TitelComfoor van aardewerk met de tekst 'Stad / Sneek'.
VervaardigerStam, W.T.
Trefwoordenheraldiek, Sneek
Objectnummer1981-481
Periode van1900
Periode tot1925
BeschrijvingComfoor. Rond van vorm. Aardewerk. Het comfoor heeft een achtkantige voetplaat en een achtkantige bovenplaat. Op twee versieringen is het wapen van Sneek afgebeeld en de tekst 'STAD/SNEEK'. Gebruiksaardewerk.
AchtergrondinformatieWytze Tjomme Stam (1877-1957) had een pottenbakkerij aan de Kleine Palen te Sneek. Het bedrijf was al in 1774 gesticht. De belangrijkste pijler van het bedrijf was niet de pottenbakkerij maar de groothandel in aardewerk, porselein en glaswerk (Regout, Wedgwood, Villeroy en Boch etc.). Hoewel de leden van de familie Stam zelf niet werkten in de pottenbakkerij, hadden ze wel een goede vakopleiding gevolgd. Herman Stam (1911-1995) doorliep bijvoorbeeld de pottenbakkersschool in Höhr (Westerwald - Duitsland). De firma Stam maakte pas kerfsneewerk na 1890, toen het kerfsnee aardewerk zeer populair was. Snijders waren Sietze en Harmen Dijkstra. In 1898 begon Sietze Dijkstra een eigen bedrijf. Wie daarna de snijders waren is niet bekend. Pieter de Haan was een verdienstelijk snijer en hij werkte tussen 1901 en 1917 bij Stam. Vanaf 1915 was Gerrit Dijkstra (neef van Jacob Dijkstra van Dijkstra's Kleiwarenfabriek te Sneek) werkzaam bij Stam. Hij bleef tot 1945. Rond 1925 had Gerrit dijkstra tijdelijk een eigen bedrijfje waar sieraardewerk werd gemaakt. Geen snijwerk, maar koud beschilderde of met zand bestrooide bordjes., literatuur:
- Adri van der Meulen en Paul Smeele, Fries Kerfsnee Aardewerk 1750-1950 (Leeuwarden, 1996), pp. 108-122.
TitelBeslagpot van bruin geglazuurd Fries aardewerk.
VervaardigerStam, W.T.
Trefwoordenpottenbakkerijen, Stam, W.T., Kleine palen, Sneek
ObjectnummerL-104
Periode van1900
Periode tot1950
BeschrijvingBeslag- of letterpot van bruin geglazuurd Fries aardewerk. Een oor. Op de rand twee rijen ringeloren.
AchtergrondinformatieDe beslagpot maakt deel uit van de voormalige toonverzameling van pottenbakkerij Stam. Wytze Tjomme Stam (1877-1957) had een pottenbakkerij aan de Kleine Palen te Sneek. Het bedrijf was al in 1774 gesticht. De belangrijkste pijler van het bedrijf was niet de pottenbakkerij maar de groothandel in aardewerk, porselein en glaswerk (Regout, Wedgwood, Villeroy en Boch etc.). Hoewel de leden van de familie Stam zelf niet werkten in de pottenbakkerij, hadden ze wel een goede vakopleiding gevolgd. Herman Stam (1911-1995) doorliep bijvoorbeeld de pottenbakkersschool in Höhr (Westerwald - Duitsland)., literatuur:
- Adri van der Meulen en Paul Smeele, Fries Kerfsnee Aardewerk 1750-1950 (Leeuwarden, 1996), pp. 108-122.
- Sneeker Nieuwsblad 5 feb. 1954
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1952
TitelTwee wandborden, waarop een voorstelling van een molen
VervaardigerDijkstra, S., Stam, W.T.
Trefwoordenmolens, Sneek
Objectnummer2004-166
Periode van1940
Periode tot1950
BeschrijvingTwee wandborden, waarop een voorstelling van een molen. Kerfsneewerk. De borden zijn tamelijk grof gesneden. De borden zijn met kleuren gedecoreerd: bruin, groen en blauw.
AchtergrondinformatieDe beide wandbordjes zijn waarschijnlijk in Sneek vervaardigd bij S. Dijkstra of bij W.T. Stam.
Sietze Gerrits Dijkstra (1840-1911) werd geboren in Lemmer. In 1866 trouwde hij met Geeske van der Kooi uit Oosterzee. In de huwelijksakte staat hij vermeld als pottenbakker, waaruit aangenomen mag worden dat hij het vak in Lemmer heeft geleerd. In 1878 vestigde hij zich in Sneek en was, samen met zijn broer Harmen, werkzaam bij de pottenbakkerij van de firma W.T. Stam aan de Kleine Palen. Samen met zijn zoon Jacob (1884-1957) stichtte Sietze in 1898 een nieuw bedrijf. In de beginjaren heeft het bedrijf zich toegelegd op de productie van het gewone gebruiksaardewerk en ook kerfsneeaardewerk vervaardigd. De firma Dijkstra kon zich meten met de concurentie zo blijkt uit de levering van een klokkenstel aan het Paleis Het Loo in 1905. Het snijwerk heeft net als bij De Boer in Workum en Steenstra te Lemmer een niet onaanzienlijke bijdrage geleverd aan de bedrijfsomzet. Toch is al omstreeks 1920, eerder dat bij de anderen, de productie ervan gestaakt. Ook het traditionele grofaardewerk verdween geleidelijk uit het assortiment; Dijkstra nam afstand van het beeld van de ouderwetse pottenbakker en ging zich profileren als fabrikant van buizen, bloempotten en allerlei soorten bouwkeramiek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het snijwerk wel weer opgevat, maar dan als vrijetijdsbesteding, voor eigen gebruik en voor vrienden en kennissen. De zonen van Jacob Dijkstra, Jan (1919-1945) en Piet (geb. 1922) waren ondergedoken en hebben het vak in die tijd grondig geleerd. Ook andere familieleden en kennissen maakten snijwerk. Het bedrijf en de familie Dijkstra werden door de oorlog zwaar getroffen. Het was uiteindelijk Piet Dijkstra die samen met zijn vader Jacob het bedrijf na 1945 leidde. Het telde toen omstreeks 20 werknemers.
Wytze Tjomme Stam (1877-1957) behoorde in Sneek tot de geziene kooplieden en fabrikanten. De belangrijkste pijler van het in 1774 gestichtte bedrijf was niet de pottenbakkerij, maar de (groot)handel in aardewerk. De leden van de familie Stam werkten, anders dan de Dijkstra's niet zelf mee in de pottenbakkerij. Moeilijk is te achterhalen wie er wel in de pottenbakkerij hebben gewerkt. Wel is zeker dat Pieter de Haan, de meester-snijder tussen 1901 en 1917 bij Stam werkzaam was. En naast Sietze en Harmen Dijkstra is ook Gerrit Dijkstra, de neef van Jacob Dijkstra (zie boven), werkzaam geweest bij de firma Stam. Helaas zijn er van de firma Stam niet veel gegevens bewaard gebleven., literatuur:
- Meulen, Adri van der/Smeele, Paul, Fries Kerfsnee aardewerk 1750-1950, (Leeuwarden 1996).
BeschrijvingKan van kerfsneewerk. De kan heeft een lange hals met aan de bovenzijde een wijde opening met schenktuitje. De bovenkant van de kan is asymetrisch. De buik van de kan is bolvormig en loopt aan de onderzijde uit op een lage rand/voet. De kan heeft een groot oor. Met een kleurendecoratie in blauw, bruin en groen.
AchtergrondinformatieDe kan is waarschijnlijk in Sneek vervaardigd bij S. Dijkstra of bij W.T. Stam.
Sietze Gerrits Dijkstra (1840-1911) werd geboren in Lemmer. In 1866 trouwde hij met Geeske van der Kooi uit Oosterzee. In de huwelijksakte staat hij vermeld als pottenbakker, waaruit aangenomen mag worden dat hij het vak in Lemmer heeft geleerd. In 1878 vestigde hij zich in Sneek en was, samen met zijn broer Harmen, werkzaam bij de pottenbakkerij van de firma W.T. Stam aan de Kleine Palen. Samen met zijn zoon Jacob (1884-1957) stichtte Sietze in 1898 een nieuw bedrijf. In de beginjaren heeft het bedrijf zich toegelegd op de productie van het gewone gebruiksaardewerk en ook kerfsneeaardewerk vervaardigd. De firma Dijkstra kon zich meten met de concurentie zo blijkt uit de levering van een klokkenstel aan het Paleis Het Loo in 1905. Het snijwerk heeft net als bij De Boer in Workum en Steenstra te Lemmer een niet onaanzienlijke bijdrage geleverd aan de bedrijfsomzet. Toch is al omstreeks 1920, eerder dat bij de anderen, de productie ervan gestaakt. Ook het traditionele grofaardewerk verdween geleidelijk uit het assortiment; Dijkstra nam afstand van het beeld van de ouderwetse pottenbakker en ging zich profileren als fabrikant van buizen, bloempotten en allerlei soorten bouwkeramiek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het snijwerk wel weer opgevat, maar dan als vrijetijdsbesteding, voor eigen gebruik en voor vrienden en kennissen. De zonen van Jacob Dijkstra, Jan (1919-1945) en Piet (geb. 1922) waren ondergedoken en hebben het vak in die tijd grondig geleerd. Ook andere familieleden en kennissen maakten snijwerk. Het bedrijf en de familie Dijkstra werden door de oorlog zwaar getroffen. Het was uiteindelijk Piet Dijkstra die samen met zijn vader Jacob het bedrijf na 1945 leidde. Het telde toen omstreeks 20 werknemers.
Wytze Tjomme Stam (1877-1957) behoorde in Sneek tot de geziene kooplieden en fabrikanten. De belangrijkste pijler van het in 1774 gestichtte bedrijf was niet de pottenbakkerij, maar de (groot)handel in aardewerk. De leden van de familie Stam werkten, anders dan de Dijkstra's niet zelf mee in de pottenbakkerij. Moeilijk is te achterhalen wie er wel in de pottenbakkerij hebben gewerkt. Wel is zeker dat Pieter de Haan, de meester-snijder tussen 1901 en 1917 bij Stam werkzaam was. En naast Sietze en Harmen Dijkstra is ook Gerrit Dijkstra, de neef van Jacob Dijkstra (zie boven), werkzaam geweest bij de firma Stam. Helaas zijn er van de firma Stam niet veel gegevens bewaard gebleven., literatuur:
- Meulen, Adri van der/Smeele, Paul, Fries Kerfsnee aardewerk 1750-1950, (Leeuwarden 1996).
BeschrijvingVaas van kerfsneewerk. Cilindrisch van vorm met gebogen lijnen. Kleurendecoratie in groen, blauw en bruin.
AchtergrondinformatieHet vaasje is waarschijnlijk in Sneek vervaardigd bij S. Dijkstra of bij W.T. Stam.
Sietze Gerrits Dijkstra (1840-1911) werd geboren in Lemmer. In 1866 trouwde hij met Geeske van der Kooi uit Oosterzee. In de huwelijksakte staat hij vermeld als pottenbakker, waaruit aangenomen mag worden dat hij het vak in Lemmer heeft geleerd. In 1878 vestigde hij zich in Sneek en was, samen met zijn broer Harmen, werkzaam bij de pottenbakkerij van de firma W.T. Stam aan de Kleine Palen. Samen met zijn zoon Jacob (1884-1957) stichtte Sietze in 1898 een nieuw bedrijf. In de beginjaren heeft het bedrijf zich toegelegd op de productie van het gewone gebruiksaardewerk en ook kerfsneeaardewerk vervaardigd. De firma Dijkstra kon zich meten met de concurentie zo blijkt uit de levering van een klokkenstel aan het Paleis Het Loo in 1905. Het snijwerk heeft net als bij De Boer in Workum en Steenstra te Lemmer een niet onaanzienlijke bijdrage geleverd aan de bedrijfsomzet. Toch is al omstreeks 1920, eerder dat bij de anderen, de productie ervan gestaakt. Ook het traditionele grofaardewerk verdween geleidelijk uit het assortiment; Dijkstra nam afstand van het beeld van de ouderwetse pottenbakker en ging zich profileren als fabrikant van buizen, bloempotten en allerlei soorten bouwkeramiek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het snijwerk wel weer opgevat, maar dan als vrijetijdsbesteding, voor eigen gebruik en voor vrienden en kennissen. De zonen van Jacob Dijkstra, Jan (1919-1945) en Piet (geb. 1922) waren ondergedoken en hebben het vak in die tijd grondig geleerd. Ook andere familieleden en kennissen maakten snijwerk. Het bedrijf en de familie Dijkstra werden door de oorlog zwaar getroffen. Het was uiteindelijk Piet Dijkstra die samen met zijn vader Jacob het bedrijf na 1945 leidde. Het telde toen omstreeks 20 werknemers.
Wytze Tjomme Stam (1877-1957) behoorde in Sneek tot de geziene kooplieden en fabrikanten. De belangrijkste pijler van het in 1774 gestichtte bedrijf was niet de pottenbakkerij, maar de (groot)handel in aardewerk. De leden van de familie Stam werkten, anders dan de Dijkstra's niet zelf mee in de pottenbakkerij. Moeilijk is te achterhalen wie er wel in de pottenbakkerij hebben gewerkt. Wel is zeker dat Pieter de Haan, de meester-snijder tussen 1901 en 1917 bij Stam werkzaam was. En naast Sietze en Harmen Dijkstra is ook Gerrit Dijkstra, de neef van Jacob Dijkstra (zie boven), werkzaam geweest bij de firma Stam. Helaas zijn er van de firma Stam niet veel gegevens bewaard gebleven., literatuur:
- Meulen, Adri van der/Smeele, Paul, Fries Kerfsnee aardewerk 1750-1950, (Leeuwarden 1996).
BeschrijvingBloempot van kerfsneewerk. Taps toelopend. Met een kleurendecoratie in groen en bruin.
AchtergrondinformatieDe bloempot is waarschijnlijk in Sneek vervaardigd bij S. Dijkstra of bij W.T. Stam.
Sietze Gerrits Dijkstra (1840-1911) werd geboren in Lemmer. In 1866 trouwde hij met Geeske van der Kooi uit Oosterzee. In de huwelijksakte staat hij vermeld als pottenbakker, waaruit aangenomen mag worden dat hij het vak in Lemmer heeft geleerd. In 1878 vestigde hij zich in Sneek en was, samen met zijn broer Harmen, werkzaam bij de pottenbakkerij van de firma W.T. Stam aan de Kleine Palen. Samen met zijn zoon Jacob (1884-1957) stichtte Sietze in 1898 een nieuw bedrijf. In de beginjaren heeft het bedrijf zich toegelegd op de productie van het gewone gebruiksaardewerk en ook kerfsneeaardewerk vervaardigd. De firma Dijkstra kon zich meten met de concurentie zo blijkt uit de levering van een klokkenstel aan het Paleis Het Loo in 1905. Het snijwerk heeft net als bij De Boer in Workum en Steenstra te Lemmer een niet onaanzienlijke bijdrage geleverd aan de bedrijfsomzet. Toch is al omstreeks 1920, eerder dat bij de anderen, de productie ervan gestaakt. Ook het traditionele grofaardewerk verdween geleidelijk uit het assortiment; Dijkstra nam afstand van het beeld van de ouderwetse pottenbakker en ging zich profileren als fabrikant van buizen, bloempotten en allerlei soorten bouwkeramiek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het snijwerk wel weer opgevat, maar dan als vrijetijdsbesteding, voor eigen gebruik en voor vrienden en kennissen. De zonen van Jacob Dijkstra, Jan (1919-1945) en Piet (geb. 1922) waren ondergedoken en hebben het vak in die tijd grondig geleerd. Ook andere familieleden en kennissen maakten snijwerk. Het bedrijf en de familie Dijkstra werden door de oorlog zwaar getroffen. Het was uiteindelijk Piet Dijkstra die samen met zijn vader Jacob het bedrijf na 1945 leidde. Het telde toen omstreeks 20 werknemers.
Wytze Tjomme Stam (1877-1957) behoorde in Sneek tot de geziene kooplieden en fabrikanten. De belangrijkste pijler van het in 1774 gestichtte bedrijf was niet de pottenbakkerij, maar de (groot)handel in aardewerk. De leden van de familie Stam werkten, anders dan de Dijkstra's niet zelf mee in de pottenbakkerij. Moeilijk is te achterhalen wie er wel in de pottenbakkerij hebben gewerkt. Wel is zeker dat Pieter de Haan, de meester-snijder tussen 1901 en 1917 bij Stam werkzaam was. En naast Sietze en Harmen Dijkstra is ook Gerrit Dijkstra, de neef van Jacob Dijkstra (zie boven), werkzaam geweest bij de firma Stam. Helaas zijn er van de firma Stam niet veel gegevens bewaard gebleven., literatuur:
- Meulen, Adri van der/Smeele, Paul, Fries Kerfsnee aardewerk 1750-1950, (Leeuwarden 1996).
BeschrijvingVaas van kerfsneewerk. Cilindervormig met gebogen lijnen. Korte hals met aan de bovenzijde een naar buiten lopende opening. Met een kleurendecoratie in groen, blauw en bruin.
AchtergrondinformatieDe vaas is waarschijnlijk in Sneek vervaardigd bij S. Dijkstra of bij W.T. Stam.
Sietze Gerrits Dijkstra (1840-1911) werd geboren in Lemmer. In 1866 trouwde hij met Geeske van der Kooi uit Oosterzee. In de huwelijksakte staat hij vermeld als pottenbakker, waaruit aangenomen mag worden dat hij het vak in Lemmer heeft geleerd. In 1878 vestigde hij zich in Sneek en was, samen met zijn broer Harmen, werkzaam bij de pottenbakkerij van de firma W.T. Stam aan de Kleine Palen. Samen met zijn zoon Jacob (1884-1957) stichtte Sietze in 1898 een nieuw bedrijf. In de beginjaren heeft het bedrijf zich toegelegd op de productie van het gewone gebruiksaardewerk en ook kerfsneeaardewerk vervaardigd. De firma Dijkstra kon zich meten met de concurentie zo blijkt uit de levering van een klokkenstel aan het Paleis Het Loo in 1905. Het snijwerk heeft net als bij De Boer in Workum en Steenstra te Lemmer een niet onaanzienlijke bijdrage geleverd aan de bedrijfsomzet. Toch is al omstreeks 1920, eerder dat bij de anderen, de productie ervan gestaakt. Ook het traditionele grofaardewerk verdween geleidelijk uit het assortiment; Dijkstra nam afstand van het beeld van de ouderwetse pottenbakker en ging zich profileren als fabrikant van buizen, bloempotten en allerlei soorten bouwkeramiek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het snijwerk wel weer opgevat, maar dan als vrijetijdsbesteding, voor eigen gebruik en voor vrienden en kennissen. De zonen van Jacob Dijkstra, Jan (1919-1945) en Piet (geb. 1922) waren ondergedoken en hebben het vak in die tijd grondig geleerd. Ook andere familieleden en kennissen maakten snijwerk. Het bedrijf en de familie Dijkstra werden door de oorlog zwaar getroffen. Het was uiteindelijk Piet Dijkstra die samen met zijn vader Jacob het bedrijf na 1945 leidde. Het telde toen omstreeks 20 werknemers.
Wytze Tjomme Stam (1877-1957) behoorde in Sneek tot de geziene kooplieden en fabrikanten. De belangrijkste pijler van het in 1774 gestichtte bedrijf was niet de pottenbakkerij, maar de (groot)handel in aardewerk. De leden van de familie Stam werkten, anders dan de Dijkstra's niet zelf mee in de pottenbakkerij. Moeilijk is te achterhalen wie er wel in de pottenbakkerij hebben gewerkt. Wel is zeker dat Pieter de Haan, de meester-snijder tussen 1901 en 1917 bij Stam werkzaam was. En naast Sietze en Harmen Dijkstra is ook Gerrit Dijkstra, de neef van Jacob Dijkstra (zie boven), werkzaam geweest bij de firma Stam. Helaas zijn er van de firma Stam niet veel gegevens bewaard gebleven., literatuur:
- Meulen, Adri van der/Smeele, Paul, Fries Kerfsnee aardewerk 1750-1950, (Leeuwarden 1996).
BeschrijvingVaas van kerfsneewerk. Cilindervormig met gebogen lijnen. Met een kleurendecoratie in groen, geel, blauw en bruin.
AchtergrondinformatieDe vaas is waarschijnlijk in Sneek vervaardigd bij S. Dijkstra of bij W.T. Stam.
Sietze Gerrits Dijkstra (1840-1911) werd geboren in Lemmer. In 1866 trouwde hij met Geeske van der Kooi uit Oosterzee. In de huwelijksakte staat hij vermeld als pottenbakker, waaruit aangenomen mag worden dat hij het vak in Lemmer heeft geleerd. In 1878 vestigde hij zich in Sneek en was, samen met zijn broer Harmen, werkzaam bij de pottenbakkerij van de firma W.T. Stam aan de Kleine Palen. Samen met zijn zoon Jacob (1884-1957) stichtte Sietze in 1898 een nieuw bedrijf. In de beginjaren heeft het bedrijf zich toegelegd op de productie van het gewone gebruiksaardewerk en ook kerfsneeaardewerk vervaardigd. De firma Dijkstra kon zich meten met de concurentie zo blijkt uit de levering van een klokkenstel aan het Paleis Het Loo in 1905. Het snijwerk heeft net als bij De Boer in Workum en Steenstra te Lemmer een niet onaanzienlijke bijdrage geleverd aan de bedrijfsomzet. Toch is al omstreeks 1920, eerder dat bij de anderen, de productie ervan gestaakt. Ook het traditionele grofaardewerk verdween geleidelijk uit het assortiment; Dijkstra nam afstand van het beeld van de ouderwetse pottenbakker en ging zich profileren als fabrikant van buizen, bloempotten en allerlei soorten bouwkeramiek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het snijwerk wel weer opgevat, maar dan als vrijetijdsbesteding, voor eigen gebruik en voor vrienden en kennissen. De zonen van Jacob Dijkstra, Jan (1919-1945) en Piet (geb. 1922) waren ondergedoken en hebben het vak in die tijd grondig geleerd. Ook andere familieleden en kennissen maakten snijwerk. Het bedrijf en de familie Dijkstra werden door de oorlog zwaar getroffen. Het was uiteindelijk Piet Dijkstra die samen met zijn vader Jacob het bedrijf na 1945 leidde. Het telde toen omstreeks 20 werknemers.
Wytze Tjomme Stam (1877-1957) behoorde in Sneek tot de geziene kooplieden en fabrikanten. De belangrijkste pijler van het in 1774 gestichtte bedrijf was niet de pottenbakkerij, maar de (groot)handel in aardewerk. De leden van de familie Stam werkten, anders dan de Dijkstra's niet zelf mee in de pottenbakkerij. Moeilijk is te achterhalen wie er wel in de pottenbakkerij hebben gewerkt. Wel is zeker dat Pieter de Haan, de meester-snijder tussen 1901 en 1917 bij Stam werkzaam was. En naast Sietze en Harmen Dijkstra is ook Gerrit Dijkstra, de neef van Jacob Dijkstra (zie boven), werkzaam geweest bij de firma Stam. Helaas zijn er van de firma Stam niet veel gegevens bewaard gebleven., literatuur:
- Meulen, Adri van der/Smeele, Paul, Fries Kerfsnee aardewerk 1750-1950, (Leeuwarden 1996).
BeschrijvingAsbak van kerfsneewerk. Schotelvormig met een oor die aan de binnenzijde van de rand is bevestigd. Met een kleurendecoratie in groen, blauw en bruin.
AchtergrondinformatieDe asbak is waarschijnlijk in Sneek vervaardigd bij S. Dijkstra of bij W.T. Stam.
Sietze Gerrits Dijkstra (1840-1911) werd geboren in Lemmer. In 1866 trouwde hij met Geeske van der Kooi uit Oosterzee. In de huwelijksakte staat hij vermeld als pottenbakker, waaruit aangenomen mag worden dat hij het vak in Lemmer heeft geleerd. In 1878 vestigde hij zich in Sneek en was, samen met zijn broer Harmen, werkzaam bij de pottenbakkerij van de firma W.T. Stam aan de Kleine Palen. Samen met zijn zoon Jacob (1884-1957) stichtte Sietze in 1898 een nieuw bedrijf. In de beginjaren heeft het bedrijf zich toegelegd op de productie van het gewone gebruiksaardewerk en ook kerfsneeaardewerk vervaardigd. De firma Dijkstra kon zich meten met de concurentie zo blijkt uit de levering van een klokkenstel aan het Paleis Het Loo in 1905. Het snijwerk heeft net als bij De Boer in Workum en Steenstra te Lemmer een niet onaanzienlijke bijdrage geleverd aan de bedrijfsomzet. Toch is al omstreeks 1920, eerder dat bij de anderen, de productie ervan gestaakt. Ook het traditionele grofaardewerk verdween geleidelijk uit het assortiment; Dijkstra nam afstand van het beeld van de ouderwetse pottenbakker en ging zich profileren als fabrikant van buizen, bloempotten en allerlei soorten bouwkeramiek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het snijwerk wel weer opgevat, maar dan als vrijetijdsbesteding, voor eigen gebruik en voor vrienden en kennissen. De zonen van Jacob Dijkstra, Jan (1919-1945) en Piet (geb. 1922) waren ondergedoken en hebben het vak in die tijd grondig geleerd. Ook andere familieleden en kennissen maakten snijwerk. Het bedrijf en de familie Dijkstra werden door de oorlog zwaar getroffen. Het was uiteindelijk Piet Dijkstra die samen met zijn vader Jacob het bedrijf na 1945 leidde. Het telde toen omstreeks 20 werknemers.
Wytze Tjomme Stam (1877-1957) behoorde in Sneek tot de geziene kooplieden en fabrikanten. De belangrijkste pijler van het in 1774 gestichtte bedrijf was niet de pottenbakkerij, maar de (groot)handel in aardewerk. De leden van de familie Stam werkten, anders dan de Dijkstra's niet zelf mee in de pottenbakkerij. Moeilijk is te achterhalen wie er wel in de pottenbakkerij hebben gewerkt. Wel is zeker dat Pieter de Haan, de meester-snijder tussen 1901 en 1917 bij Stam werkzaam was. En naast Sietze en Harmen Dijkstra is ook Gerrit Dijkstra, de neef van Jacob Dijkstra (zie boven), werkzaam geweest bij de firma Stam. Helaas zijn er van de firma Stam niet veel gegevens bewaard gebleven., literatuur:
- Meulen, Adri van der/Smeele, Paul, Fries Kerfsnee aardewerk 1750-1950, (Leeuwarden 1996).
BeschrijvingComfoor van kerfsneewerk. Klein model. Met een kleurendecoratie in groen, blauw en bruin.
AchtergrondinformatieDe comfoor is waarschijnlijk in Sneek vervaardigd bij S. Dijkstra of bij W.T. Stam.
Sietze Gerrits Dijkstra (1840-1911) werd geboren in Lemmer. In 1866 trouwde hij met Geeske van der Kooi uit Oosterzee. In de huwelijksakte staat hij vermeld als pottenbakker, waaruit aangenomen mag worden dat hij het vak in Lemmer heeft geleerd. In 1878 vestigde hij zich in Sneek en was, samen met zijn broer Harmen, werkzaam bij de pottenbakkerij van de firma W.T. Stam aan de Kleine Palen. Samen met zijn zoon Jacob (1884-1957) stichtte Sietze in 1898 een nieuw bedrijf. In de beginjaren heeft het bedrijf zich toegelegd op de productie van het gewone gebruiksaardewerk en ook kerfsneeaardewerk vervaardigd. De firma Dijkstra kon zich meten met de concurentie zo blijkt uit de levering van een klokkenstel aan het Paleis Het Loo in 1905. Het snijwerk heeft net als bij De Boer in Workum en Steenstra te Lemmer een niet onaanzienlijke bijdrage geleverd aan de bedrijfsomzet. Toch is al omstreeks 1920, eerder dat bij de anderen, de productie ervan gestaakt. Ook het traditionele grofaardewerk verdween geleidelijk uit het assortiment; Dijkstra nam afstand van het beeld van de ouderwetse pottenbakker en ging zich profileren als fabrikant van buizen, bloempotten en allerlei soorten bouwkeramiek. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het snijwerk wel weer opgevat, maar dan als vrijetijdsbesteding, voor eigen gebruik en voor vrienden en kennissen. De zonen van Jacob Dijkstra, Jan (1919-1945) en Piet (geb. 1922) waren ondergedoken en hebben het vak in die tijd grondig geleerd. Ook andere familieleden en kennissen maakten snijwerk. Het bedrijf en de familie Dijkstra werden door de oorlog zwaar getroffen. Het was uiteindelijk Piet Dijkstra die samen met zijn vader Jacob het bedrijf na 1945 leidde. Het telde toen omstreeks 20 werknemers.
Wytze Tjomme Stam (1877-1957) behoorde in Sneek tot de geziene kooplieden en fabrikanten. De belangrijkste pijler van het in 1774 gestichtte bedrijf was niet de pottenbakkerij, maar de (groot)handel in aardewerk. De leden van de familie Stam werkten, anders dan de Dijkstra's niet zelf mee in de pottenbakkerij. Moeilijk is te achterhalen wie er wel in de pottenbakkerij hebben gewerkt. Wel is zeker dat Pieter de Haan, de meester-snijder tussen 1901 en 1917 bij Stam werkzaam was. En naast Sietze en Harmen Dijkstra is ook Gerrit Dijkstra, de neef van Jacob Dijkstra (zie boven), werkzaam geweest bij de firma Stam. Helaas zijn er van de firma Stam niet veel gegevens bewaard gebleven., literatuur:
- Meulen, Adri van der/Smeele, Paul, Fries Kerfsnee aardewerk 1750-1950, (Leeuwarden 1996).