Beschrijving18 contributiekaarten van de IJswegencentrale van Friesland. Karton. De vroegste kaarten zijn ovaal van vorm, de latere rechthoekig. Elk jaar een andere kleur. De kaarten zijn van de winterseizoenen van: 1946-1947, 1949-1950, 1950-1951, 1953-1954, 1955-1956, 1962-1963, 1977-1978, 1978-1979 (dubbel), 1982-1983, 1983-1984, 1984-1985, 1985-1986, 1987-1988, 1989-1990, 1990-1991, 1991-1992 en 1997-1998.
AchtergrondinformatieLidmaatschapskaarten van de IJswegencentrale dienden duidelijk zichtbaar op de kleding gedragen te worden wanneer werd geschaatst op de banen die door de IJswegencentrales waren geveegd.
TitelEen paar Friese doorlopers van het merk G.S. Ruiter, Bolsward.
VervaardigerRuiter, G.S. (Bolsward)
Objectnummer1982-161
Periode van1901
Periode tot1940
BeschrijvingEen paar Friese doorlopers met veiligheidskrul.
AchtergrondinformatieGeert Ruiter (1861-1916) nam in 1889 de schaatsenfabriek van zijn vader Geert Stevens Ruiter te Akkrum over. Na een conflict met zijn medefirmant J. de Jong vestigde hij in 1901 een schaatsenmakerij in Bolsward. In 1905 werd er een grote fabriek gebouwd. Voor de financiering werd de N.V. Ruiters Schaatsenfabriek en Grofsmederij opgericht. Drijvende kracht hierachter was mr. G. Vissering, directeur van de Amsterdamsche Bank (liefhebber van schaatsen en ontwerper van nieuwe modellen). Het werd één van de vier grote schaatsenfabrieken van Friesland (naast G.S. Ruiter te Akkrum, J. Nooitgedagt te IJlst en A.K. Hoekstra te Wergea). Bij het overlijden van Geert Ruiter in 1915 werd de vennootschap ontbonden. De fabriek werd in 1916 afgebroken. Zoon Dirk Ruiter (1884-1940) begon in 1918 weer een kleine schaatsenmakerij in Bolsward. Hij maakte gebruik van de merken van zijn vader. Rond 1925 waren er rond vijftien personeelsleden. Na het overlijden van Dirk Ruiter in 1940 werd het bedrijf gesloten., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 82-83.
TitelEen paar Friese schaatsen van het merk L. Lantinga, Wergea.
VervaardigerLantinga, Lolke
Objectnummer1994-055
Periode van1912
Periode tot1938
BeschrijvingEen paar Friese schaatsen. Platte halzen versierd. De ijzers zijn aan de voorkant versierd met een bolletje. Volledig montuur.
AchtergrondinformatieLuitzen Lantinga (1874-1945) was zoon van de schaatsenmakende smid Bonne Ottes Lantinga te Wergea. In 1912 nam hij de zaak van zijn vader over. Hij maakte schaatsijzers voor anderen (ondermeer voor A.K. Hoekstra te Wergea) maar verkocht ook zelf zijn schaatsen, voorzien van een eigen merk. In 1938 nam zijn zoon Bonne de zaak over., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) p. 125.
TitelEen paar baanschaatsen van het merk J. Nooitgedagt, IJlst.
VervaardigerNooitgedagt, J.
Objectnummer1982-267
Periode van1935
Periode tot1965
BeschrijvingEen paar baanschaatsen. Geen montuur.
AchtergrondinformatieJan Nooitgedagt (1840-1920) was de grondlegger van de schaatsen- en gereedschapfabriek Nooitgedagt te IJlst. In 1865 kocht hij een smederij en begon daar schaatsen en schaven te maken. De vier zonen van Nooitgedagt werkten ook in het bedrijf: Jarig (1866-1942), Aldert (1871-1929), Tymen (1873-1957) en Jentje (1878-1935). Tegen het einde van de 19de eeuw gingen de zaken goed. In 1893 werd een nieuwe fabriek gebouwd. In 1900 had Nooitgedagt circa 50 man personeel in dienst. De vier zonen maakten studiereizen naar Frankrijk, Engeland en Zweden om op de hoogte te blijven van de nieuwste materialen en productietechnieken. Rond 1900 trad vader Jan uit het bedrijf en namen de vier zonen het bedrijf over. Zij bleven voornamelijk schaatsen en gereedschappen maken. Rond 1935 namen twee kleinzonen van Jan Nooitgedagt het bedrijf over: Jan Jarigs (1893-1945), Jan Alderts (1897-1982). In 1945 kwam Tjitte Jentjes (1917-1988) op de afdeling hout. In 1950 kwamen Jarich Jans (geboren 1922) op de afdeling kantoor en Aldert Jans (geboren 1926) op de afdeling metaal. In 1965 werd de productie van schaatsen gestopt. In 1972 stopte de prodcutie van houten speelgoed. De productie van de steekbeitel werd toen sterkt opgevoerd. Begin jaren negentig kreeg het familiebedrijf een forse klap te verwerken; de grote Zweedse afnemer kocht een beitelfabriek op en zegde het contract met Nooitgedagt op. In 1991 werd er nog een nieuw fabriekspand geopend. Het bedrijf legde zich volledig toe op de metaalproductie. Wybrand Jan Attema, achterkleinzoon van de oprichter Jan Nooitgedagt, ging rond 1995 met pensioen. Er was in de familie geen opvolger. Het bedrijf werd verkocht aan Record Holding te Sheffield. De verwachting dat dit bedrijf de metaalproductie van Sheffield naar IJlst zou verplaatsen, kwam niet uit. Record werd overgenomen door de American Tool Company en dat werd weer ingelijfd in Newell Rubbermaid. IJlst raakte uit beeld. In 2003 sloot de fabriek., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 136-139.
TitelEen paar stheemanschaatsen van het merk J. Nooitgedagt, IJlst.
VervaardigerNooitgedagt, J.
Objectnummer1982-262
Periode van1935
Periode tot1965
BeschrijvingEen paar stheemanschaatsen. Compleet leerwerk. Speciaal montuur.
AchtergrondinformatieJan Nooitgedagt (1840-1920) was de grondlegger van de schaatsen- en gereedschapfabriek Nooitgedagt te IJlst. In 1865 kocht hij een smederij en begon daar schaatsen en schaven te maken. De vier zonen van Nooitgedagt werkten ook in het bedrijf: Jarig (1866-1942), Aldert (1871-1929), Tymen (1873-1957) en Jentje (1878-1935). Tegen het einde van de 19de eeuw gingen de zaken goed. In 1893 werd een nieuwe fabriek gebouwd. In 1900 had Nooitgedagt circa 50 man personeel in dienst. De vier zonen maakten studiereizen naar Frankrijk, Engeland en Zweden om op de hoogte te blijven van de nieuwste materialen en productietechnieken. Rond 1900 trad vader Jan uit het bedrijf en namen de vier zonen het bedrijf over. Zij bleven voornamelijk schaatsen en gereedschappen maken. Rond 1935 namen twee kleinzonen van Jan Nooitgedagt het bedrijf over: Jan Jarigs (1893-1945), Jan Alderts (1897-1982). In 1945 kwam Tjitte Jentjes (1917-1988) op de afdeling hout. In 1950 kwamen Jarich Jans (geboren 1922) op de afdeling kantoor en Aldert Jans (geboren 1926) op de afdeling metaal. In 1965 werd de productie van schaatsen gestopt. In 1972 stopte de prodcutie van houten speelgoed. De productie van de steekbeitel werd toen sterkt opgevoerd. Begin jaren negentig kreeg het familiebedrijf een forse klap te verwerken; de grote Zweedse afnemer kocht een beitelfabriek op en zegde het contract met Nooitgedagt op. In 1991 werd er nog een nieuw fabriekspand geopend. Het bedrijf legde zich volledig toe op de metaalproductie. Wybrand Jan Attema, achterkleinzoon van de oprichter Jan Nooitgedagt, ging rond 1995 met pensioen. Er was in de familie geen opvolger. Het bedrijf werd verkocht aan Record Holding te Sheffield. De verwachting dat dit bedrijf de metaalproductie van Sheffield naar IJlst zou verplaatsen, kwam niet uit. Record werd overgenomen door de American Tool Company en dat werd weer ingelijfd in Newell Rubbermaid. IJlst raakte uit beeld. In 2003 sloot de fabriek., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 136-139.
TitelEen paar Friese schaatsen van het merk S. van der Molen, Akkrum.
VervaardigerMolen, S. van der ; Boornbergum ; Oudehaske
Objectnummer1982-361
Periode van1924
Periode tot1936
BeschrijvingEen paar Friese schaatsen. Van de rechterschaats is het hout gescheurd. Beide schaatsen hebben teenleren. De linkerschaats heeft een aaneen geknoopt hakleer. De rechterschaats heeft een hakleer van rubber.
AchtergrondinformatieSytse van der Molen (1897-1965) is geboren in Akkrum. Daar leerde hij het smidsvak bij G.S. Ruiter. Na smidsknecht geweest te zijn in Beetsterzwaag, Akkrum (1922) en IJlst (1923, J. Nooitgedagt) vestigde hij zich in 1924 in Boornbergum als zelfstandig smid. Hij maakte er ook schaatsen, die hij leverde aan andere schaatsenmakers. Ook voorzag hij zijn ijzers zelf van houten (geleverd door Gerrit van der Schaaf in Nijehaske) die onder eigen naam op de markt gebracht werden. Van der Molen maakte daarbij gebruik van het feit dat hij in Akkrum was geboren: 'S. v.d. Molen van Akkrum'. In 1929 begon hij een smederij in Oudehaske. Ook daar maakte hij ijzers voor anderen en maakte hij zelf schaatsen (houten van de firma Stienstra en Van der Schaaf te Heerenveen). In 1936 begon hij een smederij in Drachten. De schaatsen die hij daar maakte werden voorzien van het merk S. v.d. Molen - Drachten (niet meer 'van Akkrum'). Tot 1963 heeft hij daar nog schaatsen gemaakt., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese Schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 83-85 en 108-109.
TitelEen paar Wichers-de-Salisschaatsen van het merk Becker en Henckell, Remscheid.
VervaardigerBecker, Joh. Pet, Henckell, Gustav
Objectnummer1982-313
Periode van1900
Periode tot1950
BeschrijvingEen paar Wichers-de-Salisschaatsen. Oud model met vol gesmede ronde krul. Met montuur en veters.
AchtergrondinformatieDe Friese schaatsen zijn afkomstig uit de bedrijfscollectie van J. Nooitgedagt te IJlst.
Jan Nooitgedagt (1840-1920) was de grondlegger van de schaatsen- en gereedschapfabriek Nooitgedagt te IJlst. In 1865 kocht hij een smederij en begon daar schaatsen en schaven te maken. De vier zonen van Nooitgedagt werkten ook in het bedrijf: Jarig (1866-1942), Aldert (1871-1929), Tymen (1873-1957) en Jentje (1878-1935). Tegen het einde van de 19de eeuw gingen de zaken goed. In 1893 werd een nieuwe fabriek gebouwd. In 1900 had Nooitgedagt circa 50 man personeel in dienst. De vier zonen maakten studiereizen naar Frankrijk, Engeland en Zweden om op de hoogte te blijven van de nieuwste materialen en productietechnieken. Rond 1900 trad vader Jan uit het bedrijf en namen de vier zonen het bedrijf over. Zij bleven voornamelijk schaatsen en gereedschappen maken. Rond 1935 namen twee kleinzonen van Jan Nooitgedagt het bedrijf over: Jan Jarigs (1893-1945), Jan Alderts (1897-1982). In 1945 kwam Tjitte Jentjes (1917-1988) op de afdeling hout. In 1950 kwamen Jarich Jans (geboren 1922) op de afdeling kantoor en Aldert Jans (geboren 1926) op de afdeling metaal. In 1965 werd de productie van schaatsen gestopt. In 1972 stopte de prodcutie van houten speelgoed. De productie van de steekbeitel werd toen sterkt opgevoerd. Begin jaren negentig kreeg het familiebedrijf een forse klap te verwerken; de grote Zweedse afnemer kocht een beitelfabriek op en zegde het contract met Nooitgedagt op. In 1991 werd er nog een nieuw fabriekspand geopend. Het bedrijf legde zich volledig toe op de metaalproductie. Wybrand Jan Attema, achterkleinzoon van de oprichter Jan Nooitgedagt, ging rond 1995 met pensioen. Er was in de familie geen opvolger. Het bedrijf werd verkocht aan Record Holding te Sheffield. De verwachting dat dit bedrijf de metaalproductie van Sheffield naar IJlst zou verplaatsen, kwam niet uit. Record werd overgenomen door de American Tool Company en dat werd weer ingelijfd in Newell Rubbermaid. IJlst raakte uit beeld. In 2003 sloot de fabriek., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese Schaatsenmakers (Franeker, 1994), pp. 136-139.
TitelEen paar Friese doorlopers van het merk Frisia, IJlst.
VervaardigerFrisia
Objectnummer1982-362
Periode van1922
Periode tot1960
BeschrijvingEen paar Friese doorlopers. Met veiligheidskrul. Montuur: teenleer en geknoopt hakleer.
AchtergrondinformatieKlaas Eeltje de Vries (1861-1935) was timmermansknecht en maakte schaatshouten voor verschillende schaatsenmakerijen (J. Nooitgedagt en Cornelis Faber te IJlst, A.W. Nauta te Heeg, etc.). Samen met zijn zoon Willem (1902-1962) richtte hij in 1922 een zelfstandige schaatsenfabriek op. Ze voorzagen hun schaatsen van het gedeponeerde merk FRISIA. Naast schaatsen maakten ze er ook ander houtwerk. Ze maakten rond de 10.000 schaatsen per jaar. Rond 1960 nam zoon Eeltje (1931 - ) het bedrijf van Willem de Vries over. De fabriek bleef produceren tot 1987., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) p. 143.