BeschreibungZilveren insigne in de vorm van een banderol, met daarop "Friesche IJsbond". Aan de achterzijde is een knoopje bevestigd, zodat het insigne in een knoopsgat gedragen kan worden.
HintergrundinformationHendrik Hermanusz. Adema. Zilversmid in Leeuwarden. Werd in 1873 opgevolgd door schoonzoon Martinus Jahannes Nolet. Note maakt gebruik van het meesterteken Koonings II 4175. Hij was te Utrecht geboren in 1850. In 1873 firmant bij de firma H. Adema te Leeuwarden. Goud- en zilversmid aldaar tot 1928, daarna onder de eigen naam. Nolet stierf na 1939.
TitelInsigne aan een stofknoop van de Koninklijke IJsclub te Leeuwarden.
HerstellerAdema, H.
Stichwörterschaatsclubs, Leeuwarden
Objektnummer1990-081
Periode van1873
Periode tot1928
BeschreibungInsigne. Zilveren schaats, gehangen aan een geel-blauwe knoop.
HintergrundinformationHendrik Hemanusz. Adema. Zilversmid in Leeuwarden. Werd in 1873 opgevolgd door schoonzoon Martinus Jahannes Nolet. Note maakt gebruik van het meesterteken Koonings II 4175. Hij was te Utrecht geboren in 1850. In 1873 firmant bij de firma H. Adema te Leeuwarden. Goud- en zilversmid aldaar tot 1928, daarna onder de eigen naam. Nolet stierf na 1939., De insignes werden uitgereikt aan leden van de Koninklijke IJsclub te Leeuwarden, die bij een bezoek aan de ijsbaan aan de Blekerstraat te Leeuwarden dit insigne duidelijk zichtbaar meosten dragen. het is niet bekend of dit insigne voor vrouwen was of dat dit de voorloper was van het insigne met de zilveren schaats., De Leeuwarder stadsgracht achter de herberg De Gouden Bal was de traditionele plaats voor schaatswedstrijden, die er vanaf 1850 werden georganiseerd door de in dat jaar opgerichte IJsclub, die later het predikaat Koninklijke ontving
BeschreibungSmal zilveren oorijzer met knoppern. Geen gegraveerde inscriptie.
HintergrundinformationHendrik Hermanusz. Adema. Zilversmid in Leeuwarden. Werd in 1873 opgevolgd door schoonzoon Martinus Jahannes Nolet. Note maakt gebruik van het meesterteken Koonings II 4175. Hij was te Utrecht geboren in 1850. In 1873 firmant bij de firma H. Adema te Leeuwarden. Goud- en zilversmid aldaar tot 1928, daarna onder de eigen naam. Nolet stierf na 1939. De knoppen dragen het meesterteken van J.S. Sytema te Aldeboarn (1858-1870), De bruikleengevers kregen het oorzijder van hun moeder Tietje Zijlstra-van Hulzen (overleden Haaksbergen 10 dec. 1999). Zij had het van een tante, Griet Popkes Zijlstra (Geboren Jirnsum 4 nov. 1870 - overleden Ryptsjerk 13 febr. 1951). Zij had het van haar ouders Popke Jans Zijlstra (geboren Jirnsum 12 april 1834, overlden Jirnsum 21 jan. 1881) en Neeltje Johannes Westerdijk (geboren Leeuwarden 24 aug. 1833). Popke Jans Zijlstra was kleermaker.
BeschreibungZilveren geboortelepel. Ovale bak. Platte steel, die is versierd met zigzagrand en bloemmotieven. Steelbekroning: jager met hond. Op de achterkant van de bak een inscriptie: "Antje Klazes Postma Geboren den 22 Augustus 1876".
HintergrundinformationAntje Klazes Postma is op 22 aug. 1876 in Leeuwarderadeel geboren als dochter van Klaas Postma en Zwaantje Nannes Osinga. In de familie van de legatrice komt de familienaam Postma voor: de grootouders aan vaderszijde waren Jelles Koopmans en Grietje Postma.
TitelH. Adema, Leeuwarden - zilveren garenhouder met haak.
HerstellerAdema, H.
StichwörterPostma, Grietje Everts
Objektnummer2001-082
Periode van1877
Periode tot1877
BeschreibungZilveren garenhouder. Beugel van zilver, dat is versierd met graveerwerk. De spoel is van been of van ivoor. De haak is van zilver en is versierd met graveerwerk: bloemmotieven. In de achterkant van de haak de initialen "GEP".
HintergrundinformationDe initialen GEP zijn van Grietje Everts Postma (geboren Wymbritseradiel 14 mei 1847, overleden Rauwerderhem 28 aug. 1926). Zij trouwde op 11 mei 1871 met Jelle Johannes Koopmans (overleden Rauwerderhem 14 jan. 1917). Hij was boer te Raerd.
Hendrik Hermanusz. Adema. Zilversmid in Leeuwarden. Werd in 1873 opgevolgd door schoonzoon Martinus Jahannes Nolet. Note maakt gebruik van het meesterteken Koonings II 4175. Hij was te Utrecht geboren in 1850. In 1873 firmant bij de firma H. Adema te Leeuwarden. Goud- en zilversmid aldaar tot 1928, daarna onder de eigen naam. Nolet stierf na 1939.
BeschreibungZilveren naaischaar in schede. De benen van de schaar zijn voluutvormig en zijn voorzien van ovale vingerringen. Deze ringen zijn aan ge buikenkant geribbeld. De benen zijn versierd met graveringen in de vorm van acanthusloof. De schede is op dezelfde wijzer versierd.
HintergrundinformationHendrik Hermanusz. Adema. Zilversmid in Leeuwarden. Werd in 1873 opgevolgd door schoonzoon Martinus Jahannes Nolet. Nolet maakte gebruik van het meesterteken Koonings II 4175. Hij was te Utrecht geboren in 1850. In 1873 firmant bij de firma H. Adema te Leeuwarden. Goud- en zilversmid aldaar tot 1928, daarna onder de eigen naam. Nolet stierf na 1939.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.