TitelBeschilderde behangsels: imitaties van lambrizeringen.
VervaardigerAede Lútzens
ObjectnummerC-022-j
Periode van1783
Periode tot1791
BeschrijvingGeschilderde behangsels. Imitaties van lambrizeringen. De lambrizeringen zijn aangebracht onder de behangsels (C-022-a t/m C-022-i) en de ramen. Ze stellen diverse soorten panelen voor. Ze zijn beschilderd in diverse kleuren groen. Met zwart- en wittinten worden schaduw- en lichtranden gesuggereerd. Er zijn verschillende soorten panelen: zes lange panelen met profielranden, vier korte panelen met profielranden en zeven panelen die zijn versierd met gehangen doekjes. Deze doeken zijn opgehangen in twee ringen en zijn voorzien van franje.
AchtergrondinformatieVan de schilder Aede Lútzens zijn geen genealogische gegevens bekend. De behangselschilderingen zijn afkomstig uit de boerderij 'Arbeid en Moeite' te Ypecolsga (Woudsend). Deze boerderij werd in 1783 gebouwd in opdracht van Wietske Michiels Tromp (1739-1809), echtgenote van Wieger Annes Visser (1743-1806) uit Woudsend (meer over deze boerderij bij inv.nr. C-022-a)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, 54-59.
- 'Raadsels rond Aede Lútsens opgelost?' in: Leeuwarder Courant 19 december 1973.
- Sneeker Nieuwsblad 18 dec. 1958, 18 sep. 1978
TitelBeschilderd behangsel met voorstelling van rogmolen Het Lam te Woudsend.
VervaardigerAede Lútzens
Trefwoordenkorenmolens, molens, Woudsend
ObjectnummerC-022-b
Periode van1783
Periode tot1791
BeschrijvingBeschilderd behangsel. Voorstelling van de rogmolen Het Lam te Woudsend. De molen heeft een hoge stenen opbouw. In het rieten dek van de molen is een venster te zien. Op de baard van de molen (een plank aan de voorzijde van de kap) zijn (tussen de wieken door) letters te zien: '..AV .. MT'. De wieken zijn voorzien van twee witte en twee bruine zeilen. De molen wordt omgeven door een schutting. Rechts staat voor de schutting een man met juk met daaraan twee koperen emmers. In het midden een man die een meelzak op zijn schouder draagt. Achter de molen is het molenaarshuis te zien. Het is voorzien van een houten aanbouw ('stoepe'). Voor de molen is een later gedempte waterloop te zien. Dit water voert naar het kerkhof en de kerk, waarvan de torenspits op de achtergrond is te zien. Deze torenspits is bij de bouw van het latere kerkgebouw verloren gegaan. Op de rechteroever van de genoemde waterloop zijn twee vechtende jongens te zien en een hond. Op de kade staan vier botertonnen. Aan de linkeroever van het water staan enige huizen. Aan de gevel van het voorste huis hangt een spreeuwenpot met tak. Voor het huis staat een man met hengel. Tussen het huis en de molenaarswoning een plankbrug met een leuning. De schildering is omgeven door een geschilderde lijst in groen: eierlijst met in de hoeken rozetten.
AchtergrondinformatieVan de schilder Aede Lútzens zijn geen genealogische gegevens bekend. De behangselschildering is afkomstig uit de boerderij 'Arbeid en Moeite' te Ypecolsga (Woudsend). Deze boerderij werd in 1783 gebouwd in opdracht van Wietske Michiels Tromp (1739-1809), echtgenote van Wieger Annes Visser (1743-1806) uit Woudsend (meer over deze boerderij bij inv.nr. C-022-a).
De letters op de baard van de molen (..AV .. MT) zijn de initialen van Wieger Annes Visser en Wietske Michiels Tromp. Zij waren eigenaar van de molen., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, 54-59.
- 'Raadsels rond Aede Lútsens opgelost?' in: Leeuwarder Courant 19 december 1973.
- Sneeker Nieuwsblad 18 dec. 1958, 18 sep. 1978
BeschrijvingBeschilderde behangsels. Twee tussenstukken aan weerszijden van de schoorsteen in de vorm van een trompe l'oeil. Beide zijn omkaderd door een geschilderde profielrand, die meelopen met de gebogen zijde van schoorsteen en beneden eindigen in een punt. Aan een krul in deze punt hangt een takje hulst. Op beide schilderstukken moeten schaduwen het trompe-l'oeil-effect oproepen. Op het ene schilderstuk (links van de schoorsteen) een voorstelling van een lint met strik. Daaraan hangen een zweep, twee blauwe handschoenen en een bruine mof met witte bontrand. Op het andere schilderstuk (rechts van de schoorsteen) een voorstelling van lint met strik. Daaraan hangen twee witte handschoenen met groene bontkraag, een ijshaakje en twee Friese schaatsen met platte hals en ijzeren punt.
AchtergrondinformatieVan de schilder Aede Lútzens zijn geen genealogische gegevens bekend.
De behangselschilderingen zijn afkomstig uit de boerderij 'Arbeid en Moeite' te Ypecolsga (Woudsend). Deze boerderij werd in 1783 gebouwd in opdracht van Wietske Michiels Tromp (1739-1809), echtgenote van Wieger Annes Visser (1743-1806) uit Woudsend (meer over deze boerderij bij inv.nr. C-022-a)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, 54-59.
- 'Raadsels rond Aede Lútsens opgelost?' in: Leeuwarder Courant 19 december 1973.
- Sneeker Nieuwsblad 18 dec. 1958, 18 sep. 1978
TitelBeschilderde behangsels met voorstelling van drie allegorieën.
VervaardigerAede Lútzens
Trefwoordenallegorieën
ObjectnummerC-022-h
Periode van1783
Periode tot1791
BeschrijvingBeschilderde behangsels. Drie tussenstukken in de vorm van grauwtjes of witjes, schilderingen die beeldhouwwerk moesten suggereren. De drie stukken verbeelden allegorieën: - Een man met baard met op zijn linkerarm een ooievaar en aan zijn voeten een dubbele molensteen een hert. - Een vrouw met in haar linkerhand een olielamp en een roede en in haar rechter hand een boek. Haar rechter voet steunt op een muurtje. Rechts van haar een staande kraanvogel die in een poot een steen omhoog houdt. - Een vrouw met in haar beide armen een zeildoek. Rechts achter haar een staand roer waarover het zeildoek gedeeltelijk is gedrapeerd. De vrouw kijkt rechts omhoog naar een vliegende kiekendief. De drie allegorische figuren zijn geplaatst op plateau's die versierd zijn met een geprofileerde rand en een blokjesfries. De plateau's rusten op consoles in de vorm van acanthusblad. Aan de plateau's zijn slingers van lauwerbladen gehangen. Ze hangen door gaten in de plateau's en worden rond een nagel in de consoles geleid. Door de schildering van de vrouw met zeil loopt een naad van een ingebouwde kast met twee deuren.
AchtergrondinformatieVan de schilder Aede Lútzens zijn geen genealogische gegevens bekend. De behangselschilderingen zijn afkomstig uit de boerderij 'Arbeid en Moeite' te Ypecolsga (Woudsend). Deze boerderij werd in 1783 gebouwd in opdracht van Wietske Michiels Tromp (1739-1809), echtgenote van Wieger Annes Visser (1743-1806) uit Woudsend (meer over deze boerderij bij inv.nr. C-022-a). De allegorieën zijn geïnspireerd op de 'Iconologia' van Cesare Ripa. De geschilderde voorstellingen komen zeer precies overeen met de voorstellingen in dat boek. Ripa geeft daarbij ook verklaringen van de allegorieën: - De man met ooievaar is de 'Commertio della vita humana of De gemeenschaps van 's Menschen leven'. De een kan niet zonder de ander. Van ooievaars werd verteld (Plinius) dat wanneer zij in groepen vliegen zij de kop te rusten leggen op het lichaam van de er voor vliegende vogel. Van herten werd verteld (Isidorus) dat zij hetzelfde deden wanneer zij in groepen door het water zwommen. Bij molenstenen is het zo dat de ene steen niet zonder de andere kan. - De vrouw met lamp is de 'Vigilanza of wakkerheid' De waakzaamheid wordt uitgebeeld door het boek waar door studie wetenschap uit wordt verkregen. De roede maakt het lichaam wakker. Van kraanvogels wordt verteld dat wanneer zij gaan slapen er altijd een op wacht blijft. Om zeker te zijn dat hij niet in slaap valt moet hij een steen in zijn poot omhoog houden. Wanneer de steen toch valt schrikt de groep van het geluid wakker. De lamp geeft aan dat waakzaamheid met name in het donker geboden is en duidt wellicht ook op de lampen van de vijf wijze maagden die wakend, met brandende lampen, de bruidegom opwachtten. - De vrouw met zeildoek is de 'Navigatione of Schipvaert'. Het zeil, het roer en het schip op de achtergrond beelden de scheepvaart uit. Van de kiekendief wordt verteld (Plinius) dat deze vogel de stuurmanskunst is geleerd. De kiekendief is namelijk zeer wendbaar en kan met zijn staart zeer snel sturen., literatuur:
- Cesare Ripa, Iconologia of uytbeeldingen des Verstands (Amsterdam, 1644), pp. 153, 589
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, 54-59.
- 'Raadsels rond Aede Lutsens opgelost?' in: Leeuwarder Courant 19 december 1973.
- Sneeker Nieuwsblad 18 dec. 1958, 18 sep. 1978
BeschrijvingBeschilderd behangsel. Afbeelding van houtzaagmolen De Hoop in Woudsend. De molen heeft een houten onderhouw, die overgaat in de houten loods van de zagerij. Deze loods is gebouw op stenen klippen en is bedekt met rode dakpannen. Op de wieken zijn twee witte en twee bruine zeilen geplaatst. Op de stelling van de molen staat een man bij het kruirad aan het touw van de vang. In het rietdek van de achtkantige molen zijn drie ramen te zien. Links van de molen een houten hok. Voor de molen liggen in het gras gezaagde planken. Een man is bezig met een bokkwast één van de deuren van de loods te teren. Hij staat bij een groen geschilderd hondehok. Een bruin-wit gevlekte hond is aan het hok vastgelegd. Rechts van de molen staan twee huizen van rode baksteen en met zwarte dakpannen. Tussen de molen en deze huizen is een sierhek te zien en op de achtergrond een houten loods. Het linker huis heeft aan de voorzijde drie vensters die met luiken aan de buitenkant half gesloten kunnen worden. De dakkapel is versierd met C-vormige vleugelstukken en heeft een paraboolvormige bovenlijst, die wordt bekroond met een siervaas en met guirlandes. In de onderlijst van de dakkapel zijn links de letters 'WAV' en rechts de letters 'WMT' te zien. Op het dak twee schoorstenen, waarvan de linker is voorzien van een gek. Het rechter huis staat haaks op het linker. In de zijgevel is een gevelsteen ingemetseld met daarop een voorstelling van de houtzaagmolen, geflankeerd door twee menselijke figuren. Deze gevelsteen maakt deel uit van de museumcollectie (inv.nr. 1986-350). Voorts in de gevel twee aanzetkrullen met daarop 'ANNO' en '1769'. De voorkant van het huis is voorzien van eenzelfde soort dakkapel als die van het linker huis. Opvallend is dat de binnenluiken van de vensters zijn voorzien van openingen die dezelfde vorm hebben als de luiken in de kamer, waarvan deze schildering deel uitmaakt (zie inv.nr. C-022-m). Voor het huis staat een vrouw met in haar ene hand een pot met oor en in haar andere hand een doek. Zij draagt een oorijzer met toebehoren en is gekleed in een sitsen jak. De tuin voor het huis is omzoomd door heggen die sierlijk zijn geschoren (vensters). In de tuin rode bloemen en sierlijk geschoren buxus. Voor het huis is een rond jacht afgemeerd. Het is een blank gelakt rondbodemjacht met bruine zeilen. Links van het jacht is een rechthoekige werfschuit te zien. De schildering is omgeven door een geschilderde lijst in groen: eierlijst met in de hoeken rozetten.
AchtergrondinformatieVan de schilder Aede Lútzens zijn geen genealogische gegevens bekend. De behangselschildering is afkomstig uit de boerderij 'Arbeid en Moeite' te Ypecolsga (Woudsend). Deze boerderij werd in 1783 gebouwd in opdracht van Wietske Michiels Tromp (1739-1809), echtgenote van Wieger Annes Visser (1743-1806) uit Woudsend (meer over deze boerderij bij inv.nr. C-022-a). De letters in de dakkapel ('WAV' en 'WMT') zijn de initialen van de eigenaars van het dubbele huis: Wieger Annes Visser en Wietske Michiels Tromp. Het is derhalve ook waarschijnlijk dat de vrouw die voor het huis is afgebeeld Wietske Michiels Tromp is. Het echtpaar Visser-Tromp was eigenaar van de houtzaagmolen De Hoop. De geschoren heggen in de tuin lijken op de tuin van de boerderij 'Arbeid en Moeite' (afgebeeld op behangsel met inv.rn. C-022-a). De vorm lijkt zeer op die in de Zaanstreek te vinden waren., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, 54-59.
- 'Raadsels rond Aede Lútsens opgelost?' in: Leeuwarder Courant 19 december 1973.
- Sneeker Nieuwsblad 18 dec. 1958, 18 sep. 1978
TitelBeschilderd behangsel met voorstelling van een boerderij te Ypecolsga.
VervaardigerAede Lútzens
Trefwoordenboerderijen, Ypecolsga, Woudsend
ObjectnummerC-022-a
Periode van1783
Periode tot1791
BeschrijvingBeschilderd behangsel. Voorstelling van de boerderij 'Arbeid en Moeite' te Ypecolsga - Woudsend, gezien vanuit het noorden. Boerderij van het type kop-hals-romp, echter zonder hals. Op de voorgevel van de boerderij zandstenen aanzetkrullen. Voor de boerderij een tuin, omgeven door hekken en sierlijk geschoren heggen (bogen). In de tuin staan twee beelden van vrouwenfiguren met in een hand een spiegel. Naast de boerderij is een 18de-eeuws gebouw afgebeeld, de school van Ypecolsga. De voorgevel ervan is van gele baksteen. Langs de schuine randen van de gevel beitelingen (vlechtingen) uitgevoerd in rode baksteen. In het weiland tussen het huisje en de boerderij staat een meisje met pop bij een pomp en even verder een vrouw met Duitse muts. Voorts zijn in het weiland twee schapen en een hond te zien. Rechts naast de boerderij staat een watermolen. Bij de molen staat een man met hoed. Voor de boerderij loopt de weg naar Harich. Aan weerszijden daarvan schuine dwarshekken. Langs de weg staan drie botertonnen. Rechts van de weg de later gedempte Wegsloot. Aan de overkant van de sloot, geheel rechts, is het door bomen omzoomde kerkhof van Ypecolsga te zien. Door de bomen heen zijn de contouren van de klokkestoel te zien. Tussen de weg en het kerkhof is een plank over de Wegsloot gelegd. Vanaf de weg stapt een man op deze plank. Hij draagt een snijzeis en een greep (of elger) op zijn schouder. Op de achtergrond zijn drie andere boerderijen en twee molens te zien. De schildering is omgeven door een geschilderde lijst in groen: eierlijst met in de hoeken rozetten.
AchtergrondinformatieVan de schilder Aede Lútzens zijn geen genealogische gegevens bekend.
De behangselschildering is afkomstig uit de boerderij 'Arbeid en Moeite' te Ypecolsga (Woudsend). Deze boerderij werd in 1783 gebouwd in opdracht van Wietske Michiels Tromp (1739-1809), echtgenote van Wieger Annes Visser (1743-1806) uit Woudsend.
Het gebouw, waarin de school was gehuisvest, links naast de boerderij, is typisch voor het Friese kustgebied, met name de beiteling. De versieringen op de schoorstenen van het voorhuis, maar meer nog de geschoren heggen en de lattenhekjes en de beelden in de tuin, evenals de behangsels zelf, verraden eem de Zaanse en Waterlandse invloed op de wooncultuur in de Friese Zuidwesthoek, die over de Zuiderzee goede verbindingen had met Holland. De schilder heeft met de afstanden moeten smokkelen om het kerkhof en klokhuis van Ypecolsga rechts op de voorgrond op het behangsel te kunnen schilderen.
De boerderij, die in het speciekohier van Woudsend is te vinden onder nr. 9, werd in 1756 door de Woudsender grootschipper en zeilmaker Pals Hylkes Tromp gekocht van Gijsbertus Nauta, advocaat en fiscaal-generaal van Friesland. De zoon van de koper, Hylke Palses Tromp, verkocht de boerderij in 1780 aan zijn nicht Wietske Michiels Tromp (1739-1809) die in 1764 was getrouwd met Wieger Annes Visser (1743-1806) uit het bekende palinghandelaarengeslacht uit Heeg. Wytske Michiels wist door tal van aankopen veel land bij haar boerderij te voegen en het oude bedrijfsgebouw zal daardoor te klein geworden zijn. In 1783 gaf zij opdracht tot de bouw van een nieuwe boerderij. Het werd een boerderij met een schuur in stolpvorm. Daarvoor werd het woonhuis geplaatst. Aan de voorkant daarvan was de onderkelderde opkamer, waaruit de behangsels afkomstig zijn. De met een loze schoorsteeen bekroonde topgevel heeft gebeeldhouwde aanzetkrullen van zandsten met het jaartal 1783. Oorspronkelijk hadden de vensters in het voorhuis een reodeverdeling met 30 ruitjes. In 1827 of 1834 zullen de Empirevensters met een roedeverdeling in zessen zijn aangebracht. De opkamer met de beschilderde behangsels diende als herenkamer, waarin de eigenaaren zich konden verpozen. Voor geregelde bewoning was het vertrek niet geschikt: de schoorsteenmantel was loos, het vertrek kon niet verwarmd worden. De verschijningsvorm van de boerderij is typisch voor de Friese Zuidwesthoek. Boerderijen met een onderkelderd voorhuis, zonder verbindende hals gebouwd tegen de stolp, waarin het daagse woonvertrek, de karnruimte, de stal en schuur zijn ondergebracht zijn veel gebouwd en nog veel aanwezig rond plaatsen als Woudsend, Harich, Balk, Sloten en met name ook langs de straatweg van Follega naar Lemmer.
Volgens de belastingkohieren waren Wietske Michiels Tromp en Wieger Annes Visser niet alleen de eigenaren van de boerderij, maar ook 'bruikers'. Omdat ze te Woudsend woonde moeten we aannemen dat ze een zetbaas op de boerderij hadden. Later kwam hun zoon Hylke Wiegers Visser (1771-1850) na zijn huwelijk in 1795 met Riemke Leeuwkes Hoekstra (1778-1843) op de boerderij. Ze woonden er echter maar kort. In 1797 vertrok het echtpaar naar Tzum om omstreeks 1801 te verhuizen naar Sint Annaparochie. Daar werd de van tante Wytske Hettinga Tromp uit Lekkum geërfde boerderij met buitenplaats 'Valbrug' betrokken. Van 1807 tot 1817 bewoonde het echtpaar Visser-Hoekstra opnieuw de boerderij in Ypekolsga, maar daarna trok men weer naar Valburg. Op 20 maart 1827 verkocht Hylke Wiegers Visser, wonende te Sint Annaparochie 'Eene fraaije welgelegene en bij uitstek vruchtbare Zathe en Landen met de daarop staande hechte en net betimmerde huizinge, schuur, watermolen en verder getimmertens, hovinge, bomen en Plantagie, genaamd Arbeid en Moeite, gelegen te Ypecolsga'. (Rijksarchief Friesland, notarieel archief 1782, nr. 104, d.d. 20 maart 1827). Huurder was toen Wieger Hylkes Visser. De koper was het familielid Leeuwke Aukes Hoekstra, die de boerderij in 1834 weer verkocht aan de uit Hommerts afkomstige Haring Lolles Nauta en diens broers en zusters. In 1909 droeg Jan Lolles Nauta het huis en het bijbehorende land over aan Johannes Halbertsma's Zuivelindustrie, waartoe de Sneker zuivelfabriek Normandia behoorde. De volgende eigenaren waren Bendiks Walter Okma en Griet Okma. Hun familieleden droegen de boerderij door een ruiling en verkoping in 1957 over aan Jan Jentje en Jentje Michiel de Vries. De zoon van laatstgenoemde, Douwe de Vries, oefent er nu het boerenberijf op uit.
Omstreeks 1959 leek het er op dat verbouwing van de boerderij zou leiden tot het verloten gaan van waardevolle historische interieuronderdelen. Na tot 1964 voortdurend overleg tussen de boer-eigenaar, het Rijk, de Gemeente Wymbritseradeel en vertegenwoordigers van ons museum werd de boerderij gemoderniseerd, maar uitwendig gerestaureerd. De waardevolle interieuronderdelen werden er uitgenomen ter herplaatsing in het museum. Van die onderdelen werd een bedschot uit een zijkamer - na jaren lange opslag - geplaatst in het pand Marktstraat 17 (Gemeente Sneek). De waardevolste onderdelen, de betimmeringen en beschilderde behangsels uit de opkamer, werden in hun oorspronkelijk opstelling in het museum geplaatst in een speciaal daartoe op maat gemaakt vertrek. Het herstel van de behangsels door N. van Bohemen te Den Haag en de activiteiten ten behoeve van de financiering van de herstel- en opstellingskosten vergden vier jaar. De Onderlinger Brandassurantie Maatschappij Woudsend verleende financiële steun, niet alleen vanwege de familieverbindingen van de directieleden Tromp van de maatschappij met de boerderij, maar ook omdat de boerderij in 1816 haar eerste verzekerde object was voor ƒ 4800,- . De boerderij werd daarom doorgaans 'De Eersteling' genoemd. Wytske Michiels Tromp, die in 1783 de boerderij in Ypecolsga liet bouwen, woonde met haar man Wieger Annes Visser aan de Ee in Woudsend naast de houtmolen De Hoop, die omstreeks 1763 gebouwd werd. Wieger Annes Visser noemde zich koopman. Behalve houthandelaar was hij als voortzetter van bedrijven van schoonvader, Michiel Hylkes Tromp, ook scheepsbouwer en eigenaar van een zeilmakerij, een taanderij, een blokmakerij, een ankersmidse en een lijnbaan. De korenmolen Het Lam behoorde hem en zijn vrouw toe. Enkele van deze bedrijven zijn afgebeeld op de behangsels van de opkamer van de boerderij 'Arbeid en Moeite'., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, pp. 54-56.
- 'Raadsels rond Aede Lútsens opgelost?' in: Leeuwarder Courant 19 december 1973.
- Sneeker Nieuwsblad 18 dec. 1958
TitelReconstructie van de opkamer van de boerderij 'Arbeid en Moeite' te Ypecolsga.
VervaardigerAede Lútzens
TrefwoordenYpecolsga, Woudsend
ObjectnummerC-022
Periode van1783
Periode tot1791
BeschrijvingReconstructie van de opkamer van de boerderij 'Arbeid en Moeite' te Ypecolsga - Woudsend, bestaande uit beschilderde behangsels, een schoorsteenmantel en een plafond met houtsnijwerk. De beschrijvingen van deze onderdelen zijn verdeeld over volgnummers: C-022-a behangsel boerderij Ypecolsga C-022-b behangsel rogmolen Het Lam, Woudsend C-022-c behangsel houtzaagmolen De Hoop, Woudsend C-022-d behangsel scheepswerf Visser, Woudsend C-022-e behangsel Grou C-022-f behangsel Stavoren C-022-g vier behangsels in de hoeken C-022-h drie grauwtjes met allegorieën C-022-i trompe l'oeil met schaatsen en zweep C-022-j lambrizeringen C-022-k schoorsteenmantel C-022-l plafond met snijwerk C-022-m luiken van de vensters
AchtergrondinformatieDe boerderij 'Arbeid en Moeite' te Ypecolsga werd in 1783 gebouwd in opdracht van Wietske Michiels Tromp (1739-1809), echtgenote van Wieger Annes Visser (1743-1806). Eén van de winterschilderingen in de hoek van de kamer is gesigneerd: Aede Lútzens. Hij zou de schilder van de behangsels moeten zijn. Uitvoerige genealogische onderzoekingen hebben evenwel tot heden toe geen enkel gegeven over hem opgeleverd. Wanneer de schilderingen zijn aangebracht is niet precies bekend. Het kan geweest zijn bij de bouw van de boerderij in 1783. Het is echter warschijnlijker dat het was in 1790 of 1791. Deze jaartallen staan geschilderd op een bolder op een schip (schildering van de werf Visser te Woudsend, inv.nr. C-022-d). Ook het feit dat een van de schilderingen Grou tot onderwerp heeft maakt dat aannemelijk. In 1790 trouwde Michiel Wiegers Tromp (1765-1703), de zoon van het echterpaar Visser-Tromp, in Grou met Jetske Ruurds Koopmans. Hij woonde toen al enige jaren in Grou, waar hij koopman in zuivelproducten was., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, 54-59.
- 'Raadsels rond Aede Lútsens opgelost?' in: Leeuwarder Courant 19 december 1973.
- Sneeker Nieuwsblad 18 dec. 1958, 26 juni 1969, 18 sep. 1978
BeschrijvingVier beschilderde behangsels. De vier stukken zijn geplaatst in de hoeken van de kamer, steeds twee bij twee. In de hoek links is op het ene paneel een schaatsenrijder te zien. Hij draagt een driekante steek en een lange bruine jas. Hij rijdt op krulschaatsen. In de rechterhand heeft hij een stokje. Rechts een boom. Het andere paneel is een gezicht op een koek en zopietent, opgetrokken uit enkele staken en een zeildoek. Op de tent een Nederlandse vlag (rood-wit-blauw). In de tent staan achter een rode tafel met gedraaide poten een man en een vrouw. Op tafel staat een groene fles. Voor de tafel staat een man in lange blauwe jas op Friese schaatsen. Hij krijgt een glas aangereikt door de vrouw in de tent. Op de achtergrond een door een paard voortgetrokken arrenslede. In de hoek rechts is op het ene paneel een man te zien die met een snoeimes op een stok bezig is een boom te snoeien. Op de grond voor hem liggen een schep en een dissel. Voorts staat er een mand met daarover een witte doek. Op de achtergrond een meer met drie zeiljacht. Op het andere paneel wordt een boom gerooid. De boom is reeds van takken ontdaan. Links staat een man aan de boom te trekken en rechts duwt een jongen tegen de stam. De grond is omgewoeld met een schep en een hark. Op de achtergrond een bevroren meer waarop een man schaatst, die op zijn schouder een ijshaakje draagt.
AchtergrondinformatieVan de schilder Aede Lútzens zijn geen genealogische gegevens bekend. De behangselschilderingen zijn afkomstig uit de boerderij 'Arbeid en Moeite' te Ypecolsga (Woudsend). Deze boerderij werd in 1783 gebouwd in opdracht van Wietske Michiels Tromp (1739-1809), echtgenote van Wieger Annes Visser (1743-1806) uit Woudsend (meer over deze boerderij bij inv.nr. C-022-a)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, 54-59.
- 'Raadsels rond Aede Lútsens opgelost?' in: Leeuwarder Courant 19 december 1973.
- Sneeker Nieuwsblad 18 dec. 1958, 18 sep. 1978