TitelBouwtekening: perspectieftekening van de O.B.W. boerderij Pasveer te Loënga
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenboerderijen, O.B.W., Loënga, Sneek
Objectnummer1981-218
Periode van1939
Periode tot1939
BeschrijvingBouwtekening. Lichtdruk. Perspectieftekening van de O.B.W. boerderij te Loënga. Onderschrift: 'Old Burger Weeshuis Sneek, Sathe 'Pasveer' te Loënga'. Waarschijnlijk gemaakt bij de nieuwbouw na de brand in 1939.
AchtergrondinformatieDe boerderij werd in 1891 door het O.B.W. gekocht. In 1821 werd er een nieuwe Kop-hals-romp boerderij gebouwd, warvan het wit gepleisterde voorhuis met een opvallende gevelsteen zeer karakteristiek was. In 1871 werd er achter dit huis een nieuwe schuur gebouwd, In 1939 brandde de boerderij af en werd herbouwd door A. Hoekstra uit Sneek en J.C. Velding uit Buitenpost. De laatste was een specialist op het gebied van boerderijenbouw. In grote lijnen werd de oude struktuur aangehouden. De melkkelder verviel echter, de vensters zijn lager en de gevels zijn niet meer gestuct., literatuur:
- G. Bakker (e.a.) Van wezenzorg naar Stadsbelang (Bolsward, 1981) pp. 86-87
TitelBouwtekening van de O.B.W. boerderij te Loënga: wandbetimmeringen.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenboerderijen, O.B.W., Loënga, Sneek
Objectnummer1981-231
Periode van1939
Periode tot1939
BeschrijvingBouwtekening. Blauwdruk. Tekening van de bouw van de O.B.W. boerderij Pasveer te Loënga: wandbetimmeringen. Bladnr. 2 Schaal 1:1.
AchtergrondinformatieDe boerderij werd in 1891 door het O.B.W. gekocht. In 1821 werd er een nieuwe Kop-hals-romp boerderij gebouwd, warvan het wit gepleisterde voorhuis met een opvallende gevelsteen zeer karakteristiek was. In 1871 werd er achter dit huis een nieuwe schuur gebouwd, In 1939 brandde de boerderij af en werd herbouwd door A. Hoekstra uit Sneek en J.C. Velding uit Buitenpost. De laatste was een specialist op het gebied van boerderijenbouw. In grote lijnen werd de oude struktuur aangehouden. De melkkelder verviel echter, de vensters zijn lager en de gevels zijn niet meer gestuct., literatuur:
- G. Bakker (e.a.) Van wezenzorg naar Stadsbelang (Bolsward, 1981) pp.86-87
TitelBouwtekening van de O.B.W. boerderij te Loënga: buitenluiken.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenboerderijen, O.B.W., Loënga, Sneek
Objectnummer1981-230
Periode van1939
Periode tot1939
BeschrijvingBouwtekening. Blauwdruk. Tekening van de bouw van de O.B.W. boerderij Pasveer te Loënga: buitenluiken. Schaal 1:1 en 1:10.
AchtergrondinformatieDe boerderij werd in 1891 door het O.B.W. gekocht. In 1821 werd er een nieuwe Kop-hals-romp boerderij gebouwd, warvan het wit gepleisterde voorhuis met een opvallende gevelsteen zeer karakteristiek was. In 1871 werd er achter dit huis een nieuwe schuur gebouwd, In 1939 brandde de boerderij af en werd herbouwd door A. Hoekstra uit Sneek en J.C. Velding uit Buitenpost. De laatste was een specialist op het gebied van boerderijenbouw. In grote lijnen werd de oude struktuur aangehouden. De melkkelder verviel echter, de vensters zijn lager en de gevels zijn niet meer gestuct., literatuur:
- G. Bakker (e.a.) Van wezenzorg naar Stadsbelang (Bolsward, 1981) pp.86-87
BeschrijvingTwee linealen. Hout. Ongeverfd. De korte zijden van de linealen zijn bol (links) en hol (rechts). Aan beide kanten van de linealen geschilderd opschriften, temidden van krulversieringen. Op de ene lineaal de naam "Y.J. Bootsma" en het jaartal "1922". Op de andere lineaal de naam "R.J. Bootsma" en het jaartal "1922".
AchtergrondinformatieDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Na de dood van Rintje in 1994 werd Haubois door zijn weduwe verlaten. Zij liet een deel van het familiebezit na aan het museum.
TitelIds Wiersma - tekening van de boerderij Haubois van de familie Bootsma te Loënga.
VervaardigerWiersma, Ids
TrefwoordenLoënga, boerderijen, Loënga, Bootsma
Objectnummer2002-090
Periode van1915
Periode tot1915
BeschrijvingTekening van de boerderij Haubois van de familie Bootsma te Loënga.
AchtergrondinformatieIds Wiersma verkeerde in de jaren 1914-1915 in Sneek. In 1914 was het karnverbod van kracht geworden. Dat betekende dat boeren geen boter en kaas meer mochten maken op hun boerderijen. Om de niet-industriële zuivelbereiding vast te leggen op tekening, had Ids Wiersma contact met Tjeerd Hoekstra (Tinga) en met Rintje Bootsma te Loënga. Als dank daarvoor maakt hij voor beide families een tekening van hun boerderij.
Ids Wiersma. Geboren Brantgum 21 juni 1878, overleden Dokkum 24 aug. 1965. Begon als knecht van huisschilders (Brantgum, Wynaldum). Van 1889-1905 bezocht hij in Den Haag de Academie voor Beeldende Kunst. Erna verbleef hij afwisselend in Friesland en Holland. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ging Wiersma op aanraden van ds. G. Horreüs de Haas in Sneek wonen. Gaf daarna twee jaar les in Den Haag en vestigde zich in 1926 in Amsterdam. Hij illustreerde boeken en legde het verdwijnende boerenleven vast in tekeningen. Na de Tweede Wereldoorlog slonk de populariteit van Wiersma. In 1961 verhuisd naar Harlingen en later naar Nieuw Toutenburg in Noordbergum.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie., literatuur:
- J.J. Kalma c.s., Ids Wiersma, Tekenje foar Fryslân (Leeuwarden, 1978)
BeschrijvingWandbord. Geel koper (messing) op hout. Het koper is met graveerwerk versierd: stervorm en geometrische motieven. In het midden het opschrift "J.R. Bootsma G.R. Heeringa 1909". Aan de bovenkant een ophangring.
AchtergrondinformatieJentje Bootsma (1880-1961) en Grietje Heeringa (1877-1957) zijn op 25 mei 1907 getrouwd. Het bord is derhalve niet ter gelegenheid van hun huwelijk gemaakt.
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie..
TitelKop en schotel met het opschrift " Rintje Ymtes Bootsma Geboren te Loinga den 28sten Juny 1925".
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenLoënga, Bootsma, Rintje Ymtes
Objectnummer2002-092
Periode van1850
Periode tot1875
BeschrijvingKop en schotel. Wit aardwerk met goudkleurige opdruk: bloemversieringen en het opschrift " Rintje Ymtes Bootsma Geboren te Loinga den 28sten Juny 1925".
AchtergrondinformatieVolgens de burgerlijke stand is Rintje Ymte Bootsma niet op 28 juni maar op 28 juli 1825 geboren. Hij was een zoon van Ymte Johannes Bootsma (1771-1839) en Beitske Jentje Alberda (1796-1864). Hij trouwde met Janke Walinga (1839-1915).
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschrijvingDrie drinkglazen. Cilindervormig, licht conisch van vorm. In het glas geëtste afbeeldingen van kininging Wilhelmina met prinses Juliana als baby op de arm. Op twee glazen zijn de namen geëtst van: " Wed. R.Y. Bootsma en G. Bootsma-Heeringa".
AchtergrondinformatieDe glazen dragen de namen van de weduwe Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891), dit is Janke Bootsma-Walinga (1839-1915), en van haar schoondochter Grietje Bootsma-Heeringa (1877-1957), die getrouwd was met Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961).
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
TitelHouten vork met daarin uitgezaagd de initialen JB van Jentje Rintjes Bootsma.
VervaardigerBootsma, Jentje Rintjes
TrefwoordenLoënga, Bootsma, Jentje Rintjes
Objectnummer2002-094-a
Periode van1911
Periode tot1911
BeschrijvingHouten vorm. Zaagwerk met geometrisch motieven en de initialen "JB" (Jentje Rintjes Bootsma) en het jaartal "1911".
AchtergrondinformatieDe initialen zijn van Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961), zoon van Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) en Janke Walinga (1839-1915). Jentje was getrouwd met Grietje Heeringa (1877-1957).
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.
BeschrijvingTabaksdoos. Geel koper. Rechthoekig met afgeschuinde hoeken. Op de deksel een gedreven voorstelling van een meer met daarop een zeilschip en op de oever een spinnekopmolen. De voorstelling is omgeven door een parelrand. In de opstaande voorzijde de "R.J. Bootsma 22 maart 1934".
AchtergrondinformatieDe tabaksdoos was van Rintje Jentjes Bootsma (1915-1994), de zoon van Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) en Grietje Heeringa (1877-1957).
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie., In 1914 startte koperslager Klaas Dijkstra (1895-1969) in zijn ouderlijk huis in de Kloosterdwarsstraat een eigen atelier. Hij had zijn ervaring opgedaan bij de bekende zilversmid Thijs de Haas. Het bedrijf groeide snel en het personeelsbestand groeide naar 22 personen waaronder zijn broers, zuster en vader. Een belangrijke klant was Douwe Egberts, die producten van Dijkstra aanbood voor koffie- en theepunten. Deze voorwerpen werden gemerkt als “Friesche Koper Kunst” waardoor zij te onderscheiden waren van de in opdracht vervaardigde stukken.
In 1929 kelderde de economie en daarmee de vraag naar koperen luxe-artikelen. Ook Douwe Egberts nam geen producten meer af. Klaas verliet het bedrijf en zijn broers Piet (1896-1966)en Sander (1901-1940) Dijkstra namen in 1937 het afgeslankte bedrijf over. Zij merkten hun voorwerpen met het merk “P&S Dijkstra” Na de dood van Sander in 1940 ging Piet Dijkstra verder met de uit het eigen bedrijf afkomstige ciseleur Hendrik Ferwerda.
In 1944 kwam Jan Dijkstra (1928-2005) in dienst bij zijn vader Piet. Later nam hij de zaak over. Jaarlijks werd er o.a. door hem een koperen koekepan gemaakt voor de Sneker Panschipper.
TitelPijpuithaler van been, met de initialen van Jentje Rintjes Bootsma.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenLoënga, Bootsma, Jentje Rintjes
Objectnummer2002-097
Periode van1900
Periode tot1925
BeschrijvingPijpuithaler. Been. Versierd met graveerwerk: arceerwerk en de initialen JRB va Jentje Rintjes Bootsma.
AchtergrondinformatieDe pijpuithaler was van Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961), zoon van Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) en Janke Walinga (1839-1915). Jentje Bootsma was getrouwd met Grietje Heeringa (1877-1957).
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie., literatuur:
- Kunst & antiek journaal, jrg. 13 nr. 1 (januari 2008), p. 7
TitelPorseleinen pijpekop met daarop het opschrift "R.J. Bootsma onder Sneek".
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenLoënga, Bootsma, Rintje Ymtes
Objectnummer2002-098
Periode van1850
Periode tot1875
BeschrijvingPijpenkop. Porselein. Versierd met meerkleurig geschilderde bloemen op een witte ondergrond. Voorts het opschrift " R.I. Bootsma onder Sneek". In de kop een barst.
AchtergrondinformatieDe pijp was van Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891), de zoon van Ymte Johannes Bootsma (1771-1839) en Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Rintje Bootsma was getrouwd met Janke Walinga (1839-1915).
De familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Wegens stadsuitbreiding van Sneek en om de Haubois lijn in stand te houden, zette de weduwe van Rintje het bedrijf na diens dood in 1994 voort in Vrouwenparochie.