TitelEen paar Friese schaatsen van een onbekend merk.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer1996-129
Periode van1800
Periode tot1850
BeschrijvingEen paar Friese schaatsen. Brede, plaate halzen. In de voorkant van een ijzer een kroonvormige bekroning. Volledig montuur. Opvallend zijn de brede hakstukken en de herstellingen aan de teenleren met metaalstrips. De voetstapels zijn met slagletters gemerkt: 'NS'. In de krul van het ijzer het merk C.
AchtergrondinformatieDe schaatsen zijn waarschijnlijk in Duitsland gemaakt van een goedkope staalsoort: 'ban-izerredens'.
TitelIJszeiler IJsbeer. Afkomstig van de palinghandelarenfamilie Visser te Heeg.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenHeeg, Visser
Objectnummer1981-056
Periode van1846
Periode tot1846
BeschrijvingIJszeiler, genaamd IJsbeer. Rondhouten en tuigage: De ijszeiler had één mast en een boegspriet. De mast ontbreekt. Van de rondhouten resteren alleen de giek, de gaffel en de boegspriet. De mast stond in ene mastkoker in de messelbank. Deze is verstevigd met metaalplaat. De mast werd gehouden door een voorstag op de boegspriet. Op de bovenkant van de boegspriet is nog de metalen beugel te zien en de ketting waaraan de voorstag was vastgemaakt. Aan weersijden werd de mast gehouden door twee zijstagen die waren vastgezet op de glijstanders van de ijszeilers. De beugels van de zijstagen zijn nog aanwezig op deze standers. De boegspriet rust aan de achterkant in een beugel op de messelbank en in het midden in een beugel op de voorsteven. Aan de voorkant wordt de boegspriet gehouden door een waterstag: een ketting met spanner tussen boegspriet en de onderkant van de scheg. Aan de mast werden twee zeilen gevoerd: een stagfok en een gaffelgrootzeil. De stagfok werd aan de voorkant vastgehaakt aan de beugel op de voorkant van de boegspriet. De fokkeschoot liep op de metalen overloop op de messelbank. Van het grootzeil resteren alleen de gaffel en de giek. De gaffel is gebogen van vorm en voorzien van een houten klauw. In de onderkant van de klauw een metalen oog en rond de gaffel drie beugels met ogen voor de klauwval, de piekeval en de bevestiging van het achterlijk. De giek hing met een lummel in een oog aan de mast. Aan de bovenkant van de giek drie ogen voor de bevestiging van het achterlijk en de kraanlijn. Aan de onderkant van de giek een oog en een houten klamp voor de grootschoot. De grootschoot werd belegd op een oog in het hakkeblok dat was vastgezet op het oog in het achterschip. De romp: De ijszeiler is overnaads gebouwd: drie gangen. Het voorschip is scherp. Het achterschip is voorzien van een spiegel. De bodem is plat. De ijszeiler staat op een driehoekig onderstel: voor een brede balk met glij-ijzers met diagonale balken naar achteren. Halverwege zijn deze diagonale balken vastgezet aan een midscheepse steunbalk. Het schip van voor naar achter: Op de scheg is, net onder de boegsprieg, een plankje gemaakt waarop een beeldje van een ijsbeer is geplaatst. Het verbeeldt de scheepsnaam 'IJSBEER'. Het boeisel is aan de voorkant versierd met een gesneden en vergulde rozet. Het voordek is verhoogd. Het middelste deel van het dek kan als luik worden verwijderd. Achter het voordek de messelbank met de mastkoker en de overloop van de fokkeschoot. Net achter de uitsparing voor de mastvoet een metalen oog, waarschijnlijk voor de halstalie van het grootzeil. In het achterschip zijn de spanten van het schip te zien. Op de bodem een uit drie tapse delen bestaande buikdenning. De buikdenning voor de achterbank is breder en beschilderd in ruitmotieven. Op het boeisel van het achterschip een versiering in de vorm van een gesneden rozet. De giek rust in een metalen scepter op de spiegel. De spiegel is aan weerszijden van het roer versierd met een gesneden rozet. Het roer 'hangt' met twee roerhaken aan de achtersteven. Eigenlijk hangt de romp aan het roer, omdat het derde glijijzer van de ijszeiler zich onder het roer bevindt: het schip staat aan de achterkant op het roer. Daarom staan de roerhaken ook omhoog. De kop van het roer is met snijwerk versierd: op de ruig een parellijst met bladmotieven en op de wangen een ovale rozet met eikeloof. De helmstok is van metaal en gedeeltelijk bekleed met koude-isolerend leer. Op de voorkant van de helmstok een houten knop. De ijszeiler staat op een driehoekig onderstel met glij-ijzers. De voorste twee ijzers zijn met vleugelmoeren bevestigd aan de voorste dwarsbalk. De houten waarin de ijzers rusten zijn aan de buitenkant versierd met gesneden versieringen: een krul (als van een Friese schaats) en een rozet. Kleuren: De romp is groen. De boeisels (bovenste gang) zijn donkergrijs met een witte bies. De rozetten op de boeisels en op de spiegel zijn verguld. Het roer is groen en het snijwerk op het roer is verguld. Het onderstel met de glijzijsers is groen met witte biezen over de randen en wit vulsel van het snijwerk op de voorste glij-ijzers. De binnenkant van het boeisel is aan de bovenkant rood met een witte bies. In het achterschip zijn de binnenkanten van de boorden groen. De bodem is aan de binnenkant zwart. De buikdenningen zijn donkergrijs. De buikdenning voor de achterbank is beschilderd in zwarte en witte ruitvormen. De rondhouten zijn groen en het metaalbeslag erop is afwisselend grijs en rood. Het overige scheepsbeslag (roerbeslag, de overloop, mastbeugel, stagbeugels, glij-ijzers, etc.) zijn grijs. Accessoires: boegbeeld in de vorm van een ijsbeer (inv.nr. J-258).
AchtergrondinformatieDe ijszeiler IJsbeer was bezit van de familie Visser, palinghandelaren te Heeg. Op 27 jan. 1848 nam de ijsbeer deel aan een wedstrijd voor ijszeilers te Langweer. Het was toen een nieuwe vorm van ijssport. De wedstrijd werd gewonnen door N. Visser uit Lemmer met de Flevo. Op 20 dec. 1890 werd De IJsbeer te koop aangeboden in Heeg: 'snel zeilende en sterk gebouwd (...) met een dubbel stel slepers, zeil, fok en verdere inventaris. Een dag eerder was in Sneek de ijsboot Spitsbergen te koop aangeboden.
De ijsbeer is mogelijk omstreeks 1953 door de familie Visser verkocht aan H.B. Veenstra en G. Walinga te Heeg., literatuur:
- J. Hepkema, Eenvoudige Memoires (z.p., z.j.) 398
- Leeuwarder Courant 8 febr. 1848.
- Albert Buursma, 'De ijselijk strenge winter van 1890-'91' in: Wijd en Zijd 24 feb. 1993.
- Catalogus Scheepssier in Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, nr. 53
BeschrijvingEen glis. Benen schaats. Bot, dat aan een zijde vlak geslepen zijn. In de glis twee gaten.
AchtergrondinformatieDe vindplaats van de glis is niet bekend.
De glis is afkomstig uit de fabriek van J. Nooitgedagt te IJlst.
Jan Nooitgedagt (1840-1920) was de grondlegger van de schaatsen- en gereedschapfabriek Nooitgedagt te IJlst. In 1865 kocht hij een smederij en begon daar schaatsen en schaven te maken. De vier zonen van Nooitgedagt werkten ook in het bedrijf: Jarig (1866-1942), Aldert (1871-1929), Tymen (1873-1957) en Jentje (1878-1935). Tegen het einde van de 19de eeuw gingen de zaken goed. In 1893 werd een nieuwe fabriek gebouwd. In 1900 had Nooitgedagt circa 50 man personeel in dienst. De vier zonen maakten studiereizen naar Frankrijk, Engeland en Zweden om op de hoogte te blijven van de nieuwste materialen en productietechnieken. Rond 1900 trad vader Jan uit het bedrijf en namen de vier zonen het bedrijf over. Zij bleven voornamelijk schaatsen en gereedschappen maken. Rond 1935 namen twee kleinzonen van Jan Nooitgedagt het bedrijf over: Jan Jarigs (1893-1945), Jan Alderts (1897-1982). In 1945 kwam Tjitte Jentjes (1917-1988) op de afdeling hout. In 1950 kwamen Jarich Jans (geboren 1922) op de afdeling kantoor en Aldert Jans (geboren 1926) op de afdeling metaal. In 1965 werd de productie van schaatsen gestopt. In 1972 stopte de prodcutie van houten speelgoed. De productie van de steekbeitel werd toen sterkt opgevoerd. Begin jaren negentig kreeg het familiebedrijf een forse klap te verwerken; de grote Zweedse afnemer kocht een beitelfabriek op en zegde het contract met Nooitgedagt op. In 1991 werd er nog een nieuw fabriekspand geopend. Het bedrijf legde zich volledig toe op de metaalproductie. Wybrand Jan Attema, achterkleinzoon van de oprichter Jan Nooitgedagt, ging rond 1995 met pensioen. Er was in de familie geen opvolger. Het bedrijf werd verkocht aan Record Holding te Sheffield. De verwachting dat dit bedrijf de metaalproductie van Sheffield naar IJlst zou verplaatsen, kwam niet uit. Record werd overgenomen door de American Tool Company en dat werd weer ingelijfd in Newell Rubbermaid. IJlst raakte uit beeld. In 2003 sloot de fabriek., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 136-139.
BeschrijvingEen half paar Friese doorlopers. Linkerschaats. Oud-Fries model met hoge krul. In het hout drie gaten voor het montuur. Het montuur zelf ontbreekt.
AchtergrondinformatieDe friese doorlopers zijn afkomstig uit de fabriek van J. Nooitgedagt te IJlst.
Jan Nooitgedagt (1840-1920) was de grondlegger van de schaatsen- en gereedschapfabriek Nooitgedagt te IJlst. In 1865 kocht hij een smederij en begon daar schaatsen en schaven te maken. De vier zonen van Nooitgedagt werkten ook in het bedrijf: Jarig (1866-1942), Aldert (1871-1929), Tymen (1873-1957) en Jentje (1878-1935). Tegen het einde van de 19de eeuw gingen de zaken goed. In 1893 werd een nieuwe fabriek gebouwd. In 1900 had Nooitgedagt circa 50 man personeel in dienst. De vier zonen maakten studiereizen naar Frankrijk, Engeland en Zweden om op de hoogte te blijven van de nieuwste materialen en productietechnieken. Rond 1900 trad vader Jan uit het bedrijf en namen de vier zonen het bedrijf over. Zij bleven voornamelijk schaatsen en gereedschappen maken. Rond 1935 namen twee kleinzonen van Jan Nooitgedagt het bedrijf over: Jan Jarigs (1893-1945), Jan Alderts (1897-1982). In 1945 kwam Tjitte Jentjes (1917-1988) op de afdeling hout. In 1950 kwamen Jarich Jans (geboren 1922) op de afdeling kantoor en Aldert Jans (geboren 1926) op de afdeling metaal. In 1965 werd de productie van schaatsen gestopt. In 1972 stopte de prodcutie van houten speelgoed. De productie van de steekbeitel werd toen sterkt opgevoerd. Begin jaren negentig kreeg het familiebedrijf een forse klap te verwerken; de grote Zweedse afnemer kocht een beitelfabriek op en zegde het contract met Nooitgedagt op. In 1991 werd er nog een nieuw fabriekspand geopend. Het bedrijf legde zich volledig toe op de metaalproductie. Wybrand Jan Attema, achterkleinzoon van de oprichter Jan Nooitgedagt, ging rond 1995 met pensioen. Er was in de familie geen opvolger. Het bedrijf werd verkocht aan Record Holding te Sheffield. De verwachting dat dit bedrijf de metaalproductie van Sheffield naar IJlst zou verplaatsen, kwam niet uit. Record werd overgenomen door de American Tool Company en dat werd weer ingelijfd in Newell Rubbermaid. IJlst raakte uit beeld. In 2003 sloot de fabriek., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 136-139.
BeschrijvingEen half paar Friese doorlopers. Rechterschaats. Hoog doorlopende schenkelkrullen. Oud Fries model. Getailleerd hout. Met montuur.
AchtergrondinformatieDe friese doorlopers zijn afkomstig uit de fabriek van J. Nooitgedagt te IJlst.
Jan Nooitgedagt (1840-1920) was de grondlegger van de schaatsen- en gereedschapfabriek Nooitgedagt te IJlst. In 1865 kocht hij een smederij en begon daar schaatsen en schaven te maken. De vier zonen van Nooitgedagt werkten ook in het bedrijf: Jarig (1866-1942), Aldert (1871-1929), Tymen (1873-1957) en Jentje (1878-1935). Tegen het einde van de 19de eeuw gingen de zaken goed. In 1893 werd een nieuwe fabriek gebouwd. In 1900 had Nooitgedagt circa 50 man personeel in dienst. De vier zonen maakten studiereizen naar Frankrijk, Engeland en Zweden om op de hoogte te blijven van de nieuwste materialen en productietechnieken. Rond 1900 trad vader Jan uit het bedrijf en namen de vier zonen het bedrijf over. Zij bleven voornamelijk schaatsen en gereedschappen maken. Rond 1935 namen twee kleinzonen van Jan Nooitgedagt het bedrijf over: Jan Jarigs (1893-1945), Jan Alderts (1897-1982). In 1945 kwam Tjitte Jentjes (1917-1988) op de afdeling hout. In 1950 kwamen Jarich Jans (geboren 1922) op de afdeling kantoor en Aldert Jans (geboren 1926) op de afdeling metaal. In 1965 werd de productie van schaatsen gestopt. In 1972 stopte de prodcutie van houten speelgoed. De productie van de steekbeitel werd toen sterkt opgevoerd. Begin jaren negentig kreeg het familiebedrijf een forse klap te verwerken; de grote Zweedse afnemer kocht een beitelfabriek op en zegde het contract met Nooitgedagt op. In 1991 werd er nog een nieuw fabriekspand geopend. Het bedrijf legde zich volledig toe op de metaalproductie. Wybrand Jan Attema, achterkleinzoon van de oprichter Jan Nooitgedagt, ging rond 1995 met pensioen. Er was in de familie geen opvolger. Het bedrijf werd verkocht aan Record Holding te Sheffield. De verwachting dat dit bedrijf de metaalproductie van Sheffield naar IJlst zou verplaatsen, kwam niet uit. Record werd overgenomen door de American Tool Company en dat werd weer ingelijfd in Newell Rubbermaid. IJlst raakte uit beeld. In 2003 sloot de fabriek., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 136-139.
BeschrijvingEen half paar Friese schaatsen. Rechterschaats. Oud model met knop voor op de schenkel. Van het montuur is alleen een vernieuwd hakleer nog aanwezig.
AchtergrondinformatieDe Friese schaatsen zijn afkomstig uit de fabriek van J. Nooitgedagt te IJlst.
Jan Nooitgedagt (1840-1920) was de grondlegger van de schaatsen- en gereedschapfabriek Nooitgedagt te IJlst. In 1865 kocht hij een smederij en begon daar schaatsen en schaven te maken. De vier zonen van Nooitgedagt werkten ook in het bedrijf: Jarig (1866-1942), Aldert (1871-1929), Tymen (1873-1957) en Jentje (1878-1935). Tegen het einde van de 19de eeuw gingen de zaken goed. In 1893 werd een nieuwe fabriek gebouwd. In 1900 had Nooitgedagt circa 50 man personeel in dienst. De vier zonen maakten studiereizen naar Frankrijk, Engeland en Zweden om op de hoogte te blijven van de nieuwste materialen en productietechnieken. Rond 1900 trad vader Jan uit het bedrijf en namen de vier zonen het bedrijf over. Zij bleven voornamelijk schaatsen en gereedschappen maken. Rond 1935 namen twee kleinzonen van Jan Nooitgedagt het bedrijf over: Jan Jarigs (1893-1945), Jan Alderts (1897-1982). In 1945 kwam Tjitte Jentjes (1917-1988) op de afdeling hout. In 1950 kwamen Jarich Jans (geboren 1922) op de afdeling kantoor en Aldert Jans (geboren 1926) op de afdeling metaal. In 1965 werd de productie van schaatsen gestopt. In 1972 stopte de prodcutie van houten speelgoed. De productie van de steekbeitel werd toen sterkt opgevoerd. Begin jaren negentig kreeg het familiebedrijf een forse klap te verwerken; de grote Zweedse afnemer kocht een beitelfabriek op en zegde het contract met Nooitgedagt op. In 1991 werd er nog een nieuw fabriekspand geopend. Het bedrijf legde zich volledig toe op de metaalproductie. Wybrand Jan Attema, achterkleinzoon van de oprichter Jan Nooitgedagt, ging rond 1995 met pensioen. Er was in de familie geen opvolger. Het bedrijf werd verkocht aan Record Holding te Sheffield. De verwachting dat dit bedrijf de metaalproductie van Sheffield naar IJlst zou verplaatsen, kwam niet uit. Record werd overgenomen door de American Tool Company en dat werd weer ingelijfd in Newell Rubbermaid. IJlst raakte uit beeld. In 2003 sloot de fabriek., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 136-139.
BeschrijvingTwee cliché's van wapens: één met vier leeuwen en één van Nederland. Op de blokjes staat de naam van de gebruiker van de cliché's: D.G. Minkema, schaatsenmaker te Easterlittens.
AchtergrondinformatieDurk Gerrits Minkema (1825-1887) vestigde zich in 1852 vanuit Heerenveen in de smederij van Heere Westra te Easterlittens. Net als zijn voorganger maakt hij daar ook schaatsijzers voor Keimpe en later Abraham Hoekstra te Wergea. Ook bracht hij schaatsen onder eigen merk op de markt. Minkema was een bekwaam smid die met schaatsen en ander smeedwerk veel prijzen behaalde op nijverheidstentoonstellingen. Rond 1884 namen zijn zoons Durk (1859-1927) en Hans de zaak over. Durk richtte zich op de schaatsen en Hans op het andere smeedwerk. Ze bleven gebruik maken van het merk van hun vader. In 1898 begon Hans Minkema een smederij in Sneek. In 1904 werd een nieuwe fabriek in Easterlittens ingericht. Er werkten 12-14 man personeel en er werd gebruik gemaakt van machines. In mei 1920 sloot het bedrijf., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 104-107.
BeschrijvingInsigne van de Nieuwe Leeuwarder IJsclub. Schildje bekroond door een Friese schaats, met opschrift: 'NL / IJ'. Bevestigd op een speld.
AchtergrondinformatieHet insigne werd gedragen door leden van het bestuur van de Nieuwe Leeuwarder IJsclub. De Leeuwarder stadsgracht achter de herberg De Gouden Bal was de traditionele plaats voor schaatswedstrijden, die er vanaf 1850 werden georganiseerd door de in dat jaar opgerichte IJsclub, die later het predikaat Koninklijke ontving. Toen deze club in 1888 een nieuwe ijsbaan achter de Blekerstraat in gebruik nam, werd er in 1889 de Nieuwe Leeuwarder IJsclub opgericht om de traditie van schaatswedstrijden op de stadsgracht in ere te houden. In de 20ste eeuw werd het steeds moeilijker schaatswedstrijden te organiseren omdat de temperatuur van het rioolwater van het Diaconessenhuis en van het koelwater van de P.E.B.-centrale er de oorzaak van waren dat de stadsgracht nog slechts in zeer strenge winters dichtvroor., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1989, p. 27
TitelCentsprent met afbeeldingen van kinderspelen.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenkinderen, speelgoed, schaatssport
Objectnummer1998-196
Periode van1850
Periode tot1900
BeschrijvingCentsprent. Handgekleurde kopergravure. Titel: 'Volbrengt, my u vriendjes, staeg uw pligt, zoo als deez' knapen - Dan zult gy steeds uit 't spel ook ware vreugden rapen'. Twaalf voorstellingen van kinderspelen met daarbij tweeregelige rijmpjes. Op één ervan is de schaatssport uitgebeeld. Daarbij het rijmpje 'Wy glyden wy glissen en klieven de lucht, . En zyn reeds uit d'oogen in min dan een zucht'.
Beschrijving10 contributiekaarten van de IJswegencentrale van Friesland. Karton. Rechthoekig van vorm. Elk jaar een andere kleur. De kaarten zijn van de winterseizoenen van: 1977-1978, 1978-1979, 1980-1981, 1981-1982, 1983-1984, 1985-1986, 1986-1987, 1992-1993, 1994-1995, 1995-1996.
AchtergrondinformatieLidmaatschapskaarten van de IJswegencentrale dienden duidelijk zichtbaar op de kleding gedragen te worden wanneer werd geschaatst op de banen die door de IJswegencentrales waren geveegd.
BeschrijvingKleurenlithografie. Voorstelling van een man en drie vrouwen in streekdracht. Links een visser bij een net, gekleed in pofbroek en lange blauwe jas. Naast hem een vissersvrouw zittend aan een spinnewiel. Rechts op het ijs een vrouw in een prikslede en een staande vrouw met schaats in haar hand, beide gekleed in Hindelooper kledij. Boven de afbeelding: 'III Bd. - Europa - Taf. 59'. Onder de afbeelding: Friesländischer Fischer u. Frau. Friesländerin m. Schlitten u. Schlittschuhen'.
AchtergrondinformatieDe herkomst van de lithografie is niet bekend. De prent is waarschijnlijk afkomstig uit een boek over streekdrachten. De afbeelding van de wijzende vrouw en de vrouw in de prikslede is gebaseerd op de prent met de titel 'Herre Goe! Sel ye so klijd nei Molkoerum to pikjen', verschenen in 'Afbeeldingen van de kleedingen, zeden en gewoonten in Holland, met den aanvang der negentiende eeuw (Amsterdam, 1811) van E. Maaskamp., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1966 (pp. 22-23)
TitelSpeldje, reclamemateriaal van schaatsenmakerij P.B. te Heerenveen.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenHeerenveen, schaatsmakerijen
Objectnummer1997-022
Periode van1950
Periode tot1975
BeschrijvingReclamespeldje van schaatsenmaker P.B. te Heerenveen. Het spelde heeft de vorm van een Friese schaats met daarboven een halve cirkel en een banderol met daarop 'SUPER P.B.'.
AchtergrondinformatieHet speldje is door Stichting Museum de Fryske Winter aangeboden aan S. ten Hoeve, toen hij op 10 febr. 1997 de Cultuurprijs Wymbritseradiel kreeg aangeboden. Ten Hoeve schonk het speldje terug aan de Stichting. Het speldje is reclamemateriaal van schaatsenmaker P.B. te Heerenveen. Pier Bos (1895-1964) richtte in 1934 samen met Siebe Geertsma (1890-1968) de N.V. Friesche Schaatsenfabriek te Heerenveen op. Als winkelier in touw en leer had Bos al vanaf 1930 schaatsen verkocht (met name van E. Vonk te Oudeschoot). Al vrij snel nam het bedrijf een grote vlucht: na vijf jaar werkten er in het bedrijf al 20 mensen. In 1947 stapte Geertsema uit het bedrijf. In 1955 stopte het bedrijf met het maken van schaatsen., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese Schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 96-97.
TitelControlekaart van de Elfstedentocht van 1942 op naam van Fokke Ferwerda.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenelfstedentochten, Ferwerda, Fokke
Objectnummer1998-080
Periode van1942
Periode tot1942
BeschrijvingControlekaart van de Elfstedentocht van 1942. Naam: F. Ferwerda, Stiens. Alle stempels zijn gehaald. Op de achterkant van de kaart de routekaart.
AchtergrondinformatieFokke Ferwerda is overleden op 30 jan. 1998.
TitelElf etiketten van schaatsmakerij J. Nooitgedagt en zn. te IJlst.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenschaatsmakerijen, IJlst, Nooitgedagt, J.
Objectnummer1995-432
Periode van1935
Periode tot1965
BeschrijvingElf etiketten van schaatsmakerij J. Nooitgedagt te IJlst. Drukwerk in de kleuren rood, wit, grijs en blauw. In het midden een voorstelling van een schaatser die de letters 'Nooitgedagt' in het ijs heeft gekrast. Boven de voorstelling 'J. Nooitgedagt & zonen Ylst' en eronder 'let op ons merk: J. Nooitgedagt en zonen IJlst'.
AchtergrondinformatieJan Nooitgedagt (1840-1920) was de grondlegger van de schaatsen- en gereedschapfabriek Nooitgedagt te IJlst. In 1865 kocht hij een smederij en begon daar schaatsen en schaven te maken. De vier zonen van Nooitgedagt werkten ook in het bedrijf: Jarig (1866-1942), Aldert (1871-1929), Tymen (1873-1957) en Jentje (1878-1935). Tegen het einde van de 19de eeuw gingen de zaken goed. In 1893 werd een nieuwe fabriek gebouwd. In 1900 had Nooitgedagt circa 50 man personeel in dienst. De vier zonen maakten studiereizen naar Frankrijk, Engeland en Zweden om op de hoogte te blijven van de nieuwste materialen en productietechnieken. Rond 1900 trad vader Jan uit het bedrijf en namen de vier zonen het bedrijf over. Zij bleven voornamelijk schaatsen en gereedschappen maken. Rond 1935 namen twee kleinzonen van Jan Nooitgedagt het bedrijf over: Jan Jarigs (1893-1945), Jan Alderts (1897-1982). In 1945 kwam Tjitte Jentjes (1917-1988) op de afdeling hout. In 1950 kwamen Jarich Jans (geboren 1922) op de afdeling kantoor en Aldert Jans (geboren 1926) op de afdeling metaal. In 1965 werd de productie van schaatsen gestopt. In 1972 stopte de prodcutie van houten speelgoed. De productie van de steekbeitel werd toen sterkt opgevoerd. Begin jaren negentig kreeg het familiebedrijf een forse klap te verwerken; de grote Zweedse afnemer kocht een beitelfabriek op en zegde het contract met Nooitgedagt op. In 1991 werd er nog een nieuw fabriekspand geopend. Het bedrijf legde zich volledig toe op de metaalproductie. Wybrand Jan Attema, achterkleinzoon van de oprichter Jan Nooitgedagt, ging rond 1995 met pensioen. Er was in de familie geen opvolger. Het bedrijf werd verkocht aan Record Holding te Sheffield. De verwachting dat dit bedrijf de metaalproductie van Sheffield naar IJlst zou verplaatsen, kwam niet uit. Record werd overgenomen door de American Tool Company en dat werd weer ingelijfd in Newell Rubbermaid. IJlst raakte uit beeld. In 2003 sloot de fabriek., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 136-139.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1981, p. 20
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1995, p. 28
TitelSlede van de IJsclub Weidum, waarin de cijferbordjes werden opgeborgen.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenWeidum
Objectnummer1989-194
Periode van1900
Periode tot1950
BeschrijvingDuwslede, groen met wit opschrift 'IJCLUB WEIDUM'. De slede wordt van voor naar achter overspannen door een ijzeren boog. In de slede 29 bordjes met daarop de cijfers 1-10.
AchtergrondinformatieDe cijferbordjes werd gebruikt als startnummers bij de schaatswedstrijden van de IJsclub Weidum. De bel die aan de boog hing is in de Tweede Wereldoorlog gestolen. Er is een andere bel voor gekocht (inv.nr. 1989-1096).
TitelUithangbord 'hier slijpt met schaatsen' van J. Algra te Leeuwarden.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenschaatsen, mastmakerijen, Leeuwarden, Algra, Jan Pieters
Objectnummer1979-064
Periode van1900
Periode tot1950
BeschrijvingUithangbord. Gelakt met in zwart het opschrift: 'HIER SLIJPT MEN / SCHAATSEN'.
AchtergrondinformatieHoutworm in 1991 behandeld., Het bord is afkomstig uit de mast-, blok- en pompmakerij van J.P. Algra aan het Noordvliet 221 te Leeuwarden. Het bedrijf werd gesticht door Pieter Alles Agra. Hij verwierf in 1887 het genoemde pand. Het bedrijf werd door overerving overgenomen. Stamreeks: Alle Halbes Algra (Rijperkerk 16 april 1775 - Huizum 12 ok. 1824), kuiper te Leeuwarden en later boer te Deinum. Gehuwd met Janke Johannes. Zoon: Pieter Alles Algra (Deinum 4 mei 1818 - Leeuwarden 11 dec. 1908), gehuwd met Maaike Barendsma. Zoon: Jan Pieters Algra (IJlst 31 juli 1845 - Leeuwarden 16 okt. 1928), gehuwd met Marijke Pieters Visser. Zoon: Pieter Jans Algra (Leeuwarden 5 april 1875 - Leeuwarden, 27 juli 1954), gehuwd met Johanna Alberts Terpstra. Zoon: Jan Pieters Algra (Leeuwarden 14 feb. 1914), gehuwd met Reendertje Margaretha Maria van der Laan., Literatuur:
- R.S. Roarda, It Algera/Algra skaei 1425-1925, Leeuwarden 1956-1957 (2 delen).
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1979, p. 15
TitelEen half paar schaatsen met hoog doorlopende schenkel met knop.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer1982-314
Periode van1875
Periode tot1900
BeschrijvingEen half paar Breinermoorschaatsen met hoog doorlopende schenkel, die eindigt in een knop. De schenkel is vlak voor het hout met kartelwerk bewerkt. Montuur ontbreekt. Het houtwerk is nieuw bijgemaakt.
AchtergrondinformatieHet merk KHS wordt in het overzicht van Friese schaatsenmakers van Wiebe Blauw niet genoemd. De schaatsen zijn afkomstig uit de fabriek van J. Nooitgedagt te IJlst.
Jan Nooitgedagt (1840-1920) was de grondlegger van de schaatsen- en gereedschapfabriek Nooitgedagt te IJlst. In 1865 kocht hij een smederij en begon daar schaatsen en schaven te maken. De vier zonen van Nooitgedagt werkten ook in het bedrijf: Jarig (1866-1942), Aldert (1871-1929), Tymen (1873-1957) en Jentje (1878-1935). Tegen het einde van de 19de eeuw gingen de zaken goed. In 1893 werd een nieuwe fabriek gebouwd. In 1900 had Nooitgedagt circa 50 man personeel in dienst. De vier zonen maakten studiereizen naar Frankrijk, Engeland en Zweden om op de hoogte te blijven van de nieuwste materialen en productietechnieken. Rond 1900 trad vader Jan uit het bedrijf en namen de vier zonen het bedrijf over. Zij bleven voornamelijk schaatsen en gereedschappen maken. Rond 1935 namen twee kleinzonen van Jan Nooitgedagt het bedrijf over: Jan Jarigs (1893-1945), Jan Alderts (1897-1982). In 1945 kwam Tjitte Jentjes (1917-1988) op de afdeling hout. In 1950 kwamen Jarich Jans (geboren 1922) op de afdeling kantoor en Aldert Jans (geboren 1926) op de afdeling metaal. In 1965 werd de productie van schaatsen gestopt. In 1972 stopte de prodcutie van houten speelgoed. De productie van de steekbeitel werd toen sterkt opgevoerd. Begin jaren negentig kreeg het familiebedrijf een forse klap te verwerken; de grote Zweedse afnemer kocht een beitelfabriek op en zegde het contract met Nooitgedagt op. In 1991 werd er nog een nieuw fabriekspand geopend. Het bedrijf legde zich volledig toe op de metaalproductie. Wybrand Jan Attema, achterkleinzoon van de oprichter Jan Nooitgedagt, ging rond 1995 met pensioen. Er was in de familie geen opvolger. Het bedrijf werd verkocht aan Record Holding te Sheffield. De verwachting dat dit bedrijf de metaalproductie van Sheffield naar IJlst zou verplaatsen, kwam niet uit. Record werd overgenomen door de American Tool Company en dat werd weer ingelijfd in Newell Rubbermaid. IJlst raakte uit beeld. In 2003 sloot de fabriek.
BeschrijvingCatalogus van de schaatsen die D.G. Minkema, schaatsenmaker te Easterlittens, vervaardigde en verkocht. De tekst is met bruine inkt gedrukt, de afbeeldingen van de schaatsen, 18 stuks, zijn lichtbruin / zilverkleurig ingekleurd.
AchtergrondinformatieDurk Gerrits Minkema (1825-1887) vestigde zich in 1852 vanuit Heerenveen in de smederij van Heere Westra te Easterlittens. Net als zijn voorganger maakt hij daar ook schaatsijzers voor Keimpe en later Abraham Hoekstra te Wergea. Ook bracht hij schaatsen onder eigen merk op de markt. Minkema was een bekwaam smid die met schaatsen en ander smeedwerk veel prijzen behaalde op nijverheidstentoonstellingen. Rond 1884 namen zijn zoons Durk (1859-1927) en Hans de zaak over. Durk richtte zich op de schaatsen en Hans op het andere smeedwerk. Ze bleven gebruik maken van het merk van hun vader. In 1898 begon Hans Minkema een smederij in Sneek. In 1904 werd een nieuwe fabriek in Easterlittens ingericht. Er werkten 12-14 man personeel en er werd gebruik gemaakt van machines. In mei 1920 sloot het bedrijf., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 104-107.
BeschrijvingZwart etiket met gouden opdruk 'Firma D.G. Minkema/Stoomschaatsenfabriek/te Oosterlittens' Daarom heen afbeeldingen van de eremedailles en oorkondes die Minkema behaalde met smidswerk en het maken van schaatsen. Het etiket is geplakt op karton en beschermd door folie.
AchtergrondinformatieDurk Gerrits Minkema (1825-1887) vestigde zich in 1852 vanuit Heerenveen in de smederij van Heere Westra te Easterlittens. Net als zijn voorganger maakt hij daar ook schaatsijzers voor Keimpe en later Abraham Hoekstra te Wergea. Ook bracht hij schaatsen onder eigen merk op de markt. Minkema was een bekwaam smid die met schaatsen en ander smeedwerk veel prijzen behaalde op nijverheidstentoonstellingen. Rond 1884 namen zijn zoons Durk (1859-1927) en Hans de zaak over. Durk richtte zich op de schaatsen en Hans op het andere smeedwerk. Ze bleven gebruik maken van het merk van hun vader. In 1898 begon Hans Minkema een smederij in Sneek. In 1904 werd een nieuwe fabriek in Easterlittens ingericht. Er werkten 12-14 man personeel en er werd gebruik gemaakt van machines. In mei 1920 sloot het bedrijf. l, literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 104-107.
TitelZilveren schaats aan geel-blauw lint, insigne van de Kon. IJsclub Leeuwarden.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenschaatsen, schaatsclubs, Leeuwarden
Objectnummer1989-424
Periode van1875
Periode tot1925
BeschrijvingZilveren schaats in de vorm van een Friese krulschaats. De schaats hangt aan een geel-blauw lint.
AchtergrondinformatieDe schaats is een insigne dat werd gedragen door leden van het bestuur van de Koninklijke IJsclub Leeuwarden. Het was eigendom geweest van J. Bubberman uit Leeuwarden. De Leeuwarder stadsgracht achter de herberg De Gouden Bal was de traditionele plaats voor schaatswedstrijden, die er vanaf 1850 werden georganiseerd door de in dat jaar opgerichte IJsclub, die later het predikaat Koninklijke ontving. Toen deze club in 1888 een nieuwe ijsbaan achter de Blekerstraat in gebruik nam, werd er in 1889 de Nieuwe Leeuwarder IJsclub opgericht om de traditie van schaatswedstrijden op de stadsgracht in ere te houden. In de 20ste eeuw werd het steeds moeilijker schaatswedstrijden te organiseren omdat de temperatuur van het rioolwater van het Diaconessenhuis en van het koelwater van de P.E.B.-centrale er de oorzaak van waren dat de stadsgracht nog slechts in zeer strenge winters dichtvroor., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1989, p. 27
TitelTien inslagstempels om schaatshouten te merken.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenschaatsmakerijen, Garyp, Kuipers
Objectnummer1989-840
Periode van1950
Periode tot1975
BeschrijvingTien inslagstempels, gebruikt om schaatshouten te merken, vier maal de letter L, vier maal R en de cijfers 3 en 8. In metalen sigarendoosje. Gebruikt door schaatsenmakers Kuipers te Garijp.
AchtergrondinformatieDe stempels zijn gebruikt door de gebroeders Kuipers, schaatsenmakers te Garyp. Keimpe Kuipers (1879-1947) was smid in ondermeer Akkrum (1909) en Easterwierrum (1913). Hendrik Kuipers (1887-1973) was wagenmaker in Akkrum, Wirdum en Wytgaard. In 1912 begon Hendrik een eigen wagenmakerij in Garyp. In 1914 vestigde Keimpe in Garyp een smederij naast de wagenmakerij van Hendrik. Vanaf 1921 maakte zij schaatsen voor J. Noorman te Den Ham (Keimpe de ijzers en Hendrik de houten). Ook voor J. Pranger in Dokkum maakten zij schaatsen. In kleine hoeveelheden maakten zij ook schaatsen die voorzien waren van een eigen merk. Na de dood van Keimpe in 1947 betrok Hendrik de ijzers van K. Meinderts uit Wergea en leverde hij houtjes aan Frisia in IJlst. l, literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese Schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 89-90.
TitelEtiketten, briefpapier en enveloppen van de fa. Kuipers, schaatsenmakers te Garyp.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenschaatsmakerijen, Garyp, Kuipers
Objectnummer1989-841
Periode van1950
Periode tot1975
Beschrijving66 etiketten van de schaatsfabrikant fa. Kuipers te Garijp. Tekst: 'Kuipers Schaatsen volledig gegarandeerd / fa. Kuipers / Garijp / Fr.' In het midden van het etiket een schaatsend paar en een Friese vlag. Voorts vier enveloppen en 7 vel briefpapier, bedrukt met de firmanaam.
AchtergrondinformatieDe kantoormaterialen zijn gebruikt door de gebroeders Kuipers, schaatsenmakers te Garyp. Keimpe Kuipers (1879-1947) was smid in ondermeer Akkrum (1909) en Easterwierrum (1913). Hendrik Kuipers (1887-1973) was wagenmaker in Akkrum, Wirdum en Wytgaard. In 1912 begon Hendrik een eigen wagenmakerij in Garyp. In 1914 vestigde Keimpe in Garyp een smederij naast de wagenmakerij van Hendrik. Vanaf 1921 maakte zij schaatsen voor J. Noorman te Den Ham (Keimpe de ijzers en Hendrik de houten). Ook voor J. Pranger in Dokkum maakten zij schaatsen. In kleine hoeveelheden maakten zij ook schaatsen die voorzien waren van een eigen merk. Na de dood van Keimpe in 1947 betrok Hendrik de ijzers van K. Meinderts uit Wergea en leverde hij houtjes aan Frisia in IJlst., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese Schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 89-90.
BeschrijvingTien etiketten. Geel met rode opdruk: afbeelding van de Waterpoort te Sneek, foto van een noor en de tekst: 'ZS toernoor - vernikkeld / ZS / 42'.
AchtergrondinformatieDe letters ZS staan voor Zandstra Sneek. De firma W.Th. Zandstra was een sportzaak. De opeenvolgende generaties Zandstra waren meer schaatsenhandelaars dan schaatsenmakers. Er werden schaatsen in opdracht door anderen gemaakt, voorzien van merken die Zandstra had opgekocht. Ook werden verschillende schaatsonderdelen van derden door Zandstra in elkaar gezet en als Zandstra-schaatsen verkocht. Later vestigde Zandstra zich in Joure en ontwikkelde nieuwe typen schaatsen (bijvoorbeeld de easyglider)., litertauur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) p. 115.
TitelEen paar stalen kunstrijschaatsen van het merk Polar-contra.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer1990-433
Periode van1925
Periode tot1950
BeschrijvingEen paar kunstrijschaatsen. Gekartelde punt. De schaats kan door middel van schroefbare klemmen op de voetplaat aan de zool van de schoen bevestigd worden.
AchtergrondinformatieHet merk Polar wordt in het overzicht van Friese schaatsenmakers van Wiebe Blauw niet genoemd. De schaatsen zijn afkomstig uit de voorraad van W.T. Zandstra te Joure., De firma W.Th. Zandstra was een sportzaak. De opeenvolgende generaties Zandstra waren meer schaatsenhandelaars dan schaatsenmakers. Er werden schaatsen in opdracht door anderen gemaakt, voorzien van merken die Zandstra had opgekocht. Ook werden verschillende schaatsonderdelen van derden door Zandstra in elkaar gezet en als Zandstra-schaatsen verkocht. Later vestigde Zandstra zich in Joure en ontwikkelde nieuwe typen schaatsen (bijvoorbeeld de easyglider).
AchtergrondinformatieDe hakleren zijn afkomstig uit de voorraad van W.T. Zandstra te Joure. De firma W.Th. Zandstra was een sportzaak. De opeenvolgende generaties Zandstra waren meer schaatsenhandelaars dan schaatsenmakers. Er werden schaatsen in opdracht door anderen gemaakt, voorzien van merken die Zandstra had opgekocht. Later werden verschillende schaatsonderdelen van derden door Zandstra in elkaar gezet en als Zandstra-schaatsen verkocht. Later vestigde Zandstra zich in Joure en ontwikkelde nieuwe typen schaatsen (bijvoorbeeld de easyglider), litertauur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) p. 115.
TitelLeren schaatsbeschermer voor kunstrijschaatsen.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer1990-436
Periode van1950
Periode tot1975
BeschrijvingLeren schaatsbeschermer voor kunstrijschaatsen. Met drukknoopsluiting. Op de punt een ingestempelde versiering: een afbeelding van een zwierende schaatsenrijdster.
AchtergrondinformatieDe schaatsbeschermer is afkomstig uit de voorraad van W.T. Zandstra b.v. te Joure. De firma W.Th. Zandstra was een sportzaak. De opeenvolgende generaties Zandstra waren meer schaatsenhandelaars dan schaatsenmakers. Er werden schaatsen in opdracht door anderen gemaakt, voorzien van merken die Zandstra had opgekocht. Ook werden verschillende schaatsonderdelen van derden door Zandstra in elkaar gezet en als Zandstra-schaatsen verkocht. Later vestigde Zandstra zich in Joure en ontwikkelde nieuwe typen schaatsen (bijvoorbeeld de easyglider)., litertauur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) p. 115.
BeschrijvingShowcard. Kaart van karton met afbeelding van vier schaatsers: drie in geel-zwart trainingspak met daarop 'NORGE' en rechts een schaatser met zwarte pet. Aan de achterkant een uitvouwbare stander en een etiket met daarop 'Ving en Ballangrud / W.Th. Zandstra N.V. Sneek / telefoon (K5250) 2515'.
AchtergrondinformatieDe showcard werd door schaatsenfabrikant en -handelaar Zandstra uit Sneek verspreid onder winkeliers die zijn schaatsen (ook die van de Noorse merken Ving en Ballangrud) verkochten. Zij konden het gebruiken als etalagemateriaal. De firma W.Th. Zandstra was een sportzaak. De opeenvolgende generaties Zandstra waren meer schaatsenhandelaars dan schaatsenmakers. Er werden schaatsen in opdracht door anderen gemaakt, voorzien van merken die Zandstra had opgekocht. Ook werden verschillende schaatsonderdelen van derden door Zandstra in elkaar gezet en als Zandstra-schaatsen verkocht. Later vestigde Zandstra zich in Joure en ontwikkelde nieuwe typen schaatsen (bijvoorbeeld de easyglider)., litertauur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) p. 115.
BeschrijvingShowcard. Kaart van karton met afbeelding van een schaatser met links van hem een Nederlandse en een Noorse vlag. Tekst 'Ving / originele Noren / passend aan ied're voet / de schaats die 't em doet / Christiania Staal & jernfabrik A.S. / Moss - Norga / Service Dienst: Ving-Nederland / Zevenbergjesweg 13, Voorthuizen (Veluwe)'.
AchtergrondinformatieDe showcard van Ving werd door schaatsenfabrikant en -handelaar Zandstra uit Sneek (leverancier van Ving-schaatsen) verspreid onder winkeliers die zijn schaatsen verkochten. Zij konden het gebruiken als etalagemateriaal. De firma W.Th. Zandstra was een sportzaak. De opeenvolgende generaties Zandstra waren meer schaatsenhandelaars dan schaatsenmakers. Er werden schaatsen in opdracht door anderen gemaakt, voorzien van merken die Zandstra had opgekocht. Ook werden verschillende schaatsonderdelen van derden door Zandstra in elkaar gezet en als Zandstra-schaatsen verkocht. Later vestigde Zandstra zich in Joure en ontwikkelde nieuwe typen schaatsen (bijvoorbeeld de easyglider)., litertauur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) p. 115.
BeschrijvingGedrukt reglement op het maken en onderhouden van ijsbanen in de gemeente Tytsjerksteradiel. Opgesteld op 28 november 1885 door Burgemeester en Wethouders van Tytsjerksteradiel. Eén blad. Tekst: Bepalingen betreffende het maken en onderhouden van IJsbanen in de gemeente Tietjerksteradeel. De banen zullen voor schaatsenrijders en schuifsleden steeds de breedte moeten hebben van minstens 2 meter. Bruggen en zetten worden over de volle doorvaartwijdte van alle sneeuw ontdaan. De banen moeten des avonds voor het verlaten behoorlijk aangeveegd worden, des daags goed schoon worden gehouden en ten allen tijde van sneeuw zijn gezuiverd. De baanvegers nemen de vereischte maatregelen, ten einde te bevorderen dat het ijs goed rijdbaar zij, terwijl zij zich minstens van zons op- tot zons ondergang op de hun aangewezen banen moeten bevinden. Zij zijn verpligt met den meesten spoed, zoo noodig, gebruik te maken van de onder hun bereik zijnde reddingsmiddelen en elkander des vereischte hulp en bijstand te verleenen. Indien de baanvegers in het ijs gevaarlijke plaatsen ontdekken, zullen zij deze met bakens moeten aanwijzen en behoorlijk afzetten. De baanvegers zijn verpligt, aan de passerenden, indien dit gevorderd wordt, bijstand te verleenen en ieder die van het ijs gebruik maakt, met bescheidenheid te bejegenen. Het is hen geoorloofd bescheidenlijk om eene gift te vragen. Indien het ijs in bruggen of zetten of op andere plaatsen niet voldoende betrouwbaar is, zullen de baanvegers de veilige en gemakkelijke passage in overleg met armvoogden, des noods op kosten der gemeente, door het leggen van planken. zoo noodig met leuningen bevorderen. Zijn naar het oordeel der baanvegers meerdere maatregelen gewenscht, welke voor de gemeente kosten medebrengen, dan zijn zij verpligt hieromtrent met armvoogden in overleg te treden, om daarna, zoo noodig, den gemeente-architect kennis te geven. Voor de vracht- en narresleden, met paarden bespannen, die niet op de geveegde banen mogen rijden, zullen, waar mogelijk, afzonderlijke banen worden gemaakt. De baanveger die in de stipte opvolging van vorenstaande bepalingen te kort schiet, wordt op de eerste klagt van de baan verwijderd. Vastgesteld door Burgemeester en Wethouders ter vergadering van den 28 November 1885, Drijber. De secretaris, Joh. Falkena.
BeschrijvingPikschietersblok. Discusvormig stuk hout met kern van lood en eromheen een metalen band.
AchtergrondinformatiePikschieten werd op het ijs gespeeld. De regels van het spel. Op een bepaalde afstand staat een houten blok of een straatsteen waarop evenveel centen als deelnemers zijn gelegd. De deelnemers moeten met het blok de steen omschieten. De centen die met kop (of munt, al naar gelang de afspraak) op het ijs komen te liggen zijn voor degene die heeft geworpen. Wanneer een deelnemer aan de beurt was om een schot te wagen, mochten de anderen proberen met hun pikhout dat van de werper uit zijn baan te brengen. Het blok is afkomstig uit de boedel van de grootouders van de schenkster, te weten Lammert Geerligs en Japke Kloostra uit Jutrijp.
TitelControlekaart van de Elfstedentocht van 1963.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenelfstedentochten
ObjectnummerE-256
Periode van1964
Periode tot1964
BeschrijvingControlekaart van de Elfstedentocht van 1963. Drukwerk. Groen en zwart op wit. Nummer 18802. Op de achterkant een kaart van de route. Ongebruikt.
TitelLidmaatschapskaart van de Elfstedentocht van 1985 of 1986.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenelfstedentochten
ObjectnummerE-258
Periode van1985
Periode tot1986
BeschrijvingLidmaatschapskaart van de Elfstedentocht van 1985 of 1986. Drukwerk. Geel en blauw met afbeelding van een Elfstedenkruis en 'De Friesche Elf Steden'.
TitelOntwerptekening voor de Vereeniging De Friesche Elf Steden.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenelfstedentochten
ObjectnummerE-255
Periode van1934
Periode tot1934
BeschrijvingOntwerptekening. Pen en lila waterverf op papier. Afbeelding van de Oldehove en eronder een Elfstedenkruis. Rechtsboven 'De eerst 25 jaren'. Rechtsonder 'Friesche Elf-Steden Vereeniging'.
AchtergrondinformatieHet ontwerp is waarschijnlijk gemaakt ten behoeve van een publicatie inzake het 25-jarig bestaan van de Vereniging De Friesche Elf Steden in 1934.
TitelPerskaart van de Elfstedentocht van 1985 of 1986.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenelfstedentochten
ObjectnummerE-259
Periode van1985
Periode tot1986
BeschrijvingPerskaart van de Elfstedentocht van 1985 of 1986. Drukwerk. Geel en blauw met afbeelding van een Elfstedenkruis en 'Friesche Elf Steden / PERS'.
TitelOntwerptekening voor de Vereeniging De Friesche Elf Steden.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenelfstedentochten
ObjectnummerE-254
Periode van1934
Periode tot1934
BeschrijvingOntwerptekening. Pen op papier. Lauwerkrans met daarop de wapens van de elf steden. In het midden de tekst 'Friesche Elf Steden Vereeniging 1909 15 Jan. 1934'.
AchtergrondinformatieHet ontwerp is waarschijnlijk gemaakt ten behoeve van een menukaart voor een diner ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Vereniging De Friesche Elf Steden in 1934.
TitelBot, gevonden in Offingawier. Wellicht een glis, echter zonder gaten.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenOffingawier
Objectnummer1997-282
Periode van1200
Periode tot1500
BeschrijvingBot. Het bot heeft de vorm als die van glissen. Er zijn echter geen gaten in gemaakt. Daarom is er twijfel of het bot als glis is gebruikt.
AchtergrondinformatieHet bot is door de heer H.J. Hiemstra gevonden op zijn erf aan de Fiifgeawei 2 te Offingawier.
TitelGlis. Benen schaats. Gevonden in een mestkelder te Tjerkwerd.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenTjerkwerd
Objectnummer1996-274
Periode van1200
Periode tot1500
BeschrijvingGlis. Op drie plaatsen verticaal doorboord en op één plaats horizontaal. De onderzijde is geheel glad. Een kant van de glis is afgebroken.
AchtergrondinformatieDe glis werd gevonden bij het graven van een mestkelder in Tjerkwerd., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1996, p. 24
TitelEtalagekaart met reclame voor schaatsen van NSA van J. Nijdam te Akkrum.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenschaatsen, schaatsmakerijen, Akkrum, Nijdam, J.
Objectnummer1999-138
Periode van1950
Periode tot1983
BeschrijvingEtalagekaart. Karton. Meerkleurenopdruk. Voorstelling van een houten schaatsen en daarboven: 'N*S*A* Akkrum'. In de bovenkant twee ophanggaten.
AchtergrondinformatieJan Nijdam (1899-1958) was de derde zoon van schaatsenmaker Hotse Nijdam uit Akkrum. In 1925 vestigde hij zich vanuit Heerenveen weer in Akkrum. Hij werd ingeschreven als klompmaker, maar maakte ook schaatshouten. In 1934 begon hij een schaatsenfabriek. Er waren toen in Akkrum twee Nijdam-fabrieken: die van vader Hotse en die van Jan. In 1942 trad broer Klaas toe als compagnon, waarbij de machines van vader Hotse werden overgenomen. Klaas werd in 1946 uitgekocht. Hij ging in 1953 werken bij zijn andere broer, Gerrit Nijdam in Oranjewoud. Jan Nijdam ging verder met zijn zoon Tjitse. De ijzers betrok hij bij G.S. Ruiter in Bolsward, Kees Meinderts in Wergea en S. van der Molen. Nijdam maakte op zijn beurt schaatshouten voor Kees Meinderts in Wergea. In de jaren vijfig werd met broer Hotse Nijdam een juridisch steekspel gevoerd over het gebruik van het merk Nijdam. Het resulteerde erin dat Jan Nijdam het merk NSA moest voeren en dat Gerrit Nijdam de familienaam in zijn merk mocht behouden. Jan Nijdam overleed in 1958. Zoon Tjitse (1930 - ) nam het bedrijf over. Hij startte in 1964 een eigen smederij. Er waren toen 30 man in dienst. In de jaren zeventig ging het echter minder goed. In 1976 werd met de firma Zandstra te Sneek een overeenkomst gesloten: Nijdam werd de vaste leverancier van Zandstra en zou voortaan ook de door Zandstra opgekochte merken (Batavus, IIsnocht, Armada, etc.) maken. In 1983 werd de fabriek gesloten., literatuur:
- W. Blauw (e.a.) Friese schaatsenmakers (Franeker, 1994) pp. 74-76.
TitelIJshaak of purkstok van de IJswegencentrale Sneek e.o.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenijswegencentrales, Sneek
Objectnummer1987-057
Periode van1935
Periode tot1955
BeschrijvingIJshaak of purkstok. Houten stok met metalen punt en haak. Op de punt een langwerpige dop. Op de stok een schaalverdeling (1-10) en drie ringen in de kleuren rood, wit en groen.
AchtergrondinformatieEen ijshaak wordt gebruikt voor het meten van de dikte van het ijs. De gekleurde ringen hebben een betekenis. De rode ring geeft aan hoe dik het ijs moet zijn voor normaal gebruik. De witte geeft de ijsdikte aan die vereist is voor een Elfmerentocht. De groene ring geeft de dikte aan die nodig is voor het houden van een Elfstedentocht., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1987, p. 23
BeschrijvingPikschietersblok. Discusvormig stuk hout met kern van lood.
AchtergrondinformatieDe herkomst van het blok is niet bekend.
De regels van het spel. Op een bepaalde afstand staat een houten blok of een straatsteen waarop evenveel centen als deelnemers zijn gelegd. De deelnemers moeten met het blok de steen omschieten. De centen die met kop (of munt, al naar gelang de afspraak) op het ijs komen te liggen zijn voor degene die heeft geworpen. Wanneer een deelnemer aan de beurt was om een schot te wagen, mochten de anderen proberen met hun pikhout dat van de werper uit zijn baan te brengen., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1995, p. 28
TitelEen half paar Brabantse klompjes zonder merk.
Vervaardigeronbekend
ObjectnummerN-130
Periode van1950
Periode tot1975
BeschrijvingEen half paar kinderschaatsen, zgn. Brabantse klompjes. Met etiket: Friese vlag en 'Fries Fabrikaat'. Montuur ontbreekt.
AchtergrondinformatieHet merk Fries Fabrikaat wordt in het overzicht van Friese schaatsenmakers van Wiebe Blauw niet genoemd. De schaatsen zijn afkomstig uit de voorraad van W.T. Zandstra b.v. te Joure., De firma W.Th. Zandstra was een sportzaak. De opeenvolgende generaties Zandstra waren meer schaatsenhandelaars dan schaatsenmakers. Er werden schaatsen in opdracht door anderen gemaakt, voorzien van merken die Zandstra had opgekocht. Ook werden verschillende schaatsonderdelen van derden door Zandstra in elkaar gezet en als Zandstra-schaatsen verkocht. Later vestigde Zandstra zich in Joure en ontwikkelde nieuwe typen schaatsen (bijvoorbeeld de easyglider)