TitelFrits Klein - schilderij met voorstelling van het skûtsje Gerben van Manen.
VervaardigerKlein, Frits
Trefwoordenskûtsjes, Heerenveen, planten en bloemen, skûtsjesilen, Heerenveen, Brouwer, Tjitte Lammertsz.
Objectnummer2001-292
Periode van1985
Periode tot1985
BeschrijvingSchilderij. Acryl op doek. Ingelijst. Voorstelling van het skûtsje Gerben van Manen (zeilteken H). Het skûtsje zeilt aan de wind, met de zeilen over bakboord, op wijd water. De zeilen: witte fok en bruin grootzeil. Linksvoor een rietkraag. rechtsachter een dorpssilhouet.
AchtergrondinformatieHet schilderij is afkomstig uit de prijzencollectie van Tjitte Lammertsz. Brouwer (1916-1993), die van 1968 tot 1985 schipper was op het skûtsje Gerben van Manen van Heerenveen., Tjitte Lammertsz. Brouwer. Geboren Leeuwarden 20 okt. 1916, overleden Woudsend 5 jan. 1993.
Zoon van Lammert Brouwer (1875-1954) en Jikke Dam. Hij had 14 broers en zusters. Vader Lammert was schipper op een skûtsje, actief in het vervoer van modder en zand. Hij liet in 1924 te Briltil een bolschip bouwen, dat de naam Hoop doet leven kreeg. Lammert Brouwer hield van snel zeilen. Door de wijze van werk verdelen bij afgravingen (wie het eerst komt krijgt de vracht) was dat ook economische noodzaak. Lammert Brouwer deed dan ook graag mee aan de westrijden skûtsjesilen en won ook vaak: onder andere in Burgum (1907), In Earnewâld (1926, 1930 en 1944). Enkele van deze prijzen kwamen in bezit van Tjitte Brouwer.
Van de 15 kinderen was Tjitte de beste zeiler. Vader Lammert had hem meestal aan de fok zitten. Tjitte was fel. Dat ging volgens Klaas Jansma (boek "Hoop doet leven") zo ver dat het leek alsof hij in gesprek was met het doek: "toe fok ! rot fok!". Tot 1936 voer Tjitte mee op het schip van zijn vader. Van 1936 tot 1940 was hij werkzaam in de baggerwerken. In 1940 trouwde hij met Tjitske Boorsma (1918-2001) uit Earnewâld. In 1941 kocht hij het zeilschip Hoop doet leven van zijn vader. In 1947 kocht Tjitte Brouwer zijn eerste motorschip. Hij vervoerde er zand mee voor de gemeente Wymbritseradiel en voor Van der Veen te Bakhuizen. In 1971 gingen ze - wegens rheumatiek van vrouw Tjitske - aan de wal wonen, in Woudsend. Tjitte Brouwer ging varen voor Klaas van der Meulen.
Tjitte Brouwer deed graag mee aan zeilwedstrijden. Eerst als fokkenist bij zijn vader. Later was hij ook fokkenist op andere skûtsjes (Langweer en Grou). Eerste plaatsen werden behaald in 1956 en 1957 (onder schipper Berend Mink) en in 1958, 1959, 1960, 1961, 1962 (onder schipper Ulbe Zwaga, zwager van Tjitte). Van 1968 tot 1985 was Tjitte Brouwer schipper op het skûtsje Gerben van Manen van Heerenveen. Hij was de opvolger van Siep van Terwisga. Tjitte Brouwer werd kampioen in 1968, 1974, 1975, 1976, 1977 en in 1981. In het vleugelklassement (over alle officiële SKS-wedstrijden) staat hij op de vierde plaats (50 maal eerste, 24 maal tweede n 15 maal derde). Ulbe Zwaga staat in het vleugelklassement op nr. 1. In 1985 nam Tjitte Brouwer afscheid als schipper. Hij werd opgevolgd door Tjitte Sietsesz. Brouwer. Bij zijn afscheid op 24 aug. 1985 werd Tjitte Brouwer benoemd tot erelid van de SKS (gouden speld) en tot lid (zilver) in de orde van Oranje-Nassau. Zijn prijzen, plakboeken en fotoboeken werden door Brouwers weduwe Tjitske Brouwer-Boorsma (overleden 7 mei 2001) gelegateerd aan het Fries Scheepvaart Museum.
BeschrijvingCentsprent. Drukwerk. Titel: "Het nieuw vermakleijk Spel, genaam Doggersbank". Bord met in het midden de admiraalschepen Admriaal de Ruiter en The Foritude. Daar om heen in veertien vakjes de andere veertien Nederlandse en Engelse oorlogsschepen die een rol speelden in de slag bij de Doggersbank. Onder de afbeelding de spelregels.
AchtergrondinformatieDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Na de dood van Rintje in 1994 werd Haubois door zijn weduwe verlaten. Zij liet een deel van het familiebezit na aan het museum.
BeschrijvingKwartetspel in kartonnen doosje. 36 kaarten met plaatjes en opschriften inzake de scheepvaart en scheepsverzekering in Groningen en omgeving.
BeschrijvingPlaat van Makkumer aardewerk. Gecontourneerde en geprofileerde rand. Beschilderd in blauw op wit. De rand is gemarmerd. Voorstelling van een scheepswerf bij een stad (waarschijnlijk Zaandam). Rechts een koopvaardijschip in aanbouw op een helling. rimmerlieden zijn bezig met de bouw er van. Links een driemast bootschip. Op de achtergrond woningen en een kerk. Onder de voorstelling een gemarmerd cartouche met kader van acanthus.
AchtergrondinformatieDe beschildering is gemaakt door W. ten Zweege te Makkum. Voorbeeld is een gravure van Sieuwert van der Meulen: nummer 33 uit de serie "Scheepsbouw" met als titel "Het schip word aan alle kanten opgetimmerd". De situering van de werf is waarschijnlijk in Zaandam.
Willem Jacobus ten Zweege (1831-1896) woonde en werkte zijn hele leven in Makkum. In 1848 kwam hij als leerling-schilder op de gleibakkerij van Tichelaar, waar zijn vader juit eerste schilder was geworden. Na diens overlijdne in 1869 volgde Willem zijn vader op. Tot zijn overlijden in 1896 heeft hij het aanzien van het product van de fabriek bepaald en tezamen met de ondernemende en vernieuwend Jan Tichelaar een belangrijke bijdrage geleverd aan het voortbestaan van het bedrijf. . Willem ten Zweege heeft een omvangrijk oeuvre. Hij kon in verschillende stijlen werken. Vaak werkte hij grof en vlot (kleingoed en spreukschotels). maar speciale opdrachten werden fijner beschilderd, in het bijzonder werken naar 18de-eeuwse voorbeelden. Van 1870 tot 1890 schilderde hij circa 4500 platen, waarvan er 109 zijn teruggevonden., literatuur:
- Pieter Jan Tichelaar en Casper Polder, Gebakken schilderijn, Friese Keramische platen 1870-1930 (Leiden 1998), pp 53 en 99.
- P.J. Tichelaar, Fries Aardewerk. Tichelaar Makkum 1700-1876, deel III, (Leiden 2004), p. 197-205.
- P.J. Tichelaar, Fries Aardewerk. Tichelaar Makkum 1868-1963, deel IV, (Leiden 2004), p. 180-183.
TitelPoster met voorstelling van zeilschepen. Reclame van zeilmaker M.F. de Vries te Lemmer.
VervaardigerGroot, J. de
Trefwoordenboeiers, botters, schokkers, hoogaarzen, tjotters, zeilschouwen, skûtsjes, Lemsteraken, zeilmakerijen, Lemmer, Vries, M.F. de
ObjectnummerE-335
Periode van1975
Periode tot1990
BeschrijvingPoster. Drukwerk in de kleuren zwart en bruin. Voorstellingen van diverse klassieke zeilschepen: botter, schokker, tjotter, hoogaars, boeier, Lemsteraak en skûtsje. Voorts diverse scheepsonderdelen. Beneden in een kader van touwwerk het opschrift "M.F. de Vries B.V. / Zeilmakers sind 1830 / Vuurtorenweg 1 / telefoon 05146-2015 / Lemmer - Holland".
TitelW.J. Dijk - Ets met afbeeling van een voor de wind zeilende tjalk.
VervaardigerDijk, Willem Jans
Trefwoordentjalken, bakens
Objectnummer2002-072
Periode van1910
Periode tot1940
BeschrijvingEts. Gezicht op een voor de wind zeilende tjalk. De tjalk vaart in wijd water van de beschouwer af. Links een baken. De ets is ingelijst.
AchtergrondinformatieWillem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
TitelW.J. Dijk - Aquarel met afbeeling van een voor de wind zeilende tjalk.
VervaardigerDijk, Willem Jans
Trefwoordentjalken
Objectnummer2002-073
Periode van1910
Periode tot1940
BeschrijvingAquarel. Gezicht op een voor de wind zeilende tjalk. De tjalk vaart in wijd water naar de beschouwer toe. De aquarel is ingelijst.
AchtergrondinformatieWillem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
TitelJacob Spin - Gouache. Scheepsportret van de brik Luitenant Admiraal Tjerk Hiddes.
VervaardigerSpin, Jacob
Trefwoordenbrikken, loodsboten, schoeners, Harlingen, zeelieden, Parma, O.S.
Objectnummer2002-417
Periode van1858
Periode tot1858
BeschrijvingGouache. Scheepsportret van de tweemastbrik Luitenant Admiraal Tjerk Hiddes. Centraal de brik, onder vol tuig naar rechts zeilend, met de zeilen over stuurboord. In de top van de fokkemast de verzekeringsvlag met het nummer H20 en in de top van de grote mast de naamwimpel met het opschrift "Lt.Adm. Tjerk Hiddes". Aan de achterkant van de gaffel van de grote mast een rood-wit-blauwe vlag. Rechts de schoener Caspar de Robles en links de loodsboot TEXEL No. 3. Onder de voorstelling het opschrift " Lt. Adm. Tjerk Hiddes Kapt. O.S. Parma 1857".
AchtergrondinformatieKapitein Oepke Sikkes Parma was lid van het College Zeemans Voorzorg te Harlingen. Hij had de collegevlag met nummer 20. Van 1850-1856 was hij kapitein van de tweemastschoener Caspar de Robles (rechts op het schilderij afgebeeld). Het schip is in 1851 te Harlingen gebouwd. Reder was Zeilmaker & Co. te Harlingen. In 1856 werd het schip verkocht aan J. van Slooten te Harlingen en in 1876 is het in het ijs gezonken bij Cross Island.
Van 1857-1864 voer Oepke Sikkes Parma als kapitein op de brik Luitenant Admiraal Tjerk Hiddes, het schip dat centraal op het schilderij is afgebeeld. Ook nu was de reder Zeilmaker & Co te Harlingen. Het schip is gebouwd in 1857 gebouwd te Medemblik. Het schip is in 1866 verkocht aan K. Drijver (nieuwe naam: Henriëtte& Cornelia).
Van 1867 tot 1871 was Parma kapitein van de brik Hester (ex Hollander, ex-Aboeona). Deze brik was in 1848 te Delfshaven gebouwd. De vorige schepen van Parma waren nieuw gebouwde schepen.
Jacob Spin. Geboren Amsterdam 24 april 1806, overleden Amsterdam 3 juni 1875. Aquarelleerde en tekende meestal afbeeldingen van zeeschepen, zeer nauwkeurig afgewerkt. Volgens opgave van het bevolkingsregister te Amsterdam kunstschilder van beroep. Volgens overlevering zou hij een oud-zeeman zijn geweest, die met zijn vlet naar de binnenkomende schepen roeide, om dan de kapitein voor te stellen zijn schip op een schilderij af te laten beelden. De kapitein had dan maar te zeggen hoe hij zijn schip voorgesteld wenste te zien, zeilend bij de wind, voor de wind, bij mooi weer of stormweer, op de Noorzee of op de oceaan, enz., literatuur:
- B. Oosterwijk, Wind in de zeilen, Scheepstekenaar Jacob Spin (Rotterdam 2005)
- S. Parma, Harlinger Koopvaardijkapiteins en Harlinger reders uit de tweede helft van de negentiende eeuw (Hilversum 1999)
- S. Parma, Her College Zeemans-Voorzorg, opgericht 1 juli 1851 te Harlinge (Hilversum)
- G.N. Bouma, Lijst van Nederlandse oopvaardijschepenn 1820-1900 (Hoorn, 1998)
TitelSchetsboek met 18 tekeningen van Nederlandse oorlogsschepen.
VervaardigerTeijssen
Trefwoordenoorlogsschepen
Objectnummer2003-089
Periode van1796
Periode tot1796
BeschrijvingSchetsboek met achttien tekeningen. De tekeningen zijn opgezet in inkt en ingekleurd met waterverf. Zeventien tekeningen lijken op elkaar. Het zijn scheepsportretten van één of twee oorlogsschepen, die uitbundig zijn gepavoiseerd. De laatte tekening wijkt af: een havengezicht met meerdere schepen. Op sommige tekeningen zijn de namen van de schepen te lezen: Zeegen Koetse, Zeeland, Stad en Lande, Republiek, Batavier, Vryheid, Gelderlande, Houtvester, Hollander, Beschermer, D'Oranieleeuw, Eendragt, Nationale Lint, De Gedenkpenning. De vlaggen zijn van de BAtaafse Republiek: Hollandse leeuw, pijlenbundels, Hollandse maagd in tuin,
AchtergrondinformatieDe identiteit van de tekenaar is niet bekend. Waarschijnlijk zijn de tekeningen gebaseerd op een serie prenten van Nederlandse oorlogsschepen. De verkoper heeft de tekeningen gekocht uit een boedel in Den Haag. De datering 1796 valt in de periode van de Bataafse Republiek. De Bataafse Republiek was de officiële naam voor de Republiek der Verenigde Nederlanden na het vertrek van stadhouder Prins Willem V van Oranje-Nassau in 1795 naar Engeland tot aan de benoeming van Lodewijk Napoleon tot koning in 1806. De Bataafse Republiek sloot in 1796 een offensief en defensief verbond met Frankrijk en kwam in feite onder protectoraat van dit land. Dat verklaart waarom op sommige schepen ook Franse vlaggen zijn te zien.
TitelOene Romkes de Jongh - schilderij met voorstelling van het Sloterdijckhuis te Makkum.
VervaardigerJongh, Oene Romkes de
Trefwoordenschaatsers, tjalken, Makkum
Objectnummer2003-115
Periode van1850
Periode tot1884
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Winters dorpsgezicht. Centraal het zogenaamde Sloterdijckhuis te Makkum. Het huis ligt op de hoek van de Grote Zijlroede en de Krommesloot. Het schilderij is gevat in een goudkleurige, bewerkte lijst met palmetten en lauwertakken.
AchtergrondinformatieOene Romkes de Jongh werd geboren op 6 april 1812 te Makkum en is overleden te Amsterdam op 1 juli 1896. Hij werkte in Amsterdam en Nieuwer Amstel. Hij schilderde stadsgezichten, waaronder te Amsterdam, meestal in de winter. Hij heeft ook een enkel landschap geschilded. Nam werk van A. Eversen en C. Springer tot voorbeeld. Volgens Scheen schilderde hij in een slechte kopietrant.
Het Sloterdijckhuis lag op de hoek van de Grote Zijlroede en de Krommesloot te Makkum. Het huis is gebouwd door de familie Sloterdijck. Simon Sloterdijck stichtte in 1768 te Makkum een glasblazerij. Hi jis geboren te Makkum op 3 nov. 1738 en overleden te Bolsward op 14 juni 1817. Hij trouwde te Pingjum op 28 nov. 1762 met Magdalena Canter Visscher (1735-1809). Het echtpaar kreeg acht dochters van wie er drie de volwassen leeftijd bereikten.
Het Sloterdijckhuis werd in de negentiende eeuw bewoond door Anne Lieuwes Buma. Hij en zijn vrouw Trijntje Sytzes Ykema kochten in 1800 de papiermolen Het Springend Hart van Jelmer P. Tichelaar te Makkum. Ze woonden toen nog in Workum, maar verhuisden naar Makkum. Anne Lieuwes Buma werd geboren op 27 febr. 1758 te Hommerts. Hij verwierf kapitaal als kapitein van de koopvaardij-galjoot De Vigilante. Zijn vrouw kwam uit een welgestelde familie. Anne Lieuwes Buma stierf op 6 mei 1833 te Makkum. Zijn vrouw stierf op 25 juli 1837. Van hun kinderen en erfgenamen Lieuwe, Sytze, Johannes en Sybertje is vooral Lieuwe bekend geworden. Hij was al op 20-jarige leeftijd doctor in de letteren en wijsbegeerte. Zijn bibliotheek van 30.000 delen klassieken was ver buiten de grenzen beroemd. Het familievermogen werd beheerd door Johannes en Sytze Buma., literatuur:
- O. Gielstra, "De papiermolen Het Springend Hert" in: Ald Nijs nrs. 15/16
- "Genealogie Sloterdijck" in: Nederland's Patriciaat 1993, pp. 475-503