BeschreibungKerkboek. Lederen omslag met gouden slot. Het slot is versierd met gegraveerde krulversieringen en met uitgezaagde halve-maanvormen. Het kerkboek bevat het Nieuwe Testament en de Psalmen en Gezangen.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungKerkboek. Lederen omslag met gouden slot. Het slot is defect: de sluiting is los. Het beslag is versierd met graveerwerk in geometrische motieven. Op de achterkant van de losse sluiting de inscriptie "G.H. Wiarda 1891". De restanten op de omslag zijn versierd met geometrisch graveerwerk. De rug van het kerkboek is geknapt. Het kerkboek bevat het Nieuwe Testament, Psalmen, Gezangen en de Cathechismus.
HintergrundinformationGrietje Wiarda is op 7 maart 1834 geboren te Baarderadeel, dochter van Hyltje Sybrens Wiarda en Janke Pieters Zetstra. Zij trouwde op 7 mei 1853 te Baarderadeel met Sjoerd Sjoerds Gerbrandy. Hij is geboren 2 febr. 1829 te Baarderadeel, zoon van Sjoerd Joukes Gerbrandy en Lubbrig Martens Stilma. Zij kregen vijf kinderen, allen geboren te Baarderadeel: Jouke (geboren 24 jan. 1854), Janke (geboren 2 juni 1856, Lubbrig (geboren 9 febr. 1858), Hyltje (geboren 25 febr. 1860) en Hyltje (geboren 20 jan. 1862).
Een broer van Sjoerd Sjoerds Gerbrandy was Jouke Sjoerds Gebrandy. Hij trouwde met Hiske Syperda. Hun zoon Jentje Joukes Gerbrandy (geboren Baarderadeel 21 aug. 1848) trouwde met Dieuwke Bootsma. Dieuwke Bootsma is geboren op 26 mei 1853 als dochter van Theunis Ymtes Bootsma en Antje Anskes Syperda. Theunis Bootsma was een zoon van Ymte Johannes Bootsma, boer op Haubois (zie beneden).
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
TitelInktstel, bestaande uit een inktpot, zandstrooier en een thermometer.
Herstelleronbekend
StichwörterLoënga, Bootsma
Objektnummer2002-266
Periode van1875
Periode tot1900
BeschreibungInktstel. Inktpot en zandstrooier van gefacetteerd glas. Beide zijn gemonteerd met een zilveren boven rand en dito dop. De thermometer is verwerkt in een glazen obeliskvorm. De potten en de thermometer staan op een houten plateau, dat voorzien is van pootjes.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungHalsketting. Twee rijen bloedkoralen. Met gouden sluiting in de vorm van een rozet met in het midden een bloedkoraal.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungHanghorloge voor dames. Gouden kast die is versierd met graveerwerk. De wijzerplaat van het horloge is ook goudkleurig. Het horloge hangt aan een lange gouden ketting. Aan de ketting een gouden klem met accoladevormige zijden en een versiering in de vorm van een kabelrand.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungGouden rijring. De buitenkant van de ring is geribbeld. Bovenop drie diamanten in een hoge, massieve zetting.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
TitelGouden armband, bestaande uit vier rijen gouden kettingen aan een brede sluiting.
Herstelleronbekend
StichwörterLoënga, Bootsma
Objektnummer2002-327
Periode van1850
Periode tot1900
BeschreibungGouden armband, bestaande uit vier rijen gouden kettingen aan een brede gouden sluiting die is versierd met kleine granaten. Met veiligheidsketting.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungGouden bootjescollier met granaten. Het collier bestaat uit aaneengeschakelde gouden schakels, die afwisselend twee vormen hebben. De ene vorm is ovaal en draagt één grote granaat met in het midden een gouden rozetje. De andere vorm is die van een rozet en is afgezet met een diamant.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie., literatuur:
- Kunst & antiek journaal, jrg. 13 nr. 1 (januari 2008), p. 8 (over granaat)
BeschreibungGouden doekspeld met amathist. De zetting is open. Er omheen kartelvormen met daarop gezetten rozetjes.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
TitelJ. en E. Rienstra, Sneek - Beugeltas met zilveren beugel.
HerstellerRienstra, Jan, Rienstra, E.
Stichwörterbijbelse figuren, Loënga, Bootsma
Objektnummer2002-102
Periode van1807
Periode tot1807
BeschreibungBeugeltas. Zilveren beugel. Accoladevormig. Versierd met rocailles, waartussen cartouches met allegorieën (Gerechtigheid en Geloof) en twee zwanen. In de gladde achterkant het opschrift "Beitske Jentjes /1807". De beugelhaak is op de voorzijde versierd met rocailles en een voorstelling van een gehoornde Mozes met de tafelen der Wet. De tas is gebreid van zwarte en verzilverde kralen.
HintergrundinformationJan Pieters Rienstra. Geboren Sneek in 1745. Zoon van Pieter Rienstra en Eeke Ypes. Trouwde (1) met Ymke Bouma in 1771. Trouwde (2) met Akke Nijland. Meester te Sneek in 1771. Ingeschreven in de keurkamer Sneek in 1807. Overleden op 20 febr. 1832. In 1772 vestigde hij zich in de Potstraat te Sneek. Was burger sergeant en lid van de Raad.
E(elke Jans?) Rienstra. Geboren 1777. Meester in 1807 (keurkamer Sneek). Overleden 9 sept. 1808.
De beugel was van Beitske Jentjes Alberda (1796-1864), die getrouwd was met Johannes Ymtes Bootsma (1771-1839), de tweede Bootsma op Haubois.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungZilveren chatelaine, bestaande uit haak waaraan met dubbele kettingen een schaar en een speldekussen hangen. De haak is met zaag- en graveerwerk versierd: hoorn des overvloeds. Aan de binnenkant van de haak het opschrift "T.J. 1818". De schaar en het speldekussen zijn versierd met bladwerk in Lodewijk XVI-stijl. Ook in de schaar zijn hoornen des overvloeds verwerkt. Het speldekussen is harvormig en heeft een blauwe en een rode fluwelen bekleding.
HintergrundinformationRudolphus Jacobs Feenstra. Geboren Sneek in 1783. In 1810 goud- en zilversmid aldaar. In 1836 tevens horlogemaker. Hij hield het bedrijf tot 1845 en stierf in 1875. De zaak werd voortgezet door de zoon, Jacobus Rudolphus Feenstra., Waar de initialen T.J. voor staan is in de genealogie van de familie Bootsma niet duidelijk te herleiden. Er was een Tjitske Johannes Bootsma (geboren 1764 en overleden 9 jan. 1848). Zij was in 1818 54 jaar oud.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
TitelOnbekende zilversmid - kralenbeurs met zilveren beugel.
Herstelleronbekend
StichwörterLoënga, Bootsma
Objektnummer2002-324
Periode van1825
Periode tot1850
BeschreibungKralenbeurs met zilveren beugel. De beurs is gebreid van zwarte en zilverkleurige kralen. De beugel is accoladevormig en is versierd met graveerwerk: blad- en bloemmotieven.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungZilveren geboortelepel. Eivormige bak. De steel is met een rattestaart aan de bak bevestigd. De steel is plat en is versierd met graveerwerk: geometrische patronen. De steel wordt bekroond door een gegoten vrouwenfiguur met kruis en boek (allegorie op het geloof) en een anker (allegorie op de hoop). In de achterkant van de bak het opschrift "Grietje : Hyltjes : Wiarda : geboren : den : 7 Maart, 1834".
HintergrundinformationRudolphus Jacobs Feenstra. Geboren Sneek in 1783. In 1810 goud- en zilversmid aldaar. In 1836 tevens horlogemaker. Hij hield het bedrijf tot 1845 en stierf in 1875. De zaak werd voortgezet door de zoon, Jacobus Rudolphus Feenstra.
Grietje Wiarda is op 7 maart 1834 geboren te Baarderadeel, dochter van Hyltje Sybrens Wiarda en Janke Pieters Zetstra. Zij trouwde op 7 mei 1853 te Baarderadeel met Sjoerd Sjoerds Gerbrandy. Hij is geboren 2 febr. 1829 te Baarderadeel, zoon van Sjoerd Joukes Gerbrandy en Lubbrig Martens Stilma. Zij kregen vijf kinderen, allen geboren te Baarderadeel: Jouke (geboren 24 jan. 1854), Janke (geboren 2 juni 1856, Lubbrig (geboren 9 febr. 1858), Hyltje (geboren 25 febr. 1860) en Hyltje (geboren 20 jan. 1862).
Een broer van Sjoerd Sjoerds Gerbrandy was Jouke Sjoerds Gebrandy. Hij trouwde met Hiske Syperda. Hun zoon Jentje Joukes Gerbrandy (geboren Baarderadeel 21 aug. 1848) trouwde met Dieuwke Bootsma. Dieuwke Bootsma is geboren op 26 mei 1853 als dochter van Theunis Ymtes Bootsma en Antje Anskes Syperda. Theunis Bootsma was een zoon van Ymte Johannes Bootsma, boer op Haubois (zie beneden).
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungZilveren geboortelepel. Eivormige bak. De steel is met een rattestaart aan de bak bevestigd. De steel is plat en is versierd met graveerwerk: slingerlijnen en bladmotieven. De steel wordt bekroond door een gegoten vrouwenfiguur met juk. In de achterkant van de bak het opschrift "Grietje Rintjes Heeringa is geboren den 4 February 1877".
HintergrundinformationPieter Rintjes Binkes. Geboren Balk in 1816. In 1839 goud- en zilversmid te Sneek. In 1840 tevens gouddraadwerker. Overleden te Sneek in 1896. De zaak werd voortgezet door N.C. en H.P. Binkes.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungZilveren koektrommel. Cilindervormig met scharnierend deksel. Op het deksel een gedreven voorstelling naar het schilderij "Sinterklaas" van Jan Steen. Op de wand van de koektrommel bladversieringen en twee cartouche, waarbinnen voorstellingen van twee andere schilderijen van Jan Steen: een schoolklas en een herbergscene. Op de onderzijde de inscriptie "1 Prijs Bloemencorso te / Leeuwarden 5 Sept. 1927".
HintergrundinformationHet meesterteken Koonings 1469 werd van 1917 tot 1950 gebruikt door Zilversmederij Hollandia van B.W. van Eldik te Zutphen.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungZilveren naaischaar in schede. De benen van de schaar zijn voluutvormig en zijn voorzien van ovale vingerringen. Deze ringen zijn aan ge buikenkant geribbeld. De benen zijn versierd met graveringen in de vorm van acanthusloof. De schede is op dezelfde wijzer versierd.
HintergrundinformationHendrik Hermanusz. Adema. Zilversmid in Leeuwarden. Werd in 1873 opgevolgd door schoonzoon Martinus Jahannes Nolet. Nolet maakte gebruik van het meesterteken Koonings II 4175. Hij was te Utrecht geboren in 1850. In 1873 firmant bij de firma H. Adema te Leeuwarden. Goud- en zilversmid aldaar tot 1928, daarna onder de eigen naam. Nolet stierf na 1939.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungLoddereindoosje. Zilver. Rechthoekig van vorm met afgeronde hoeken en gebogen lange zijden. De wanden zijn vertikaal geribbeld en aan de voorkant is een ruitvorm aangebracht met daarop gegraveerde bladversieringen. Het deksel is scharnierend en is bol van vorm. Het is versierd met gedreven krulversieringen. In het loddereindoosje een spons.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungPillendoosje. Zilver. Cilindervormig, met scharnierend deksel. Het deksel en het doosje zijn beide versierd met een rand van accoladevormen. Op het deksel een gegraveerde voorstelling van een dorpsgezicht, omgeven door acanthus.
HintergrundinformationChristiaan Jacob Brunings. Geboren in Sneek in 1816. Zoon van Ype Staak Brunings, zilversmid in Sneek en later in Joure. In 1849 volgde hij zijn vader op als zilversmid te Joure. Overleden in 1902 aldaar. De zaak werd voortgezet door Jan Hendriks van der Meulen.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
TitelW. Kooiman Jzn., Schoonhoven - zilveren brillendoosje met bril.
HerstellerKooiman, W.
StichwörterLoënga, Bootsma
Objektnummer2002-277
Periode van1856
Periode tot1886
BeschreibungBrillendoos met bril. De brillendoos is van zilver, is langwerpig van vorm met afgeronde hoeken, heeft een scharnierend deksel en is voorzien van ribbelvormen. Op het deksel bloemversieringen. Aan de binnekant een fluweelbekleding. De bril heeft kleine ovale glazen en een montuur van zilver.
HintergrundinformationW. Kooiman Jzn. te Schoonhoven maakte gebruik van het meestertekn Koonins 11554 van 1856 tot 1886.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungGouden damesring. Aan de bovenkant versierd met gegraveerde bloemversieringen en een haarwerkje. In de binnenkant van de ring de initialen "L.S.G.".
HintergrundinformationHet is niet bekend wie de persoon met de initialen L.S.G. is.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungGouden damesring. Glad met op de bovenkant een ovaal. Geen inscriptie.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungGouden herenring. De bovenkant is versierd met gegraveerde ruitvormen.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungGouden damesring met grote bloedkoraal, in een zetting met parelrand en cirkel van kabelvormen.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungGouden medaillon. Ovaal van vorm. Het huis van het medaillon en het er in vallende deksel zijn versierd met machinaal ciseleerwerk: slingerlijnen en sterren. In het medaillon een haarwerkje: een vaas met varen en de initialen R.Y.B. Het medaillon heeft aan de bovenkant een brede ophangschakel en een korte ketting van ronde schakels. De initialen zijn van Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891).
HintergrundinformationDe initialen in het haarwerkje zijn van Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891).
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungGouden medaillon. Ovaal van vorm. Het huis van het medaillon en het er in vallende deksel zijn versierd met boogvormige versieringen en machinaal cisseleerwerk. In het medaillon twee fotografische portretten van en vrouw et oorijzerdracht en een man. Hun namen zijn niet bekend.
HintergrundinformationDe namen van de geportreerden in het medaillon zijn niet bekend. Waarschijnlijk zijn het Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) en Janke Walinga (1839-1915). Maar met zekerheid is dat niet te zeggen.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungGouden broche. Cirkelvorm met bloemen en bladeren, die zijn versierd met diamanten. Aan de achterkant een speld. Met doosje dat met rode zijde en pluche is bekleed. Aan de binnenkant daarvan is nog het woord "SNEEK" te lezen.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
TitelGoude broche met bijbehorende gouden oorhangers.
HerstellerBinkes, P.
StichwörterLoënga, Bootsma
Objektnummer2002-332
Periode van1850
Periode tot1900
BeschreibungGouden broche. Cirkelvorm met daarop een conusvorm van fijn uitgewerkte stervormen. De oorhangers hebben de zelfde vorm en zijn aan de onderkant voorzien van een hangertje. In doosje van de juweliers H.C.J. W. Tulleners te Leeuwarden en P. Binkes te Sneek.
HintergrundinformationPieter Rintjes Binkes. Geboren Balk in 1816. In 1839 goud- en zilversmid te Sneek. In 1840 tevens gouddraadwerker. Overleden te Sneek in 1896. De zaak werd voortgezet door N.C. en H.P. Binkes.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
TitelGouden zakhorloge met gouden ketting en bijbehorend doosje.
Herstelleronbekend
Stichwörterpaarden, Loënga, Bootsma
Objektnummer2002-116
Periode van1935
Periode tot1935
BeschreibungGouden zakhorloge. Witte wijzerplaat met Romeinse cijfers. Uren- en minutenwijzer en op een klein wijzerplaatje een secondenwijzer. Het deksel van de kast is aan de buitenkant versierd met een afbeelding van een galopperend paard. In het binnendeksel van het horloge de inscriptie "R.J. Bootsma 22-3-1935". Op de bovenkant van het horloge een opwindknop met ring. Het horloge hangt aan den gouden ketting van platte schakels. Het geheel wordt bewaard in een doosje met rode bekleding, waarop in gouden letters: "Remontoir".
HintergrundinformationHet horloge was van Rintje Jentjes Bootsma, die op 23 maart 1935 20 jaar werd.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungGouden horlogeketting. Platte, langwerpige fantasieschakels. Aan de einden ervan sluitringen ter bevestiging van het horloge en van het ketting aan een kledingstuk..
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
TitelSieradendoosje met etiket van C. Ydema, zilversmid in Jorwert.
Herstelleronbekend
StichwörterLoënga, Jorwert, Bootsma, Ydema, C.
Objektnummer2002-251
Periode van1850
Periode tot1891
BeschreibungSieradendoosje. Gevlamd, houten scharnierdeksel. De binnenkant is bekleed met lila zijde en zwart fluweel. Op de onderkant van het doosje een etiket met de tekst "C. IJdema in Goud, Zilver en Juweelen Horlogien Jorwerd". horlogeketting. Platte, langwerpige fantasieschakels. Aan de einden ervan sluitringen ter bevestiging van het horloge en van het ketting aan een kledingstuk..
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschreibungLeren beurs. Langs de overslag een gouden montering. De sluiting is ook van goud.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
TitelHalsketting van granaten met een gouden slotje.
Herstelleronbekend
StichwörterLoënga, Bootsma
Objektnummer2002-334
Periode van1850
Periode tot1891
BeschreibungHalsketting. Enkele snoer van granaten, afwisselend grote en kleine. Gouden slotje met daarin een grote diamant en vier kleine diamanten.
HintergrundinformationDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie., literatuur:
- Kunst & antiek journaal, jrg. 13 nr. 1 (januari 2008), p. 8 (over granaat)
TitelOnbekende meester - zilveren geboortelepel van Trientje Johannes Heringa.
Herstelleronbekend
StichwörterHeringa, Trijntje, Bootsma, Boelens, H.
Objektnummer2007-028
Periode van1695
Periode tot1695
BeschreibungGeboortelepel. Ovale bak. Steel versierd met twee figuren. Dubbel getordeerde steel die wordt bekroond door twee figuren. De steel is met een rattenstaart aan de bak bevestigd. Op de achterzijde van de bak, langs de rand, een inscriptie: "Trientje Johannes Heringa is geboren de 30 April 1695".
HintergrundinformationDe steelbekroning bestaat waarschijnlijk uit figuren van Jacob en de Engel bij de rivier de Jabbok. De rivier is niet afgebeeld, maar wel de vleugel van de engel (rechts). Ze vochten een nachtelijk gevecht met elkaar toen Jacob op het punt stond over de rivier Kanaän weer binnen te trekken. Sindsdien liep Jacob mank en werd zijn naam Israël., Het meesterteken staat vermoedelijk bij het puntje van de rattenstaart maar is onleesbaar.
De vererving van de lepel wordt hieronder opgesomd:
- Trijntje (of Trientje) Heringa werd geboren op 30 april 1695 te Raard. Ze was de dochter van Johannes Sybrens Heringa (ontvanger) en een niet genoemde moeder. Trijntje trouwde met Theunis Benedicti Bootzum (later Bootsma) uit Hartwerd (= echtpaar 1).
- Johannnes Teunis, zoon van echtpaar 1, geboren in 1726 trouwde in 1762 met Sibbeltje Ymtes (= echtpaar 2). Ze waren boer te Loënga. Een zuster van Johannes (Willemke Teunis) trouwde in 1745 met Hans Roeloffs Boelens, de stichter van de Hanso Boelens Fundatie.
- Ymte Johannes, zoon van echtpaar 2, geboren in 1770 of 1771, overleden in 1839, nam in 1811 de naam Bootsma aan. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (= echtpaar 3).
- Johannes Ymtes Bootsma, zoon van echtpaar 3, werd geboren in 1816. Hij trouwde met Jildouw Hettes Jellema (= echtpaar 4).
- Hette Bootsma, zoon van echtpaar 4, werd geboren in 1843. Hij trouwde in 1870 met Mejte Heeringa (= echtpaar 5).
- Trijntje Bootsma, dochter van echtpaar 5, trouwde in 1894 met Taede Hilverda (overleden in 1922) (= echtpaar 6).
- Metje Hilverda, dochter van echtpaar 6, trouwde in 1916 met Sybolt Jaarsma.
- Sytse Hilverda was een broer van Metje Hilverda. Hij trouwde met Sytske Alta.
- Sytske Alta had een zuster Houkje Alta.
- De zoon van Houkje Alta is de schenker van deze lepel.