TitelNaamborden van het skûtsje De Drie Gezusters.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer2007-058
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungNaamborden van het skûtsje De Drie Gezusters. Rechthoekig van vorm met een lichte kromming (waarschijnlijk om het boeisel te kunnen volgen). De korte zijden versierd met halve cirkels. Rondom een eenvoudige profielrand. Opschriften in verdiepte letters: 'DE DRIE' en 'GEZUSTERS'. De borden zijn zwart, de profielrand donkerrood en de letters zijn gevuld met goud. De borden werden elk met twee bouten aan het schip bevestigd.
HintergrundinformationIn 1901 liet Sybren de Vries een nieuw schip bouwen; een skûtsje. Het schip werd de “De Drie Gezusters” of ook wel korter: “Drie Zusters” genoemd naar de drie dochters van Sybren. Het schip werd gebouwd bij de Gebroeders Barkmeijer te Sneek. Destijds kostte het schip fl. 3000. In 1922 is het schip op de werf van de Firma G.S. van der Werf & Zonen, Britswerd verlengd.
Sybrens vader, Hidde de Vries, voer al in 1820 met een klein houten skûtsje van 18 ton naar Overijssel en Appelscha om turf te halen. Sybren nam het schip over nadat zijn vader aan wal ging wonen.
Sybren de Vries (Lutkewierum 25 december 1867 – Wommels 11 augustus 1959) trouwde op 12 februari 1896 in de gemeente Hennaarderadeel met Pietje Veenstra (Ytens 7 mei 1872 – Lutkewierum 4 januari 1938). Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren Doetje (Lutkewierum 8 april 1897 – Emmeloord 10 juni 1965), Anskje (Lutkewierum 25 augustus 1898 – Sneek 6 november 1977), Jetske (Lutkewierum 28 april 1901 – Bolsward 30 maart 1975) en Jan (Briltil 17 maart 1913 – Rien 21 december 1986).
Zoon Jan bleef met zijn vader op de “Drie Zusters” varen. Jan de Vries trouwde met een vrouw uit Lemmer en in 1942 werd hun zoon Sybren geboren. Jan de Vries en zijn vrouw hebben 27 jaar samen gevaren. De turf werd uit Klazienaveen gehaald, soms wel 10 vrachten per jaar. Behalve turfschipper was Jan de Vries ook brandstoffenhandelaar, leverancier van petroleum en gasflessen, krantenbezorger, timmerman en onbezoldigd rijksveldwachter. Zoon Sybren volgde zijn vader wat varen betreft niet in de voetsporen; hij werd timmerman.
Het schip de “Drie Zusters” is in 1966 aan T. Jonker, koopman te Leeuwarden verkocht. De reden van verkoop was de verlaging van de doorvaarthoogte van de brug bij Kromwâl, Britswerd in 1965. Door deze verlaging kon het schip zijn bestemming niet meer bereiken.
BeschreibungVloeistofkompas. Dubbel cardanisch opgehangen in een cilindrisch messing huis met rond glazen venster en aan de zijkant een lamphuisje voor een olielampje. In het lamphuisje een olielamp met een rechthoekig messing oliereservoir en messing brander. Op het lamphuis een kleine ronde schoorsteen. Het het kompashuis inclusief lamphuis en oliereservoir is van binnen wit geschilderd. In het kompashuis hangt cardanisch een grijs geschilderd vloeistof-kompas met de tekst: 'Trade "Sestrel" mark' en 'Bronswerk'. Het huis heeft een flens aan de onderzijde voor montage in de sloep.
HintergrundinformationHet kompas is waarschijnlijk niet origineel in het kompashuis geplaatst geweest. De bouten voor de cardanische ophanging steken daarvoor teveel uit het huis., In 1901 liet Sybren de Vries een nieuw schip bouwen; een skûtsje. Het schip werd de “De Drie Gezusters” of ook wel korter: “Drie Zusters” genoemd naar de drie dochters van Sybren. Het schip werd gebouwd bij de Gebroeders Barkmeijer te Sneek. Destijds kostte het schip fl. 3000. In 1922 is het schip op de werf van de Firma G.S. van der Werf & Zonen, Britswerd verlengd.
Sybrens vader, Hidde de Vries, voer al in 1820 met een klein houten skûtsje van 18 ton naar Overijssel en Appelscha om turf te halen. Sybren nam het schip over nadat zijn vader aan wal ging wonen.
Sybren de Vries (Lutkewierum 25 december 1867 – Wommels 11 augustus 1959) trouwde op 12 februari 1896 in de gemeente Hennaarderadeel met Pietje Veenstra (Ytens 7 mei 1872 – Lutkewierum 4 januari 1938). Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren Doetje (Lutkewierum 8 april 1897 – Emmeloord 10 juni 1965), Anskje (Lutkewierum 25 augustus 1898 – Sneek 6 november 1977), Jetske (Lutkewierum 28 april 1901 – Bolsward 30 maart 1975) en Jan (Briltil 17 maart 1913 – Rien 21 december 1986).
Zoon Jan bleef met zijn vader op de “Drie Zusters” varen. Jan de Vries trouwde met een vrouw uit Lemmer en in 1942 werd hun zoon Sybren geboren. Jan de Vries en zijn vrouw hebben 27 jaar samen gevaren. De turf werd uit Klazienaveen gehaald, soms wel 10 vrachten per jaar. Behalve turfschipper was Jan de Vries ook brandstoffenhandelaar, leverancier van petroleum en gasflessen, krantenbezorger, timmerman en onbezoldigd rijksveldwachter. Zoon Sybren volgde zijn vader wat varen betreft niet in de voetsporen; hij werd timmerman.
Het schip de “Drie Zusters” is in 1966 aan T. Jonker, koopman te Leeuwarden verkocht. De reden van verkoop was de verlaging van de doorvaarthoogte van de brug bij Kromwâl, Britswerd in 1965. Door deze verlaging kon het schip zijn bestemming niet meer bereiken.
TitelEen eind touw met twee blokken, vermoedelijk een fokkeschoot.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer2007-062
Periode van1900
Periode tot1950
Beschreibungca. 13 meter driestrengs touw met twee blokken. Het onderste blok is een enkelschijfs hakkeblok met buitenbeslag voorzien van een hondsvot en een beugel waaraan een ijzeren ring. Aan het hondsvot is het touw bevestigd met een oogsplits voorzien van een metalen puntkous. Het tweede blok is een tweeschijfs blok voorzien van buitenbeslag met een beugel waaraan twee zusterhaken. Van het hondsvot loopt de lijn via schijf één van het tweede blok terug naar de enige schijf van het hakkeblok waarna het wordt geleid over de tweede schijf van het tweede blok. Alle schijven zijn van hout.
HintergrundinformationHet touw is genummerd 2007-062-a, het hakkeblok 2007-062-b en het tweeschijfsblok 2007-062-c. Waarschijnlijk betreft het een fokkeschoot van een skûtsje. Het tweeschijfsblok hing dan aan de schoothoek van de fok en het hakkeblok zat vast met de ring om een metalen overloop. Op deze manier kon één schoot zowel aan stuur- als aan bakboord worden gebruikt., In 1901 liet Sybren de Vries een nieuw schip bouwen; een skûtsje. Het schip werd de “De Drie Gezusters” of ook wel korter: “Drie Zusters” genoemd naar de drie dochters van Sybren. Het schip werd gebouwd bij de Gebroeders Barkmeijer te Sneek. Destijds kostte het schip fl. 3000. In 1922 is het schip op de werf van de Firma G.S. van der Werf & Zonen, Britswerd verlengd.
Sybrens vader, Hidde de Vries, voer al in 1820 met een klein houten skûtsje van 18 ton naar Overijssel en Appelscha om turf te halen. Sybren nam het schip over nadat zijn vader aan wal ging wonen.
Sybren de Vries (Lutkewierum 25 december 1867 – Wommels 11 augustus 1959) trouwde op 12 februari 1896 in de gemeente Hennaarderadeel met Pietje Veenstra (Ytens 7 mei 1872 – Lutkewierum 4 januari 1938). Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren Doetje (Lutkewierum 8 april 1897 – Emmeloord 10 juni 1965), Anskje (Lutkewierum 25 augustus 1898 – Sneek 6 november 1977), Jetske (Lutkewierum 28 april 1901 – Bolsward 30 maart 1975) en Jan (Briltil 17 maart 1913 – Rien 21 december 1986).
Zoon Jan bleef met zijn vader op de “Drie Zusters” varen. Jan de Vries trouwde met een vrouw uit Lemmer en in 1942 werd hun zoon Sybren geboren. Jan de Vries en zijn vrouw hebben 27 jaar samen gevaren. De turf werd uit Klazienaveen gehaald, soms wel 10 vrachten per jaar. Behalve turfschipper was Jan de Vries ook brandstoffenhandelaar, leverancier van petroleum en gasflessen, krantenbezorger, timmerman en onbezoldigd rijksveldwachter. Zoon Sybren volgde zijn vader wat varen betreft niet in de voetsporen; hij werd timmerman.
Het schip de “Drie Zusters” is in 1966 aan T. Jonker, koopman te Leeuwarden verkocht. De reden van verkoop was de verlaging van de doorvaarthoogte van de brug bij Kromwâl, Britswerd in 1965. Door deze verlaging kon het schip zijn bestemming niet meer bereiken.
TitelEen takelgestel bestaande uit een eind touw met twee blokken.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer2007-063
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungCa. 3 meter touw met twee blokken. Het touw is opgebouwd uit een kern waaromheen 4 strengen zijn gedraaid. Het eerste blok is een enkelschijfs blok met buitenbeslag voorzien van een hondsvot en een beugel waaraan een ijzeren haak. Aan het hondsvot is het touw bevestigd met een oogsplits voorzien van een metalen puntkous. Het tweede blok is een eenschijfs blok voorzien van buitenbeslag met aleen een beugel waaraan eveneens een ijzeren haak. Van het hondsvot loopt de lijn via de schijf van het tweede blok terug naar de schijf van het eerste blok. Alle schijven zijn van hout.
HintergrundinformationHet touw is genummerd 2007-063-a, de blokken 2007-062-b en c. Het is niet duidelijk waarvoor de takel is gebruikt., In 1901 liet Sybren de Vries een nieuw schip bouwen; een skûtsje. Het schip werd de “De Drie Gezusters” of ook wel korter: “Drie Zusters” genoemd naar de drie dochters van Sybren. Het schip werd gebouwd bij de Gebroeders Barkmeijer te Sneek. Destijds kostte het schip fl. 3000. In 1922 is het schip op de werf van de Firma G.S. van der Werf & Zonen, Britswerd verlengd.
Sybrens vader, Hidde de Vries, voer al in 1820 met een klein houten skûtsje van 18 ton naar Overijssel en Appelscha om turf te halen. Sybren nam het schip over nadat zijn vader aan wal ging wonen.
Sybren de Vries (Lutkewierum 25 december 1867 – Wommels 11 augustus 1959) trouwde op 12 februari 1896 in de gemeente Hennaarderadeel met Pietje Veenstra (Ytens 7 mei 1872 – Lutkewierum 4 januari 1938). Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren Doetje (Lutkewierum 8 april 1897 – Emmeloord 10 juni 1965), Anskje (Lutkewierum 25 augustus 1898 – Sneek 6 november 1977), Jetske (Lutkewierum 28 april 1901 – Bolsward 30 maart 1975) en Jan (Briltil 17 maart 1913 – Rien 21 december 1986).
Zoon Jan bleef met zijn vader op de “Drie Zusters” varen. Jan de Vries trouwde met een vrouw uit Lemmer en in 1942 werd hun zoon Sybren geboren. Jan de Vries en zijn vrouw hebben 27 jaar samen gevaren. De turf werd uit Klazienaveen gehaald, soms wel 10 vrachten per jaar. Behalve turfschipper was Jan de Vries ook brandstoffenhandelaar, leverancier van petroleum en gasflessen, krantenbezorger, timmerman en onbezoldigd rijksveldwachter. Zoon Sybren volgde zijn vader wat varen betreft niet in de voetsporen; hij werd timmerman.
Het schip de “Drie Zusters” is in 1966 aan T. Jonker, koopman te Leeuwarden verkocht. De reden van verkoop was de verlaging van de doorvaarthoogte van de brug bij Kromwâl, Britswerd in 1965. Door deze verlaging kon het schip zijn bestemming niet meer bereiken.
TitelEen eind touw met twee blokken, vermoedelijk een klauwval.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer2007-064
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungCa. 24 meter vierstrengs touw met twee blokken. Het onderste blok is een enkelschijfs blok met buitenbeslag voorzien van een haak over de schijf . Het tweede blok heeft ook één schijf. Het buitenbeslag is voorzien van een hodsvot en een haak over de as. Aan het hondsvot is het touw bevestigd met een oogsplits voorzien van een metalen puntkous. Van het hondsvot loopt de lijn via de schijf van het eerste blok terug naar de schijf van het tweede blok. Alle schijven zijn van hout.
HintergrundinformationHet touw is genummerd 2007-064-a, de blokken 2007-064-b en c. Waarschijnlijk betreft het een klauwval. Gezien de lengte van het touw kan dit dan worden gebruikt voor een hijs van maximaal 8 meter. Bij de klauwval komt het vaak voor dat het bovenste blok dat tegen de mast aanhing de haak over de as heeft. Hierdoor ligt het dan met de platte kant tegen de mast waardoor de vallen dicht bij de mast blijven., In 1901 liet Sybren de Vries een nieuw schip bouwen; een skûtsje. Het schip werd de “De Drie Gezusters” of ook wel korter: “Drie Zusters” genoemd naar de drie dochters van Sybren. Het schip werd gebouwd bij de Gebroeders Barkmeijer te Sneek. Destijds kostte het schip fl. 3000. In 1922 is het schip op de werf van de Firma G.S. van der Werf & Zonen, Britswerd verlengd.
Sybrens vader, Hidde de Vries, voer al in 1820 met een klein houten skûtsje van 18 ton naar Overijssel en Appelscha om turf te halen. Sybren nam het schip over nadat zijn vader aan wal ging wonen.
Sybren de Vries (Lutkewierum 25 december 1867 – Wommels 11 augustus 1959) trouwde op 12 februari 1896 in de gemeente Hennaarderadeel met Pietje Veenstra (Ytens 7 mei 1872 – Lutkewierum 4 januari 1938). Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren Doetje (Lutkewierum 8 april 1897 – Emmeloord 10 juni 1965), Anskje (Lutkewierum 25 augustus 1898 – Sneek 6 november 1977), Jetske (Lutkewierum 28 april 1901 – Bolsward 30 maart 1975) en Jan (Briltil 17 maart 1913 – Rien 21 december 1986).
Zoon Jan bleef met zijn vader op de “Drie Zusters” varen. Jan de Vries trouwde met een vrouw uit Lemmer en in 1942 werd hun zoon Sybren geboren. Jan de Vries en zijn vrouw hebben 27 jaar samen gevaren. De turf werd uit Klazienaveen gehaald, soms wel 10 vrachten per jaar. Behalve turfschipper was Jan de Vries ook brandstoffenhandelaar, leverancier van petroleum en gasflessen, krantenbezorger, timmerman en onbezoldigd rijksveldwachter. Zoon Sybren volgde zijn vader wat varen betreft niet in de voetsporen; hij werd timmerman.
Het schip de “Drie Zusters” is in 1966 aan T. Jonker, koopman te Leeuwarden verkocht. De reden van verkoop was de verlaging van de doorvaarthoogte van de brug bij Kromwâl, Britswerd in 1965. Door deze verlaging kon het schip zijn bestemming niet meer bereiken.
TitelEen eind touw met twee blokken, mogelijk een piekeval.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
Objektnummer2007-065
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungCa. 53 meter vierstrengs touw met twee blokken. Het eerste blok is een enkelschijfs blok met buitenbeslag voorzien van een haak over de schijf. De haak kan worden geborgd met een bout met vleugelkop. De as van dit blok is geborgd met twee strookjes leer die in de wangen zijn vastgespijkerd. Het tweede blok heeft twee schijven. Het buitenbeslag is hier voorzien van een hondsvot en een haak over de schijf. Aan het hondsvot is het touw bevestigd met een oogsplits voorzien van een metalen puntkous. Van het hondsvot loopt de lijn via de eerste schijf van het eerste blok terug naar de schijf van het tweede blok. Vervolgens loopt het halende part door de tweede schijf van het eerste blok. Alle schijven zijn van hout.
HintergrundinformationHet touw is genummerd 2007-065-a, de blokken 2007-065-b en c. Mogelijk betreft het een piekeval. Vooral de lengte van de lijn doet vermoeden dat het een val betreft. Dit zou dan een hijs zijn van maximaal 13 meter. De geschroefde borg was eenvoudiger te verwijderen dan een gebonden borg wat er op kan duiden dat het een blok was dat vaak in- en uitgehaakt werd. Dit zou dan het blok kunnen zijn dat aan de gaffel was bevestigd. Het andere blok zat dan bovenin de mast en kon wel met een bindsel worden geborgd., In 1901 liet Sybren de Vries een nieuw schip bouwen; een skûtsje. Het schip werd de “De Drie Gezusters” of ook wel korter: “Drie Zusters” genoemd naar de drie dochters van Sybren. Het schip werd gebouwd bij de Gebroeders Barkmeijer te Sneek. Destijds kostte het schip fl. 3000. In 1922 is het schip op de werf van de Firma G.S. van der Werf & Zonen, Britswerd verlengd.
Sybrens vader, Hidde de Vries, voer al in 1820 met een klein houten skûtsje van 18 ton naar Overijssel en Appelscha om turf te halen. Sybren nam het schip over nadat zijn vader aan wal ging wonen.
Sybren de Vries (Lutkewierum 25 december 1867 – Wommels 11 augustus 1959) trouwde op 12 februari 1896 in de gemeente Hennaarderadeel met Pietje Veenstra (Ytens 7 mei 1872 – Lutkewierum 4 januari 1938). Uit het huwelijk werden vier kinderen geboren Doetje (Lutkewierum 8 april 1897 – Emmeloord 10 juni 1965), Anskje (Lutkewierum 25 augustus 1898 – Sneek 6 november 1977), Jetske (Lutkewierum 28 april 1901 – Bolsward 30 maart 1975) en Jan (Briltil 17 maart 1913 – Rien 21 december 1986).
Zoon Jan bleef met zijn vader op de “Drie Zusters” varen. Jan de Vries trouwde met een vrouw uit Lemmer en in 1942 werd hun zoon Sybren geboren. Jan de Vries en zijn vrouw hebben 27 jaar samen gevaren. De turf werd uit Klazienaveen gehaald, soms wel 10 vrachten per jaar. Behalve turfschipper was Jan de Vries ook brandstoffenhandelaar, leverancier van petroleum en gasflessen, krantenbezorger, timmerman en onbezoldigd rijksveldwachter. Zoon Sybren volgde zijn vader wat varen betreft niet in de voetsporen; hij werd timmerman.
Het schip de “Drie Zusters” is in 1966 aan T. Jonker, koopman te Leeuwarden verkocht. De reden van verkoop was de verlaging van de doorvaarthoogte van de brug bij Kromwâl, Britswerd in 1965. Door deze verlaging kon het schip zijn bestemming niet meer bereiken.