BeschrijvingFlessenscheepje met twee schoeners. Voor een tweemastgaffelschoener met Nederlandse en Italiaanse vlag. Achter een tweemasttopzeilschoener met Nederlandse vlag. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met driemastvolschip. Vol getuigd. Op het schip van voor naar achter: lichtkap, dekhuis, twee sloepen, stuurhut, lichtkap. Nederlandse vlag. Blauwe wolken op het glas. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met driemastvolschip, met ra- en gaffelzeilen. Nederlandse vlag. Op het schip van voor naar achter: boegbeeld, sloep, dekhuis, sloep in davits. Met houten stop.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met driemastvolschip, Nederlandse vlag. Op het schip van voor naar achter: dekhuis, stuurhut, lichtkap. Gebouwd in een glazen bol, een lamp, op een houten blok.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar. Dit flessenscheepje is echter wel uitgerust met scharnierende masten., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met zesmastbarkentijn, met daarop een kombuis, twee dekhuizen, een lichtkap en een stuurhut. Nederlandse en Duitse vlag. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje. Stolpfles met glazen dop. In de fles een driemastfregat met volle tuigage. Aan de mast een rode wimpel. Naast het schip een omgeslagen sloep met op de kiel daarvan drie drenkelingen (een staat, gehouden door de twee zittende anderen). In een andere sloep roeien vijf redders naar de drenkelingen toe.
AchtergrondinformatieDe fles is uitgeleend geweest aan de Windvaan-tentoonstelling en raakte daar beschadigd. Toen in 1974 de soortgelijke stopfles in Antwerpen beschadigd raakte, en daar werd gerestaureerd, is daarna besloten ook dit oude exemplaar te restaureren. Onder in de fles nog enige afgebroken figuurtjes en vlaggen. De fles is lange tijd in bruikleen geweest bij Joost Halbertsma uit Den Haag, die een zomerhuis had aan de Potten en bovendien een woning aan de Geeuwkade 10 te Sneek. Joost Halbertsma was een neef van conservator Herre Halbertsma. Hij heeft als onbetaalde kracht de catalogus van het museum samengesteld., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad: 5 feb. 1954, 30 oktober 1958, 28 januari 1974
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1973-1974, p. 8
- H. van Zijl 'een redding op zee' in Ons Amsterdam 1978, pp. 130-131.
TitelPieter Reynders - Coulisseknipsel met voorstelling van een boerderij.
VervaardigerReynders, Pieter ; Harlingen
Trefwoordenboerderijen
Objectnummer1991-088
Periode van1800
Periode tot1810
BeschrijvingCoulisseknipsel. Voorstelling van een boerderij. In de schuur is een vrouw bezig met een karnton. In het midden een brug met daarop een hengelaar en een door een paard getrokken boerenkar. In de sloot een vissersboot met hengelaar. Op de voorgrond koeien, geiten en enige vogels (kievit, reiger, etc.).
AchtergrondinformatieHet knipsel is ingelijst in een vergulde, bewerkte lijst (kraalrand en palmetten) en gevat achter glas. Van de signatuur is het jaartal verwijderd. Pieter Reijders was een zeer produktief knipper. Van hem zijn geen gegevens bekend. Werkzaam rond 1800, vermoedelijk in Amsterdam. Mogelijk is hij de P.R. die in 1771 in Harlingen werd geboren en in 1848 te Amsterdam zonder beroep overleed. Maar bewijs daarvoor is er niet. Zijn knipsels zijn haast zonder uitzonder uitbeeldingen van het dagelijks leven (dorpsgezichten, ijsvermaak, boerderijen, schippers, fruitspluksters) en bijbelse voorstellingen. Het zijn alle coulisse-knipsels. Hij gebruikte stevig wit papier, dat nat gemaakt was en met zakjes zand hol werd gemaakt. Om diepte in de voorstelling te krijgen plaatste hij een veelheid aan losse figuren op de voorgrond, door ze in een gleufje te steken. In 1994 werden er soortgelijke knipsels aangeboden door veilinghuis De Zwaan in Amsterdam. Een advertentie met afbeelding van een van deze knipsel is opgenomen in de de Kunst- en Antiekrevue van okt./nov. 1994. Ook deze bavelaars zijn gesigneerd Pieter Reijnders 1801., literatuur:
- Joke en Jan Verhave, Schaar-Kunst, ontwikkeling van de papierkunst in Nederland (Arnhem, 1983).
- Klaartje Couprie, 'Waar 't tuchthuis al niet goed voor is' in: Origine, 1994, nr. 5, pp. 32-37.
TitelDiorama voorstellende een havenplaats met enkele (beweegbare) schepen.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer1989-1095
Periode van1900
Periode tot1925
BeschrijvingDiorama. Kistvorm met opbouw tegen de achterwand en de zijwanden. De opbouw voorzien van heuvels met daarop huizen, een kerk en een vuurtoren. In de baai ervoor liggen vier schepen. Links een viermastclippper. Daarnaast een stoomschip met twee schoorstenen en twee masten. Dan een driemastbark. Geheel rechts een stoomschip met één schoorsteen en twee masten. Op de voorgrond is op twee klossen een draaiende band gemaakt. Daarop zijn zeven schepen van verschillende vorm bevestigd. De band kan met een zwengel worden gedraaid zodat de schepen in beweging komen. Het diarama is bont gekleurd, evenals de schepen. De kist, waar het geheel op is gebouwd zijn roze met bruine sierbanden.
AchtergrondinformatieDe herkomst van het diorama is niet bekend. De stijl van de schepen en de stoffering doet vermoeden dat het diorama is gemaakt door een bouwer van flessenscheepjes.
TitelPrijsstander: een kajuitzeiljacht. Wisselprijs in de schakelklasse.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenkajuitzeiljachten, schakelklasse
Objectnummer1978-082
Periode van1967
Periode tot1967
BeschrijvingPrijsstander. Trofee in de vorm van een kajuitzeiljacht op golven. Het jacht heeft een mast waaraan twee kluivers en een fok, een gaffelgrootzeil en een topzeil worden gevoerd. De kajuit en de kuiprand zijn goudkleurig. Het model is geplaatst in een zee van uit metaal gedreven golven. Deze 'zee' is vervolgens geplaatst in een vitrine met houten ribben. Voor het model vier zilveren plaatjes met inscriptie: '1967 B. Bouma Grouw / 1968 M. v.d. Meer Heerenveen / 1969 M. v. Paridon Leiden / 1970 C.A. Lonterman / Ark Johanna Elburg / 1972 E. Hinrichs / Steendam / 1973 J. v.d. Kroot / Zoeterwoude'.
AchtergrondinformatieHet model werd uitgeloofd als wisselprijs bij wedstrijden in de schakelklasse.
TitelHalfmodel van een straalbuis viskotter, ontworpen door W. Zwolsman.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenviskotters, kotters, vissersschepen
Objectnummer1981-482
Periode van1925
Periode tot1950
BeschrijvingHalfmodel van een straalbuis viskotter. Stapelmodel. Schaal 1:20.
Rondhouten en tuigage: geen. Alleen de plaats van de beide masten is aangegeven.
De romp: scherpe voorsteven, rond achterschip, bodem met kiel.
Het model van voor naar achter: Op het dek is rudimentair de stuurhut, de machinekamer, de lichtkap en de plaats van de twee masten aangegeven. Opvallend is de gedetailleerde weergave van de straalbuis rond de schroef. Het model is bevestigd op een plank.
Kleuren: het halfmodel is zwart geschilderd en de plank waarop het is bevestigd grijs.
Accessoires: geen.
AchtergrondinformatieHet model van de straalbuis viskotter is in 1946 ontworpen door W. Zwolsman, werkzaam bij Holland Launch te Zaandam. Hij stamt uit de Makkumer tak van de familie Zwolsman en is daar ook geboren. Het speciale aan het ontwerp was de straalbuis rond de schroef. Deze buis draait mee met het roer. De straalbuis moest zorgen voor een beter voorstuwing, met name wanneer niet rechtuit gevaren werd. Het ontwerp is gerealiseerd in de UK3 300 en in de KW 53. Van de UK 300 is in 1988 een model gemaakt: inv.nr. 1988-1. Het halfmodel is in 1991 gerestaureerd. De viskotter is in Nederland het meest gebruikte motorschip voor de kustvisserij (trawlvisserij, boomkorvisserij en spanvisserij). Op kotters wordt het meest gevist op haring en platvis. In de loop de tijd wordt er steeds meer over het achterschip gevist. Men spreekt dan van een hekkotter. Afhankelijk van de grootte varen op een kotter 4 tot 7 man.
BeschrijvingScheepsmodel van een fregat. Dwarsdoorsnede: instructiemodel. Schaal niet bekend. Rondhouten en tuigage: geen Romp: Alleen het bovenste gedeelte van een bakboordhelft van een oorlogsschip is weergeven: het bovendek en twee verdiepingen daaronder. Het model van voor naar achter: Van de scheepshuid zijn de verticale inhouten (spanten) te zien en de horizontale wegering aan de binnenkant en de horizontale huidplanken aan de buitenkant. Van de dekken zijn de dekbalken en de dekstutten te zien. In het midden zijn in het bovendek twee roosters gemaakt en in het geschutsdek een trapgat, waarin de trap naar het dek eronder is gemaakt. In de scheepshuid zijn vier geschutsopeningen gemaakt: voor het bovendek één, voor het geschutsdek twee en voor het dek daaronder weer één. De openingen zijn afgesloten met luiken. Alleen het luik van het bovendek is geopend. Het touw van het luik is aan de binnenkant vastgezet op een klamp. Door de geschutsopening steekt de loop van een gegoten kanon. Het is geplaatst op een houten rolpaard met metalen wielen. De rolpaard is aan de beide zijkanten en aan de achterkant vastgesjord met touwen. Deze touwen lopen die twee blokken naar ringen in het dek. Boven de geschutopening hangt aan de binnenkant van het schip de stok waarmee het kanon werd geladen. Kleuren: De scheepshuid is bruin geschilderd. De bovenkant van de verschansing is zwart met daarop S-vormige blad-krullen in goudkleur. De scharnieren van de luiken zijn zwart, evenals het berghout. Aan de binnenkant is de wegering rood geschilderd. De dekken zijn niet beschilderd. De dekstutten en de trap zijn groen. Het rolpaard van het kanon is gelakt. Accessoires: stampstok van het kanon.
AchtergrondinformatieHet model is waarschijnlijk een uit Engeland afkomstig instructiemodel waarmee geleerde moest worden hoe scheepskanonnen geladen en vastgesjord moesten worden. De sjortouwen aan het rolpaard werden gebruikt om de terugslag van het kanon tegen te houden, wanneer het gevuurd werd. Ook werden de touwen gebruikt voor het terugrollen van het kanon om het opnieuw te kunnen laden. De gebruikte kanonnen waren namelijk voorladers.
Een fregat is in het algemeen een oorlogsschip met één volle laag geschut, soms aangevuld met kanons op bak en campagne. Het fregat had meestal één of twee dekken en weinig opbouw. De eerste Nederlandse fregatten hadden een platte spiegel. Na 1720 werd deze, onder invloed van Engelse bouwmeesters, vervangen door ronde spiegels. Ze waren als volschip getuigd: drie masten. De vorm en de bouw waren gericht op snelheid en niet op een hechte constructie, zoals bij linieschepen. Ze waren bestemd om dienst te doen als verkenner of voor het overbrengen van berichten. De vroege fregatten waren derhalve klein en bewapend met niet meer dan twaalf stukken. Latere fregatten waren groter en voerden 54-60 stukken. In de negentiende eeuw waren er ook koopvaardijfregatten, die qua vorm en tuigage leken op de oorlogsfregatten maar waren ingericht voor de handelsvaart., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1978, p. 11
TitelSpeelscheepje in de vorm van een zeiljacht met zelfstuurinrichting.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer1991-334
Periode van1990
Periode tot1990
BeschrijvingSpeelscheepje in de vorm van een zeiljacht. Blokmodel.
Rondhouten en tuigage: Het speelscheepje heeft één mast. De mast is in de romp gestoken en wordt gehouden door een voorstag van metaaldraad. De zeilen (stagfok en grootzeil) zijn van witte nylondoek, met verstevigigingen in geel, zomen in blauw en stiksels in zwart en rood. De fok is met een zoom aan de voorstag verbonden. De fokkeschoot loopt van de schoothoek naar voren, door een oog aan de voorstag, terug naar achter, door een kunststof oogblok (vlak achter de mast) en is belegd op een klamp van kunststof op het achterschip. Het grootzeil is met een zoom aan de mast bevestigd. De bovenkant van het grootzeil is rond. De giek bestaat uit een plaat kunststof. Daaraan is de grootschoot bevestigd, die met een metalen ring is vastgezet op een metalen overloop. De hals van het grootzeil is vastgezet op de kunststof giekplaat. De halstalie loopt via een dubbel oogblok van kunststof (vlak achter de mast) naar een kunststof klamp op het achterschip.
De romp: Het voorschip is scherp en loopt schuin op. Het achterschip is rond en loopt schuin af. De bodem is plat is voorzien van achterwaarts gerichte kiel. Deze kiel is aan de onderkant verzwaard met metaal. Het roer is druppelvormig (gemaakt van halftransparante kunststof).
Het model van voor naar achter: Het speescheepje is gladdeks. Op het dek zijn alleen de voorziening van de tuigage en de stuurinrichting gemaakt. Op het achterschip is de zelfstuurinrichting te zien. Uit het achterschip steekt de roerspil omhoog. Deze is naar voren gebogen voorzien van een langwerpig oog. Voor de roerspil is in het dek een windvaan van kunststof (transparant en oranje) gestoken. Deze windvaan is voorzien van een achterwaarts gerichte stang die is gestoken in het oog aan de roerspil. Op deze wijze bepaalt de windrichting de stand van het roer.
Kleuren: De romp is rood. De kiel is wit. Het dek is gelakt. De zeilen zijn veelkleurig. Het kunststof beslag op het dek is rood. De stander is van plexiglas en ongeverfd hout.
Accessoires: Z-vormige stander van hout en plexiglas. Op de stander staat aan twee kanten de naam van de school waar het speelscheepje is vervaardigd: 'de ABS'.
AchtergrondinformatieHet speelscheepje is gemaakt door leerlingen van de A.B.S. (Algemene Beroeps School) te Sneek. Het maken van het speelscheepje was onderdeel van een mulitidisciplinair project: geschiedenis en het verwerken van diverse materialen in één product: hout, metaal, kunststof en textiel. De bij het projekt gemaakte lesstof en syllabi zijn opgenomen in de bibliotheek onder nr. A-205.
Het projekt werd afgesloten met een wedstrijd voor de speelscheepjes.