TitelFlessenscheepje met viermaster in een kusttafereel.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenviermasters, zeilvaart
Objectnummer1980-185
Periode van1960
Periode tot1970
BeschrijvingFlessenscheepje. Viermaster in een kusttafereel: rood-witte huizen, molen en vuurtoren. De fles is beschilderde met aluminiumverf. Met houten voetstuk.
Achtergrondinformatieliteratuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, p. 20
TitelFlessenscheepje met viermaster in kusttafereel.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenviermasters, zeilvaart
Objectnummer1980-187
Periode van1960
Periode tot1970
BeschrijvingFlessenscheepje. In de fles een viermaster in een kusttafereel: rood-witte huzien en onstuimige zee. De fles heeft een omhulsel van koperdraad.
Achtergrondinformatieliteratuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, p. 20
TitelScheepje in de fles: driemaster in een gloeilamp.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordendriemasters
Objectnummer1984-253
Periode van1925
Periode tot1950
BeschrijvingScheepje in de fles. Driemaster in een gloeilamp. Masten en ra's zijn gemaakt van stokjes, de zeiltjes van was (?). Het scheepje is geplaatst op een kurk.
TitelFlessenscheepje met driemaster en dorpstafereel.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordendriemasters
ObjectnummerJ-228
Periode van1850
Periode tot1900
BeschrijvingFlessenscheepje. Driemaster. Op de achtergrond een dorp: witte huizen, een kerk en een vuurtoren op een roze berg. De lucht is blauw met een bruine wolk.
AchtergrondinformatieDe herkomst van het flessenscheepje is niet bekend.
BeschrijvingFlessenscheepje. Vierkante fles. Taps model. In de fles een viermastbark en twee sleepboten met rokende schoorstenen. Achter het schip een spoorbrug met daarop een trein, met stomende locomotief. Op de achtergrond een antal huizen, een kerk, een rokende schoorsteen, een molen, een vuurtoren, etc.
AchtergrondinformatieDe schenker heeft als jongen rond 1900 een reis gemaakt van Batavia naar Amsterdam. De bootsman die toen op hem moest passen, sneed het schip., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad: 5 februari 1954
TitelScheepsmodel van een veerschip voor autovervoer.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenveerschepen, Luanda, Angola
Objectnummer1995-005
Periode van1979
Periode tot1979
BeschrijvingScheepmodel van een veerschip voor het vervoer van auto's, genaamd de '11 de novembro'. Blokmodel. Schaal niet bekend. Rondhouten en tuigage: geen (twee lantaarnmasten) De romp: Het voorschip is plat en voorzien van een luik. Het achterschip is plat en enigszins geveegd. De bodem is plat. Het model van voor naar achter: Aan bakboord hangt uit een kluisgat een anker. Aan weerszijden van de boeg de naam '11de novembro'. De boeg is plat en kan neergeklapt worden om zo te dienen als oprit voor auto's. Aan weerszijden van deze neerklapbare boeg een verhoogd dek. Op het dek aan bakboord de ankerlier, de bedieningskast voor het luik en een scheepsbel. Op het dek aan stuurboord een haspel. Op het voorschip een A-vormige mast, waarvan de poten rusten op de beide voordekken. De mast wordt aan weerszijden gehouden door twee zijstagen. Aan de top van de mast een boordlicht. Het dek is plat en is voorzien van ringen waaraan de auto's vastgesjord kunnen worden. Op het dek staan zes modellen van auto's (twee busjes, een pickup, een 2 CV, een stationcar en een sedan). Op het achterschip de brug met daaronder de machinekamer. Aan weerszijden van de brug twee schoorstenen. Achter de brug een dek dat het hele achterschip overdekt. Op dat hoge achterdek een reddingsloep in davit, twee reddingvlotten en zoeklichten aan de schoorstenen. Op het dak van de brug een seinmast met rood-wit-blauwe vlag, een radarantenne, een kompas en een schijnwerper. Op het achterdek beneden een ankerlier voor het anker dat middenachter uit het schip hangt. Boven het kluisgat van dit anker de naam '11de novembro'. Het schip heeft twee schroeven. Kleuren: De romp is grijs, het onderwaterschip is rood. De dekken op het voorschip en op het achterschip zijn groen, het dek voor de auto's is rood. Het dekhuis en de brug zijn wit met een rode dakrand. Accessoires: het model is gemonteerd op een plank met daaromheen een opstaande rand, waartussen een doosvormige glazen overkapping past. Op de plank in plakletters: '19 ms '11de novembro' 79 / Luanda'. het model is met twee houten knoppen in het vlak aan de plank gemonteerd.
AchtergrondinformatieHet veerschip 11de novembro werd in 1979 gebouwd op de scheepswerf van Ton Bodewes te Franeker (bouwnummer F71). Opdrachtgever: Rederij Cabotang te Luanda (hoofdstad van Angola). Het is een zusterschip van het veerschip 10de Dezembro (voor dezelfde Angolese rederij) dat ook in Franeker werd gebouwd (bouwnummer F70)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1995, p. 23
BeschrijvingFles met houten stop. Aan de stop is een touwspoel gehangen. De spoel of haspel is kruislings omwoeld met rood touw. Aan het einde van het touw een kleine ronde haspel. Aan de bovenkant van de grote spoel een blauwe strik.
AchtergrondinformatieHet voorwerp is afkomstig uit Beetgum of Berlikum., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 3 januari 1963
- Leeuwarden Courant 11 mei 1976
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1962, p. 12
TitelDiorama met havengezicht: sleepboot, volschip en een havenhoofd.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenkotters, sleepboten, volschepen
Objectnummer1985-152
Periode van1900
Periode tot1925
BeschrijvingScheepsdiorama. Havenhoofd met stoomsleepboot (kotter) en driemastvolschip. Het schip heeft tussen de eerste en tweede mast een dekhuis en tussen de tweede en de derde mast een luikhoofd. In de voorste mast een Rotterdamse vlag (groen-wit-groen). Op de tweede mast een rode wimpel en op de derde mast een serie gefingeerde seinvlaggen. Het achterschip is even scherp als de voorsteven. De zee is van stopverf gemaakt. Op de zij- en achterkanten is een blauwe lucht geschilderd. De kast is aan de buitenzijde in houtimitatie beschilderd. De voorzijde is scharnierend.
Achtergrondinformatieliteratuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1985, p. 29
TitelModel van een niet aangelegde keersluis in de Zuiderhaven te Harlingen.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenHarlingen, sluizen
Objectnummer1977-095
Periode van1825
Periode tot1830
BeschrijvingModel van een niet aangelegde de keersluis in de Zuiderhaven te Harlingen. Mahoniehout. Het model is gebouwd op schaal 1:40.
AchtergrondinformatieDe keersluis is ontworpen door ingenieurs van Rijkswaterstaat na de grote overstromingen van 4 en 5 februari 1825.
In het bestek voor het maken van bruggen in Zuider- en Noorderhaven, dat berust in het Gemeentearchief Harlingen (inv.nr. 3354), worden de maten de de 'SAS-sluis' vermeld, alsmede de bouwwijze (o.a. dat er 542 palen gebouwd moesten worden). Naast de uitvoerige beschrijving en tekeningen moest er ook een model gemaakt worden. Zij werden vervaardigd door de aannemer, Teunis Swets uit Hardinxveld, die daar 50 gulden voor kreeg. Van soortgelijke modellen in Utrecht en Leiden is bekend dat de aannemers het maken van zo'n model uitbesteedden. Wie het Harlinger model maakte is niet bekend., Literatuur:
- Berg, Herma M. van den 'Bouwen aan de havens (1775-1900)' in: Harlingen - Bijdragen tot de geschiedenis van de laatste twee eeuwen pp. 149-152.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1977, p. 15
BeschrijvingScheepmodel van de kustvaarder Imke uit Delfzijl. Blokmodel. Schaal niet bekend. Rondhouten en tuigage: De kustvaarder heeft twee liermasten en een antennemast op het dekhuis. De voorste liermast staat op het voordek. Aan bakboord is tegen de mast een ladder gemaakt. Op de voorkant van de mast een boordlicht. De mast heeft een achterwaarts gerichte liergiek die hangt in een kraanlijn die wordt bediend met een motorlier, net achter de liermast. Zijwaarts wordt de giek bediend met schoten die via blokken aan de boeisels, aan het uiteinde van de lier en aan de top van mast worden bediend door een motorlier, die net voor de liermast staat. Het einde van de liergiek rust in een mik aan stuurboord. De tweede liermast staat op een boven het ruim gebouwd bordes. De mast is voorzien van een ladder, een antenne en een toplicht. Aan de mast hangen twee liergieken. Deze hangen in kraanlijnen doe worden bediend met motorlieren. Ook de schoten van de lieren, die lopen via blokken op de relingen, de uiteinden van de gieken en de top van de mast, worden bediend met motorlieren. De vier motorlieren staan rondom de liermast opgesteld op het bordes. De liergieken rusten in mikken: de naar voren gerichte giek in een mik aan bakboord en de achterwaart gerichte giek in een mik aan stuurboord. Op het dekhuis staat een antennemast. Aan en op de mast zijn drie boordlichten, een sprietantenne en een radarantenne geplaatst. Aan een uithouder is aan een vlaggelijn een rood-witte-blauwe vlag gehesen. De blokken zijn niet voorzien van lopende schijven. De romp: Het voorschip is scherp. Het achterschip is plat en geveegd. De bodem is plat. Het model van voor naar achter: Uit de kluisgaten hangen twee ankers. Op het voorschip is aan weerszijden met plakletters de scheepsnaam aangebracht: 'Imke'. Op het voordek een dubbele ankerlier, zes dubbele bolders en enige luiken. Centraal op het voordek een liermast. Vervolgens het voorruim. Tussen het voorruim en het kleinere achterruim een bordes met daarop een tweede liermast. Op het achterschip het dekhuis van vier etages. Voor een brug over de gehele breedte van het schip. Daarachter de verblijven en de machinekamer. Op het dak van deze verblijven een radarantenne en de antennemast. Op het achterdek een reddingsloep in davit en aan de relings twee reddingvlotten. Op de schoorsteen een dubbele blauwe band en de letter 'D'. Op het achterschip: 'Imke / Delfzijl'. Kleuren: De romp is grijs, het onderwaterschip zwart het het boeisel van het voorschip wit. De dekken zijn groen. De masten zijn okergeel, De luikhoofden zijn grijs en de luiken bruin. Het dekhuis is wit. Accessoires: het model is geplaatst op een houten plank met glazen kap. Op de houten plank met witte plakletters: '19 m/s 'IMKE' 76'.
AchtergrondinformatieDe kustvaarder Imke uit Delfzijl werd in 1976 gebouwd op de scheepswerf van Ton Bodewes te Franeker. Opdrachtgever was de familie Damhof uit Delfzijl. Bouwnummer F63. Volgens de Wet op de Zeevaartdiploma's is een kustvaarder voor de Kleine Handelsvaart een schip met een waterverplaatsing van minder dan 500 brt (sinds 1970: kleiner dan 75 meter lang). De Nederlandse kustvaart heeft zijn oorsprong in de provincie Groningen. De in de veenkoloniën gegraven turf werd steeds verder weg verkocht. Dat deed de behoefte aan schepen toenemen. De schepen werden in Groningen gebouwd en uitgereed. Ook het graan vond op de coasters zijn weg naar het buitenland. De steeds grotere schepen kwamen ook buiten het Noordzeegebied (tot in Afrika). Rond 1850 beleefden de Groningse rederijen een hoogtepunt. Ze lieten hun schepen bouwen in de provincie Groningen en hun bemanningen kwamen er ook vandaan. De schepen werden echter bevracht in Amsterdam of Rotterdam. Bij de overgang van houtbouw naar ijzerbouw en van zeilvaart naar motorvaart behielden de Groningse reders hun positie maar slechts ten dele. Na 1920 kwam er echter een nieuwe impuls voor de scheepsbouw in Groningen. In 1923 bouwde scheepswerf Gideon te Groningen een ijzeren kustvaarder met een kleine motor van slechts enkele tientallen p.k. en met een hulpzeil (dat al vrij snel verdween). De Groninger coaster beviel goed: het schip was betrouwbaar, kon veel lading vervoeren en was in staat ver landinwaarts te varen (lading van huis tot huis). De vloot coasters (kleiner dan 500 brt) groeide snel (in 1939 536 schepen). Ook na de Tweede Wereldoorlog bleef de Groninger coaster populair. Er werden speciale schepen gebouwd voor olieën, chemicaliën, vlees, fruit, containers, etc. Na 1960 nam het aantal coasters weer af., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1995, p. 23
BeschrijvingFlessenscheepje. Stolpfles met glazen dop. In de fles een driemastfregat met volle tuigage. Aan de mast een rode wimpel. Naast het schip een omgeslagen sloep met op de kiel daarvan drie drenkelingen (een staat, gehouden door de twee zittende anderen). In een andere sloep roeien vijf redders naar de drenkelingen toe.
AchtergrondinformatieDe fles is uitgeleend geweest aan de Windvaan-tentoonstelling en raakte daar beschadigd. Toen in 1974 de soortgelijke stopfles in Antwerpen beschadigd raakte, en daar werd gerestaureerd, is daarna besloten ook dit oude exemplaar te restaureren. Onder in de fles nog enige afgebroken figuurtjes en vlaggen. De fles is lange tijd in bruikleen geweest bij Joost Halbertsma uit Den Haag, die een zomerhuis had aan de Potten en bovendien een woning aan de Geeuwkade 10 te Sneek. Joost Halbertsma was een neef van conservator Herre Halbertsma. Hij heeft als onbetaalde kracht de catalogus van het museum samengesteld., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad: 5 feb. 1954, 30 oktober 1958, 28 januari 1974
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1973-1974, p. 8
- H. van Zijl 'een redding op zee' in Ons Amsterdam 1978, pp. 130-131.