TitelDoos met 96 houten tekenmallen, gebruikt door Stoffel en Jozias Slavekoorde.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenbouwtekeningen-schepen, Slavekoorde, Jozias J.
Objectnummer1976-147
Periode van1850
Periode tot1950
BeschrijvingKist met 96 houten tekenmallen. Negen zijn gemerkt met de initialen S.S. en 10 met J.J.S. De rest, waaronder ook driehoeken etc. is ongemerkt. Twee gebroken mallen zijn gelijmd.
AchtergrondinformatieDe mallen zijn gebruikt door Stoffel Slavekoorde en Jozias J. Slavekoorde, scheepsbouwkundige tekenaars.
BeschrijvingKuipershamer. Aan de ene zijde een krom deel en aan de andere zijde een L-vormig slaggedeelte. De steel is gebarsten.
AchtergrondinformatieKuipershamers werden gebruikt door kuipers. Ze sloegen er de hoepels mee om de duigen.
De grootvader van de schenker was kuiper in Dearsum.
TitelSchrobzaag, afkomstig van scheepswerf B. de Jong te Heeg.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenscheepsbouw, Heeg, Jong, B. de
Objectnummer1987-109
Periode van1900
Periode tot1925
BeschrijvingSchrobzaag.
AchtergrondinformatieDe schrobzaag is afkomstig van scheepswerf Berend de Jong te Heeg.
literatuur:
- A.K. Mulder, Ald Ark (Leeuwarden, 1990)
- Sicco van Albada, De Helling onder Heeg (Leeuwarden, 1999)
TitelScheepsbouwtekening van een Blokzijler jacht.
VervaardigerJonge, Marchienus de
Trefwoordenbeurtschepen
Objectnummer1976-042
Periode van1948
Periode tot1955
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een Blokzijler jacht (een beurtschip).
AchtergrondinformatieDe bouwtekening is gemaakt naar een foto van een model van een Bolkzijlder jacht in het Nederlands Scheepvaart Museum en met behulp van maatgegevens.
Marchienus de Jonge (1904-1981) was conciërge van het Fries Scheepvaart Museum en later in dienst van het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen., literatuur:
- 'In memoriam Marchienus de Jonge' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, p. 31
BeschrijvingSpanzaag. Zaagblad tussen twee gedraaide knoppen.
AchtergrondinformatieDe spanzaag is gebruikt door Michiel Tromp Visser (1838-1911). De schenker is kleinzoon en naamgenoot van Michiel Tromp Visser., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1977, p. 14
- A.K. Mulder, Ald Ark (Leeuwarden, 1990)
BeschrijvingZakhaak. Enkele haak. Hoekige haak. Aan de schacht een dwars geplaatst houten handvat.
AchtergrondinformatieDe zakhaak maakt deel uit van een verzameling los- en laadgerei van een sjouwerman uit Dokkum. Zakhaken werden gebruikt bij het sjouwen van zakken en balen.
TitelBreeuwhamer van Michiel Tromp Visser (1838-1911).
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenVisser, Michiel Tromp
Objectnummer1977-147
Periode van1860
Periode tot1880
BeschrijvingHouten hamer met een dikke kop met naar onder toelopende kanten.
AchtergrondinformatieDe hamer is als breeuwhamer gebruikt door Michiel Tromp Visser, geboren in 1838 en overleden in 1911. Met de dikke korte hamerkop is het geen breeuwamer van het gebruikelijke type. Dit type hamer wordt meer gebruikt bij het werken met beitels door bijvoorbeeld timmerlieden, beeld- en steenhouwers., Een meer gebruikelijke breeuwhamer is een hamer met een langwerpige harde tweezijdige kop. De steel was van harsvrij hout om blaren van het langdurige breeuwen te voorkomen. De kop was meestal van palmhout verstevigd met stalen ringen en vaak voorzien van klinkbouten door de kop om splijten te voorkomen. Veel breeuwhamers hebben langwerpige sleuven en gaten door de kop. De harde kop en deze sleuven gaven een specifieke klank. Iedere hamer had een eigen klank en volgens Sopers kon "het geoefend oor van den werfbaas .. daaraan hooren of de verschillende timmerlieden ijverig met hun werk bezig waren", literatuur: - A.K. Mulder, Ald Ark (Leeuwarden, 1990)
- P.J.V.M. Sopers, Schepen die verdwijnen (Amsterdam 1974) p. 36
- P. Dorleijn, De bouwgeschiedenis van de botter (Franeker 1998)
AchtergrondinformatieDe dissel is afkomstig van een scheepswerf. Een dissel werd gebruikt om grote oppervlakkten ruwweg vlak te maken, bijvoorbeeld het kappen van een rechte kant aan een stam of het vlakken van een zwaard. Vaak stond men op het hout en hakte men tot aan of zelfs onder de klomp het hout weg. Door de ronde vorm van de kop kon men niet diep maar wel erg nauwkeurig kappen., literatuur:
- H. Janse, Van aaks tot zwei (Zeist 1998), p. 53
- A.K. Mulder, Ald Ark (Leeuwarden, 1990)