Bord van Chinees porselein met afbeelding van een driemaster 'SLOOTEN'.
TitelBord van Chinees porselein met afbeelding van een driemaster 'SLOOTEN'.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenheraldiek, Oostindiëvaarders, sloten
Objectnummer1980-118
Periode van1750
Periode tot1800
BeschrijvingDiep bord van Chinees porselein met versieringen in encre de chine, goud, rood en blauw. In de rand vier cartouches, twee met een kolibri op een tak en twee met een berglandschap. In het plat van het bord een voorstelling van een huwelijkplechtighied onder barokke koepelpoort. Op de boog van de poort de tekst 'Semper amor pro te firmissimus atque fidelis' (Moge mijn liefde voor jou altijd sterk en trouw blijven). Bij de poort zijn allegorische figuren afgebeeld: de Voorzichtigheid en de Overvloed. Op de zuilen van de poort twee heraldische wapens. Links een wapen dat vertikaal gedeeld is met links een halve adelaar en rechts een niet herleidbaar teken. Rechts een wapen dat horizontaal gedeeld is met boven een roos en beneden twee eikels aan één tak. Onder de huwelijksvoorstelling een afbeelding van een driemaster genaamd SLOOTEN. Daarbij de tekst 'Alles heeft eenen bestemden tijd / ende alle voornemen onder den Hemel heeft synen tijdt / Prediker 3 vs 1'.
AchtergrondinformatieDe wapens: het vrouwelijk wapen is van de familie Frisius, het mannelijk wapen is niet te herleiden.
De Oostindiëvaarder (retourschip) Slooten werd in 1746 te Amsterdam gebouwd: 150 voet lang. Het maakte 7 reizen. De laatste op 1 mei 1765. Het bleef in Batavia. Het bord behoort tot een serie, naar alle waarschijnlijkheid vervaardigd voor de eerste kapitien van het schip Slooten, Annaeus Lodewijk Bettingh, die in 1750 huwde met Aletta Hillegonda Meijers, met wie hij woonde in de Grote Kerkstraat te Leeuwarden. Later was hij in dienst van de Admiraliteit van Friesland., literatuur:
- Jaarverslag Friesch Genootschap 1947, pp. 6-7
- De Chinese Porseleinkast, catalogus van een tentoonstelling in ondermeer het Fries Museum (1968), pp. 66
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, p. 18