TitelTwee identieke scheepsbouwtekeningen van het skûtsje Gudsekop.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes
ObjektnummerT-129
Periode van1908
Periode tot1908
BeschreibungTwee identieke scheepsbouwtekeningen van het skûtsje Gudsekop, gebouwd door Auke van der Zee te Joure. Lijnenplan. Diapositief van de offsetfilm met inv.nr. T-127.
Hintergrundinformationliteratuur:
- H.G. van Slooten 'Eeltje Holtrop van der Zee en zijn familie' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, pp. 116-118.
TitelScheepsbouwtekening van het skûtsje Gudsekop.
HerstellerRomkema, Eeltje
Stichwörterskûtsjes
ObjektnummerT-128
Periode van1908
Periode tot1908
BeschreibungScheepsbouwtekening van het skûtsje Gudsekop, gebouwd door Auke van der Zee te Joure. Lichtdruk. Lijnenplan. Afdruk van de offsetfilm met inv.nr. T-127.
Hintergrundinformationliteratuur:
- Barend Kraal (e.a.), In 1908 een scheepje gebouwd... De Gudsekop, uitgave van de V.C.J.C. (FSM: G-124)
- H.G. van Slooten 'Eeltje Holtrop van der Zee en zijn familie' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, pp. 116-118.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een skûtsje. Blauwdruk. Zeilplan, boven-, zij- en vooraanzicht en dwarsdoorsnede. Schaal 1:40. Afmetingen: lengte 14 m., breedte 3,10 m., holte 1,10 m.
HintergrundinformationDe tekening is afkomstig van de jachtwerf J. Olij en C.J. van der Weij te Sneek., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, p. 19
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 13,51 meter lang.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-377
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen (metriek): lengte 13,51. Opdrachtgever: onbekend.
HintergrundinformationOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr. 1991-401., Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungSet van vier bouwtekeningen van een skûtsje. Afdruk op transparante kunststof. Diverse aanzichten, lijnenplannen en detailtekeningen. Schaal 1:40. Afmetingen schip: lengte 17,40 meter, breedte 3,60 meter, diepgang 0,40 meter.
HintergrundinformationDe tekeningen zijn gemaakt naar de opmetingstekeningen van een skûtsje door L. Stelwagen te Grou. De tekeningen zijn gelicht uit het S.K.S.-archief.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een skûtsje naar een ontwerp uit 1947 van J. Olij uit Sneek. Calque en lichtdruk. Schaal 1:40. Zijaanzicht met zeilplan en boven-, voor- en achteraanzicht, doorsneden en schoorsteen.
HintergrundinformationDe calque heeft inv.nr. T-99 en de afdruk T-99-a., De tekening is een copie van een blauwdruk van Joh. Olij uit Sneek, gedateerd 10 jan. 1947.
BeschreibungScheepbouwtekening van een skûtsje. Lichtdruk. Blad 1: lijnenplan. Schaal 1:40. Afmetingen: lengte 17,40 m., breedte 3,60 m., diepgang 0,40 m.
HintergrundinformationDe tekening is gebruikt in het boek van T. Huitema, Ronde en Platbodemjachten.
TitelScheepsbouwtekening van een skûtsje. Achterkant: praam en snik.
HerstellerWerff, Jan Oebeles van der
Stichwörterskûtsjes, pramen, snikken
Objektnummer1996-247
Periode van1900
Periode tot1925
BeschreibungScheepsbouwtekening van een skûtsje. Potlood op papier. Lijnenplan in zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Uitgaande van een schaal van 1:20 is de lengte 14.50 meter (51½ voet). Opdrachtgever niet genoemd. Op de achterkant van het papier een tekening van een snik. Potlood op papier. Zij-, boven- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen niet aangegeven. Uitgaande van een schaal van 1:20 is de lengte 13.60 meter (48 voet). Opdrachtgever: niet genoemd. Voorts op de achterkant een tekening van een praam. Zij- en bovenaanzicht en dwarsdoorsnede. Schaal niet aangegeven. Afmetingen niet aangegeven. Uitgaande van een schaal van 1:20 is de lengte 8.20 meter (29 voet). Opdrachtgever: niet genoemd.
HintergrundinformationJan Oebeles van der Werff. Zoon van Oebele Haickes van der Werff. Neemt de werf van zijn vader in Buitenstvallaat over. Kinderen: Oebele Haike, Gurbe en Jan. De twee eerstgenoemden nemen samen de werf van hun vader over. Jan van der Werff wordt boer. De tekeningen zijn afkomstig uit het bezit van Gurbe van der Werff., literatuur:
- Lieuwe Westra, 'Familie Van der Werff: dynastie van Friese scheepsbouwers' in: Spiegel der Zeilvaart, mei 1977, pp. 28-34.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1996, p. 21
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk voor H. Weiland in Suwâld.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-365
Periode van1906
Periode tot1906
BeschreibungScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Zij- en bovenaanzicht en dwarsdoorsnede. Afmetingen (in voeten): lengte 56, breedte 12½, holte 4¼. Opdrachtgever: H. Weiland, Suwâld. Op de achterzijde een tekening van een andere tjalk.
HintergrundinformationOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr. 1991-378., Archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 7: 'Tjalkschip H. Weiland, Suawouwde (37 ton). begonnen December 1906, afgeleverd den 25 Mei 1907 met giek. Prijs f. 2150.'
- inv.nr. 20. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een skûtsje van 48 voet lang.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-366
Periode van1907
Periode tot1907
BeschreibungScheepsbouwtekening van een skûtsje. Pen op papier. Schaal niet aangegeven. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen (voet): lengte 48, breedte 11, holte 4. Afmetingen (metriek): lengte 13,58, breedte 3,11, holte 1,13. Opdrachtgever: A. Bouwhuis, Poppenwier.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 14: 'Tjalkschip Bouwhuis te Popingawier. begonnen September 1908, afgeleverd 13 Decembr. 1907. Prijs 1350'. - inv.nr. 23. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: steven van het skûtsje voor A. Bouwhuis, Poppenwier.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-367
Periode van1907
Periode tot1907
BeschreibungScheepsbouwtekening: stevens van een skûtsje. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: A. Bouwhuis, Poppenwier.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 14: 'Tjalkschip Bouwhuis te Popingawier. begonnen September 1908, afgeleverd 13 Decebr. 1907. Prijs 1350'. - inv.nr. 23. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: stevens van een skûtsje voor P. Stegenga, Stavoren.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-368
Periode van1910
Periode tot1910
BeschreibungScheepsbouwtekening: de stevens van een skûtsje. Potlood op calque. Schaal niet aangegeven. Afmetingen schip niet aangegeven. Opdrachtgever: P. Stegenga, Stavoren.
HintergrundinformationHet skûtsje van Stegenga heeft later behoord aan Siete Meeter, de schipper van het Bolswarder skûtsje. Archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 48: 'Tjalkschip P. Steigenga van Staveren. begonen 22 Juni 1910, afgeleverd 10 Sept. 1910. prijs 2450.' - inv.nr. 49. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een skûtsje van 14,43 meter lang.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-369
Periode van1910
Periode tot1910
BeschreibungScheepsbouwtekening. Pen op papier. Schaal niet aangegeven. Tekening van een skûtsje. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen (metriek): lengte 14,43. Opdrachtgevers: J. Walstra, Grou en A. Boelens, Goïngarijp.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 45: 'Tjalkschip J. Walstra Grouw. begonnen 4 April 1910, afgeleverd 15 juni 1910. Prijs f 1300.' - Werfboek nr. 70: 'Tjalkscheepje A. Boelens, Goingarijp. begonnen 9 Juni 1913, afgeleverd den 19 Augustus 1913. prijs f 1750' - inv.nrs. 45 en 64 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: de stevens van een skûtsje.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-370
Periode van1910
Periode tot1910
BeschreibungScheepsbouwtekening: de stevens van een skûtsje voor J. van der Wal te Grou (waarschijnlijk J. Walstra, Grou). Potlood op calque. Schaal niet aangegeven. Afmetingen schip niet aangegeven. Opdrachtgever: waarschijnlijk J. Walstra, Grou.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 45: 'Tjalkschip J. Walstra Grouw. begonnen 4 April 1910, afgeleverd 15 juni 1910. Prijs f 1300.' - inv.nr. 45. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: ronding van een skûtsje.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-371
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungScheepsbouwtekening: de ronding van een skûtsje voor J. van der Wal te Grou (waarschijnlijk J. Walstra, Grou). Potlood op calque. Schaal niet aangegeven. Afmetingen schip niet aangegeven. Opdrachtgever: waarschijnlijk J. Walstra, Grou.
HintergrundinformationArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 45: 'Tjalkschip J. Walstra Grouw. begonnen 4 April 1910, afgeleverd 15 juni 1910. Prijs f 1300.' - inv.nr. 45. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een skûtsje voor S. Visser, Idskenhuizen
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-373
Periode van1911
Periode tot1911
BeschreibungScheepsbouwtekening van een tjalk (met gestreken mast). Pen op papier. Aanzichten: Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: waarschijnlijk S. Visser, Idskenhuizen (ingerold bij een tekening voor S. Visser).
HintergrundinformationHet skûtsje dat voor S. Visser werd gebouwd is in 1992 het skûtsje van Woudsend (S.K.S.-vloot). Het zetboeisel ervan bevindt zicht in het Museum (inv.nr. 1984-232). Archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 59: 'Tjalkschip S. Visser, Itschenhuizen. begonnen 6 Novbr 1911, afgeleverd 31 Januari 1912. Prijs 2925'.
- inv.nrs. 3 en 53 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een skûtsje voor S. Visser, Idskenhuizen.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-374
Periode van1911
Periode tot1911
BeschreibungScheepsbouwtekening van een skûtsje. Pen op papier. Voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: S. Visser, Idskenhuizen.
HintergrundinformationHet skûtsje dat werd gebouwd voor S. Visser te Idskenhuizen is in 1992 het skûtsje van Woudsend (S.K.S.-vloot). Het originele zetboeisel bevindt zich in het museum (inv.nr. 1984-232). Archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 59: 'Tjalkship S. Visser, Itschenhuizen. begonnen 6 Novbr. 1911, afgeleverd 31 Januari 1912. prijs f. 2925'. - inv.nrs. 3 en 53 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: stevens van een skûtsje voor S. Visser te Idskenhuizen.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-375
Periode van1911
Periode tot1911
BeschreibungScheepsbouwtekening: de stevens van een skûtsje voor S. Visser te Idskenhuizen. Potlood op calque. Schaal niet aangegeven. Afmetingen schip niet aangegeven. Opdrachtgever: S. Visser, Idskenhuizen.
HintergrundinformationHet skûtsje dat werd gebouwd voor S. Visser is in 1992 het skûtsje van Woudsend (S.K.S.-vloot). Het originele zetboeisel van het skûtsje bevindt zich in het Museum onder inv.nr. 1984-232. Archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 59: 'Tjalkship S. Visser Itschenhuizen. begonnen 6 Nov.br. 1911, afgeleverd 31 Januari 1912. Prijs f. 2925'.
- inv.nrs. 3 en 53 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 66 voet lang.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-376
Periode van1913
Periode tot1913
BeschreibungScheepsbouwtekening van een tjalk. Pen op papier. Schaal niet aangegeven. Lijnenplan. Afmetingen (voet): lengte 66, breedte 12½, holte 3 voet. Opdrachtgevers: G. van der Schuit - Rottevalle, F. van Deinum, B. Setsema, Grou. De afmetingen per opdrachtgever verschillen: van 64 tot 66 voet
HintergrundinformationHet skûtsje dat gebouwd is voor G. van der Schuit is de huidige Sneeker Pan (S.K.S.-vloot). Het skûtsje dat gebouwd is voor F. van Deinum is het voormalige skûtsje van Leeuwarden (S.K.S.-vloot) en in 1992 De Lytse Sipke (I.F.K.S.-vloot) Archief van werf De Piip: - Werfboek: nr. 72: 'Tjalkschip G. v.d. Schuit, Rottevalle. begonen 7 August 1913, afgeleverd den 26 November 1913. prijs f. 2800'. - Werfboek: nr. 74: 'Tjalkschip T. van Deinum. Begonen 9 December 1913, afgeleverd den 12 Maart 1914. Prijs f. 2600'. - Werfboek: nr. 78: 'Tjalkschip B. Setsema, Grouw. begonnen 22 Mei 1914, afgeleverd 26 Sept. 1914. Prijs 2900'. - inv.nrs. 2 en 3 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk voor een onbekende opdrachtgever.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörtertjalken, skûtsjes
Objektnummer1991-378
Periode van1900
Periode tot1950
BeschreibungScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend. Op de achterzijde een tekening van een tjalk voor H. Weiland te Suwâld.
HintergrundinformationOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr. 1991-365., Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een skûtsje. Potlood op papier. Bovenaanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen schip: lengte 16,52 meter. Opdrachtgever: onbekend.
HintergrundinformationBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschreibungScheepsbouwtekening van een skûtsje. Potlood op papier. Lijnenplan in zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Uitgaande van een schaal van 1:20 is de lengte 11.50 meter (40½ voet). Opdrachtgever niet genoemd. De achterkant van het papier is blanco.
HintergrundinformationJan Oebeles van der Werff. Zoon van Oebele Haickes van der Werff. Neemt de werf van zijn vader in Buitenstvallaat over. Kinderen: Oebele Haike, Gurbe en Jan. De twee eerstgenoemden nemen samen de werf van hun vader over. Jan van der Werff wordt boer. De tekeningen zijn afkomstig uit het bezit van Gurbe van der Werff., literatuur:
- Lieuwe Westra, 'Familie Van der Werff: dynastie van Friese scheepsbouwers' in: Spiegel der Zeilvaart, mei 1977, pp. 28-34.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1996, p. 21
TitelScheepsbouwtekening van een skûtsje voor A. Epema te Dokkum.
HerstellerRoorda, Bauke
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1991-372
Periode van1910
Periode tot1912
BeschreibungScheepsbouwtekening van een skûtsje Potlood op papier. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen niet aangegeven. Opdrachtgevers: A. Epema te Dokkum en J. Hoekema te Bolsward.
HintergrundinformationHet skûtsje dat gebouwd is voor Anne Epema was het eerste Leeuwarder Skûtsje van Siete Meeter (S.K.S.-vloot) en in 1992 heeft het schip de naam Woeste Oane (I.F.K.S.-vloot). Archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - Werfboek nr. 60: 'Tjalkschip A. Epema. begonnen 1 Februari 1912, afgeleverd 27 April 1912. prijs f 2335,=' - Werfboek nr. 53: 'Tjalkschip J. Hoekema. begonnen 1 Desember 1910, afgeleverd April 1911. prijs f. 2450'. - inv.nrs. 50 en 55. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.). De opdrachtgever J. Hoekema was waarschijnlijk Jcobus Andreas Hoekema (geboren Goutum 28 juni 1856 en overleden Akkrum 14 dec. 1932)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
- Ingekomen brieven d.d. 20 nov. 1996 (brief T. Hoekema)
- C.P. Hoekema, Andreaas Paulus' Hoekema (1750-1801) en syn neiteam (1983), p. 61.
TitelTwee scheepsbouwtekeningen van een skûtsje: lijnenplan.
HerstellerStelwagen, L.
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1999-497
Periode van1959
Periode tot1959
BeschreibungTwee scheepsbouwtekeningen van een skûtsje. Pen op calque en lichtdruk daarvan. Schaal 1:40. Opschrift: 'Friese skûtsje vracht of beurtschip'. Opmetingstekening, lijnenplan in zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen: lengte 17.40 meter, breedte 3.69 meter.
HintergrundinformationDe tekening is afkomstig uit het archief van het Stamboek Ronde en Platbodemjachten.
TitelTwee scheepsbouwtekeningen van een skûtsje: indeling.
HerstellerStelwagen, L.
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1999-498
Periode van1959
Periode tot1959
BeschreibungTwee scheepsbouwtekeningen van een skûtsje. Pen op calque en lichtdruk daarvan. Schaal 1:40. Opschrift: 'Friese skûtsje vracht of beurtschip - indelings plan'. Opmetingstekening van de indeling in boven, zij, voor- en achteraanzicht en tekening van de doorsnede op spant 5 en van het zwaard. Afmetingen: lengte 17.40 meter, breedte 3.69 meter.
HintergrundinformationDe tekening is afkomstig uit het archief van het Stamboek Ronde en Platbodemjachten.
TitelScheepsbouwtekening van het aardappelscheepje Gudsekop: lijnenplan.
Herstelleronbekend
Stichwörterskûtsjes, tjalken
Objektnummer1999-500
Periode van1969
Periode tot1969
BeschreibungScheepsbouwtekening van het aardappelscheepje Gudsekop. Druk. Schaal niet aangegeven. Opschrift: 'Schip gemaakt in het jaar 1908 voor den heer G. Walma aardappelhandelaar te Joure'. Opmetingstekening, lijnenplan in zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen: lengte 13.15 meter, breedte 3.02 meter.
HintergrundinformationDe tekening is afkomstig uit het archief van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten. Het skûtsje of aardappelschip Gudskop is in 1908 gebouwd door Auke van der Zee te Joure. Afmetingen: lengte 46¼ voet (=13,15 meter), breedte 10= voet (=3.02 meter), holte 3= voet (=1.07 meter). Het schip werd gebouwd in opdracht van aardappelhandelaar C. Walma te Joure. In 1919 werd het verkocht aan Aardappelhandelaar de firma Doevendans en Van der Veen te Sneek. In 1934 kocht de Zeeverkennersgroep Greate Pier te Sneek te schip. Sinds 1960 is het schip eigendom van de Stichting Kamp- en Reiswerk van de V.C.J.C. Het bekendste tjalkschip in Nederland is de Friese vorm: het skûtsje. Door oude scheepsbouwers werd dit type roefschip genoemd (roef met opbouw die boven het dek uitsteekt). Een grote Friese tjalk werd Skûte genoemd (80-90 ton laadvermogen). Nog grotere tjalken werden in Friesland Tjalk genoemd (zeegaand en 100-120 ton laadvermogen). Een skûtsje heeft een laadvermogen van 8 tot 16 ton. De lengte varieert van 10 tot 14 meter. Langer dan 14.50 meter konden de skûtsjes niet zijn omdat dit in Friesland de maximale scheepslengte was voor vaarten van de derde klasse. Skûtsjes heeb een opgebouwde roef met daarachter de stuurkuip. Opvallend zijn de naar binnen vallende boeisels op het voor- en achterschip, de ronde kimmen en het zeer geveegde voor- en achterschip. De schepen waren aanvankelijk van hout. Rond 1900 begonnen Friese werven ook skûtsjes van ijzer (later van staal) te bouwen. Ze werden toen ook langer: 15 tot 18 meter. Bekende bouwers van skûtsjes waren: Roorda te Drachten (De Piip), Barkmeijer te Aalsum, Van der Meijden en De Roos te Leeuwarden, Bijlsma te Warten, Van der Werf te Britswert, Draaisma en Brandsma te Franeker, Van der Werff te Drachten, Wildschut te Gaastmeer, Croles te IJlst, Van der Zee te Joure en Van der Werf te Sneek. Skûtsjes werden gezeild of gejaagd (bij tegenwind). De vracht bestond uit turf, aardappelen, bieten, mest, terpaarde op bouwmateriaal. Na 1920 begon de motorisering van de scheepvaart. Skûtsjes werden toen soms uitgerust met een opdrukker, die werd bediend vanaf het achterdek van het skûtsje., literatuur:
- Een scheepje gebouwd.... De Gudsekop (Utrecht, 1974).
TitelTwee scheepsbouwtekeningen van het tjalkjacht Isabella: lijnenplan.
HerstellerLunstroo, H.
Stichwörterskûtsjes, tjalken, tjalkjachten
Objektnummer1999-511
Periode van1959
Periode tot1959
BeschreibungTwee scheepsbouwtekeningen van het tjalkjacht Isabella. Acute calque en lichtdruk daarvan. Schaal 1:25. Opschrift: 'Meetkundige afdeeling van een Friesch Tjalkjacht - Isabella'. Lijnenplan in zij- en bovenaanzicht. Afmetingen: lengte 14.25 meter, breedte 3.25 meter.
HintergrundinformationDe tekening is afkomstig uit het archief van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten.
TitelDrie scheepsbouwtekeningen van het tjalkjacht Isabella: inrichting.
HerstellerLunstroo, H.
Stichwörterskûtsjes, tjalken, tjalkjachten
Objektnummer1999-512
Periode van1959
Periode tot1959
BeschreibungDrie scheepsbouwtekeningen van het tjalkjacht Isabella. Acute calqque en twee lichtdrukken daarvan. Schaal 1:25. Opschrift: 'Algemeen plan Friesch Tjalkjacht - Isabella'. Inrichting in langsdoorsnede en bovenaanzicht. Afmetingen: lengte 14.25 meter, breedte 3.25 meter.
HintergrundinformationDe tekening is afkomstig uit het archief van de Stichting Stamboek Ronde en Platbodemjachten.
TitelScheepsbouwtekening van de zwaarden en roeren van een skûtsje en van een tjotter.
Herstelleronbekend
Stichwörterzwaarden, roeren, skûtsjes, tjotters
Objektnummer1999-538
Periode van1950
Periode tot1975
BeschreibungScheepsbouwtekening van zwaarden en roeren van skûtsjes en tjottes. Pen op calque. Schaal niet aangegeven. Opschrift: geen. Boven het zwaard en een roer van een tjotter en beneden het zwaard en het roer van de tjotters. Bij de onderste tekeningen de aantekening in potlood 'Friese Skûtjse Vracht- of Beurtschip'.
HintergrundinformationDe tekening is afkomstig uit het archief van het Stamboek Ronde en Platbodemjachten.
TitelFotokopie van een scheepsbouwtekening van een skûtsje voor Klaas Adema te Terherne.
HerstellerRomkema, Eeltje
Stichwörterskûtsjes, Terherne, Zee, Auke van der, Adema, Klaas
Objektnummer2001-473
Periode van1907
Periode tot1907
BeschreibungFotokopie van een scheepsbouwtekening van een skûtsje voor Klaas Adema te Terherne. Schaal niet aangegeven (1:10). Opschrift: "Dit schip is gemaakt voor Klaas Adema van Terhorne. betaald 21 october 1907 (...) Dit schip is achter nog erg vol. Voor was 't erg mooi. Maar een andere moet achter kleiner.". Afmetingen schip: lengte 11.90 meter, breedte 3.80 meter.
HintergrundinformationEeltje Romkema (geboren Joure 24 sept. 1880 - overleden Joure 25 sept. 1953) was in dienst bij scheepsbouwer Auke van der Zee te Joure. Hij hield zich er onder andere bezig met het opmeten en tekenen van de schepen die door Auke van der Zee werden gebouwd., Eeltje Holtrop van der Zee (1823-1901) trouwde in 1849 met Wytske Rinkema (1822-1899). Ze kregen drie kinderen: Klaaske (38 aug. 1850 - 15 mei 1920) ongehuwd en kinderloos, Auke (13 jan. 1854 - 6 maart 1939) ongehuwd en kinderloos, Antje (3 april 1852 - 1939). Zij trouwde op 11 aug. 1878 met Klaas Romkema (1850- 27 juli 1916).
Antje van der Zee en Klaas Romkema kregen zeven kinderen. De oudste was Eeltje (1880-1953). Hij trouwde in Schoterland op 20 mei 1909 met Beitske Meinesz. Eeltje Romkema werkte eerst op de scheepswerf van zijn oom Auke. Later had hij een textielzaak in de Midstraat te Joure.
De andere kinderen van Klaas en Antje Romkema: Geerjte Romkema (getrouwd met Klaas Petersen). Trijntje Romkema (geb. 10 aug. 1866 - ongehuwd en kinderloos), Wietske Romkema (geb. 22 aug. 1884 en getrouwd met Arend Poepjes), Klaaske Romkema (geb. 9 aug. 1888 en getrouwd met Reinier van Putten), Johannes Romkema (geboren 16 april 1891 en getrouwd met Reinskje Sap) en Grietje Romkema (geb. 4 juni 1893 en getrouwd met Rykele Westra).
Eeltje en Beitske Romkema kregen vier kinderen: Hein Romkema (3 jaar geworden), Klaas Johannes Romkema (geboren 1911, overleden Palembang), Afke Romkema (geëmigreerd) en Anneke Romkema. Klaas Romkema (geboren 1911, overleden Palembang) was getrouwd met Alida Jeanette Le Poole (eveneens overleden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Indië). Ze kregen drie kinderen: Eeltje, Elske en Afke. In 1948 kwamen deze kinderen als wees van Indië naar Nederland. Elske en Eeltje werden opgevangen door hun grootouders Eeltje en Beitske Romkema te Joure. Afke kwam te wonen bij een dr. Wissema te Harlingen.
De originelen van de tekeningen van Eeltje Romkema zijn eigendom van zijn naamgenoot en kleinkind Eeltje Romkema (in 2001 woonachtig in Spannum).
TitelFotokopie van een scheepsbouwtekening van een skûtsje voor Sj. van der Meulen te Terherne.
HerstellerRomkema, Eeltje
Stichwörterskûtsjes, Terherne, Zee, Auke van der, Meulen, Sj. van der
Objektnummer2001-474
Periode van1901
Periode tot1925
BeschreibungFotokopie van een scheepsbouwtekening van een skûtsje voor Sj. van der Meulen te Terherne. Shcaal 1:10. Opschrift: "Dit schip is gebouwd voor Sj. van der Meulen te Terhorne". Lijnenplan in boven-, zij-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen schip: lengte 14.70 meter, breedte 3.22 meter, holte 1.13 meter.
HintergrundinformationEeltje Romkema (geboren Joure 24 sept. 1880 - overleden Joure 25 sept. 1953) was in dienst bij scheepsbouwer Auke van der Zee te Joure. Hij hield zich er onder andere bezig met het opmeten en tekenen van de schepen die door Auke van der Zee werden gebouwd., Eeltje Holtrop van der Zee (1823-1901) trouwde in 1849 met Wytske Rinkema (1822-1899). Ze kregen drie kinderen: Klaaske (38 aug. 1850 - 15 mei 1920) ongehuwd en kinderloos, Auke (13 jan. 1854 - 6 maart 1939) ongehuwd en kinderloos, Antje (3 april 1852 - 1939). Zij trouwde op 11 aug. 1878 met Klaas Romkema (1850- 27 juli 1916).
Antje van der Zee en Klaas Romkema kregen zeven kinderen. De oudste was Eeltje (1880-1953). Hij trouwde in Schoterland op 20 mei 1909 met Beitske Meinesz. Eeltje Romkema werkte eerst op de scheepswerf van zijn oom Auke. Later had hij een textielzaak in de Midstraat te Joure.
De andere kinderen van Klaas en Antje Romkema: Geerjte Romkema (getrouwd met Klaas Petersen). Trijntje Romkema (geb. 10 aug. 1866 - ongehuwd en kinderloos), Wietske Romkema (geb. 22 aug. 1884 en getrouwd met Arend Poepjes), Klaaske Romkema (geb. 9 aug. 1888 en getrouwd met Reinier van Putten), Johannes Romkema (geboren 16 april 1891 en getrouwd met Reinskje Sap) en Grietje Romkema (geb. 4 juni 1893 en getrouwd met Rykele Westra).
Eeltje en Beitske Romkema kregen vier kinderen: Hein Romkema (3 jaar geworden), Klaas Johannes Romkema (geboren 1911, overleden Palembang), Afke Romkema (geëmigreerd) en Anneke Romkema. Klaas Romkema (geboren 1911, overleden Palembang) was getrouwd met Alida Jeanette Le Poole (eveneens overleden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Indië). Ze kregen drie kinderen: Eeltje, Elske en Afke. In 1948 kwamen deze kinderen als wees van Indië naar Nederland. Elske en Eeltje werden opgevangen door hun grootouders Eeltje en Beitske Romkema te Joure. Afke kwam te wonen bij een dr. Wissema te Harlingen.
De originelen van de tekeningen van Eeltje Romkema zijn eigendom van zijn naamgenoot en kleinkind Eeltje Romkema (in 2001 woonachtig in Spannum).
TitelFotokopie van een scheepsbouwtekening van een skûtsje.
HerstellerRomkema, Eeltje
Stichwörterskûtsjes, Zee, Auke van der
Objektnummer2001-475
Periode van1901
Periode tot1925
BeschreibungFotokopie van een scheepsbouwtekening van een skûtsje (roefschip). Schaal niet aangegeven. Opschrift: geen. De tekening is zeer vaag: lijnenplan in boven-, zij-, voor- enachteraanzicht. Afmetingen schip: niet aangegeven.
HintergrundinformationEeltje Romkema (geboren Joure 24 sept. 1880 - overleden Joure 25 sept. 1953) was in dienst bij scheepsbouwer Auke van der Zee te Joure. Hij hield zich er onder andere bezig met het opmeten en tekenen van de schepen die door Auke van der Zee werden gebouwd., Eeltje Holtrop van der Zee (1823-1901) trouwde in 1849 met Wytske Rinkema (1822-1899). Ze kregen drie kinderen: Klaaske (38 aug. 1850 - 15 mei 1920) ongehuwd en kinderloos, Auke (13 jan. 1854 - 6 maart 1939) ongehuwd en kinderloos, Antje (3 april 1852 - 1939). Zij trouwde op 11 aug. 1878 met Klaas Romkema (1850- 27 juli 1916).
Antje van der Zee en Klaas Romkema kregen zeven kinderen. De oudste was Eeltje (1880-1953). Hij trouwde in Schoterland op 20 mei 1909 met Beitske Meinesz. Eeltje Romkema werkte eerst op de scheepswerf van zijn oom Auke. Later had hij een textielzaak in de Midstraat te Joure.
De andere kinderen van Klaas en Antje Romkema: Geerjte Romkema (getrouwd met Klaas Petersen). Trijntje Romkema (geb. 10 aug. 1866 - ongehuwd en kinderloos), Wietske Romkema (geb. 22 aug. 1884 en getrouwd met Arend Poepjes), Klaaske Romkema (geb. 9 aug. 1888 en getrouwd met Reinier van Putten), Johannes Romkema (geboren 16 april 1891 en getrouwd met Reinskje Sap) en Grietje Romkema (geb. 4 juni 1893 en getrouwd met Rykele Westra).
Eeltje en Beitske Romkema kregen vier kinderen: Hein Romkema (3 jaar geworden), Klaas Johannes Romkema (geboren 1911, overleden Palembang), Afke Romkema (geëmigreerd) en Anneke Romkema. Klaas Romkema (geboren 1911, overleden Palembang) was getrouwd met Alida Jeanette Le Poole (eveneens overleden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Indië). Ze kregen drie kinderen: Eeltje, Elske en Afke. In 1948 kwamen deze kinderen als wees van Indië naar Nederland. Elske en Eeltje werden opgevangen door hun grootouders Eeltje en Beitske Romkema te Joure. Afke kwam te wonen bij een dr. Wissema te Harlingen.
De originelen van de tekeningen van Eeltje Romkema zijn eigendom van zijn naamgenoot en kleinkind Eeltje Romkema (in 2001 woonachtig in Spannum).
TitelFotokopie van een scheepsbouwtekening van een skûtsje.
HerstellerRomkema, Eeltje
Stichwörterskûtsjes, Zee, Auke van der
Objektnummer2001-476
Periode van1901
Periode tot1925
BeschreibungFotokopie van een scheepsbouwtekening van een skûtsje. Schaal 1:20. Opschrift "Pramen". Dit opschrift is echter later aangebracht naar aanleiding van de tekening op de achterkant van het papier van het origineel. Lijnenplan in boven-, zij-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen schip: lengte 16.41 meter, breedte 3.81 meter.
HintergrundinformationEeltje Romkema (geboren Joure 24 sept. 1880 - overleden Joure 25 sept. 1953) was in dienst bij scheepsbouwer Auke van der Zee te Joure. Hij hield zich er onder andere bezig met het opmeten en tekenen van de schepen die door Auke van der Zee werden gebouwd., Eeltje Holtrop van der Zee (1823-1901) trouwde in 1849 met Wytske Rinkema (1822-1899). Ze kregen drie kinderen: Klaaske (38 aug. 1850 - 15 mei 1920) ongehuwd en kinderloos, Auke (13 jan. 1854 - 6 maart 1939) ongehuwd en kinderloos, Antje (3 april 1852 - 1939). Zij trouwde op 11 aug. 1878 met Klaas Romkema (1850- 27 juli 1916).
Antje van der Zee en Klaas Romkema kregen zeven kinderen. De oudste was Eeltje (1880-1953). Hij trouwde in Schoterland op 20 mei 1909 met Beitske Meinesz. Eeltje Romkema werkte eerst op de scheepswerf van zijn oom Auke. Later had hij een textielzaak in de Midstraat te Joure.
De andere kinderen van Klaas en Antje Romkema: Geerjte Romkema (getrouwd met Klaas Petersen). Trijntje Romkema (geb. 10 aug. 1866 - ongehuwd en kinderloos), Wietske Romkema (geb. 22 aug. 1884 en getrouwd met Arend Poepjes), Klaaske Romkema (geb. 9 aug. 1888 en getrouwd met Reinier van Putten), Johannes Romkema (geboren 16 april 1891 en getrouwd met Reinskje Sap) en Grietje Romkema (geb. 4 juni 1893 en getrouwd met Rykele Westra).
Eeltje en Beitske Romkema kregen vier kinderen: Hein Romkema (3 jaar geworden), Klaas Johannes Romkema (geboren 1911, overleden Palembang), Afke Romkema (geëmigreerd) en Anneke Romkema. Klaas Romkema (geboren 1911, overleden Palembang) was getrouwd met Alida Jeanette Le Poole (eveneens overleden tijdens de Tweede Wereldoorlog in Indië). Ze kregen drie kinderen: Eeltje, Elske en Afke. In 1948 kwamen deze kinderen als wees van Indië naar Nederland. Elske en Eeltje werden opgevangen door hun grootouders Eeltje en Beitske Romkema te Joure. Afke kwam te wonen bij een dr. Wissema te Harlingen.
De originelen van de tekeningen van Eeltje Romkema zijn eigendom van zijn naamgenoot en kleinkind Eeltje Romkema (in 2001 woonachtig in Spannum).
BeschreibungScheepsbouwtekening van een skûtsje. Potlood op papier. Lijnenplan in zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal: 1:20. Afmetingen: lengte 13.24 m., breedte 3.28 m., holte 1.10 m. De lengte staat nogmaals met rode pen aan de rechterrand van het papier geschreven. Opdrachtgever onbekend. Op de tekening zijn allerlei notities en berekeningen aangebracht. O.a. staat geschreven: "Mulder pramen." De tekening is ongesigneerd. Aan de andere zijde van het papier een scheepsbouwtekening van een praam. Zie hiervoor T-581.
HintergrundinformationDe tekening is afkomstig van de werf Welgelegen van de firma Draaisma te Franeker. De werf is opgericht tussen 1830 en 1840 door de in 1799 te Workum geboren Douwe van der Zee. De dochter van deze Douwe van der Zee, Jetske, trouwde met Klaas Draaisma uit Franeker. Hij volgde Douwe van der Zee tussen 1866 en 1870 op als scheepstimmerman op het Vliet in Franeker. Vermoedelijk was hij al lange tijd bij zijn schoonvader scheepstimmerknecht. Klaas was maar kort directeur, omdat hij in 1874 stierf. Johannes, de zoon van Klaas, nam het bedrijf over en vanaf dat moment blijft de werf in bezit van de familie Draaisma. Achtereenvolgens waren directeur: 1. Klaas, de zoon van Johannes; 2. Johannes, de zoon van Klaas en 3. Klaas en Jetze, de zoons van Johannes. Al voor 1900 ging men over op staalbouw. Het bedrijf bleef tot 2001 aan het Vliet gevestigd, in de binnenstad. Behalve jachtbouw vindt daar ook onderhoud plaats aan meet-, peil- en inspectievaartuigen van onder meer Rijkswaterstaat, Korps Landelijke Politiediensten en het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Inmiddels is het bedrijf verplaatst naar Industrieterrein West, waar een dok is ondergebracht in een loods van 40 bij 20 meter langs het Van Harinxmakanaal. Scheepswerf Draaisma maakt deel uit van de Stichting Techno Fryslân, waarin met vier andere metaalverwerkende bedrijven wordt samengewerkt, literatuur:
- Draaisma, Franeker - Volgorde bij het maken van een Uitslag Tekening en over de Werkzaamheden der IJzeren scheepsbouw (fotokopie van een handschrift).
- K. Jansma, Met geveegde kont. Schippers en skûtsjes terug naar de oorsprong, (Bedum 2001).
- Archieven Scheepswerf Welgelegen (fa. Draaisma) te Franeker.
Titelscheepsbouwtekening van een skûtsje voor J. Boersma te Birdaard.
HerstellerDraaisma, Klaas
Stichwörterskûtsjes, tjalken, Burdaard, Boersma, J.
ObjektnummerT-542
Periode van1910
Periode tot1930
BeschreibungScheepsbouwtekening van een skûtsje voor J. Boersma te Birdaard. Potlood en pen op papier. Lijnenplan in boven-, zij-, voor- en achteraanzicht, aanzicht luiken, grootspant. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: lengte 48 voet (13.60 m.), breedte 11.25 voet (3.18 m.), holte 3.5 voet (1.00 m.), 23 ton. Aan de andere zijde van het papier staan in rode pen nogmaals de afmetingen van het schip vermeld. Opdrachtgever: J. Boersma te Birdaard. Op de tekening staan diverse berekeningen en aantekeningen genoteerd. De tekening is ongesigneerd.
HintergrundinformationDe tekening is afkomstig van de werf Welgelegen van de firma Draaisma te Franeker. De werf is opgericht tussen 1830 en 1840 door de in 1799 te Workum geboren Douwe van der Zee. De dochter van deze Douwe van der Zee, Jetske, trouwde met Klaas Draaisma uit Franeker. Hij volgde Douwe van der Zee tussen 1866 en 1870 op als scheepstimmerman op het Vliet in Franeker. Vermoedelijk was hij al lange tijd bij zijn schoonvader scheepstimmerknecht. Klaas was maar kort directeur, omdat hij in 1874 stierf. Johannes, de zoon van Klaas, nam het bedrijf over en vanaf dat moment blijft de werf in bezit van de familie Draaisma. Achtereenvolgens waren directeur: 1. Klaas, de zoon van Johannes; 2. Johannes, de zoon van Klaas en 3. Klaas en Jetze, de zoons van Johannes. Al voor 1900 ging men over op staalbouw. Het bedrijf bleef tot 2001 aan het Vliet gevestigd, in de binnenstad. Behalve jachtbouw vindt daar ook onderhoud plaats aan meet-, peil- en inspectievaartuigen van onder meer Rijkswaterstaat, Korps Landelijke Politiediensten en het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Inmiddels is het bedrijf verplaatst naar Industrieterrein West, waar een dok is ondergebracht in een loods van 40 bij 20 meter langs het Van Harinxmakanaal. Scheepswerf Draaisma maakt deel uit van de Stichting Techno Fryslân, waarin met vier andere metaalverwerkende bedrijven wordt samengewerkt, literatuur:
- Draaisma, Franeker - Volgorde bij het maken van een Uitslag Tekening en over de Werkzaamheden der IJzeren scheepsbouw (fotokopie van een handschrift).
- K. Jansma, Met geveegde kont. Schippers en skûtsjes terug naar de oorsprong, (Bedum 2001).
- Archieven Scheepswerf Welgelegen (fa. Draaisma) te Franeker.