TitelScheepsbouwtekening: voorsteven van een klipper.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterklippers
Objektnummer1991-435
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungScheepsbouwtekening: de voorsteven van een klipper. Potlood op calque. Schaal niet aangegeven. Afmetingen schip niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.). In 1953 stopte de werf., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 13,51 meter lang.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-377
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen (metriek): lengte 13,51. Opdrachtgever: onbekend.
HintergrundinformationOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr. 1991-401., Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: voorsteven van een boltjalk voor Postuma in de Valom.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterboltjalken, tjalken
Objektnummer1991-381
Periode van1906
Periode tot1906
BeschreibungScheepsbouwtekening: voorsteven van een boltjalk of bolschip. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: Postuma, De Valom.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 1: 'Bolschip Postuma Valom. 39 ton. Begonnen 5 Maart 1906, afgeleverd met mast, wicht en giek den 17 juni 1906 voor den som van f. 1600'. - inv.nr. 14 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: ronding van een boltjalk voor Postuma in de Valom.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterboltjalken, tjalken
Objektnummer1991-383
Periode van1906
Periode tot1906
BeschreibungScheepsbouwtekening: ronding van het voorschip van een boltjalk of bolschip. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: Postuma, De Valom.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 1: 'Bolschip Postuma Valom. 39 ton. Begonnen 5 Maart 1906, afgeleverd met mast, wicht en giek den 17 juni 1906 voor den som van f. 1600'. - inv.nr. 14 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een schouw voor S. van der Iest, Drachten.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterschouwen
Objektnummer1991-474
Periode van1933
Periode tot1933
BeschreibungScheepsbouwtekening van een schouw. Potlood op papier. Zij-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: S. van der Iest, Drachten.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een boltjalk voor A. Hoogeveen.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterboltjalken, tjalken
Objektnummer1991-389
Periode van1909
Periode tot1909
BeschreibungScheepsbouwtekening van een boltjalk of bolschip. Potlood op papier. Voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: A. Hoogeveen, Drachten.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 42: 'Bolschip A. Hoogeveen. Begonen 25 August 1909, Afgeleverd 3 November 1909. Prijs f. 1600.' - inv.nr. 42 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk voor Jongeling, Wierum.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterboltjalken, tjalken
Objektnummer1991-391
Periode van1910
Periode tot1910
BeschreibungScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood op papier. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen (metriek): lengte 15,84, de rest is niet aangegven. Opdrachtgever: Jongeling, Wierum.
HintergrundinformationOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr., Archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 49: 'Tjalkschip Jongeling Wierum. begonen Augustus 1910, afgeleverd Nov 1910. Prijs f. 1800'. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: voorsteven van de boltjalk voor K. van der Molen, Luinjeberd
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterboltjalken, tjalken
Objektnummer1991-393
Periode van1913
Periode tot1913
BeschreibungScheepsbouwtekening: de voorsteven van een boltjalk of bolschip. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Afmetingen van het schip: niet aangegeven. Opdrachtgever: K. van der Molen, Luinjeberd.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. : werfboek: 'Bolschip K. van der Molen, Luinjeberd. begonen 2 April 1913, afgeleverd 15 Mei 1913'. - inv.nrs. 3 en 61 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelVier scheepsbouwtekeningen van een visaak voor Stuiver, Gorredijk.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörtervisaken, aken, vissersschepen
Objektnummer1991-429
Periode van1913
Periode tot1913
BeschreibungVier scheepsbouwtekeningen van een visaak voor Stuiver, Gorredijk. Potlood op papier, calques, lichtdruk. Zij- en bovenaanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen (metriek): lengte 7,85, breedte 3,13, holte 1,10. Opdrachtgever: Stuiver, Gorredijk.
HintergrundinformationVan de tekening is in 1994 een copie gemaakt op calque. Deze calque wordt bij het origineel bewaard., Archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 73: 'Visseraak Stuiver Gorredijk. Begonnen 11 October 1913, afgeleverd den 29 December 1913. Prijs f. 850'. - inv.nr. 65 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een motorboot met knikspant.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörtermotorboten
Objektnummer1991-496
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungScheepsbouwtekening van een motorboot met knikspant. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: 'Jelema'.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een klipperaak. Pen op papier. Voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Tonnage: 210 ton. Opdrachtgever: onbekend.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een praam. Pen op papier. Zij- en bovenaanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: S. en U. Krikke, Heerenveen. Met stempel van de werf.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 111: 'Praam S. en U. Krikke, Heerenveen. begonen 20 Juni 1921, Afgeleverd den Augustus 1921. f. 1250'. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een vlet. Potlood op papier. Zij-, voor-, achter- en bovenaanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend. Achterop de tekening is foutief genoteerd dat het een tekening van een aak is.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een klipperaak voor Van der Meer.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterklipperaken, klippers, aken
Objektnummer1991-415
Periode van1908
Periode tot1908
BeschreibungScheepsbouwtekening van een klipperaak. Pen op papier. Zij- en bovenaanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: W. van der Meer, Wolvega. Afgeleverd aan J. Groenewold, Delfzijl.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 16: 'Aakschip Klipper W. v.d. Meer Wolfega. begonnen 25 Januari 1908, afgeleverd 19 Sept. 1908. Aan J. Groenewold van Delfzijl. prijs f. 9800'. - inv.nr. 27 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een praam voor F. Veenstra te Opeinde.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterpramen
Objektnummer1991-450
Periode van1913
Periode tot1913
BeschreibungScheepsbouwtekening van een praam. Pen op papier. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: F. Veenstra te Opeinde.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 67: 'Overdekte praam voor Freek Veenstra Opeinde (Smal). begonen 21 April 1913, Afgeleverd 29 Mei 1913. prijs f. 645.' - inv.nr. 60 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een hevelaak. Potlood op papier. Zij-, voor-, achter- en bovenaanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een praam. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend. Op de achterzijde een tekening van diverse schouwen.
HintergrundinformationOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr. 1991-476., Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van schouw. Potlood op papier. Zij- en bovenaanzicht en diverse dwarsdoorsneden. Schaal: niet aangegeven. Afmetingen (metriek): lengte 7,70, breedte 2,10, holte 0,60. Opdrachtgever: onleesbaar, Drachten.
HintergrundinformationOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr. 1991-385-a., De naam van de opdrachtgever is op de tekening niet leesbaar en is ook niet te herleiden uit het werfboek (archief scheepswerf De Piip). Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een woonschip voor H. Kuipers te Akkrum.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterwoonschepen
Objektnummer1991-511
Periode van1914
Periode tot1914
BeschreibungScheepsbouwtekening van een woonschip. Pen op papier. Zij- en bovenaanzicht. Schaal: niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: H. Kuipers, Akkrum. Het betreft een opbouw op een soort praam, met roer.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 76: 'Woonschip Kuipers, Akkrum. Begonnen 13 Maart 1914, Afgeleverd 6 April 1914. prijs 825'. - inv.nr. 66. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een motorboot. Potlood op papier. Zij-, voor-, achter en bovenaanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend. De tekening is niet voltooid.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van diverse maten schouwen.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterschouwen
Objektnummer1991-476
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungScheepsbouwtekening van vier schouwen in diverse maten. Pen op papier. Schaal niet aangegeven. Zij- en bovenaanzicht en dwarsdoorsnede. Afmetingen niet aangegeven. Opdrachtgevers: onbekend. Op de achterzijde een tekening van een praam.
HintergrundinformationOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr. 1991-459., Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een schouw voor H.M. van der Wal te Lippenhuizen.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterschouwen
Objektnummer1991-473
Periode van1907
Periode tot1907
BeschreibungScheepsbouwtekening van een schouw. Zij- en bovenaanzicht en diverse doorsneden. Schaal 1:10. Afmetingen (metriek): lengte 4,31, breedte 1,56, holte 0,40. Opdrachtgever: H.M. van der Wal, Lippenhuizen.
HintergrundinformationOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr., Archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 9: 'Schouw H.M. van der Wal. begonnen 7 Maart afgeleverd 14 Maart 1907. prijs f 414.' Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een zeetjalk met een kop van een koftjalk.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterkoftjalken, tjalken
Objektnummer1991-400
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungScheepsbouwtekening van een zeetjalk met een kop van een koftjalk. Potlood op calque. Zij- en bovenaanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen schip (metriek): lengte 25, breedte 4,95, holte 1,91. Opdrachtgever: onbekend. De tekening is bros en door vouwen zeer beschadigd.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: stevens van een praam voor F. Veenstra te Opeinde.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterpramen
Objektnummer1991-451
Periode van1913
Periode tot1913
BeschreibungScheepsbouwtekening van een praam. Potlood op papier. Voor- en achtersteven. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: F. Veenstra te Opeinde.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 67: 'Overdekte praam voor Freek Veenstra Opeinde (Smal). begonen 21 April 1913, Afgeleverd 29 Mei 1913. prijs f. 645.' - inv.nr. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een klipper. Pen op papier. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Tonnage: 90 ton. Opdrachtgever: onbekend.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een motorboot. Potlood op papier. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een bakdekkruiser voor Duursma, Leeuwarden.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterbakdekkruisers, motorboten
Objektnummer1991-491
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungScheepsbouwtekening van een bakdekkruiser. Potlood op papier. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: Duursma, Leeuwarden
HintergrundinformationIn het archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: inv.nr. 81. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een tjalkachtig schip.
HerstellerRoorda, Bauke
Objektnummer1991-513
Periode van1910
Periode tot1950
BeschreibungScheepsbouwtekening van een tjalkachtig schip. Potlood op papier. Dubbelzijdig: op de ene zijde door voorzijde van het schip, en op de andere zijde het achterschip. Schaal: niet aangegeven. Afmetingen niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend. De tekening is niet voltooid.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van tjalk. Potlood op papier. Zij- en bovenaanzicht. Schaal: niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend.
HintergrundinformationOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr. 1991-436., Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een motorboot. Potlood op papier. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 27,07 meter lang.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörtertjalken
Objektnummer1991-412
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen (metriek): lengte 21,07, breedte 4,10, holte 1,26. Opdrachtgever: onbekend.
HintergrundinformationOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr. 1991-462., Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: de stevens van een praam voor Krikke te Oudehaske.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterpramen
Objektnummer1991-458
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungScheepsbouwtekening: de stevens van een praam voor Krikke te Oudehaske. Potlood op calque. Schaal niet aangegeven. Afmetingen schip niet aangegeven. Opdrachtgever: Krikke, Oudehaske.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: voorsteven van een tjalk voor A. Otter, De Wilp
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörtertjalken
Objektnummer1991-403
Periode van1906
Periode tot1906
BeschreibungScheepsbouwtekening: voorsteven van een tjalk. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: A. Otter, De Wilp.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 2: 'Tjalkschip A. Otter, Wilp. begonnen Mei 1906, afgeleverd 18 September 1906 met Mast, wicht, giek voor den som van 2550'. - inv.nr. 15 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een boeier. Pen op papier. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend. Op de achterkant van het papier een tekening van een wagen voor de firma Bongaarts en Oosterbaan te Drachten.
HintergrundinformationIn het archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: inv.nr. 3. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een klipperaak voor Van der Meer.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterklipperaken, klippers, aken
Objektnummer1991-416
Periode van1908
Periode tot1908
BeschreibungScheepsbouwtekening van een klipperaak. Pen op papier. Voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: W. van der Meer, Wolvega en afgeleverd aan J. Groenewold te Delfzijl.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 16: 'Aakschip Klipper W. v.d. Meer Wolfega. begonnen 25 Januari 1908, afgeleverd 19 Sept. 1908. Aan J. Groenewold van Delfzijl. prijs f. 9800'. - inv.nr. 27 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een praam. Pen op papier. Zij- en bovenaanzicht en dwarsdoorsnede op het grootspant. Schaal 1:20. Afmetingen (metriek): lengte 13, breedte 2,80, holte 0,80. Opdrachtgevers: A. Dikkerboom, Oudehaske en K. Mulder, Heerenveen (1926).
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 79: 'Praam A. Dikkerboom, Auwdehaske. begonnen 28 Mei 1914, afgeleverd 26 Sept. 1914. prijs 460'. - Werfboek nr. 133: 'Praam voor K. Mulder, Heerenveen. begonnen Februari, afgeleverd 13 Maart 1926.' - inv.nrs. 2, 69 en 79. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een tjalk: de roef. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Doorsnede van de roef en betimmeringen. Afmetingen niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend. Op de achterzijde een tekening van het grootspant van dezelfde tjalk.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk voor H. Weiland in Suwâld.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-365
Periode van1906
Periode tot1906
BeschreibungScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Zij- en bovenaanzicht en dwarsdoorsnede. Afmetingen (in voeten): lengte 56, breedte 12½, holte 4¼. Opdrachtgever: H. Weiland, Suwâld. Op de achterzijde een tekening van een andere tjalk.
HintergrundinformationOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr. 1991-378., Archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 7: 'Tjalkschip H. Weiland, Suawouwde (37 ton). begonnen December 1906, afgeleverd den 25 Mei 1907 met giek. Prijs f. 2150.'
- inv.nr. 20. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een skûtsje van 48 voet lang.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-366
Periode van1907
Periode tot1907
BeschreibungScheepsbouwtekening van een skûtsje. Pen op papier. Schaal niet aangegeven. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen (voet): lengte 48, breedte 11, holte 4. Afmetingen (metriek): lengte 13,58, breedte 3,11, holte 1,13. Opdrachtgever: A. Bouwhuis, Poppenwier.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 14: 'Tjalkschip Bouwhuis te Popingawier. begonnen September 1908, afgeleverd 13 Decembr. 1907. Prijs 1350'. - inv.nr. 23. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: steven van het skûtsje voor A. Bouwhuis, Poppenwier.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-367
Periode van1907
Periode tot1907
BeschreibungScheepsbouwtekening: stevens van een skûtsje. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: A. Bouwhuis, Poppenwier.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 14: 'Tjalkschip Bouwhuis te Popingawier. begonnen September 1908, afgeleverd 13 Decebr. 1907. Prijs 1350'. - inv.nr. 23. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: stevens van een skûtsje voor P. Stegenga, Stavoren.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-368
Periode van1910
Periode tot1910
BeschreibungScheepsbouwtekening: de stevens van een skûtsje. Potlood op calque. Schaal niet aangegeven. Afmetingen schip niet aangegeven. Opdrachtgever: P. Stegenga, Stavoren.
HintergrundinformationHet skûtsje van Stegenga heeft later behoord aan Siete Meeter, de schipper van het Bolswarder skûtsje. Archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 48: 'Tjalkschip P. Steigenga van Staveren. begonen 22 Juni 1910, afgeleverd 10 Sept. 1910. prijs 2450.' - inv.nr. 49. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een skûtsje van 14,43 meter lang.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-369
Periode van1910
Periode tot1910
BeschreibungScheepsbouwtekening. Pen op papier. Schaal niet aangegeven. Tekening van een skûtsje. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen (metriek): lengte 14,43. Opdrachtgevers: J. Walstra, Grou en A. Boelens, Goïngarijp.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 45: 'Tjalkschip J. Walstra Grouw. begonnen 4 April 1910, afgeleverd 15 juni 1910. Prijs f 1300.' - Werfboek nr. 70: 'Tjalkscheepje A. Boelens, Goingarijp. begonnen 9 Juni 1913, afgeleverd den 19 Augustus 1913. prijs f 1750' - inv.nrs. 45 en 64 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.