TitelR. Scheltens, Groningen (toeschrijving) - Beugeltas met zilveren beugel.
VervaardigerScheltens, R. ; Groningen ; [toeschrijving]
Objectnummer1993-083
Periode van1800
Periode tot1810
BeschrijvingBeugeltas. Blauw fluweel, onversierd. Zilveren beugel, in ajour versierd met in het midden en aan de beide zijden een bloemkorf. Daartussen guirlandes, facetranden, bloemen en hoornen des overvloeds. Ook in de knip is een bloemkorf verwerkt. Met tashaak. In de beugel de inscriptie 'D.J.'. Het fluweel is aan de voorzijde erg gesleten en gedeeltelijk los van de beugel. De achterzijde van de tas is nog gaaf.
AchtergrondinformatieToeschrijving aan R. Scheltens Groningen geschiedt, bij gebrek aan het meestertekenboek van Groningen van voor 1812, op grond van het in Koonings II vermelde RS-merk nr. 9391, waarin (weliswaar in een ruit en niet in een ovaal) de letters aaneengesloten zijn afgebeeld. Koonings II 9391 is het merk dat R.S. Scheltens te Groningen gebruikte van 1812-1815.
TitelOnbekende zilversmid - zilveren loddereindoosjes met de inscriptie 'AB'.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer1993-084
Periode van1850
Periode tot1900
BeschrijvingZilveren loddereindoosje. Grondvlak is driehoekig van vorm. Afgeronde hoeken en bolle zijden. Alleen de zijde met het scharnier van het deksel is recht. Op de zijden voorstellingen van Geloof, Liefde, Hoop en Standvastigheid. Op het deksel een voorstelling van een vrouw met juk. In de bodem de inscriptie 'AB'.
BeschrijvingLoddereindoosje met verhoogd deksel. Grondvlak is rechthoekig met afgeronde hoeken. Op de buik horizontale ornamentbanden (waaronder palmetranden) en een verticale arcering. Op voor- en achterzijde een ruitvormig ornament met oogvormen. Op het deksel een acanthustak.
AchtergrondinformatieM.H. de Graaff gebruikte het meesterteken Koonings II 3290 van 1844-1860.
BeschrijvingZilveren pepermuntdoosje. Rond van vorm, met scharnierend deksel. Op het deksel geguilocheerde krul- en arceerversieringen. In het midden een ster. Op de onderzijde dezelfde versieringen.
AchtergrondinformatieH. Vermeij te Schoonhoven gebruikte het meesterteken Koonings II van 1837-1839.
TitelEngelse zilversmid - zilveren roomkan met inscriptie.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenjutters, Schiermonnikoog
Objectnummer1980-102
Periode van1743
Periode tot1743
BeschrijvingZilveren roomkan. Op standring. S-vormig, verjongend vat. Snebvormige tuit. Vraagtekenvormig oor. Op de wand is gegraveerd in schrijfletters 'Henricus Stafford Navis praefectus Prosperae / Georg Haeddema Procuratorem suum fidellissimum / adversus Insulae Scarmonkooge Habitatores / hoc Munusculo donavit / Opus ostium Iscanum III id: Jul: / Anno Dom: MDCCXLIII'. Onder de bodem is met polood geschreven: 'F. Bakkers'.
AchtergrondinformatieVertaling van de latijnse tekst op de kom: Henri Stafford, kapitein van het schip Voor de Wind heeft Georg Hiddema zijn zeer trouwe zaakwaarnemer, tegen de bewoners van het eiland Schiermonnikoog, dit kleine geschenk vereerd bij de monde van de (Eems?) 13 juli van het jaar onzes Heren 1743.
Op 27 okt. 1726 vertrok de Prosperous uit Hellevoetsluis naar New Castle. Het schip raakte in een storm verzeild en kwam in de buurt van Ameland. Omdat het schip veel tuig verloor besloot de kapitein te ankeren. Hij zeilde de Scholbalg binnen en ankerde daar. Twee snikken uit Schiermonnikoog boden aan het schip naar een veiliger plaats te loodsen maar lieten het stranden op het Brakzand. Met vier andere snikken dwongen de Schiermoniikogers de kapitein en zijn bemanning van boord te gaan. Zij plunderden het schip. Tjeerd Roelofs nam het privileges van het Engelse schip over. Kapitein Henri Stafford moest onder druk op het eiland een verklaring ondertekenen waaruit moest blijken dat de eilanders hem en zijn bemanning hadden gered. Stafford liet het er niet bij. Hij daagde de Schiermonnikogers voor het Hof van Friesland en liet zijn zaak behartigen door advocaat Georg Hiddama. De procedure duurde van 1727 tot 1743. Stafford won. De Schiermonnikogers moesten een schadevergoeding betalen. Stafford bood Hiddama als dank voor zijn diensten deze zilveren kan aan., literatuur:
- Willem Wilstra, 'Het wrak van 'De Voorspoedige' na 267 tevoorschijn' in: Friesland Post, aug. 1993, pp. 32-33.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, p. 18.
TitelP.J. Fennema, Bolsward - Zilveren geboortelepel van Jan Jans Buwalda.
VervaardigerFennema, Pier Jans
Trefwoordenheraldiek, Workum, Buwalda, Jan Jans
Objectnummer1994-540
Periode van1879
Periode tot1879
BeschrijvingZilveren gebooortelepel. De steel is met een rattestaart aan de bak verbonden. De steel is plat en versierd met graveerwerk, een opgesoldeerde waaiervorm en een maskeron. Steelbekroning: ruiter te paard. op de achterzijde van de bak een gegraveerd wapen: Links een halve adelaar, rechtsboven drie eikels en rechtsonder drie klavers en een liggende wassenaar. Het wapen is gekroond en wordt omgeven door bladertakken. Langs de rand van de bak: 'Jan Jans Buwalda is gebooren 1879 te Workum op het Zuureind'.
AchtergrondinformatieDe lepel is afkomstig uit de familie van de echtgenoot van de schenkster, Jan Buwalda. Hij is op 28 november 1904 in Sneek is geboren en te Andijk overleden op 19 december 1993. Zijn vader was Jan Buwalda (waarschijnlijk geboren te Heeg en overleden te Workum) en zijn moeder Pietertje Koopmans (afkomstig uit Sneek). Zijn grootvader heette ook Jan Buwalda.
Pier Jans Fennema, Geboren Bolsward in 1831. In 1855 geoud- en zilversmid, koopman en horlogemaker te Bolsward. Opvolger van zijn moeder, de weduwe Jan Piers Fennema. In 1888 firmant in de firma P.J. Fennema en zonen. Deze firma bleef bestaan tot 1896. Overleden te Bolsward in 1902., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1994, p. 33
TitelJ. Schijfsma, Sneek - hors d'oeuvre couvert, 1930 en 1934.
VervaardigerSchijfsma, Johannes
Objectnummer1989-893
Periode van1930
Periode tot1934
BeschrijvingHors d'oeuvre couvert, bestaande uit een vork en een lepel. De vork heeft ronde tanden en is op de steel met enig graveerwerk versierd. De lepel heeft dezelfde versiering. De bak is in ajour versierd met C-vormige krullen, die samen een kruis vormen.
AchtergrondinformatieDe vork heeft inv.nr. 1989-893-a en de lepel 1989-893-b, Johannes Schijfsma. Geboren 23 juni 1882 te Sneek, overleden aldaar 22 jan. 1965. Zoon van Johannes Henricus Schijfsma en Grietje van der Feer. Nam in 1911 de zilversmederij van zijn vader over. In 1939 compagnon met A.M. Sustring, die in 1942 het bedrijf overnam. Schijfsma werd toen verzekeringsagent. Hij was getrouwd met Amarens Glastra van Loon (1883-1971)., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 7 jan. 1988.
- Genealogische Aantekeningen familie Schijfsma door mevr. A.S.C. van Meurs-Schijfsma
- Archief Fries Scheepvaart Museum.
BeschrijvingZilveren brandewijnskom. Het zilver met goudkleur overdekt. De kom is ovaal van vorm, heeft acht lobben: gebombeerde vlakken waarin aan de buitenkant voorstellingen zijn gegraveerd:
-1- Voorstelling in een gekroond ovaal cartouche van een schip in aanbouw. Onder de cartouche krulmotieven.
-2- Voorstelling in een druppelvormig cartouche van een zittende vrouw met een spintol in haar rechterhand. Onder deze cartouche een tekstcartouche met daarin 'Aaltie Pieters / Nagtegaal'. Beide cartouches zijn omgeven door acanthusloof en krullen.
-3- Voorstelling in een ovaal cartouche van een vrouw die een gamba bespeelt. Rond het cartouche bladmotieven.
-4- Voorstelling in een druppelvormig cartouche van een zittende vrouw met haar handen op schoot. Onder deze cartouche een tekstcartouche met daarin 'Aaltie Hendriks / Klijbeek'. Beide cartouches zijn omgeven door acanthusloof en krullen.
-5- Voorstelling in een gecontourneerd wapenschild: overlangs gedeeld met links een halve adelaar en rechts twee gekruiste dissels. Het wapen is gekroond en omgeven door bloemen en acanthusloof.
-6- Voorstelling in een druppelvormig cartouche van een vrouw, die zittend aan een tafel vruchten aan het schillen is. Links een huisdier. Onder deze cartouche een tekstcartouche met daarin 'Trintie Vranses'. Beide cartouches zijn omgeven door acanthusloof en krullen.
-7- Voorstelling in een ovaal cartouche van een zittende vrouw die zichzelf bekijkt in een handspiegel. Rond de cartouche acanthusloof en krullen.
-8- Voorstelling in een druppelvormig cartouche van een zittende man, die in zijn rechterhand een drinkglas heeft en links een vogel. Onder deze cartouche een tekstcartouche met daarin: 'Claes Pieters / van der Werf'. Rond beide cartouches acanthusloof en krullen.
In de hoeken van de gebombeerde vlakken zijn rozetten en takjes met vijf bladen gedreven. Ze zijn ook aan de binnenkant zichtbaar. De kom heeft twee horizontaal geplaatste oren, die gegoten zijn. Op de krullen voorstelling van een Bacchant met druiventros. Een vogel eet van deze druiven. Rondom de Bacchant een bloemenkrans. De poot van de kom is versierd met gedreven bladversieringen, bloemen en vruchten.
AchtergrondinformatieDe kom is gemaakt in opdracht van Claes Pieters van der Werf, meester schuitemaker te Sneek. Hij is de enige man die op de kom is afgebeeld (afbeelding 8). Zijn beroep komt tot uitdrukking in de afbeeldingen van het in aanbouw zijnde schip (afbeelding 1) en het voorkomen van dissels in het wapen (afbeelding 5). Uit het huwelijksboek van de N.H. kerk van Sneek blijkt dat Claes Pieters van der Werf viermaal is getrouwd: * 4 mei 1684 Claas Pieters met Aaltie Pieters, beide uit Sneek (afbeelding 2), * 20 aug. 1699 Klaas Pytters met Aaltie Hendriks, beide uit Sneek (afbeelding 4) * 14 mei 1702 Claas Pieters met Trijntie Fransen, beide uit Sneek (afbeelding 6) * 20 jan. 1715 Klaas Pieters met Acke Oepkes uit Bolsward (niet afgebeeld, de kom was toen al gemaakt). Bij het laatste huwelijk wordt bij de bruidegom de aantekening gemaakt dat hij 'Mr. Schuitemaker' is.
Vermeldingen van zijn naam in de archieven maken duidelijk dat Claes Pieters geen vermogend man was. Voor de personlele belasting werd hij voor f. 5-9-0 per jaar aangeslagen, maar in de kohieren wordt bij zijn naam in tegenstelling tot vermedlingen bij andere namen geen vermogen geregistreerd. In deze kohieren staat hij genoemd als wonend 'Buiten de Oosterpoort', een groot gebied ten oosten, zuiden en westen van de stadswallen. Hij had een werf aan de Geeuw ('Buiten het Hooegnd'). Eerst huurde hij de werf, maar in 1708 kon hij het bedrijf kopen, zo blijkt ui een acte van 5 nov. 1708 in het Proclamatieboek van het Nedergerecht Sneek. Voor 361 goudguldens werd hij eigenaar van 'Seker huisinge, timmerhuis, Helling en hovinge, met sijn gerechtigheit, Staande en gelegne buit het Hoogend deser Stede'. In het beluidenisboek is genoteerd dat Claas Pyters overleed op 17 aug. 1725 en zijn vrouw (dat zal Trijntie Fransen zijn geweest) op 30 mei 1710. Er worden acht kinderen begraven, en wel op 5 april 1703, 24 mei 1704, 22 maart 1706, 21 aug. 1706, 10 dec. 1708, 23 mei 1710, 30 okt. 1711, en 27 aug 1713 (dochter). De eerste drie echtgenotes zijn afgebeeld op de kom. De voorstellingen van vrouwen zonder tekstcartouches zijn fantasievoorstellingen. De vrouw met spiegel is een allegorie op de voorzichtigheid. De gambaspelende vrouw zal gebaseerd zijn op een prent. Beide voorstellingen zijn geplaatst onder de oren en zijn waarschijnlijk gemaakt om te voorkomen dat er daar twee blanco vlakken zouden overblijven. Jentje Harings Biltius. Geboren te Sneek in 1682. Zoon van Haring Baukes Biltius en Sjouckje Jentjes. Trouwde met Hylkjen Iedes Edema (zuster van Fedde Iedes Edema). Leerling in 1693. Meester op 6 juni 1707. Laatste vermelding (gildeboek): 1730., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1994, p. 24-26
BeschrijvingZilveren rinkelbel. In het midden een cirkel vorm met gearceerde randen. Inhet midden daarvan een uitgezaagde harp. Rond de onderkant van de cirkel een fluitje en vijf bellen. Aan de bovenkant een ophangring.
AchtergrondinformatieDe rinkelbel is afkomstig uit de familie van de echtgenoot van de schenkster, Jan Buwalda. Hij is op 28 november 1904 in Sneek is geboren en te Andijk overleden op 19 december 1993. Zijn vader was Jan Buwalda (waarschijnlijk geboren te Heeg en overleden te Workum) en zijn moeder Pietertje Koopmans (afkomstig uit Sneek). Zijn grootvader heette ook Jan Buwalda.
A. Kuipers te Workum maakte van 1871 tot 1925 gebruik van het meesterteken Koonings II 423.
BeschrijvingHandvat van een kurketrekker. Parelmoer met zes zilveren ringen. Aan het handvat een zilveren schacht waar de kurketrekker in was bevestigd. Deze is afgebroken.
AchtergrondinformatieDe kurketrekker is afkomstig uit de familie van de echtgenoot van de schenkster, Jan Buwalda. Hij is op 28 november 1904 in Sneek is geboren en te Andijk overleden op 19 december 1993. Zijn vader was Jan Buwalda (waarschijnlijk geboren te Heeg en overleden te Workum) en zijn moeder Pietertje Koopmans (afkomstig uit Sneek). Zijn grootvader heette ook Jan Buwalda.
AchtergrondinformatieHet collectebekken werd gebruikt bij het avondmaal in de Gereformeerde Noorderkerk te Sneek.
Steven Reitsma. Geboren te Sneek op 19 dec. 1862 en aldaar overleden op 15 dec. 1948. Hendrik Reitsma. Geboren te Sneek op 4 juli 1870 en te Deventer overleden op 2 mei 1916. Beide zijn het zoons van Tjitte Reitsma (1821-1904) en Froukje Posthumus, en kleinkinderen van zilversmid Steven Tjittes Reitsma uit Lemmer, later Sneek., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, p. 29
TitelZilveren memorielepel met op de achterkant van de steel 'J.G. 1909'.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer1995-320
Periode van1909
Periode tot1909
BeschrijvingZilveren memorielepel. Gladde lepel zonder versieringen. Op de achterkant van de steel is gegraveerd: 'J.G. / 1909'. De steel is van de bak gebroken geweest en weer aangesoldeerd.
AchtergrondinformatieDe lepel is afkomstig uit de familie Gonggrijp. Mogelijk is het een geboortelepel. Jacob Gonggrijp (geboren te Sneek op 7 december 1906 en overleden te Bolsward op 4 juni 1989), Catharina Gonggrijp (geboren te Sneek op 18 maart 1911 en overleden te Bolsward op 25 mei 1995) en Dieuwke Aafke Gonggrijp (geboren te Sneek op 9 december 1914 en overleden te Bolsward op 10 januari 1995) waren de kinderen van Frederik Gonggrijp en Jiskjen Postema. Frederik Gonggrijp is geboren op 24 mei 1871 te Harlingen als zoon van Yede Gonggrijp en Eva Catharina Huizinga. Hij werd slager in Sneek. Hij trouwde op 18 mei 1903 met Jiskjen Postema, die was geboren op 21 mei 1878 in Makkum. Zij was dochter van Jacob Postema (overleden 10 april 1915 te Makkum?) en Dieuwke Stellingwerf (overleden 30 mei 1912 te Makkum?). Frederik Gonggrijp overleed in Sneek op 14 maart 1939 en zijn vrouw Jiskjen overleed in Wassenaar op 3 juni 1963. Hun drie kinderen bleven ongehuwd. Catharina, die het langst leefde, liet haar bezit na aan het museum.
TitelZilveren memorielepel met op de achterkant van de bak het jaartal 1732.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer1995-321
Periode van1732
Periode tot1732
BeschrijvingZilveren memorielepel. Eivormig bak. Op de achterkant van de bak is gegraveerd het jaartal 1732 (de 3 is omgekeerd). De bak is met een rattestaart aan de bak bevestigd. De steel is dubbel getordeerd en wordt bekroond door een vrouwen figuur met palmtak en bloemen (allegorie op de Voorspoed). Het gietwerk is tamelijk slordig.
AchtergrondinformatieDe lepel is afkomstig uit de familie Gonggrijp. Jacob Gonggrijp (geboren te Sneek op 7 december 1906 en overleden te Bolsward op 4 juni 1989), Catharina Gonggrijp (geboren te Sneek op 18 maart 1911 en overleden te Bolsward op 25 mei 1995) en Dieuwke Aafke Gonggrijp (geboren te Sneek op 9 december 1914 en overleden te Bolsward op 10 januari 1995) waren de kinderen van Frederik Gonggrijp en Jiskjen Postema. Frederik Gonggrijp is geboren op 24 mei 1871 te Harlingen als zoon van Yede Gonggrijp en Eva Catharina Huizinga. Hij werd slager in Sneek. Hij trouwde op 18 mei 1903 met Jiskjen Postema, die was geboren op 21 mei 1878 in Makkum. Zij was dochter van Jacob Postema (overleden 10 april 1915 te Makkum?) en Dieuwke Stellingwerf (overleden 30 mei 1912 te Makkum?). Frederik Gonggrijp overleed in Sneek op 14 maart 1939 en zijn vrouw Jiskjen overleed in Wassenaar op 3 juni 1963. Hun drie kinderen bleven ongehuwd. Catharina, die het langst leefde, liet haar bezit na aan het museum.
TitelZilveren roomlepel met initialen L.L.R. 1834.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenvogels
ObjectnummerZ-028
Periode van1830
Periode tot1830
BeschrijvingRoomlepel met ovale bak en daar haaks opstaande, gebogen steel, die uitloopt in een gegraveerde vogelkop. Op de steel in stippelgravure: 'L.L.R. 1834'.
Achtergrondinformatieliteratuur:
- Sneeker Nieuwsblad 1 juni 1961
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1960, p. 10
TitelJan Jansen Uyl, Sneek - zilveren beker uit 1644.
VervaardigerUyl, Jan Jansen
ObjectnummerZ-029
Periode van1644
Periode tot1644
BeschrijvingBeker met een gegraveerde versiering in de vorm van schubben en daarboven onder de liprand een band met graveerwerk in de vorm van bladornament. Op de bodem de gegraveerde initialen 'S.D.' en 'I.D.'.
AchtergrondinformatieJan Jansen Uyl. Meester in Sneek tussen 1641 en 1643. Laatste vermelding: 1679 (gildeboek). In onderstaand artikel in het Sneeker Nieuwsblad is de beker ten onrechte beschreven als een werkstuk van Wyger Jansen van Itens., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 8 sep. 1958, 7 ok
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1958
TitelDirk Jans Filensis, Sneek - memorielepel, vervaardigd in 1644.
VervaardigerFilensis, Dirk Jans
Trefwoordenheraldiek
ObjectnummerZ-090
Periode van1644
Periode tot1644
BeschrijvingMemorielepel met vijgvormige bak en een met een wapenschild bekroonde steel, waarvan het onderstuk plat is en het bovenstuk getorst. Op het platte deel C-vormige voluten en op de achterzijde de initialen 'J.H.'. Op de achterzijde van de bak twee alliantiewapens.
AchtergrondinformatieDirk Jan Filensis. Komt in het gildeboek voor van 1641-1672. Trouwde met Maicke Pistoors, in 1633 echtelieden genoemd in het Proclamatieboek Sneek (Rijksarchief X-4). Meester waarschijnlijk reeds in 1633. Overleden voor 23 februari 1674 (inventarisatie van zijn bezit - weesboek Sneek, Rijksarchief W-31). Filensis woonde in 1630 op de hoek van de Marktstraat en de Nauwe Noorderhorne.
In onderstaand artikel wordt de lepel ten onrechte beschreven als een werkstuk van Jan Doedes., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 21 sep. 1959
TitelZilveren roomlepel, versierd met knorren en een wapen.
Vervaardigeronbekend
ObjectnummerZ-065
Periode van1800
Periode tot1900
BeschrijvingRoomlepel, gegoten, versierd met knorren. Gebogen steel met daarop gesoldeerd een plaatje met gekroond wapenschild.
AchtergrondinformatieBij aankoop werd de lepel aangezien voor werk van Fedde Iedes Edema (1681-1734), Voet II 645., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 27 dec. 1963
BeschrijvingOpengewerkte zilveren gesp, mogelijk gebruikt op een ceintuur.
AchtergrondinformatieDe schenkster woonde met haar zuster in Eefde in een huis met de naam 'Kleinzand', genoemd naar de gracht in Sneek, waaraan hun ouders hadden gewoond., literatuur:
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1963, p. 13
TitelS. en H. Reitsma, Sneek - zilveren suikerpot, versierd in Lodewijk XVI-stijl.
VervaardigerReitsma, Steven en Hendrik
TrefwoordenNeo-stijlen
Objectnummer1981-410
Periode van1908
Periode tot1908
BeschrijvingZilveren suikerpot. Balustervormig. Met twee gezaagde oren. Gegoten. Met deksel. De pot is in Lodewijk XVI-stijl versierd met guirlandes, medaillons en bladmotieven. Enkele guirlandes ontbreken, evenals de houten dekselknop.
AchtergrondinformatieSteven Reitsma. Geboren te Sneek op 19 dec. 1862 en aldaar overleden op 15 dec. 1948. Hendrik Reitsma. Geboren te Sneek op 4 juli 1870 en te Deventer overleden op 2 mei 1916. Beide zijn het zoons van Tjitte Reitsma (1821-1904) en Froukje Posthumus, en kleinkinderen van zilversmid Steven Tjittes Reitsma uit Lemmer, later Sneek. Steven Reitsma was de vader en Hendrik Reitsma was de oom van de schenkster., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1981, p. 23
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, p. 29
TitelZilveren etui met daarin messen en vorken. IJssouvenir.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenEnkhuizen, ijstochten
Objectnummer1988-150
Periode van1700
Periode tot1716
BeschrijvingZilveren Etui met daarin zes messen en vorken. Etui en bestek zijn rijkelijk versierd met dieren, schepen, bloemen, kabelranden etc. In het etui de inscriptie 'Klaas Hinloopen heeft met Peert en Slee dit van Enkhuisen gehaalt den 21 Janu: 1716'.
AchtergrondinformatieHet bestek-etui is een ijssouvenir dat herinnert aan een sledetocht over de bevroren Zuiderzee.
TitelKerkboek in leren band, met zilveren slot zonder inscriptie.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer1976-365
Periode van1851
Periode tot1851
BeschrijvingKerkboek in leren band met eenvoudig zilveren slot. Geen inscriptie.
AchtergrondinformatieDe bijbel is in 1851 uitgegeven door het Nederlandsch Bijbel Genootschap., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1969-1970, pp. 38.
TitelGeboortelepel van Hendrikje Aukes Stam, 1778.
VervaardigerVelde, Jochem van der
TrefwoordenStam, Hendrikjen Aukes
Objectnummer1989-842
Periode van1778
Periode tot1778
BeschrijvingGeboortelepel, dubbel getordeerde steel, met rattestaart verbonden aan de bak. Op de bak de inscriptie 'Hendrikjen Aukes Stam, geboren den 20 maart 1778'. Op de steel een allegorie op 'geloof, hoop en liefde', twee elkaar omhelzende personen, een kruis en een anker.
AchtergrondinformatieHet meesterteken Voet II 284 werd toegeschreven aan Jouke Vogelzang te Heerenveen. Er waren twijfels rond deze toeschrijving, omdat het meesterteken vaak vergezeld ging van de Sneker stadskeur en omdat het zilver met dit meesterteken vaak werd gemaakt in opdracht van personen uit Sneek of IJlst. Archiefonderzoek leerde dat het meesterteken is gebruikt door Jochem van der Velde te Sneek. Hij trouwde in 1779 met Eelkjen Melis Oppedijk uit IJlst en vestigde zich in 1781 aan de Marktstraat te Sneek. Hij is niet in Sneek overleden. In 1787 liet hij in Sneek nog een kind Melis Walles dopen. Deze Melis van der Velde sterf in 1839 te Westdongeradeel. Waarschijnlijk zijn Jochem (of Joachim) en Eelkje van der Velde vertrokken. Waar naar toe is niet bekend. In Friesland blijven nazaten over in Westdongeradeel, maar daar zijn Jochem en Eelkje niet gestorven. In 1839 trouwt hun kleinzoon Joachim Melis van der Velde in Westdongeradeel met Dirkje Klazes van der Wal. Hij is waarschijnlijk schipper. Zij krijgen in Westdongeradeel (Holwerd) kinderen met de namen Melis Walle (overleden aan boord van De Zwijger) en Eelke., Hendrikje Aukes Stam was de dochter van Auke Tsjommes Stam 91749-1826) en Tietje Wietses Boersma (overleden 1802). Zij trouw in 1798 met Feyke Ykes Visser uit Heeg. In 1777 had hij een lijnbaan gekocht aan de huidige Rienck Bockemakade. Hij overleed in 1801. Zijn weduwe hertrouwde in 1803 met Nicolaas Jurjan Lankhorst, die de touwslagerij ging leiden en ook een uitbreiding realiseerde aan de Prinsengracht. Hij werd opgevolgd door zijn in 1806 geboren oudste zoon Auke Stam van Lankhorst. Auke trouwde in 1829 met de Ysbrechtumer domineesdochter Agnietta beckeringh. Zij stierf in 1883. Hun tweede zoon, Willem Beckeringh van Lankhorst (Sneek 1833-1913) nam de touwslagerij over. Hij trouwde in 1858 in Enschede met Antonia Berends ten Cate. Zij kregen drie kinderen: Auke (1859), Aaltje (1860) en Agnietta (1868). Auke Beckeringh van Lankhorst nam de touwslagerij over. Hij trouwde met Henderika Cornelia Hermanna Janssen. Zij kregen twee zoons en twee dochters. Een van de dochters was Margaretha Catarina Talina Alida beckeringh van Lankhorst (1906-1983). Zij trouwde in 1927 met Ruurt Alles van der Sluis (geboren Leeuwarden in 1902). Hij volgde zijn schoonvader op als directeur van de touwfabriek., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 december 1985
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1985, pp. 19-21
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1989, p. 31
- Peter Schoen, "Een zilveren botergoot uit 1783 door Jochem van der Velde" in: Fryslân, 6 (2000) 3, pp. 20-21.
AchtergrondinformatieHet collectebekken werd gebruikt bij het avondmaal in de Gereformeerde Noorderkerk te Sneek.
Steven Reitsma. Geboren te Sneek op 19 dec. 1862 en aldaar overleden op 15 dec. 1948. Hendrik Reitsma. Geboren te Sneek op 4 juli 1870 en te Deventer overleden op 2 mei 1916. Beide zijn het zoons van Tjitte Reitsma (1821-1904) en Froukje Posthumus, en kleinkinderen van zilversmid Steven Tjittes Reitsma uit Lemmer, later Sneek., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, p. 29
TitelH. Ament, Joure - Geboortelepel van Minke Jans Gonggrijp.
VervaardigerAment, H.
TrefwoordenGonggrijp, Minke Jans
ObjectnummerZ-002
Periode van1844
Periode tot1844
BeschrijvingGeboortelepel met eivormige bak. Daaraan met enkel lof bevestigd een platte steel met accoladevormig steeleinde. Op de achterzijde van de bak de inscriptie 'Minke Jans Gonggrijp is geboren den 5 December 1841'.
AchtergrondinformatieHarmanus Harmens Ament. Geboren Ballum (Ameland) in 1806. In 1833 zilversmid te Joure. Tevens gouddraadwerker. Hij bleef het vak uitoefenen tot 1873. Werd opgevolgd door zijn zoon Tjalling Ament. Overleden te Joure in 1888. Minke Jans ten Cate van Gonggrijp. Geboren te Sneek 5 dec. 1841. Dochter van Jan ten Cate van Gonggrijp (1807-1888) en Antonia Beckering (1807-1887). Minke trouwde op 13 okt. 1865 met Otto George Bungenberg (geboren te Sneek 2 sept. 1830 - overleden te Arnhem 14 dec. 1901), directeur van de posterijen te Sneek (1861-1876) en te Groningen (1876-1890). Hun drie kinderen kregen toestemming de naam van hun moeder bij de hunne te voegen: Johan Willem Wilhelm van Gonggrijp Bungenberg, Antonia Johanna van Gonggrijp Bungenberg en Jan Hermanus van Gonggrijp Bungenberg. De schenkster, Minke A. de Visser uit Groningen, was conservatrice van het Groninger Museum. Zij was de dochter van de bovengenoemde Anthonia Johanna van Gonggrijp Bungenberg., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 mrt. 1960, 12 apr. 1962
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1962, p. 14
- G.F.E. Gonggryp, Het Regeeringsgeslacht Gonggryp in Harlingen, Sneek en Franeker (z.p., z.j.)
TitelTeunis Gerrits Robijnsma, Sneek - zilveren beker, gemaakt in 1656.
VervaardigerRobijnsma, Teunis Gerrits
ObjectnummerZ-102
Periode van1656
Periode tot1656
BeschrijvingZilveren beker, gedeeltelijk verguld, met gegraveerde versieringen in de vorm van band- en spitswerk, waartussen drie ovale cartouches met twee mannenfiguren en een vrouwenfiguur. Boven de standvoet drie gegraveerde vogels. Op de bodem een inscriptie met huismerk en de letters R, F, S en T.
AchtergrondinformatieTeunis Gerrits Robijnsma. Meester in 1652 (werk). Laatste vermeldig 1675/1676. Was schepen en hopman in Sneek. Getrouwde met Thyetske Harings. Ze waren de ouders van Gerrit Teunis Robijnsma, die ook zilversmid was. Er zijn werken van Teunis Gerrits Robijnsma bekend van 1652 tot 1668., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 21 dec. 1961
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1961, p. 9
- Archief Vereniging Fries Scheepvaart Museum, correspondentie Sustring - Halbertsma 23 aug. 1960
TitelJochem van der Velde, Sneek - geboortelepel van Teetse Gonggrijp.
VervaardigerVelde, Jochem van der
TrefwoordenGonggrijp, Teetse Tjallings, Sneek
ObjectnummerZ-003
Periode van1772
Periode tot1772
BeschrijvingGeboortelepel met eivormige bak. Daaraan met dubbel lof bevestigd een steel met acooladevormig einde. Op de achterzijde van de bak de inscriptie 'Teetse Tjallings Gonggrijp is geboren den 27 November 1772 / 's vrijdagavonds tegen 7 uur in Sneek'.
AchtergrondinformatieHet meesterteken Voet II 284 werd toegeschreven aan Jouke Vogelzang te Heerenveen. Er waren twijfels rond deze toeschrijving, omdat het meesterteken vaak vergezeld ging van de Sneker stadskeur en omdat het zilver met dit meesterteken vaak werd gemaakt in opdracht van personen uit Sneek of IJlst. Archiefonderzoek leerde dat het meesterteken is gebruikt door Jochem van der Velde te Sneek. Hij trouwde in 1779 met Eelkjen Melis Oppedijk uit IJlst en vestigde zich in 1781 aan de Marktstraat te Sneek. Hij is niet in Sneek overleden. In 1787 liet hij in Sneek nog een kind Melis Walles dopen. Deze Melis van der Velde sterf in 1839 te Westdongeradeel. Waarschijnlijk zijn Jochem (of Joachim) en Eelkje van der Velde vertrokken. Waar naar toe is niet bekend. In Friesland blijven nazaten over in Westdongeradeel, maar daar zijn Jochem en Eelkje niet gestorven. In 1839 trouwt hun kleinzoon Joachim Melis van der Velde in Westdongeradeel met Dirkje Klazes van der Wal. Hij is waarschijnlijk schipper. Zij krijgen in Westdongeradeel (Holwerd) kinderen met de namen Melis Walle (overleden aan boord van De Zwijger) en Eelke., Teetse Tjallings Gonggrijp. Geboren te Sneek 27 nov. 1772, overleden aldaar 6 april 1838. burgemeester van Sneek, lid van Provinciale Staten van Friesland. Trouwde op 14 mei 1800 met Minke Jans ten Cate (geboren Sneek18 spe. 1770 en overleden aldaar 27 mei 1851). Teetse Tjallings Gonggrijp was zoon van de glasschilder Tjalling Gonggrijp (1765-1823) en Elisabeth Teetses de Haan. De schenkster, Minke A. de Visser uit Groningen, was conservatrice van het Groninger Museum. Zij stamde af van de familie Gonggrijp. Haar moeder was Johanna Anthonia van Gonggrijp Bungenberg. Zij was in 1870 te Sneek geboren als dochter van Otto George Bungenberg (1830-1902), directeur van het postkantoor te Sneek, en Minke Jans ten Cate van Gonggrijp (geboren 1841). Laatstgenoemde was de dochter van Jan ten Cate van Gonggrijp (1807-1888) en Anthonia Johanna Beckering (1807-1887). Jan ten Cate van Gonggrijp was zoon van Teetse Gonggrijp (1772-1838) en Minke Jans te Cate (1770-1838) uit Sneek., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 mrt. 1960
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1960, p. 10
- G.F.E. Gonggryp, Het Regeeringsgeslacht Gonggryp in Harlingen, Sneek en Franeker (z.p., z.j.)
- Peter Schoen, "Een zilveren botergoot uit 1783 door Jochem van der Velde" in: Fryslân, 6 (2000) 3, pp. 20-21.
TitelA.M. Sustring, Sneek - kerkboek met gouden boekbeslag.
VervaardigerSustring Jzn., A.M.
ObjectnummerZ-188
Periode van1854
Periode tot1854
BeschrijvingKerkboek in groen fluwelen band met het N.T. uit 1882 en een gezangboek uit 1884. Gouden knip met rococo ornamenten, waartussen allegorieën op de Gerechtigheid, de Standvastigheid en de Liefde. In stippelgravure: '1854'.
AchtergrondinformatieHet kerkboek is afkomstig uit de boedel van mevrouw Gerbensma-Boschma, overleden te Sneek in 1963. Haar boedel was gelegateerd aan de Provincie Friesland., Albertus Martein Sustring. Geboren Sneek 1804. Zoon van Johannes Sustring, bankhouder. In 1835 goud- en zilversmid te Sneek. Overleden Sneek 1874. De zaak werd voortgezet door zoon Albertus Martein Sustring (1849-1931)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1964, 1965 (p. 24)
TitelRein Clases Regnery - gebombeerde brandewijnskom, gemaakt in 1718.
VervaardigerRegnery, Rein Clases
ObjectnummerZ-137
Periode van1718
Periode tot1718
BeschrijvingGebombeerde brandewijnskom met lijnvormige versieringen, die gladde vlekken begrenzen. Voet versierd met gedreven bloemmotieven. Gegoten, opengewerkte oren met putti, omgeven door bloemen. Onder de rand de inscriptie 'T I/1718'.
AchtergrondinformatieRein Clases Regnery. Geboortedatum onbekend. Zoon van Claes Reyns en Gerbrig Beuwes. Getrouwd voor het gerecht op 24 jan. 1710 met Geertje Lammerts Minnema. Ze waren Katholiek. OVerleden in december 1732 (beluid op 26 dec. 1732). Leerling in 1700 (ingeschrevenin het zilversmidsgilde Sneek) en in 1711 meester. Stond van 1711 tot 1731 werkzaam geweest., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 28 nov. 1966, 21 juni 1986
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1966, p. 20
TitelMes, waarvan het heft bestaat uit met zilver beslagen walvisbeen.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenwalvisvaart, Harlingen
ObjectnummerZ-134-a
Periode van1700
Periode tot1800
BeschrijvingMes met getordeerd heft van walvisbeen en met zilveren montering.
AchtergrondinformatieHet mes is afkomstig uit Harlingen., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 13 juli 1964
- Archief Vereniging Fries Scheepvaart Museum, correspondentie Sustring - Halbertsma 19 november 1964
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1964, p. 22
TitelD. Haan, Sneek - geboortelepel, gemaakt in 1827.
VervaardigerHaan, D.
Trefwoordenpaarden, Visser, Tietje Hendriks
ObjectnummerZ-104
Periode van1827
Periode tot1827
BeschrijvingGeboortelepel met eivormige bak en dubbel getordeerde steel, die bekroond wordt door een paard. Op de achterzijde van de bak in stippelgravure: 'Tietje Hendriks Visser geboren den 24 December 1826'.
AchtergrondinformatieDe geboortelepel is vervaardigd door D. Haan (1826-1837) te Sneek., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 8 juni 1965
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1964, p. 22
TitelA.M. Sustring, Sneek - memorielepel, bekroond door een tweemast zeilschip.
VervaardigerSustring, A.M.
Trefwoordenzeilvaart, tweemasters, Plantinga, H., Sluyter, H.
ObjectnummerZ-144
Periode van1886
Periode tot1886
BeschrijvingMemorielepel met eivormige bak en platte, zich naar boven toe verbredende steel met graveerwerk en als bekroning een tweemastschip. Op de achterzijde van de bak de inscriptie: 'H. Plantinga / 21 september 1902' en daar met een slordig handschrift aan toegevoegd 'H. Sluyter / 10-9-'05 / Sneek'.
AchtergrondinformatieDe lepel is afkomstig uit de familie van de echtgenoot van de schenkster, Oeds Platenga, die oorspronkelijk uit Sneek afkomstig was., Albertus Martein Sustring. Geboren Sneek 1849. Zoon van Albertus Martein Sustring, goud- en zilversmid aldaar. In 1873 nam hij de zaak van zijn vader over. Trouwt op 03 september 1873 met Maaike Bolman. Vader van J.H. Sustring. Oefende het vak tot 1925 uit. Overleden te Sneek 1931., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1969-1970, p. 37.
AchtergrondinformatieHet collectebekken werd gebruikt bij het avondmaal in de Gereformeerde Noorderkerk te Sneek.
Steven Reitsma. Geboren te Sneek op 19 dec. 1862 en aldaar overleden op 15 dec. 1948. Hendrik Reitsma. Geboren te Sneek op 4 juli 1870 en te Deventer overleden op 2 mei 1916. Beide zijn het zoons van Tjitte Reitsma (1821-1904) en Froukje Posthumus, en kleinkinderen van zilversmid Steven Tjittes Reitsma uit Lemmer, later Sneek., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, p. 29
TitelAndreas Wychers, Embden - Zilveren kom, met afbeelding van een gevecht met kapers.
VervaardigerWychers, Andreas ; Emden ; Duitsland
Trefwoordensmakschepen, Emden, kapers
ObjectnummerZ-022
Periode van1708
Periode tot1708
BeschrijvingOvale zilveren kom met verticale oren. Op de gladde wanden gravures met voorstellingen en inscripties. Op de voorkant de inscriptie: 'Het Franse Kaper Schip La Gracieuse door de Capiteins R.F. Kivyt en P.H. van Bingum den 24 junius verovert'. Daarbij een gegraveerde voorstelling van twee kleine konvooischepen van smakachtig type in gevecht met een kaperschip. Op de achtergrond een kust met kerktoren en op de rede voor anker liggende smakschepen en een wegluchtend kaperscheepje. Op de achterkant van de kom de inscriptie 'Twee wat convoyers, uitgerust / Om Embdens koopvaart te bevrijen, / Veroverden op Rottums kust, / Van twee op roof en kaperijen / Bemande scheepen, 't grootste met / Hun buit en drie genoome smakken / Het kleinste liep van zelf in 't net, / Terwijl het zich dacht wech te pakken. / Zij dien't convoy bewint is op / Gedragen hebben dies doen Schenken / An elk Capitein een zilvren kop, / Om dese daad daarbij te gedenken'. Tegen de onderkant de stippelgravure: 'P.W.'.
AchtergrondinformatieDe kom is geschonken aan de kapiteins die het Franse kaperschip La Gracieuse op 24 juni 1708 bij Rottum versloegen: R.F. Kivyt en P.H. van Bingum. Een nazaat van Van Bingum, Jacobine van Borssum Waalkes, liet de kom na aan het Friesch Genootschap. De letters PW aan de onderkant zijn de initialen van Pieter van Borssum Waalkes, afstammeling van kapitein Van Bingum.
De kom is vervaardigd door Andreas Wychers (1661-1730) te Emden. Er waren twee van deze kommen. De andere was in 1828 nog in Emden, maar is sindsdien verdwenen.
Tijdens de Spaanse Successie-oorlog (1701-1714) probeerden Franse kapers voor de Friese kust Hollandse, Duitse en Engelse schepen te pakken te krijgen. Om dat te voorkomen had het stadsbestuur van Emden in 1702 en in 1706 een overeenkomst gesloten met de Friese Admiraliteit om de konvooien te beschermen. Wadkonvooiers, zo werden de begeleidingsschepen genoemd. Kapitein Kivyt was verantwoordelijk voor de bescherming van de Oostvaart naar Hamburg. Kapitein Wilken en later kapitein Bingen waren verantwoordelijk voor de zeevaart naar Amsterdam. Als vergoeding moesten de beschermde schepen convooigeld betalen aan het stadsbestuur van Emden. Vlekkeloos verliep de samenwerking tussen Emden en Friesland niet. De wadligger van kapitein Sprottinga had op een nacht zelfs de konvooier van kapitein Kivyt beschoten. Friesland meldde dat de schutter dronken was geweest.
De kapers van de Gracieuze werden gevangen gezet in Emden. Ze hadden Franse kaperbrieven bij zich en hadden geen bewijsbare mishandelingen op hun geweten. Daarom werden ze al snel vrij gelaten: ze werden bij Groningen (Spijk en Delfzijl) over de grens gezet. De Staten van Groningen protesteerden daar tegen., literatuur:
- Jaarverslag Friesch Genootschap 1944-1945, p. 17
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1951, 1956
- Johannes C. Stracke "Franzosische Kaper auf den friesischen Watten um 1708" in: Zeitschrift Ostfiresland (Leer, 1973), nr. 1, p. 21 e.v.
- Dennis de Graaf, Kapers op de kust. Een zeegevecht bij Rottumeroog en kapersgasten, in: Stad en Lande. Cultuur-historisch tijdschrift voor Groningen, jaargang 14 (2005), nr. 3, p. 1-7.
- Heinrich Stettner, "1708: Spanischer Erbfolgekrief in der Emsmündung. Von Brantwinskoppen, Konvoiern, Kaper- und Beuteschiffen sowie einer stillen Abschiebung" in: Deutsches Schiffahrtsarchiv 2005
TitelBrillendoos van schildpadleer, gemonteerd met goud.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenIJlst, Oppedijk, J.W.
Objectnummer1985-274
Periode van1876
Periode tot1876
BeschrijvingBrillendoos. Langwerpig van vorm. Gemaakt van schildpaddenleer en gemonteerd met goud. Op de voorzijde een gouden plaat met een gravering in de vorm van een riem en de inscriptie: 'Aan de Heer / J.W. Oppedijk / Admin kerkvoogd / IJlst / 1826-1876'. In de doos een bril.
AchtergrondinformatieDe bril in de doos is niet de bril van mr. J. Oppedijk., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1985, p. 35
BeschrijvingZilveren huwelijksbekertje versierd met band en spitswerk, een wapenschild met daarop '1643' en een mannen- en een vrouwenfiguur. Op de bodem de 17de eeuwse gravure 'R.G./G.R./1641' en daartussen de 18de eeuwse gravure 'S.T.N.K'. Op de standring: 'Rinck Gerreits Hoeckema ende Gertie Rincks 1642'
AchtergrondinformatieMogelijk is de bodem afkomstig uit een ander voorwerp., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 31 okt. 1957, 2 jan. 1958
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1957
TitelJan Jansen Olthof, Sneek - Huwelijksbeker uit 1633.
VervaardigerOlthof, Jan Jansen
Trefwoordenhuwelijken
ObjectnummerZ-073
Periode van1626
Periode tot1626
BeschrijvingHuwelijksbeker met gegraveerde versieringen in de vorm van band- en spitswerk. Onder de voet een mannelijk en vrouwelijk wapenschild, opgehangen aan boomstronk en daar omheen: 'DOEDDE SIMENS EN LVIETS TIEPKKES 1633'. Beide wapens: links halve adelaar, rechts twee sterren (v) of een ster en een bloem (m).
AchtergrondinformatieJan Jansen Olthof. Meester in Sneek waarschijnlijk in 1626. Laatste vermelding: 1641 (gildeboek). In 1635 genoemd in het Hypotheekboek van Sneek (Ryksargyf Fryslan, Sneek - X-5)
S.W. Jansons uit Buitenpost stamt af van het echtpaar Doede Symens en Luyt Tjepkedr. Hij leverde de volgende genealogische gegevens.
DOEDE SYMENS is circa 1653 overleden te Loënga. Hij was daar in 1640 boer (stemkohier nr. 8). Van Doede zijn de voorouders niet bekend. Hij is getrouwd met Luyts Tjepkedr, dochter van Tjepcke Tjalckes Epema en Remck Hayes Binnema. Deze ouders van Luyts hebben hun wortels in Nijland. Zij liggen begraven in de kerk van Nijland (Ippema).
De kinderen van Doede Symens en Luyts Tjepkedr zijn: Gertie Doedes (overleden voor 1687 en getrouwd met Rintie Joukes Hansma uit IJlst), Rimpck Doedes (trouwde op 14 nov. 1658 met Jeen (Jan) Martens uit Lutkewierum), Sijmens Doedes (zie volgende generatie) en Doettie Doedes (gehuwd met Claes Hettes).
SIJMEN DOEDES was boer te Wiuwert. In 1683 was hij lid van de Hervormde Gemeente in Wieuwerd. In 1700 was hij gebruiker van de boerderij met stem 11 in Wiuwert (stemnr. 11). Hij was gehuwd met een dochter (naam onbekend) van Hessel Sibles Rheenstra en Ycke Tjepckedr Ipma (een zuster van Luyts Tjepkedr.). De kinderen van Sijmen Doedes en onbekend Reenstra zijn: Eeke Sijmens (overleden voor 1742, gehuwd met Lieuwe Pyters), Doede Sijmens (overleden ± 1742, gehuwd met Ymck Wybes, uit Wommels), Sioert Sijmens (overleden ± 1752, gehuwd met Auckien Martens, geboren ± 1681, overleden 22 januari 1775 te Swanwert onder Wieuwerd) en Sioert Sijmens (is in 1728 gebruiker van de boerderij met stem 11 in Wieuwerd).
literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 11 april 1952, 31 okt. 1957
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1951
- Genealogysk jierboek 1958, blad 66-68
- Genealogysk jierboek 1984, blad 10, 11, 23, 41
- Boerderijenboek Hennaarderadeel door D.J. van der Meer
- Prekadastrale atlas van Fryslân deel 8 - Hennaarderadeel
- Prekadastrale atlas van Fryslân deel 11 - Wymbritseradeel-Noord
TitelScholte Jansen, Sneek - Achtkantige brandewijnskom, gemaakt in 1674.
VervaardigerScholte Jansen II
Trefwoordenbijbelse figuren
ObjectnummerZ-082
Periode van1674
Periode tot1674
BeschrijvingAchtkantige brandewijnskom met twee opengewerkte oren. Op de acht vlakken van de kuip in cartouches zijn scènes uit het leven van Christus gegraveerd: het laatste avondmaal, het afhouwen van Machus' oor, de bespotting, de geseling, de doornenkroning, de kruisiging, de kruisdraging en de hemelvaart. Vergulde binnenzijde. Onder het ene oor is gegraveerd 'AT', onder het andere 'II'.
AchtergrondinformatieScholte Jansen II. Gedoopt te Sneek op 27 feb. 1607. Zoon van zilversmid Jan Scholtes en Sjouck Sybedr. Trouwde met Aukjen Douwes. Leerling in 1627 van Frans Riemersma te Bolsward. Meester in Sneek reeds in 1641. Laatste vermelding (gildeboek): 1675., literatuur:
- Catalogus Fries Zilver A-4
- Dossier Beeling 12 dec. 1950, feb. 1951
- Sneeker Nieuwsblad 26 nov. 1954
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1954