BeschreibungMaquette van de scheepswerf van Amels te Makkum in 1921, die in 1937 werd afgebroken. Op de maquette zijn de hellinggebouwen te zien, de kaapstander die drie hellingen bediende. Op de helling een Wieringeraak, een blazer en een klipper. Voor de wal ligt een Hamburger tjalk. Op een koperen plaatje: 'De werf Welgelegen te Makkum / omstreeks 1921 / eigenaars gebr. C. en D. Amels / geb. 1971 G. Timmer'.
HintergrundinformationDe maquette werd door Douwe Amels geschonken aan Wiebe Amels bij diens 50ste verjaardag. De tekeningen voor de bouw zijn gemaakt door Douwe Amels. De bouwer, G. Timmer, was proefvaart-kapitein bij Amels. Zie collectieregistratie 1987-194.
BeschreibungDeurbekroning. Houtsnijwerk. Aan de beide zijden een rozet en in het midden een krul in Lodewijk XV-stijl (rococo) met daarin een figuur met Januskop (aan de ene kant met baard en aan de andere kant zonder baard). In de linkerhand draagt de figuur een spiegel en in rechterhand een slang. Op de achtergrond ligt een koe (landbouw?). Aan weerszijden van de middenkrul een bloemslinger en een blokjesspiraal.
HintergrundinformationDe bekroning is in 1963 door het museum verworven via antiquair Sytsma te Sneek. De vervaardiger is onbekend. Het snijwerk is ontstaan onder invloed van het houtsnijwerk in het Sneker raadhuis (1761-1762) waaraan Johann Georg Hempel werkte. Navolgers van Hempel waren zijn in Sneek woonachtige bazen Gerrit Gorp (1729-1805, maar in 1786 uit Sneek vertrokken) en Jan van Nijs (? - 1780) en verder Pytter Jacobs van Wijk (1744-1817) en in mindere mate Mathijs Ankringa (1754-1814). Het snijwerk is toe te schrijven aan Pytter Jacobs van Wijk. Pytter Jacobs van Wijk is in 1744 te Woudsend geboren en in 1817 te Sneek overleden. In 1768 woonde hij reeds in Sneek, wellicht als knecht van de beeldhouwers Jan van Nijs of Gerrit Gorp. Van Van Wijk is werk bekend in de kerk van Scharnegoutum en de R.K. kerk te Woudsend. Na zijn overlijden volgden twee zoons hem op in zijn vak van steenhouwer: Jacob Pieters van Wijk (1768-1849) en Uilke Pieters van Wijk (1778-1818). Een nazaat en naamdrager van de laatste zet het bedrijf in Sneek tot op heden voort.
Het centrale snijstuk met de januskop is ontleend aan de 'Iconologia' van Cesare Ripa. Het is een allegorie op de Prudenza (wijsheid en voorzichtigheid). De voorzichtigheid wordt gekenmerkt door het overleggen van heden en verleden (kop met en zonder baard, de spiegel), door zelfkennis (spiegel) en de slang (wees voorzichtig gelijk de slangen). Bij Ripa ligt een hert op de achtergrond, in plaats van een koe. De polychromie is in 1991/1992 opnieuw aangebracht. Zie collectieregistratie 1991-108.
BeschreibungWil Stroomer-Sjerps bij haar schilderij met voorstelling met als thema de Elfstedentocht.
HintergrundinformationWil Stroomer-Sjerps is geboren in Venhuizen 11 maart 1940. Ze begon te schilderij in 1990. Volgde cursussen aan de Volksuniveristeit Amsterdam bij Maarten Krabbé. Zie collectieregistratie 1998-058.
BeschreibungKleinzoon van de uurwerkmaker poserend bij de staartklok die voor zijn grootvader Klaas Akkerman werd vervaardigd. Op de wijzerplaat een voorstelling van de Waterpoort te Sneek.
HintergrundinformationDe letters KA op het maanwiel van de klok zijn de initialen van Klaas Akkerman. Geboren te Sneek 22 november 1834 en aldaar overleden 27 januari 1923. Zoon van Dirk Akkerman (balletjesmaker) en Sybrigje Flameling. In het bevolkingsregister wordt hij uurwerkmaker genoemd. In de registers van de burgerlijke stand wordt hij bij zijn eerste en tweede huwelijk uurwerkmakersknecht genoemd en bij zijn derde huwelijk (1880) uurwerkmaker. Eerste huwelijk 1 december 1861 met Ybeltje Alts Kromhout van der Meer (geboren Heerenveen 1833 en overleden te Sneek 6 dec. 1862). Tweede huwelijk 3 juni 1866 met Janke Reen (geboren Hinnaard 21 febr. 1845 en overleden Sneek 23 dec. 1873). Derde huwelijk 15 februari 1880 met Pietje Wielinga (geboren Sneek 6 april 1853 en overleden Sneek 17 juli 1941). Klaas Akkerman woonde op minstens 9 adressen (wat niet op grote welstand wijst): Bolwerk, Buiten 't Noord, Buiten 't Oost, Kleine Kerkstraat, Pol, Hooghuistersteeg, Havenstraat en Oud Kerkhof. Van Klaas Akkerman is in 1914 een portret gemaakt door Ids Wiersma. Het behoort tot de collectie van het Fries Scheepvaart Museum: inv.nr. G-072.
De beschildering van de wijzerplaat vertoont grote overeenkomsten met die op de klok met inv.nr. 1990-098, die wordt toegeschreven aan Jan Binnerts Tinga, omdat de voorstelling en de wijze van schilderen sterk overeenkomt met een door Tinga gesigneerd schilderij (inv.nr. G-101). De voorstelling op deze klok komt weliswaar overeen met die op de klok met inv.nr. 1990-098 en die op het genoemde schilderij, maar de wijze van schilderen is anders: minder helder, dikker opgebrachte verf, minder precieze tekening, wollige lucht en geen zwarte lijnen rond de figuren. Het lijkt wel zeker dat de schilderij zich heeft gebaseerd op de wijzerplaat van de klok met inv.nr. 1990-098, maar dat de schilder niet Jan Binnerts Tinga is geweest. Een schilder die ten tijde van Klaas Akkerman actief was in Sneek (na de dood van Jan Binnerts Tinga) was Douwe Hansma. Hij zou in aanmerking komen als zijnde de schilder van de wijzerplaat. Zie collectieregistratie 1997-162.
BeschreibungDeuren van de boeier Stavo. De deuren hebben scharnierbare panelen. De bovenzijde van de panelen zijn gebogen van vorm en voorzien van een krul in rococostijl. Voor de scharnierende panelen horren van metaaldraad. Het hang- en sluitwerk is van koper. De deuren zijn verwerkt in een kast.
HintergrundinformationDe Stavo was een overnaadse, Zaanlandse boeier, die in 1923 werd gesloopt in opdracht van de toenmalige eigenaar, Jhr. mr. C. van Eijsinga. Schipper Tjerk Voordewind liet toen van een kajuitranden en van de deuren een kast maken. Zie collectieregistratie J-185.
BeschreibungScheepsmodel van een statenjacht uit 1736: detail.
HintergrundinformationStatenjachten werden gebruikt voor het vervoer van hoogwaardigheidsbekleders als prinsen (daarom ook wel prinsenjacht genoemd), leden van de admiraliteitencolleges, leden van de Staten, de V.O.C. of de W.I.C., etc. de vaartuigen waren doorgaans fraai ingericht en voorzien van allerlei versieringen en snijwerk. In de loop van de 18de eeuw werden statenjachten ook als pleziervaartuig aangewend. Nochtans bleef het als officieel vaartuig van de Staat bij de Koninklijke Marine in gebruik tot 1843. Statenjachten zijn rondgebouwde vaartuigen met weinig diepgang en daarom meestal voorzien van zijzwaarden. De eerste Statenjachten voerden een spriettuig. Omstreeks 1660 kwam hiervoor in de plaats een staand gaffeltuig. De korte mast van het spriettuig werd dan vervangen door een langere met een steng. Statenjachten werden door Nederlandse bewindhebbers wel eens als geschenk aangebonden aan buitenlandse vorsten. Buitenlandse koningen kochten ook wel soortgelijke schepen in Nederland. Zie collectieregistratie K-010.
BeschreibungScheepsmodel van een op stapel staand oorlogsschip.
HintergrundinformationHet model is een voorstelling van een in aanbouw zijnde oorlogsschip. In het Sneeker Nieuwsblad van 18 december 1953 wordt gemeld dat het een voorstelling is van het in 1752 te Harlingen gebouwde linieschip De Eendracht, dat werd ontworpen door de Harlinger scheepsbouwer Schelte Simons Hasselaar. Het schip had 54 stukken. In het artikel van 26 november 1954 is als bouwjaar 1769 opgegeven. In 1779 voer het linieschip De Eendracht onder commando van Adriaen de Rook naar Algiers om er te onderhandelen met de Dey over de zeeroverij die daar plaatsvond. Over dit bezoek is een uitvoerig verslag beschikbaar waaruit geciteerd wordt in de artikelen in het Sneeker Nieuwsblad van 26 en 30 november 1954. Het linieschip de Eendracht verging op 1 januari 1782 op het Flie. Een linieschip is een groot oorlogsschip dat voldoende weerstandsvermogen had om in kiellinie (achter elkaar) de zeeslag in te gaan. Deze kiellinie raakte rond 1650 in zwang. Linieschepen vormden de kern van de vloot. Ze waren gebouwd op weerstand en niet op snelheid. Ze waren volledig getuigd met drie (soms vier) masten. Ze voerden tussen de 50 en 110 stukken geschut, opgesteld op twee (soms drie) dekken. Dood de ondiepten voor de Nederlandse kust waren de Nederlandse linieschepen vaak kleiner dan de Engelse. Soms werden oude Oostindiëvaarders omgebouwd tot linieschip. Dat voldeed echter niet. In de loop der tijd werd het linieschip groter. Deze ruimte werd niet gebruikt voor meer kanonnen maar voor vergroting van het kaliber van de kanonnen. In navolging van Engeland werd ook in Nederland de platte spiegel van het linieschip vervangen door een ronde spiegel (eind 17de eeuw). Ook verminderde de zeeg en de hoogte van de achteropbouw. Door de komst van de stoomschepen verdween het houten linieschip in de tweede helft van de 19de eeuw. Ze werden vervangen door pantserschepen en later door slagschepen. Zie collectieregistratie K-033.
TitelScheepsmodel van de boeier "Friso" (ex "Semper Idem").
HerstellerFries Scheepvaart Museum
Stichwörterboeiers, scheepsmodellen, schip, Fries Scheepvaart Museum, Sneek, Jonge, Marchienus de, Friso, Semper Idem
ObjektnummerFSM001024174
BeschreibungScheepsmodel van de boeier "Friso" (ex "Semper Idem").
HintergrundinformationMarchienus de Jonge (1904-1981) was conciërge van het Fries Scheepvaart Museum en later in dienst van het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen. De boeier Friso is niet het statenjacht dat in 1894 werd gebouwd op de werf van Eeltje Holtrop van der Zee te Joure (lengte 10.30 meter). De boeier waarvan het model is gemaakt werd in 1890 gebouwd op dezelfde werf en was kleiner (8.70 meter lang). De naam was toen Semper Idem. Later is het schip hernoemd in Friso en had als bijnaam 'De Lytse Friso'. Het schip was in 1964 eigendom van mr. R.V.E. van der Lande te Helmond. De boeier was van oorsprong in de 16de en 17de eeuw een gladboordig kustvaartuig. In de 18de eeuw werd de zeegaande boeier vervangen door andere kustvaartuigen, bijvoorbeeld de gajoot. Met het woord boeier werd voortaan een binnenvaartuig aangeduid dat voor vele doeleinden werd gebruikt: vervoer van personen (kerkgang), vee en kleine vrachten. Het tegenwoordige boeierjacht is hieruit ontstaan. Deze boeier kenmerkt zich door een lengte-breedte-verhouding van 3 op 1, sterk ingebogen boegen, scherpe onderwaterlijnen die soms zelfs enigszins hol zijn (gepiekt). De kop van de boeier is laag. De zeeg is gering. Het boeisel houdt over vrijwel de gehele lengte dezelfde breedte. Boeiers variëren in lengte van 7 tot 13 meter. Zie collectieregistratie K-044.
BeschreibungScheepsmodel van een zeilboot uit de pampusklasse.
HintergrundinformationHet Watersportverbond wilde een nieuwe eenheidsklasse, die een overgang zou vormen tussen de bestaande twaalf-kwadraat sharpie en de regenboogklasse en ter vervanging van de Scheldejollen, de vrijbuiter en de zestien-kwadraat Treubklasse. Deze laatste drie zijn al lang geleden als nationale klasse opgeheven; de pampus kwam als winnaar uit de prijsvraag. Tot het begin van de Tweede Wereldoorlog zijn er circa 140 pampusjachten gebouwd. Ook zijn er toen ongeveer 60 met kajuit gebouwd. Na de oorlog nam het aantal in een veel langzamer tempo toe. Literatuur: E. Spits, Wat zeilt daar?, 1998, p. 56-57.
Zie collectieregistratie K-038.
TitelScheepsmodel van de tjotter "Albert en Nelly."
HerstellerFries Scheepvaart Museum
Stichwörterscheepsmodellen, tjotters, schip, Fries Scheepvaart Museum, Sneek, Vermeer, J., Essen, M. van, Albert en Nelly
ObjektnummerFSM001024206
BeschreibungScheepsmodel van de tjotter "Albert en Nelly." Voor de vitrine de heer M. van Essen, modelbouwer en de heer J.J. Vermeer, destijds eigenaar van de tjotter.
TitelHet bezoek van prins Bernhard aan het Fries Scheepvaart Museum te Sneek.
HerstellerFries Scheepvaart Museum
StichwörterFries Scheepvaart Museum, Sneek, Prins Bernhard, Halbertsma, Johannes Herrius, Kleinzand
ObjektnummerFSM001024237
Periode van1947
Periode tot1947
BeschreibungHet bezoek van prins Bernhard aan het Fries Scheepvaart Museum te Sneek in 1947. Op de foto in gesprek met voorzitter Johannes H. Halbertsma.
TitelDe Open dag van het Fries Scheepvaart Museum Sneek.
HerstellerFries Scheepvaart Museum
StichwörterFries Scheepvaart Museum, Sneek, Boomgaard-de Boer, G., Kuipers-Greidanus, A., Schmeits, A., Ubbink-Jonker, A., Kleinzand
ObjektnummerFSM001024753
Periode van1991
Periode tot1991
BeschreibungOp de Open dag van het Fries Scheepvaart Museum Sneek. Van links naar rechts: A. Kuipers-Greidanus en G. Boomgaard-de Boer. Op de achtergrond zitten de dames A. Ubbink-Jonker en A. Schmeits.