BeschreibungZwemvest. Oranje kunsstof versterkt met textielvezels. Eén lap materiaal waarin in het midden een gat voor het hoofd van de drager is uitgespaard. Voor- en achterzijde in twee banen verdeeld. De banen zijn gevuld met blokken van een hard schuim. Langs de zijden van voor- en achterkant lussen waardoorheen een veter van keperband met verdikte uiteinden. Door de keperbanden aan te trekken en dicht te knopen wordt het vest om het lichaam gesloten.
HintergrundinformationSchenkster en haar man Bastiaan Jan Groeneweg waren actieve watersporters. Zij voeren in een vooroorlogse houten Canadese kano die in 1949 werd gemotoriseerd met een Sachs zijboordmotor (2009-019). Zij woonden toen in Den Haag en stalden de kano in Warmond. In 1953 verhuisde het gezin naar Diemen en de kano naar Vinkeveen. In 1960 werd naast de kano een teakhouten overnaadse kajuitsloep gekocht met een Archimedes buitenboordmotor. Toen deze te klein werd voor het gezin werd een Baarda grundel gekocht van 7.30m (één van de eersten) waarmee vele vaarvakanties in o.a. Friesland zijn gehouden. In 1973 verhuisde het gezin naar Bovenkarspel waar Groeneweg lid werd van de Watersport Vereniging Bovenkarspel. Na een paar jaar werd hij verkozen tot penningmeester. Na zijn pensionering zette Groeneweg o.a. een navigatie en een knopencursus op voor de leden. Hij gebruikte daarvoor zelfgemaakte borden met voorbeelden van schiemanswerk (2009-021)
Het zwemvest is gebruikt door de dochter van de schenkster. Zelf typeert schenkster het zwemvest als 'levensgevaarlijk'.
(naar een notitie van de schenkster)
BeschreibungTwee houten borden. Hardboard, voorzien van een opstaande vuren rand en aan de achterzijde bespannen met groene stof. Op bord A voorbeelden van knopen en de wijzen van beleggen op o.a. klampen, ringen en rondhout. Op bord B voorbeelden van takelingen en splitsen.
HintergrundinformationDe knopenborden zijn door de vervaardiger gebruikt bij lessen schiemanswerk.
Bastiaan Jan Groeneweg was een actief watersporter. Zijn grootvader van moederskant (familienaam Blom) was beurtschipper tussen Oud Beierland en Rotterdam. Mogelijk is daaruit de interesse voor het water te verklaren. In 1949 kocht de familie Groeneweg een Sachs zijboordmotor (2009-019) voor gebruik bij een vooroorlogse Canadese kano. Zij woonden toen in Den Haag en stalden de kano in Warmond. In 1953 verhuisde het gezin naar Diemen en de boot naar Vinkeveen. In 1960 werd naast de kano een teakhouten overnaadse kajuitsloep gekocht met een Archimedes buitenboordmotor. Toen deze te klein werd voor het gezin werd een Baarda grundel gekocht van 7.30m (één van de eersten) waarmee vele vaarvakanties in o.a. Friesland zijn gehouden. In 1973 verhuisde het gezin naar Bovenkarspel waar Groeneweg lid werd van de Watersport Vereniging Bovenkarspel. Na een paar jaar werd hij verkozen tot penningmeester. Na zijn pensionering zette Groeneweg o.a. een navigatie en een knopencursus op voor de leden.
(naar een notitie van de schenkster)
TitelBuitenboordmotor van het merk British Seagull
HerstellerBritish Seagull
Objektnummer2009-022
Periode van1965
Periode tot1965
BeschreibungBuitenboordmotor. Eéncilinder, watergekoeld, twee tact - 102 cc cilinderinhoud, vermogen 5 pk. Type Century Plus, langstaart met vrijloop. Serienummer: CPCL 1597 G5
HintergrundinformationDe letters CPCL in het serienummer zijn de typeaanduiding: Century Plus Clutch drive Longshaft. De G5 aan het eind van het serienummer geeft aan dat de motor is gebouwd in juli (G) 1965. De Century Plus serie was ontwikkeld voor het zwaardere werk en niet voor hoge snelheden. Een gunstige overbrengingsverhouding en een grote vijfbladsschroef maakten het tot een relatief sterke motor., British Seagull startte in 1931 onder de naam Marston Seagull. Het was een samenwerking tussen de fabrieken van John Martson Ttd. en de Sunbeam Motor Company. In tegenstelling tot veel buitenboordmotoren die door een motorenfabriek waren ontworpen was dit ontwerp geheel nieuw en vanaf het begin aangepast aan het gebruik als buitenboordmotor.
De patenten en rechten werden nog in de jaren 1930 opgekocht door John Way-Hope en Bill Pinniger,beiden werkzaam bij de Sunbeam Motor Company. Zij startten de Bristol Motor Company in Bristol. In 1938 was de motor volledig uitontwikkeld en verhuisde het bedrijf naar Poole in Dorset. Bij deze stap werd ook de naam veranderd van Marston Seagull in British Seagull. Er werd verder gegaan met slechts één type motor. De eerdere achteruit versnelling werd weer geschrapt maar de in 1938 geïntroduceerde vrijloop bleef tot in de jaren 1960 in productie.
Een belangrijke stimulans voor het bedrijf was de vraag tijdens de 2e Wereldoorlog vanuit de marine voor een betrouwbare motor. Hiervoor hoefde het ontwerp eigenlijk niet eens aangepast te worden.
Na de oorlog werden nieuwe types motoren steeds ter beschikking gesteld aan bijvoorbeeld vissers die ze in de praktijk testten en zo ook een goede reclame maakten voor de motor als uiterst betrouwbaar onder de meest uiteenlopende omstandigheden.
Het hoogtepunt voor de seagull motoren kwam in de jaren 1960. De gehele productie vond toen plaats in Fleets Bridge, Poole. Alles behalve de carburateurs en tandwielen werd daar ter plaatse gemaakt. In 1996 werd de productie van Seagull motoren gestaakt. Nog steeds echter worden er nieuwe onderdelen gemaakt door de eigenaren van het merk British Seagull. (bron: www.saving-old-seagulls.co.uk), Literatuur:
- A. Pels, Buitenboordmotoren (Alkmaar, z.j.) p. 31
Titelkoperen aker. Gebruikt om water uit drinkwatervaten te scheppen.
Herstelleronbekend
Stichwörterwatervaten
Objektnummer2009-027
Periode van1850
Periode tot1900
BeschreibungRoodkoperen aker. Cilindervormig met messing hengsel waarin een oog is gedraaid.
HintergrundinformationEen aker werd gebruikt om water te scheppen uit drinkwatervaten. Een ketting was met het ene eind bevestigd aan het hengsel van de aker en met het andere eind aan de dop van het vat.
Deze aker is gebruikt aan boord van een skûtsje door de grootvader, en naamgenoot, van Romke Poelstra. Romke Poelstra jr. (1933-1999) was mastmakersknecht te Sneek. Van de jaren 1980 tot 1991 werkte hij bij het Fries Scheepvaart Museum.
BeschreibungTwaalf klinknagels. Staal met een ronde kop. Drie afmetingen: 8 x 16mm (6x), 6 x 16mm (2x) en 6 x 38mm (4x)
HintergrundinformationBij het klinken wordt de nagel door een paar vooraf gemaakte geten gestoken. De bolle kop wordt door de aanmhouder aangedrukt met een zwaar staal object (de dolly). De klinker slaat vervolgens het aan de ander zijde uitstekende deel van de nagel plat. Klinken gebeurt meestal warm waarbij de hele nagel of alleen het uistekende deel roodgloeiend wordt verhit. Bij het afkoelen krimpt de nagel waardoor de verbinding nog eens extra strak getrokken wordt. Nagels met een kleine diameter worden ook wel koud geklonken. De klinknagels zijn afkomstig van scheepstimmerij 't Berghout te Koudum.