BeschreibungGeboortelepel. Getordeerde steel, aan de bovenzijde in Jugendstil versierd met lelies. Op de achterzijde van de bak de inscriptie 'Den 2 januari 1909 is geboren te Markelo Sybrichje Rinia Sieperda'.
HintergrundinformationJohannes Henricus Schijfsma. Geboren 31 dec. 1850 te Woudsend, overleden te Sneek op 19 maart 1911. Zoon van Johannes Schijfsma Joh.zn. en Anna Katrina Campen. Vader had een zilversmederij aan het Grootzand 68 te Sneek. Johannes Henricus was aanvankelijk onderwijzer (Groningen). Nam in 1902 de zaak van zijn vader over. Hij trouwde met Grietje van der Feer (1853-1945). Hun zoon Johannes (geboren in 1882) nam in 1911 de smederij over. Het Mt. 6729 werd waarschijnlijk gebruikt in de overgangsperiode: tussen het overdoen van de zaak aan Johannes Hendricus in 1902 en het overlijden van de vader in 1903., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 7 jan. 1988.
- Genealogische Aantekeningen familie Schijfsma door mevr. A.S.C. van Meurs-Schijfsma
- Archief Fries Scheepvaart Museum.
TitelJohannes van der Lely, Leeuwarden - Kerkboek met goudbeslag.
HerstellerLely, Johannes van der
StichwörterKingma, Hylkia
Objektnummer1997-161
Periode van1700
Periode tot1749
BeschreibungKerkboek. Bruin fluwelen band. Gouden beslag. De knip is versierd met bloemmotieven. De haak is versierd met een vrouwenfiguur met veer (allegorie op de Faam). Met inscriptie. Op de haak is aan de binnenzijde ingepunt: '1849 - H. Kingma'.
HintergrundinformationDe knip van het kerkboek is vervaardigd door Johannes van der Lely (1673-1749) te Leeuwarden. De haak van het kerkboek is vervaardigd door een onbekende meester uit de 19de eeuw. De op de knip vermelde H. Kingma is Hylkia Kingma (Makkum, 26 maart 1826 - Sneek, 7 augustus 1875). Zij trouwde in 1850 met Johannes Halbertsma, boterhandelaar te Sneek (Grou, 26 mei 1827 - Sneek, 28 februari 1884). Zij woonden op Kleinzand 10 te Sneek. Oorspronkelijk was er een kerkboek met twee knippen. Deze zijn gescheiden en verwerkt op twee kerkboeken. De andere knip is genummerd 1984-248., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1984, p. 24
TitelJohannes van der Lely, Leeuwarden - Kerkboek met goudbeslag.
HerstellerLely, Johannes van der
StichwörterKingma, Hylkia
Objektnummer1984-248
Periode van1700
Periode tot1749
BeschreibungKerkboek. Rood fluwelen band. Gouden beslag. De knip is versierd met bloemmotieven. De haak is versierd met een vrouwenfiguur met vrijheidshoek op staak. Met inscriptie. Op de haak is aan de binnenzijde ingepunt: 'H. Kingma - 1849'.
HintergrundinformationDe knip van het kerkboek is vervaardigd door Johannes van der Lely (1673-1749) te Leeuwarden. De haak van het kerkboek is vervaardigd door een onbekende meester uit de 19de eeuw. De op de knip vermelde H. Kingma is Hylkia Kingma (Makkum, 26 maart 1826 - Sneek, 7 augustus 1875). Zij trouwde in 1850 met Johannes Halbertsma, boterhandelaar te Sneek (Grou, 26 mei 1827 - Sneek, 28 februari 1884). Zij woonden op Kleinzand 10 te Sneek. De schenkster kreeg het kerkboek uit de boedel van haar schoonmoeder, mevr. Jeltje ten Cate-Halbertsma, die van 1912-1945 in het pand Kleinzand 12 (museum) woonde. Oorspronkelijk was er een kerkboek met twee knippen. Deze zijn gescheiden en verwerkt op twee kerkboeken. De andere knip is genummerd 1997-161., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1984, p. 24
BeschreibungFoliobijbel. In 1657 gedrukt door de Weduwe Paulus Aertsz van Ravesteyn te Amsterdam, echter in feite verzorgd door de erven Johan Elsevier (de bijbel is niet in gothische letters gedrukt maar in de Elsevierletter). De titelbladen, kaarten en prenten zijn gekleurd met waterverf en met goud gehoogd. De houten band is gevat in marokijnleder met gestempelde en vergulde versieringen. Voorts beslag van zilver: acht hoekstukken, twee sloten en twee plaquettes. Het zilverbeslag heeft de vorm van kwabben. Op de voorplaat dragen de vier hoekstukken het jaartal 'AN / NO / 16 / 72' en achterop 'AN / NO / 17 / 84'. Op de voorste plaquette het wapen van de familie Napjus (links een halve adelaar, rechtsboven een kelk en rechtsonder een kruis) en achterop het wapen van de familie Nauta. Op de buitenzijde van de sloten de wapens van Aylva en Brunsveldt en aan de binnenzijde de inscripties 'Everhard P. Nappius / Predikant te Midlum / De Heere is mijn Baniere' en 'Sjuke Feddes / Zijn Huis-vrouw / De Heere is myn Deel'. De cartouches van de sloten zijn versierd met gegeraveerde afbeeldingen van bijbelverhalen over de Storm op het meer (Mattheus 8:23-27), Aaron en Hur ondersteunen Mozes (exodus 17:12-12), de ark van Noach (Genesis 8:17-18) en Paulus met het schip bij Clauda (Handelingen 27:1-22). Het titelblad draagt een gedrukt opdracht aan Evert Napjus: 'Ter Eeuwiger gedachtenis / wort deze / BIBEL / Aan den Hoogbegaafden en Onvergelijkelijken Leeraar / Evert Pieterszoon Nappius / Predikant in Midlum, / Opgeoffert, / Met zulk een genegentheyt en vuyrigen yver / als / Zijn' Eerwaardighydt / Ons, en all' ons scheepsvolk, / By tijds en ontijds, by dag en nacht, by storm en onweer, by moedig / en gruwelijk Zeegevecht, by zieken en gequetsten, en anderzins, door / zijn onbesweken moedigheyt en onvermoeyde zorg, / Zeer Christelijken leerde, hertgrondig vertrooste, tot hun pligt aanporde, en yder in de borst / etste, hoe zoet en zalig het is voor God en de goede-zaak te winnen of sterven / Door / Zijn Eerwaardigheyts / Verplichte Vrienden, / Hans Willem, baron van Aylva, Lt.Al. van Frieslandt / Henrik Brunsvelt, Schout by Nacht van Frieslandt / Jan Janszen Vyzelaar Capitein / Wijtze van Beyma Capiteyn / Barent Hiddes de Fries capitein / Joost Michiels Kuyk capiteyn / Yede Hylkes Koolart capitein / Jan Pieters Vinkelbosch capitein'.
HintergrundinformationDe verfraaiïngen van de titelbladen, plattegronden, kapitalen en gravures zijn uitgevoerd door Dirck Jansz van Santen (circa 1638-1708) uit Amsterdam. De gravures met bijbelse voorstelling zijn vervaardigd door Sebastian Furch, die zich baseerde op gravures uit de serie Icones Biblicae (uitgegeven door Cornelis Danckerts in 1648).
Evert Pieters Napjus, die zich later wel Everhardus Petri liet noemen, genoot geen universitaire opleiding. In 1655 werd hij op grond van bijzondere gaven met toestemming van de Friese synode door de Classis Bolsward toegelaten tot de evangeliebediening en in 1656 was zijn eerste standplaats Midlum. In 1665 werd hij veldpredikant bij Prins Johan Maurits van Nasssau 'de Braziliaan' en een jaar later schakelde Tjerk Hiddes hem in als vlootpredikant op het Friese smaldeel. Hij was als zodanig werkzaam in de Tweede Engelse oorlog (1665-1667). In 1671, toen de Staten-Generaal een grote vloot deden uitrusten (Derde Engelse oorlog van 1672-1674), werd opnieuw een beroep op ds. Napjus gedaan om dienst te doen als vlootpredikant. Hij maakte de zeetocht mee aan boord van de Prins Hendrik Caisimir, het schip van schoot-bij-nacht Brunsveldt, die in zijn journaal van deze tocht meermalen meding van hem maakt. Brunsveldt was er trots op dat ook andere officieren en zelfs luitenant Admiraal Banckert zich naar zijn schip lieten roeien om zijn preken te horen. In 1672 nam hij afscheid van de vloot. De officieren boden hem toen de bijbel aan. In 1673 en 1674 was Napjus weer veldpredikant van Johan Maurits van Nassau. In 1675 verliet hij Midlum en vestigde zich te Amersfoort. Daar bleef hij niet lang. Al na enkele maanden werd hij predikant te Harlingen. In 1677 was hij praeses van de Synode van Sneek. Hij overleed te Harlingen op 6 mei 1688.
Vererving: Na de dood van Evert Napjus zal de bijbel geërfd zijn door zijn in 1660 geboren zoon Pieter Napjus, predikant in Nieuw Brongerga (overleden aldaar in 1703). Later kwam de bijbel terecht in een andere tak van de familie. In 1784 werd Elco Pieters Napjus (1728-1803), de schijver van de Historische Kroniek van Sneek, de eigenaar. Hij plakte er een briefje in met waaruit bleek dat hij de bijbel heeft laten restaureren en daarna present deed aan diens zoon Leonardus Napjus, die predikant was. Dit jaartal heeft Napjus aan laten brengen op de achterkant van de bijbel. Leonardus Napjus was predikant in Weidum, Garyp c.a., Boazum, Ureterp en Holwerd. Hij overleed op 31 aug. 1826 te Sneek. Hoewel zijn huwelijk niet kinderloos was, werd de bijbel geërfd door zijn broer Hayo Napjus (Sneek 1773-1850), die getrouwd was met Grietje Stam. Zij bepaalden middels een briefje in de bijbel dat de bijbel na hun dood tegen betaling van f. 100,= gegeven zou worden aan hun zoon Auke Stam van Napjus (Sneek 1795-1857). Later eigenaren betaalden bij erfenis ook steeds f. 100,= voor de bijbel: Auke's zoon, de horlogemaker Hayo Napjus (Sneek, 1828-1887) en diens zoon Auke (1859-1942). Na de Tweede Wereldoorlog heeft de bijbel behoord tot de collectie van het Groningen Museum. De familie Napjus heeft tegen het museum een aantal juridische porcessen gevoerd om de bijbel terug te krijgen. In 1957 werd het vonnis gewezen door het Gerechtshof van Leeuwarden: de bijbel werd toegewezen aan de familie Napjus. In 1967 werd de bijbel bewaard door mevr. J. van Hees-Napjus te Huizum. In 1982 kreeg het Fries Scheepvaart Museum de bijbel in bruikleen van dr. Petrus Napjus uit Delft. Hij was de kleinzoon van Petrus Napjus, een broer van eerder genoemde Auke Napjus (185901942). In 1995 verkocht dr. Petrus Napjus de bijbel aan het Fries Scheepvaart Museum., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 22
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1995, pp. 21-22
- S. ten Hoeve 'De vlootbijbel van ds. Evert Pietersz. Napjus' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, pp. 81-83
BeschreibungVork. Onversierd. Steel met enkel lof aan de tanden bevestigd. Op de achterzijde van de steel de inscriptie: 'H'. Steeluiteinde: rond met flauwe kam.
HintergrundinformationJohannes Schijfsma Joh.zn., geboren te Sneek op 4 okt. 1821 en aldaar overleden op 25 april 1903. Zoon van stamvader Johannes Jans Schijfsma (1793-1864) en Anna Sophia Kresner (1788-1845). Stichtte met zijn vader in 1847 de firma J. Schijfsma en zoon (1847-1853). Begon in 1848 een goud- en zilversmederij in Woudsend. Vertrok in 1854 naar Sneek en vestigde zich aan het Grootzand 68. Hij trouwde op 9 maart 1848 met Anna Katrina Campen. Hij behield het bedrijf tot 1902 (op 15 feb. 1902 werden zijn meestertekens vernietigd). De zaak werd overgenomen door zijn zoon Johannes Henricus Schijfsma., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 7 jan. 1988.
- Genealogische Aantekeningen familie Schijfsma door mevr. A.S.C. van Meurs-Schijfsma
- Archief Fries Scheepvaart Museum.
BeschreibungLoddereindoosje. Cilindervormig. Zijden zijn geribbeld en slechts versierd met een hartje. Op de bovenzijde van het deksel acanthusloof- en arceerversieringen.
HintergrundinformationJohannes Schijfsma Joh.zn., geboren te Sneek op 4 okt. 1821 en aldaar overleden op 25 april 1903. Zoon van stamvader Johannes Jans Schijfsma (1793-1864) en Anna Sophia Kresner (1788-1845). Stichtte met zijn vader in 1847 de firma J. Schijfsma en zoon (1847-1853). Begon in 1848 een goud- en zilversmederij in Woudsend. Vertrok in 1854 naar Sneek en vestigde zich aan het Grootzand 68. hij trouwde op 9 maart 1848 met Anna Katrina Campen. Hij behield het bedrijf tot 1902 (op 15 febr. 1902 werden zijn meestertekens vernietigd). De zaak werd overgenomen door zijn zoon Johannes Henricus Schijfsma., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 7 jan. 1988.
- Genealogische Aantekeningen familie Schijfsma door mevr. A.S.C. van Meurs-Schijfsma
- Archief Fries Scheepvaart Museum.
TitelJ. Schijfsma, Woudsend/Sneek - Paplepel, gebruikt als geboortelepel
HerstellerSchijfsma Joh.zn., J.
StichwörterSchijfsma, Kaatje
Objektnummer1987-335
Periode van1866
Periode tot1866
BeschreibungZilveren paplepel. Steel met enkel lof bevestigd aan de bak. Gebruikt als geboortelepel. Op de achterzijde van de bak: 'Kaatje Schijfsma geboren den 18 November 1863'.
HintergrundinformationKaatje Schijfsma is de dochter van de zilversmid die de lepel vervaardigde: Johannes Schijfsma Joh.zn.
Johannes Schijfsma Joh.zn., geboren te Sneek op 4 okt. 1821 en aldaar overleden op 25 april 1903. Zoon van stamvader Johannes Jans Schijfsma (1793-1864) en Anna Sophia Kresner (1788-1845). Stichtte met zijn vader in 1847 de firma J. Schijfsma en zoon (1847-1853). Begon in 1848 een goud- en zilversmederij in Woudsend. Vertrok in 1854 naar Sneek en vestigde zich aan het Grootzand 68. Hij trouwde op 9 maart 1848 met Anna Katrina Campen. Hij behield het bedrijf tot 1902 (op 15 feb. 1902 werden zijn meestertekens vernietigd). De zaak werd overgenomen door zijn zoon Johannes Henricus Schijfsma., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 7 jan. 1988.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1987, p. 25
- Genealogische Aantekeningen familie Schijfsma door mevr. A.S.C. van Meurs-Schijfsma
- Archief Fries Scheepvaart Museum.
BeschreibungAvondmaalskan. De kan is van glad, gedreven zilver. De voet is in de stam versierd met knorren, de buik is volledig glad. De overgang van de buik naar de tuit is gefacetteerd. De kan heeft een gegoten oor en een flapdeksel, versierd met druiventros.
HintergrundinformationDe avondmaalskan is van de Doopsgezinde Gemeente van Sneek.
Hoewel het ontbreken van een jaarletter een precieze datering niet toelaat, mag worden aangenomen dat de kan tegelijk met de twaalf bekers, de broodschaal en het doopbekken is gemaakt: in de jaren 1866-1867.
In 1850 schafte de Hervormde gemeente van Sneek, daartoe in staat gesteld door een legaat, een uitgebreid avondmaalsservies aan. Dat een Amsterdamse zilversmid en niet een Sneker dit servier leverde zette veel kwaad bloed. In 1866 lieten de doorgaans sobere Doopsgezinden, wellicht geïnspireerd door de Hervormde aanschaf, een nog uitgebreider avondmaalsservies maken, ditmaal wel door Sneker zilversmeden.
Johannes Schijfsma Joh.zn., geboren te Sneek op 4 okt. 1821 en aldaar overleden op 25 april 1903. Zoon van stamvader Johannes Jans Schijfsma (1793-1864) en Anna Sophia Kresner (1788-1845). Stichtte met zijn vader in 1847 de firma J. Schijfsma en zoon (1847-1853). Begon in 1848 een goud- en zilversmederij in Woudsend. Vertrok in 1854 naar Sneek en vestigde zich aan het Grootzand 68. Hij trouwde op 9 maart 1848 met Anna Katrina Campen. Hij behield het bedrijf tot 1902 (op 15 feb. 1902 werden zijn meestertekens vernietigd). De zaak werd overgenomen door zijn zoon Johannes Henricus Schijfsma., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 7 jan. 1988
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, p. 23
- Genealogische Aantekeningen familie Schijfsma door mevr. A.S.C. van Meurs-Schijfsma
- Archief Fries Scheepvaart Museum.
BeschreibungAvondmaalskan. De kan is van glad, gedreven zilver. De voet is in de stam versierd met knorren, de buik is volledig glad. De overgang van de buik naar de tuit is gefacetteerd. De kan heeft een gegoten oor en een flapdeksel, versierd met druiventros.
HintergrundinformationDe avondmaalskan is van de Doopsgezinde Gemeente van Sneek.
Hoewel het ontbreken van een jaarletter een precieze datering niet toelaat, mag worden aangenomen dat de kan tegelijk met de twaalf bekers, de broodschaal en het doopbekken is gemaakt: in de jaren 1866-1867.
In 1850 schafte de Hervormde gemeente van Sneek, daartoe in staat gesteld door een legaat, een uitgebreid avondmaalsservies aan. Dat een Amsterdamse zilversmid en niet een Sneker dit servier leverde zette veel kwaad bloed. In 1866 lieten de doorgaans sobere Doopsgezinden, wellicht geïnspireerd door de Hervormde aanschaf, een nog uitgebreider avondmaalsservies maken, ditmaal wel door Sneker zilversmeden.
Johannes Schijfsma Joh.zn., geboren te Sneek op 4 okt. 1821 en aldaar overleden op 25 april 1903. Zoon van stamvader Johannes Jans Schijfsma (1793-1864) en Anna Sophia Kresner (1788-1845). Stichtte met zijn vader in 1847 de firma J. Schijfsma en zoon (1847-1853). Begon in 1848 een goud- en zilversmederij in Woudsend. Vertrok in 1854 naar Sneek en vestigde zich aan het Grootzand 68. Hij trouwde op 9 maart 1848 met Anna Katrina Campen. Hij behield het bedrijf tot 1902 (op 15 feb. 1902 werden zijn meestertekens vernietigd). De zaak werd overgenomen door zijn zoon Johannes Henricus Schijfsma., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 7 jan. 1988
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, p. 23
- Genealogische Aantekeningen familie Schijfsma door mevr. A.S.C. van Meurs-Schijfsma
- Archief Fries Scheepvaart Museum.
BeschreibungAvondmaalskan. De kan is van glad, gedreven zilver. De voet is in de stam versierd met knorren, de buik is volledig glad. De overgang van de buik naar de tuit is gefacetteerd. De kan heeft een gegoten oor en een flapdeksel, versierd met druiventros.
HintergrundinformationDe avondmaalskan is van de Doopsgezinde Gemeente van Sneek.
Hoewel het ontbreken van een jaarletter een precieze datering niet toelaat, mag worden aangenomen dat de kan tegelijk met de twaalf bekers, de broodschaal en het doopbekken is gemaakt: in de jaren 1866-1867.
In 1850 schafte de Hervormde gemeente van Sneek, daartoe in staat gesteld door een legaat, een uitgebreid avondmaalsservies aan. Dat een Amsterdamse zilversmid en niet een Sneker dit servier leverde zette veel kwaad bloed. In 1866 lieten de doorgaans sobere Doopsgezinden, wellicht geïnspireerd door de Hervormde aanschaf, een nog uitgebreider avondmaalsservies maken, ditmaal wel door Sneker zilversmeden.
Johannes Schijfsma Joh.zn., geboren te Sneek op 4 okt. 1821 en aldaar overleden op 25 april 1903. Zoon van stamvader Johannes Jans Schijfsma (1793-1864) en Anna Sophia Kresner (1788-1845). Stichtte met zijn vader in 1847 de firma J. Schijfsma en zoon (1847-1853). Begon in 1848 een goud- en zilversmederij in Woudsend. Vertrok in 1854 naar Sneek en vestigde zich aan het Grootzand 68. Hij trouwde op 9 maart 1848 met Anna Katrina Campen. Hij behield het bedrijf tot 1902 (op 15 feb. 1902 werden zijn meestertekens vernietigd). De zaak werd overgenomen door zijn zoon Johannes Henricus Schijfsma., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 7 jan. 1988
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, p. 23
- Genealogische Aantekeningen familie Schijfsma door mevr. A.S.C. van Meurs-Schijfsma
- Archief Fries Scheepvaart Museum.
BeschreibungAvondmaalskan. De kan is van glad, gedreven zilver. De voet is in de stam versierd met knorren, de buik is volledig glad. De overgang van de buik naar de tuit is gefacetteerd. De kan heeft een gegoten oor en een flapdeksel, versierd met druiventros.
HintergrundinformationDe avondmaalskan is van de Doopsgezinde Gemeente van Sneek.
Hoewel het ontbreken van een jaarletter een precieze datering niet toelaat, mag worden aangenomen dat de kan tegelijk met de twaalf bekers, de broodschaal en het doopbekken is gemaakt: in de jaren 1866-1867.
In 1850 schafte de Hervormde gemeente van Sneek, daartoe in staat gesteld door een legaat, een uitgebreid avondmaalsservies aan. Dat een Amsterdamse zilversmid en niet een Sneker dit servier leverde zette veel kwaad bloed. In 1866 lieten de doorgaans sobere Doopsgezinden, wellicht geïnspireerd door de Hervormde aanschaf, een nog uitgebreider avondmaalsservies maken, ditmaal wel door Sneker zilversmeden.
Johannes Schijfsma Joh.zn., geboren te Sneek op 4 okt. 1821 en aldaar overleden op 25 april 1903. Zoon van stamvader Johannes Jans Schijfsma (1793-1864) en Anna Sophia Kresner (1788-1845). Stichtte met zijn vader in 1847 de firma J. Schijfsma en zoon (1847-1853). Begon in 1848 een goud- en zilversmederij in Woudsend. Vertrok in 1854 naar Sneek en vestigde zich aan het Grootzand 68. Hij trouwde op 9 maart 1848 met Anna Katrina Campen. Hij behield het bedrijf tot 1902 (op 15 feb. 1902 werden zijn meestertekens vernietigd). De zaak werd overgenomen door zijn zoon Johannes Henricus Schijfsma., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 7 jan. 1988
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, p. 23
- Genealogische Aantekeningen familie Schijfsma door mevr. A.S.C. van Meurs-Schijfsma
- Archief Fries Scheepvaart Museum.
BeschreibungZilveren lepel met afgeschuinde bak. Lepel en steel uit één stuk. Onversierd. Op de achterkant van de steel de inscritpie 'J.d.Zwart / 1916'. De bak is niet schuin door afslijting, maar zo gemaakt en geslepen.
Hintergrundinformationcorrespondentie: S.J. de Wit, Barrewier 3, 8605 BZ Sneek, De functie van de lepel met schuine bak is niet bekend. Johannes Henricus Schijfsma. Geboren 31 dec. 1850 te Woudsend, overleden te Sneek op 19 maart 1911. Zoon van Johannes Schijfsma Joh.zn. en Anna Katrina Campen. Vader had een zilversmederij aan het Grootzand 68 te Sneek. Johannes Henricus was aanvankelijk onderwijzer (Groningen). Nam in 1902 de zaak van zijn vader over. Hij trouwde met Grietje van der Feer (1853-1945). Hun zoon Johannes (geboren in 1882) nam in 1911 de smederij over. Opvallend is dat het meesterteken van Johannes Henricus Schijfsma in 1915, 4 jaar na zijn dood in 1911, nog werd gebruikt. Waarschijnlijk is het door zoon Johannes gebruikt., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 7 jan. 1988.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1994, p. 33
- Genealogische Aantekeningen familie Schijfsma door mevr. A.S.C. van Meurs-Schijfsma
- Archief Fries Scheepvaart Museum.
TitelJ.H. Schijfsma, Sneek - geboortelepel voor Hotscke T. Vlinck.
HerstellerSchijfsma, J.H.
StichwörterVlink, Hotsche
ObjektnummerZ-119
Periode van1908
Periode tot1908
BeschreibungGeboortelepel met eivormige bak en getordeerde steel met een hanekamvormige beëindiging. Op de steel is een bladornament gegraveerd. Achter op de bak in stippelgravure: 'Hotsche T. Vlink geboren 10 mei 1909'.
HintergrundinformationJohannes Henricus Schijfsma. Geboren 31 dec. 1850 te Woudsend, overleden te Sneek op 19 maart 1911. Zoon van Johannes Schijfsma Joh.zn. en Anna Katrina Campen. Vader had een zilversmederij aan het Grootzand 68 te Sneek. Johannes Henricus was aanvankelijk onderwijzer (Groningen). Nam in 1902 de zaak van zijn vader over. Hij trouwde met Grietje van der Feer (1853-1945). Hun zoon Johannes (geboren in 1882) nam in 1911 de smederij over.
Het Mt. 6680 is waarschijnlijk van de overgangsperiode: tussen de overname in 1902 door Johannes Henricus in 1902 en het overlijden van vader Johannes in 1903., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 1 juni 1961, 7 jan. 1988.
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1960, p. 10
- Genealogische Aantekeningen familie Schijfsma door mevr. A.S.C. van Meurs-Schijfsma - Archief Fries Scheepvaart Museum.
StichwörterBuma, Wiardus Willem, Dorhout, Bernardus
Objektnummer1996-139
Periode van1837
Periode tot1837
BeschreibungZilveren dienblad. Rechthoekig van vorm met afgeronde hoeken. Geprofileerde rand met kabel. Voorts glad zilver. In het midden is met schrijfletters gegraveerd: 'Aan de Edel Groot Achterbare Heeren / Mr. Wiardus Willem Buma en Mr. Bernardus Dorhout. / Commissarissen uit het Kollegie van Heeren Gedeputeerde Staten van Friesland / benoemd tot bevordering van de slatting van de trekvaart van Leeuwarden naar Sneek. / In den jare 1837 voor hunne gewigtige diensten in deze hunne betrekking bewezen tot een / blijvend aandenken erkentelijk aangeboden door de gezamentlijke onderhoudspligtigen'.
HintergrundinformationMr. Wiardus Willem Buma. Geboren Leeuwarden 11 okt. 1802 en aldaar overleden op 10 september 1873. Zoon van mr. Bernhardus Buma (1770-1838) en Rolina Maria Hora Siccama (1773-1826). Wiardus Willem Buma was advocaat, lid van Gedeputeerde Staten van Friesland en president van het Gerechtshof van Friesland. Hij trouwde op 10 juli 1823 te Buitenpost met Maria de With, geboren Rinsumageest 30 april 1803, overleden Leeuwarden 8 sept. 1878, dochter van Jan Minnema de With en Catharina van Haersma. Mr. Bernardus Dorhout. Geboren te Harlingen op 1 februari 1797 en te Leeuwarden overleden op 29 mei 1871. Zoon van ds. Ambrosius Dorhout (1753-1827) en Margaretha Jacoba van Bolhuis (1771-1824). Mr. Bernardus Dorhout was advocaat, kantonrechter en lid van Gedeputeerde Staten van Friesland. Hij trouwde te Dantumadeel op 30 oktober 1823 Anna Bergsma, geboren te Dronrijp op 11 maart en 1802 en overleden te Leeuwarden op 26 maart 1825, dochter van Jacob Johan Bergsma en Baukje Zeper. De beide op het dienblad vermelde Gedeputeerden waren familie van elkaar: de vader van Wiardus Willem Buma (Bernhardus Buma) was een neef van Bernardus Dorhout. Ambrosius Dorhout (de vader van Bernardus Dorhout) had een zuster Botje Dorhout, die trouwde met Gerlacus Buma. Hun zoon Bernhardus Buma trouwde met Rolina Maria Hora Siccama. Dat waren de ouders van Wiardus Willem Buma. Het dienblad is nooit in bezit geweest van mr. W.W. Buma en direct in handen gekomen van Bernhardus Dorhout. De bruikleengever kon het blad overnemen van een achter-achter kleindochter van Bernhardus Dorhout, mevrouw J.A.E. de Nerée tot Babberich, geb. barones de Vos van Steenwijk., Vererving: de moeder van mevr. Nerée was J.W. de Vos van Steenwijk-van Royen. Zij erfde het dienblad van haar moeder Catharina Dorhout Mees (1859-1910). Zij was een dochter van Bernhardus Dorhout Mees (1830-1890). Hij was een zoon van Ds. Petrus Mees en Neltje Dorhout. Laatstgenoemde was een zuster van Bernhardus Dorhout aan wie het dienblad was geoffreerd. Omdat het huwelijk van Bernhardus Dorhout en Anna Bergsma kinderloos bleef zal het blad naar zijn peetneef zijn vererfd., De trekvaart tussen Leeuwarden en Sneek is in 1837 geslat. In de muur van de herberg op De Dille (bij Easterwierrum) is een grote gedenksteen ingemetseld met de tekst 'Ter Gedachtenis. In den jare 1837 is de trekvaart strekkende van Sneek tot Schenkenschans langs 21710 ellen ter diepte van 1 El 70 duim beneden Z.P. of 3 El 58 duim beneden den onderkant van dezen gedenksteen geheel geslat en verbeterd (...)'. Voorts op de steen de namen van de onderhoudsplichtingen en andere personen die bij dit project betrokken waren., literatuur:
- Genealogie Buma in: Nederlands Patriciaat nr. 77 (1993), p. 146
- Genealogie Dorhout in: Nederlands Patriciaat nr. 77 (1993), pp. 215-216
- J. Hepkema, Eenvoudige bemerkingen langs straten en wegen (z.p., z.j.), p. 144.
- 'Buma-zilver in nieuwe opstelling' in: Bumabode febr. 1997, p. 15.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1996, p. 25
BeschreibungStuurwiel van de reddingboot Insulinde van Oostmahorn. Het wiel bestaat uit twee cirkels en acht gedraaide spaken. De as bestaat uit een metalen huis met een koperen afdekdop. De binnencirkel is voorzien van een koperen strip op de voorkant. Daaraan is een koperen handgreep bevestigd en een zilveren plaatje. Op het plaatje de inscriptie 'Stuurwiel MRB Insulinde Aan schipper Kl. Toxopeus geschonken bij zijn afscheid van de KNZHRM 1 augusutus 1964'.
HintergrundinformationDe eerste Nederlandse motorreddingboot was de Jhr. J.W.H. Rutgers van Rozenburg, in 1907 gebouwd op de Amsterdamse Werf 't Kromhout van D. Goedkoop. (afmetingen 11,50 x 2,80 x 0,75m). Deze boot werd op 13 februari 1908 in Scheveningen in dienst genomen (uit dienst in 1926. Na restauratie opnieuw in dienst gesteld in Lemmer op 20 april 1926, uit dienst in 1930.)
Mees Toxopeus was schipper op de reddingboot C.A. den Tex op Rottumeroog. In oktober 1923 gebeurden een aantal ongelukken met reddingboten. De President van Heel verging op de Maasvlakte, de Brandaris verging in de Eierlandse Gronden en de roeireddingboot van Schiermonnikoog sloeg om. Mees Toxopeus schreef op 4 dec. 1921 de NZHRM een brief waarin hij zijn plannen ontvouwde voor een zelfrichtende reddingboot met een extra zware kiel, luchtkasten, een kiepbak (die zorgt voor het automatisch oprichten van de boot wanneer deze is omgeslagen) en de mogelijkheid de boot zowel bovendeks als onderdeks te besturen. Daartoe was het nodig goed afsluitbare kleppen, pijpen en schoorstenen te construeren. Scheepsbouwer Jan Niestern te Delfzijl zag wel wat in de plannen van Toxopeus. In Nederlands Indië werd onder voorzitterschap van vice-admiraal Umbgrove een comité gevormd dat gelden inzamelde om de plannen van Toxopeus en Niestern te kunnen realiseren. Dat lukte. Na adviezen van prof. E. Vossnack (adviseur van de NZHRM) werd in 1926 begonnen met de bouw. Op 21 december van dat jaar werd de boot te water gelaten. Na proeven werd de boot in de zomer van 1927 operationeel. Het kreeg als thuishaven Oostmahorn. Vanwege de Indische achtergrond kreeg de boot de naam Insulinde. Mees Toxopeus werd de schipper. Afmetingen: lengte 18.80 meter, breedte 4.05 meter en diepgang 1.30 meter. De boot had 21 waterdichte compartimenten, waaronder acht verblijven die door zeven dwarsscheepse schotten waren gescheiden. Er werden twee Kromhoutmotoren van elk 60 pk in geplaatst. Het schip voldeed aan de verwachtingen. Sinds 1927 zijn ook andere reddingboten naar het voorbeeld van de Insulinde gebouwd. De eerste redding was op 29 sept. 1927: de Duitse driemastschoener Sissie in het Friesche Zeegat. De volgende tocht was op 16 nov. 1928: de Zoutkamper visser ZK 77 Nooit Volmaakt. Een dag later redde men zes man van het Zweedse stoomschip Malmö. Een week later werden vijf man gered van het Zweedse stoomschip Hagfors op het Borkumrif. Vanwege deze drie reddingen kreeg de bemanning in 1928 de zilveren draagmedaille van de NZHRM en een zilveren medaille van de Zweedse regering. In totaal maakte de Insulinde 341 tochten (oefentochten niet meegerekend). Op 44 van deze tochten werden 332 mensen gered. De bemanning van de Insulinde werd in de loop der tijden onderscheiden met 57 medailles. De grootste onderscheiding werd verdiend met de redding van twaalf opvarende van het Duitse Stoomschip Bramow op 18 sept. 1935, bij Borkum. In 1936 werd de Insulinde verbouwd: de cockpit achterin verdween. Er werd een tweede verblijf gemaakt. In 1950 werd er in Friesland actie gevoerd voor het inbouwen van nieuwe motoren. Met de opbrengst van f. 50.000,= werden twee 120 pk Gleniffer motoren gekocht en ingebouwd. Mees Toxopeus trad in 1950 af als schipper. Hij werd opgevolgd door zijn jongere broer Klaas Toxopeus. Tijdens het inbouwen van de motoren deed de reddingboot Twenthe tijdelijk dienst in Oostmahorn. Vanaf 1950 maakte Klaas Toxopeus met de vernieuwde Insulinde 170 tochten. Tot de verbeelding spreken de tocht naar het Spaanse schip Sac Baldona (7 nov. 1952), het Nederlandse schip Franca II (1 febr. 1953), Het Duitse Helena Russ (7 okt. 1954) en het Nederlandse schip Willem (17 okt. 1958). Op 1 augustus 1964 werd Siep Zeeman schipper. Klaas Toxopeus nam afscheid. Hij kreeg het suutrwiel van de reddingboot als herinnering. Ook van de Insulinde werd afscheid genomen. Op 16 okt. 1965 is de Insulinde vervangen door de Gebroeders Luden. De Insulinde is terechtgekomen in het Nederlands Scheepvaart Museum te Amsterdam.
Klaas Toxopeus was de broer van Mees Toxopeus. Hij is geboren te Delfzijl op 20 juli 1904 en overleden op 19 december 1981. Hij stamt uit een zeemansgeslacht: zijn vader voer op de zeetjalk De Hoop en zijn oudere broers voeren op zee. Klaas moest van zijn vader werken in een machinefabriek, maar toen dat niet beviel mocht hij met zijn vader mee op de tjalk. Ze voeren op de Duitse eilanden. Ook werkte hij bij een oom in Zoutkamp. Daar vernam hij van zijn broer Mees dat er een vacature was bij het reedingstation Rottum. Klaas werd zo in 1926 stuurman op de reddingboot Hilda van Rottum. Toen in 1929 het station Rottumeroog werd opgeheven, volgde zijn overplaatsing naar Oostmahorn, alwaar hij werd aangesteld als stuurman op de motorreddingboot Insulinde, waarop zijn broer Mees Toxopeus schipper was. In 1950 volgde zijn aanstelling tot schipper van deze reddingboot. In totaal hielp Klaas Toxopeus in 38 dienstjaren bij het reddingwezen 318 mensen redden. In 1951 begon hij zijn ervaringen op schrift te zetten. In 1952 verscheen 'Vliegende Storm' dat zes drukken beleefde. In 1956 volgde de uitgave van dit boek, aangevuld met twee andere verhalen, als omnibus, die sindsdien vijf herdrukken kreeg. In 1958 verscheen van zijn hand 'De Eilander'., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1998, p. 29-30
TitelWybren Alofs Fechter - veertien zilveren vorken versierd met het wapen van Sneek.
HerstellerFechter, Wybren Alofs
Stichwörterheraldiek, Sneek
Objektnummer1980-073
Periode van1722
Periode tot1769
BeschreibungVeertien zilveren vorken met vier tanden. Enkel lof. Op de achterzijde van de stelen is het wapen van Sneek gegraveerd.
HintergrundinformationDe vorken werden gebruikt bij de maaltijden van de Vroedschap van Sneek.
Wybren Alofs Fechter. Geboren te Sneek in 1695. Zoon van tingieter Alof Poppers Fechter en Geertje Wybrens Sanstra. Meester op 28 feb. 1722. Begraven op 25 okt. 1769. Was hopman en burgemeester., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, p. 23
TitelWybren Alofs Fechter, Sneek - Twaalf zilveren lepels met het wapen van Sneek.
HerstellerFechter, Wybren Alofs
Stichwörterheraldiek, Sneek
Objektnummer1980-072
Periode van1722
Periode tot1769
BeschreibungTwaalf zilveren lepels. Op de achterzijde van de stelen is het wapen van Sneek gegraveerd. De bakken zijn met dubbel lof aan de stelen bevestigd.
HintergrundinformationDe lepels werden gebruikt bij de maaltijden van de Vroedschap van Sneek.
Wybren Alofs Fechter. Geboren te Sneek in 1695. Zoon van tingieter Alof Poppers Fechter en Geertje Wybrens Sanstra. Meester op 28 feb. 1722. Begraven op 25 okt. 1769. Was hopman en burgemeester., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, p. 23
TitelWieger Cornelis Schreuder, Sneek - negentien messen met het wapen van Sneek.
HerstellerSchreuder, Wieger Cornelis
Stichwörterheraldiek, Sneek
Objektnummer1980-074
Periode van1719
Periode tot1744
BeschreibungNegentien messen. De messen hebben achtkantige heften van hout, die bekleed zijn met zilver. In het zilver is het wapen van Sneek gegraveerd. In veel van de heften zitten deuken.
HintergrundinformationDe messen werden gebruikt bij de maaltijden van de Vroedschap van Sneek.
Wieger Cornelis Schreuder. Gedoopt te Sneek 14 dec. 1690. Zoon van Cornelis Eeuwes Schreuder en Trijntje Wygers IJsonga. Getrouwd op 7 juni 1722 met Anna Rodenhuis. In 1705 werd Schreuder leerling zilversmid. Vestigde zich van 1719 af als zelfstandig meester. Naast zijn beroep van zilversmid bekleedde hij in sneek ook diverse functies in het stadsbestuur; bij het overlijden van zijn vrouw in aug. 1754 wordt hij 'Olt Burgemeester' genoemd. Was vroedsman en schepen., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, p. 23
TitelA. de Haas, Sneek - prijsbokaal van Sport en Liefdadigheid te Sneek.
HerstellerHaas, Alle Thijs de
Stichwörtervoetbalsport, Sneek
Objektnummer1998-059
Periode van1924
Periode tot1924
BeschreibungZilveren prijsbokaal. Vervaardigd naar het model van de De Ruiterbeker (Rijksmuseum): gladde cuppa met opbollende bodem en een balustervormige stam. De poot staat op een zwarte, houten sokkel. Het deksel valt over de cuppa. Het zilverwerk is met drijf- en graveerwerk versierd. Het deksel is versierd met een rozet en twee randen van acanthusloof met daartussen ingepunte vlakken. De knop van het deksel heeft de vorm van een voetbal. De cuppa is glas en voorzien van geprofileerde randen. Aan een zijde van de cuppa drijfwerk met als voorstelling het stadswapen van Sneek met daarachter twee gekruiste vlaggen (links die van Friesland en rechts die van Sneek) en eronder een banderol met daarop 'SNEEK'. Aan de andere kant een inscriptie 'Wisselprijs / Aangeboden / Door De Commissie / 'Sport en Liefdadigheid' / te / Sneek / 1924'. Op de houten voet is te zien dat er een metalen plaatje op bevestigde is geweest. Dat is echter niet aanwezig.
HintergrundinformationDe vorm van de beker is gebaseerd op de gouden zogenaamde De Ruyter-beker. Deze bokaal, in bezit van het Rijksmuseum in Amsterdam, werd na de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667) als herinnering aan de tocht naar Chatham door de Staten Generlaa aan Michiel Adriaansz. de Ruyter geschonken.
Opvallend is dat het meesterteken van Alle Thijs de Haas uit Sneek wordt gebruikt in een object dat in 1924 is gemaakt, een jaar na de dood van Alle Thijs de Haas. Diens zoon, Thijs de Haas, zette het bedrijf van zijn vader voort onder de naam Firma A.T. de Haas, en maakte waarschijnlijk gebruik van het meesterteken van zijn vader.
Alle Thijs de Haas. Geboren Lemmer 24 sep. 1849. Zoon van Thijs Fokkes de Haas en Akkes Alles Reitsma. Getrouwd te Sneek op 10 nov. 1872 met Aagje van der Wal (dochter van zilversmid G. van der Wal). Overleden op 1 aug. 1923 te Sneek. In 1886 teekenonderwijzer aan de Normaalschool en in 1903 diploma van de Koninklijke fabriek van Zilverbeslag. Het atelier De Haas in Sneek heeft zich in het bijzonder bezig gehouden met het vervaardigen van copieën naar en imitaties in de trant van zilveren voorwerpen uit vroeger eeuwen. Hierbij werden de oude technieken nog op een kwalitatief hoofwaardig niveau toegepast. De werkstukken van De Haas zijn voorzien van quasi oude keurtekens, waaraan soms zijn eigen meesterteken werd toegevoegd., literatuur:
- K.A. Citroen, 'Vervalsing en namaak van zilver in Friesland' In De Vrije Fries, 55 (1975) 14-24
- Nieuwe Sneeker Courant 21 mei 1924.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1998, p. 41-42
TitelS. en H. Reitsma, Sneek - Zilveren comfoor voor koffiepot.
HerstellerReitsma, Steven en Hendrik
Objektnummer1998-094-c
Periode van1904
Periode tot1904
BeschreibungZilveren comfoor met spiritusbrander. Houder op vier poten. De poten zijn gegoten en versierd met maskerons, parelranden en leeuwenklauwen. De buitenrand van de houder is in ajour versierd (ovalen) en afgezet met twee parleranden. De brander heeft een buikig reservoir dat is versierd met drijf- en graveerwerk: tween randen van acanthus en lotus, twee ingepunte randen van dakpanvormen en in het midden een rand van bloemen. Op het reservoir de brander met scharnierend deksel (versierd met acanthus en een parelrand) met draaiwiel en koushouder. Op het comfoor pas een losse ring (treefje). Deze ring is in ajour versierd en het zaagwerk is bovendien voorzien van gegraveerde versieringen: bladranden met vogels.
HintergrundinformationSteven Reitsma. Geboren te Sneek op 19 dec. 1862 en aldaar overleden op 15 dec. 1948. Hendrik Reitsma. Geboren te Sneek op 4 juli 1870 en te Deventer overleden op 2 mei 1916. De beide broers hadden een zilversmederij aan de Lemmerweg te Sneek. Beide zijn het zoons van Tjitte Reitsma (1821-1904) en Froukje Posthumus, en kleinkinderen van zilversmid Steven Tjittes Reitsma uit Lemmer, later Sneek., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, p. 29.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1998, p. 41
BeschreibungZilveren theepot. Buikige vorm met ingezwenkte hals. De buik is versierd met drijf- en graveerwerk: beneden een rand palmetten en lotusbloemen, daarboven een rand ingepunte dakpanvormen, daarboven een bloemenrand met vogels (zeer ver uitgesmeed), daarboven een rand ingepunte dakpanvormen, daarboven een rand van palmetten en lotus. Op de overgang van buik naar hals een parelrand. De hals is versierd met een gedreven rand van bloemen en vogels. Aan de bovenkant van de hals een parelrand, een in ajour versierd rand en bovenaan wederom een parelrand. De theepot staat op vier gegoten pootjes in de vorm van maskerons met leeuwenklauwen. De tuit is gegoten: achtzijdig, aan de onderkant versierd met acanthusloof en aan de bovenkant met en dolfijnenkop. Het oor is opgebouwd uit drie C-vormen: twee kleine en één grote. Deze C-vormen zijn onderling aan elkaar verbonden met porseleinen rinden. Over de rug van het oor parelranden en een gegoten kinderkopje. Het deksel is los. Het is bol van vorm en is versierd met een bloemenrand, een rand ingepunte dakpanvormen en een rozet van acanthus. Op het deksel een knop in de vorm van een schilhoudende leeuw met keizerskroon.
HintergrundinformationSteven Reitsma. Geboren te Sneek op 19 dec. 1862 en aldaar overleden op 15 dec. 1948. Hendrik Reitsma. Geboren te Sneek op 4 juli 1870 en te Deventer overleden op 2 mei 1916. De beide broers hadden een zilversmederij aan de Lemmerweg te Sneek. Beide zijn het zoons van Tjitte Reitsma (1821-1904) en Froukje Posthumus, en kleinkinderen van zilversmid Steven Tjittes Reitsma uit Lemmer, later Sneek., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, p. 29.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1998, p. 41
TitelS. en H. Reitsma, Sneek - Zilveren comfoor voor theepot.
HerstellerReitsma, Steven en Hendrik
Objektnummer1998-094-h
Periode van1904
Periode tot1904
BeschreibungZilveren comfoor met spiritusbrander. Houder op vier poten. De poten zijn gegoten en versierd met maskerons, parelranden en leeuwenklauwen. De buitenrand van de houder is in ajour versierd (ovalen) en afgezet met twee parleranden. De brander heeft een buikig reservoir dat is versierd met drijf- en graveerwerk: tween randen van acanthus en lotus, twee ingepunte randen van dakpanvormen en in het midden een rand van bloemen. Op het reservoir de brander met scharnierend deksel (versierd met acanthus en een parelrand) met draaiwiel en koushouder. Op het comfoor pas een losse ring (treefje). Deze ring is in ajour versierd en het zaagwerk is bovendien voorzien van gegraveerde versieringen: bladranden met vogels.
HintergrundinformationSteven Reitsma. Geboren te Sneek op 19 dec. 1862 en aldaar overleden op 15 dec. 1948. Hendrik Reitsma. Geboren te Sneek op 4 juli 1870 en te Deventer overleden op 2 mei 1916. De beide broers hadden een zilversmederij aan de Lemmerweg te Sneek. Beide zijn het zoons van Tjitte Reitsma (1821-1904) en Froukje Posthumus, en kleinkinderen van zilversmid Steven Tjittes Reitsma uit Lemmer, later Sneek., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, p. 29.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1998, p. 41
TitelS. en H. Reitsma, Sneek - Zilveren suikerpot.
HerstellerReitsma, Steven en Hendrik
Objektnummer1998-094-k
Periode van1904
Periode tot1904
BeschreibungZilveren theepot. Buikige vorm en uitzwenkende bovenrand. De buik is versierd met drijf- en graveerwerk: beneden een rand palmetten en lotusbloemen, daarboven een rand ingepunte dakpanvormen, daarboven een bloemenrand met vogels (zeer ver uitgesmeed), daarboven een rand ingepunte dakpanvormen, daarboven een rand van palmetten en lotus. Op de overgang van buik naar hals een parelrand, dan een versiering in ajour (ovalen) en bovenaan wederom een parelrand. De suikerpot staat op vier poten in de vorm van maskerons met leeuwenklauwen. De twee oren zijn gegoten: C-vorm met krul- en baldversieringen en met een gegoten kinderkopje. Het deksel is los. Het is bol van vorm en is versierd met een bloemenrand, een rand ingepunte dakpanvormen en een rozet van acanthus. Op het deksel een knop in de vorm van een schilhoudende leeuw met keizerskroon.
HintergrundinformationSteven Reitsma. Geboren te Sneek op 19 dec. 1862 en aldaar overleden op 15 dec. 1948. Hendrik Reitsma. Geboren te Sneek op 4 juli 1870 en te Deventer overleden op 2 mei 1916. De beide broers hadden een zilversmederij aan de Lemmerweg te Sneek. Beide zijn het zoons van Tjitte Reitsma (1821-1904) en Froukje Posthumus, en kleinkinderen van zilversmid Steven Tjittes Reitsma uit Lemmer, later Sneek., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, p. 29.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1998, p. 41
BeschreibungZilveren zoutvaatje. Brede voet met golfrand en getorste knorren. Gladde, verjongende stam. Het tafeltje is versierd met knorren en een parelrand. Het geheel staat op drie zilveren bolpoten. Op de overgang van voet naar steel zijn de letters TH ingegraveerd.
HintergrundinformationHet meesterteken is niet goed te lezen. De jaarletters F is duidelijk. De letter is identiek aan de jaarletter van 1721, maar de letter in het zilver heeft geen kroon. Dat zou veroorzaakt kunnen zijn door het bolle oppervlak. Ook tamelijk goed leesbaar is de stadskeur van Sneek (drie gestileerde kronnen). Op basis van Sneek en jaartal blijven een aantal meesters over. Het merk van Jentje Harings Biltius komt dan het dichtst bij dat in het zilver.
Jentje Harings Biltius. Geboren te Sneek in 1682. Zoon van Haring Baukes Biltius en Sjouckje Jentjes. Trouwde met Hylkjen Iedes Edema (zuster van Fedde Iedes Edema). Leerling in 1693. Meester op 6 juni 1707. Laatste vermelding (gildeboek): 1730.
Het zoutvaatje is voor het museum gekocht door W.A. van der Poel te Sneek., literatuur:
- Veilingcatalogus Mak b.v. 8-14 dec. 1998, nr. 710.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1998, p. 41
TitelS. en H. Reitsma, Sneek - Zilveren koffiepot.
HerstellerReitsma, Steven en Hendrik
Objektnummer1998-094-a
Periode van1904
Periode tot1904
BeschreibungZilveren koffiepot. Buikige vorm met ingezwenkte hals. De buik is versierd met drijf- en graveerwerk: beneden een rand palmetten en lotusbloemen, daarboven een rand ingepunte dakpanvormen, daarboven een bloemenrand met vogels (zeer ver uitgesmeed), daarboven een rand ingepunte dakpanvormen, daarboven een rand van palmetten en lotus. Op de overgang van buik naar hals een parelrand. De hals is versierd met een gedreven rand van bloemen en vogels. Aan de bovenkant van de hals een parelrand, een in ajour versierd rand en bovenaan wederom een parelrand. De koffiekan staat op vier gegoten pootjes in de vorm van maskerons met leeuwenklauwen. De tuit is gegoten: achtzijdig, aan de onderkant versierd met acanthusloof en aan de bovenkant met en dolfijnenkop. Het oor is opgebouwd uit drie C-vormen: twee kleine en één grote. Deze C-vormen zijn onderling aan elkaar verbonden met porseleinen rinden. Over de rug van het oor parelranden en een gegoten kinderkopje. Het deksel is los. Het is bol van vorm en is versierd met een bloemenrand, een rand ingepunte dakpanvormen en een rozet van acanthus. Op het deksel een knop in de vorm van een schilhoudende leeuw met keizerskroon.
HintergrundinformationSteven Reitsma. Geboren te Sneek op 19 dec. 1862 en aldaar overleden op 15 dec. 1948. Hendrik Reitsma. Geboren te Sneek op 4 juli 1870 en te Deventer overleden op 2 mei 1916. De beide broers hadden een zilversmederij aan de Lemmerweg te Sneek. Beide zijn het zoons van Tjitte Reitsma (1821-1904) en Froukje Posthumus, en kleinkinderen van zilversmid Steven Tjittes Reitsma uit Lemmer, later Sneek., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, p. 29.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1998, p. 41
TitelOnbekende Duitse zilversmid - Zilveren Hensbeker.
HerstellerPoppe, Cornelius
Objektnummer1980-055
Periode van1696
Periode tot1696
BeschreibungRonde hensbeker of henspot. Bierpul met oor en scharnierend deksel. Pot, deksel en voet zijn versierd met drijf- en graveerwerk: acanthusloof, drie kleine cartouches met landschappen en drie grote cartouches met allegorieën en latijnse teksten, verwijzend naar de Hoop, de Onsterfelijkheid en naar Simson. In de eerste cartouce een vrouw met anker en de tekst 'SPES IMMORTALIS' (De Hoop is onsterfelijk). In de tweede cartouche een vrouw met wolk en lichtstralen en 'IMMORTALE QVODOPTO' (Wat ik wens is het onsterfelijke). In de derde cartouce een gewapende man met leeuwenkop (Simson) en 'DE FORTI DULCEDO' (zoetigheid gaat uit van de sterke). Op de bodem van de beker de inscriptie: 'Haar Hoogheit Henriette Catharine geboren Princesse van Orangen. Furstinne Douarière van Anhalt heeft desen aan de Magistraat van Sneek vereert anno 1697'.
HintergrundinformationDe beker is de stad Sneek in 1696 aangeboden door Henriëtte Catharina van Oranje Nassau - Anhalt, als blijk van waardering voor het feit dat haar het ereburgerschap van de stad was aangeboden. De prinses, dochter van Frederik Hendrik en schoonmoeder van de Friese stadhouder Hendrik Casimir II, had te kennen gegeven de verkrijging van het ereburgerschap op prijs te stellen en het stadsbestuur vond haar verzoek bijzonder vererend. Het liet, na inschrijving van de naam van de prinses in het burgerboek, een met snijwerk versierd memoriebord ophangen in het raadhuis. De stadsbode Zijlstra reisde naar Anhalt en bracht in een zilveren doos de burgerschapsakte aan de prinses die uit dankbaarheid twee henspotten schonk. Eelco Napjus schrijft er in zijn kroniek van Sneek uit 1772 over: 'Dese twee konstig gemaakte massyf, Zilveren vergulde bekers, die dese Vorstinne aan de Magistraat dese Stad heeft vereerd zijn altijd bij den Heer Secretaris in der tijd, in bewaringe, de Grootste houd wel 3 Bouteltjes Wijn, is zeer konstig Gedreven, heeft een Handvat en Deksel met een Knier. De kleinste is een ander Fatsoen, waarop konstig gesneden staat het Wapen van hare Hoogheid, op deselve is een Deksel, en heeft onder 3 zilvere Kloten, welke voor Voeten dienen; Op beide staat Gesneden, dat se door voorschr. Vorstinne aan de Magistraat in dat jaar vereert zijn. Zij worden alle Jaren, op Nieu-Jaar-Avond, en ook wel enkels op Extra Ordinaris Tijden, door Haar Ed. Achtbare gebruikt ter Gedagtenisse, van dese Gebeurtenis'., Opmerkingen van Prof. dr. Joh. ter Molen, directeur van Nationaal Museum Paleis het Loo: de maker van deze druk bewerkte beker is de zilversmid Cornelius Poppe uit Augsburg.
Er worden in die tijd nog geen jaarletters gebruikt, maar wel verandert het stadskeur met grote regelmatigheid. Dit exemplaar wijst op een datering tussen 1695 en 1700. De beker zal dus nieuw geweest zijn toen hij in 1696 werd opgestuurd., literatuur:
- Helmut Seling, Die Kunst der Augsburger Goldschmiede 1529-1868 : Meister, Marken, Werke, München 1980 (niet in eigen bibliotheek)
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, pp 23-25
- E. Napjus, Historische Kronyk, pp. 77-78, 139-140.
- Archieven van de stad Sneek: O.A.S. 74 (26 aug. 1676), O.A.S. 5 (resoluties 1707, folio 147), O.A.S. 322 (17 dec. 1696), O.A.S. 367 (4 dec. 1696).
- Ph.H. Breuker, 'De vestiging van een politiek betrekkelijk onafhankelijk stadhouderschap in Friesland (1657-1672) in: It Beaken 60 (1998), nr. 3/4, pp. 283-284.
TitelJ. Postmus, Hoorn - Etagèrezilver in de vorm van een pot op drie pootjes.
HerstellerPostmus, J. ; Hoorn
Stichwörterpotten
Objektnummer1999-889
Periode van1899
Periode tot1955
BeschreibungEtagèrezilver in de vorm van een pot. De pot heeft een bolle vorm en staat op drie poten. Boven een hengsel.
HintergrundinformationJ. Postmus maakte van 1899 tot 1955 gebruik van het meesterteken Koonings II 6478. De zilversmederij was gevestigd in Amsterdam, Alphen aan den Rijn en Hoorn.
TitelJ. Verhoogt, Hoorn - Etagèrezilver. Scène met varkenshoeder.
HerstellerVerhoogt, J. ; Hoorn
Stichwörterboeren
Objektnummer1999-892
Periode van1915
Periode tot1915
BeschreibungEtagèrezilver. Scène met varkenshoeder. Grondplaat met daarop een varkenshoeder (met driekante steek en stok) een jongen (ook met driekante steek) en drie varkens.
HintergrundinformationHet merk Koonings II 6836 werd door J. Verhoogt te Hoorn gebruikt van 1894 tot 1936.
TitelOnbekende zilversmid - Etagèrezilver in de vorm van een teil.
Herstelleronbekend
Stichwörterteilen
Objektnummer1999-907
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungEtagèrezilver in de vorm van een teil. Ovale bodem. Verticale wand die is versierd met gedreven voorstellingen van bladertakken en guirlandes. De versieringen lopen over de rand. Derhalve wordt verondersteld dat de wand is gezaagd uit een bestaand stuk zilver.
TitelJ. Verhoogt, Hoorn - Etagèrezilver in de vorm van een ophaalbrug.
HerstellerVerhoogt, J. ; Hoorn
Stichwörterbruggen
Objektnummer1999-897
Periode van1912
Periode tot1912
BeschreibungEtagèrezilver in de vorm van een ophaalbrug. Scharnierend brug en bovenstel. Twee opgangen met hekken. Op een van de opgangen een vrouwenfiguurtje.
HintergrundinformationHet merk Koonings II 6836 werd door J. Verhoogt te Hoorn gebruikt van 1894 tot 1936.
TitelOnbekende zilversmid - Etagèrezilver in de vorm van een theepot.
Herstelleronbekend
Stichwörtertheepotten
Objektnummer1999-908
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungEtagèrezilver in de vorm van een theepot. Bolvormige pot. Bol deksel. Scharnierend hengsel. S-vormige tuit. Aan de standring zijn drie horizontale pootjes bevestigd.
BeschreibungGouden damesring. Op de bovenkant twee y-vormige splitsingen en daartussen in een kabelrand een ingelegde transparante steen. Deze steen is dof.
HintergrundinformationDe bruikleengevers kregen de ring van hun moeder Tietje Zijlstra-Van Huizen (overleden Haaksbergen, 10 dec. 1999). Zij had het van een tante, Griet Popkes Zijlstra (geboren Jirnsum 4 nov. 1870, overleden Ryptsjerk 13 febr. 1951). Zij had het van haar ouders Popke Jans Zijlstra (geboren Jirnsum 12 april 1834, overleden Jirnsum 21 jan. 1881) en Neeltje Johannes Westerdijk (geboren Leeuwarden 24 aug. 1833). Popke Jans Zijlstra was kleermaker.
BeschreibungTwee gouden oorbellen. Bolvorm met er boven een kabelrand en een kegelvorm. Aan de top van de kegel een (defecte) ophangring.
HintergrundinformationDe oorbellen horen bij het oorijzer met inv.nr. 2000-074.
De bruikleengevers kregen de oorbellen van hun moeder Tietje Zijlstra-Van Huizen (overleden Haaksbergen, 10 dec. 1999). Zij had het van een tante, Griet Popkes Zijlstra (geboren Jirnsum 4 nov. 1870, overleden Ryptsjerk 13 febr. 1951). Zij had het van haar ouders Popke Jans Zijlstra (geboren Jirnsum 12 april 1834, overleden Jirnsum 21 jan. 1881) en Neeltje Johannes Westerdijk (geboren Leeuwarden 24 aug. 1833). Popke Jans Zijlstra was kleermaker.
TitelPetrus Rienstra, Sneek - twee zilveren zoutvaatjes.
HerstellerRienstra, Petrus Jans
Objektnummer1999-796
Periode van1798
Periode tot1844
BeschreibungTwee identieke zilveren zoutvaatjes. Zilveren standers met glazen bakjes. De standers hebben drie pootjes die naar boven uitwaaieren in rozentakken. Boven een ring, waarin de glazen bakjes rusten. Deze bakjes hebben een geschulpts rand en een gefacetteerde bodem: stervorm. Het zilverwerk is gegoten. Enkele van de pootjes zijn afgebroken geweest en weer aangesoldeerd (soms met steunplaatjes).
HintergrundinformationPetrus Jans Rienstra. Geboren 1773 te Sneek. Trouwde met Ynske Schotanus. Meester in 1798. Ingeschreven in de Keurkamer Sneek in 1807 en in het Franse Stamboek in 1812. Opgehouden in 1844. Bleef winkelier tot 1850. Overleden in 1855.
Over de merken bestaat enige onduidelijkheid: - het meesterteken P.R is op het object afgebeeld met schreefletters, terwijl Voet het merk zonder schreef afbeeldt.
- De O met kroon is waarschijnlijk het herkeuringsmerk van 1807 (kleine Voet, blz. 49)
- De I in gearceerd veld is het merk van ongewaarborgde inlandse werken, in gebruik tussen 1906 en 1953.
- Het merk met de gekroonde asterisk is niet terug te vinden in de lexicons. Het is door verkopers gelezen als de jaarletter K (1804), maar dat is het niet.
- Het merk met de drie kronen is nogal groot (zijn het wel kronen?) en in de tijd van Rienstra is de stadskeur van Sneek drie kronen en een halve adelaar (stadskeur van 1764-1807). Het kan zijn dat die gedeelte van de keur naast het object is afgestempeld. Maar dan is het wel een groot stempel.
TitelJ. Postmus, Hoorn - Etagèrezilver: scène met poppenkast.
HerstellerPostmus, J. ; Hoorn
Stichwörterpoppenkasten
Objektnummer1999-878
Periode van1913
Periode tot1913
BeschreibungEtagèrezilver. Scène met poppenkast. Grondplaat met daarop een poppenkast. In de poppenkast twee beweegbare poppen. Voor de poppenkast een bank met daarop twee mensen. Tussen de poppenkast en de bank een staande man met geheven stok.
HintergrundinformationJ. Postmus maakte van 1899 tot 1955 gebruik van het meesterteken Koonings II 6478. De zilversmederij was gevestigd in Amsterdam, Alphen aan den Rijn en Hoorn.
TitelJ. Postmus, Hoorn - Etagèrezilver. Scène met schildwacht bij wachthuisje.
HerstellerPostmus, J. ; Hoorn
Stichwörterschildwachten, beveiliging
Objektnummer1999-879
Periode van1899
Periode tot1955
BeschreibungEtagèrezilver. Scène met een schildwacht. Beeldje van een man met lans, staand voor een wachthuisje. De gronsplaat is versierd met een dubbele zigzaglijn.
HintergrundinformationJ. Postmus maakte van 1899 tot 1955 gebruik van het meesterteken Koonings II 6478. De zilversmederij was gevestigd in Amsterdam, Alphen aan den Rijn en Hoorn. De merken kloppen niet: het meesterteken en het waarborgmerk zijn goed, de jaarletter en de stedelijke keur zijn echter van voor 1815 en horen niet bij deze 19de-eeuwse merken.
TitelJ. Postmus, Hoorn - Etagèrezilver in de vorm van een man met kruiwagen.
HerstellerPostmus, J. ; Hoorn
Stichwörterkruiwagens
Objektnummer1999-880
Periode van1905
Periode tot1955
BeschreibungEtagèrezilver in de vorm van een man met kruiwagen. De man draagt een driekante steek. De kruiwagen is opgebouwd plaatmateriaal en is versierd met zigzaglijnen. De grondplaat is op dezelfde wijze versierd.
HintergrundinformationJ. Postmus maakte van 1905 tot 1955 gebruik van het meesterteken Koonings II 6512. De zilversmederij was gevestigd in Amsterdam, Alphen aan den Rijn en Hoorn.
TitelJ. Postmus, Hoorn - Etagèrezilver in de vorm van een muizeval.
HerstellerPostmus, J. ; Hoorn
Stichwörtermuizevallen, vallen
Objektnummer1999-881
Periode van1899
Periode tot1955
BeschreibungEtagèrezilver in de vorm van een muizeval. Rechthoekige kooi met verticale tralies. De bodem en de bovenkant zijn van plaatzilver. In een van de korte zijden een valdeurtje. Op de bovenkant de hef (die het deurtje laat vallen) en de pal waarachter de hef wordt vastgezet.
HintergrundinformationJ. Postmus maakte van 1899 tot 1955 gebruik van het meesterteken Koonings II 6478. De zilversmederij was gevestigd in Amsterdam, Alphen aan den Rijn en Hoorn.
TitelJ. Postmus, Hoorn - Etagèrezilver in de vorm van een vogelkooi.
HerstellerPostmus, J. ; Hoorn
Stichwörtervogelkooien, kooien
Objektnummer1999-882
Periode van1899
Periode tot1955
BeschreibungEtagèrezilver in de vorm van een vogelkooi. Ronde bodem en granaatvormige kooi. Beneden een scharnierde deur. Boven een ophangring. In de kooi een ring met daarop een vogel.
HintergrundinformationJ. Postmus maakte van 1899 tot 1955 gebruik van het meesterteken Koonings II 6478. De zilversmederij was gevestigd in Amsterdam, Alphen aan den Rijn en Hoorn.
TitelJ. Postmus, Hoorn - Etagèrezilver in de vorm van een kabinetkast.
HerstellerPostmus, J. ; Hoorn
Stichwörterkabinetten, kasten
Objektnummer1999-883
Periode van1914
Periode tot1914
BeschreibungEtagèrezilver in de vorm van een kabinetkast. Het onderstel is buikig van vorm. Het is voorzien van drie losse laden. Het bovenstuk is recht en is voorzien van een toogvormige kap. Daarop drie toogstukken. Aan de voorkant twee getordeerde kolommen. Twee scharnierende deuren met roeden.
HintergrundinformationJ. Postmus maakte van 1899 tot 1955 gebruik van het meesterteken Koonings II 6478. De zilversmederij was gevestigd in Amsterdam, Alphen aan den Rijn en Hoorn.
TitelJ. Postmus, Hoorn - Etagèrezilver in de vorm van een staand horloge.
HerstellerPostmus, J. ; Hoorn
Stichwörteruurwerken
Objektnummer1999-884
Periode van1914
Periode tot1914
BeschreibungEtagèrezilver in de vorm van een staand horloge. De kast is versierd met bloemmotieven. Op het buikvormige basement een versiering in de vorm van een waterlandschap. In de achterkant van het horloge een deurtje. In de kast een zakhorloge van het merk Clark and Dunster. Het horloge is beschadigd.
HintergrundinformationJ. Postmus maakte van 1899 tot 1955 gebruik van het meesterteken Koonings II 6478. De zilversmederij was gevestigd in Amsterdam, Alphen aan den Rijn en Hoorn.