schijf van het tweede blok. Vervolgens loopt het halende part door de tweede schijf van het eerste blok. Alle schijven zijn van hout.
HintergrundinformationHet touw is genummerd 2007-065-a, de blokken 2007-065-b en c. Mogelijk betreft het een piekeval. Vooral de lengte van de lijn doet vermoeden dat het een val betreft. Dit zou dan een hijs zijn van maximaal 13 meter. De geschroefde borg was eenvoudiger te verwijderen dan een gebonden borg wat er op kan duiden dat het een blok was dat vaak in- en uitgehaakt werd. Dit zou dan het blok kunnen zijn dat aan de gaffel was bevestigd. Het andere blok zat dan bovenin de mast en kon wel met een bindsel worden geborgd., In 1901 liet Sybren de Vries een nieuw schip bouwen; een skûtsje. Het schip werd de “De Drie Gezusters” of ook wel korter: “Drie Zusters” genoemd naar de drie dochters van Sybren. Het schip werd gebouwd bij de Gebroeders Barkmeijer te Sneek. Destijds kostte het schip fl. 3000. In 1922 is het schip op de werf van de Firma G.S. van der Werf & Zonen, Britswerd verlengd.
Sybrens vader, Hidde de Vries, voer al in 1820 met een klein houten skûtsje van 18 ton naar Overijssel en Appelscha om turf te halen. Sybren nam het schip over nadat zijn vader aan wal ging wonen.
Sybren de Vries (Lutkewierum 25 december 1867 – Wommels 11 augustus 1959) trouwde op 12 februari 1896 in de gemeente Hennaarderadeel met Pietje Veenstra (Ytens 7 mei 1872 – Lutkewierum 4 januari 1938). Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren Doetje (Lutkewierum 8 april 1897 – Emmeloord 10 juni 1965), Anskje (Lutkewierum 25 augustus 1898 – Sneek 6 november 1977), Jetske (Lutkewierum 28 april 1901 – Bolsward 30 maart 1975) en Jan (Briltil 17 maart 1913 – Rien 21 december 1986).
Zoon Jan bleef met zijn vader op de “Drie Zusters” varen. Jan de Vries trouwde met een vrouw uit Lemmer en in 1942 werd hun zoon Sybren geboren. Jan de Vries en zijn vrouw hebben 27 jaar samen gevaren. De turf werd uit Klazienaveen gehaald, soms wel 10 vrachten per jaar. Behalve turfschipper was Jan de Vries ook brandstoffenhandelaar, leverancier van petroleum en gasflessen, krantenbezorger, timmerman en onbezoldigd rijksveldwachter. Zoon Sybren volgde zijn vader wat varen betreft niet in de voetsporen; hij werd timmerman.
Het schip de “Drie Zusters” is in 1966 aan T. Jonker, koopman te Leeuwarden verkocht. De reden van verkoop was de verlaging van de doorvaarthoogte van de brug bij Kromwâl, Britswerd in 1965. Door deze verlaging kon het schip zijn bestemming niet meer bereiken.
TitelFok van getaand katoendoek, afkomstig van een skûtsje.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer2007-075
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungBeschrijving nog nader uit te werken
HintergrundinformationIn 1901 liet Sybren de Vries een nieuw schip bouwen; een skûtsje. Het schip werd de “De Drie Gezusters” of ook wel korter: “Drie Zusters” genoemd naar de drie dochters van Sybren. Het schip werd gebouwd bij de Gebroeders Barkmeijer te Sneek. Destijds kostte het schip fl. 3000. In 1922 is het schip op de werf van de Firma G.S. van der Werf & Zonen, Britswerd verlengd.
Sybrens vader, Hidde de Vries, voer al in 1820 met een klein houten skûtsje van 18 ton naar Overijssel en Appelscha om turf te halen. Sybren nam het schip over nadat zijn vader aan wal ging wonen.
Sybren de Vries (Lutkewierum 25 december 1867 – Wommels 11 augustus 1959) trouwde op 12 februari 1896 in de gemeente Hennaarderadeel met Pietje Veenstra (Ytens 7 mei 1872 – Lutkewierum 4 januari 1938). Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren Doetje (Lutkewierum 8 april 1897 – Emmeloord 10 juni 1965), Anskje (Lutkewierum 25 augustus 1898 – Sneek 6 november 1977), Jetske (Lutkewierum 28 april 1901 – Bolsward 30 maart 1975) en Jan (Briltil 17 maart 1913 – Rien 21 december 1986).
Zoon Jan bleef met zijn vader op de “Drie Zusters” varen. Jan de Vries trouwde met een vrouw uit Lemmer en in 1942 werd hun zoon Sybren geboren. Jan de Vries en zijn vrouw hebben 27 jaar samen gevaren. De turf werd uit Klazienaveen gehaald, soms wel 10 vrachten per jaar. Behalve turfschipper was Jan de Vries ook brandstoffenhandelaar, leverancier van petroleum en gasflessen, krantenbezorger, timmerman en onbezoldigd rijksveldwachter. Zoon Sybren volgde zijn vader wat varen betreft niet in de voetsporen; hij werd timmerman.
Het schip de “Drie Zusters” is in 1966 aan T. Jonker, koopman te Leeuwarden verkocht. De reden van verkoop was de verlaging van de doorvaarthoogte van de brug bij Kromwâl, Britswerd in 1965. Door deze verlaging kon het schip zijn bestemming niet meer bereiken.