BeschrijvingFlessenscheepje met viermastbark, in een landschap met vuurtoren. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar. Gezien de kwaliteit van dit flessenscheepje en die van de andere flessenscheepjes is dit exemplaar waarschijnlijk één van de eerste flessenscheepjes die Elzinga bouwde., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met vijfmastbark, met daarop dekhuizen, broodwagen en twee stoompijpen. Nederlandse vlag. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met vijfmastbarkentijn, met daarop een kombuis, dekhuis, sloep, lichtkap en broodwagen. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met vijfmastbark, met daarop twee dekshuizen, twee sloepen in davits, een stuurhut en een lichtkap. Blauwe vleugels. Met houten stop. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
BeschrijvingFlessenscheepje met viermastbark, met daarop een dekhuis, stuurhuis, lichtkappen en sloepen in davits. In landschapje met palmen en minaretten. Nederlandse vlag.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met tweemastgaljas, met daarop een dekhuis, een stuurhut en een sloep in davits. Geen vlag. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingDrie flessenscheepjes op etagestander. In de flessen een tweemastschoener, een driemastbark en een viermastbrik.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met boeier. Met blauwe vleugel en Nederlandse vlag. Op stander die is versierd met een uitgesneden kompasroos.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met coaster, genaamd EMMY, varend in Hollands landschap met molen. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met daarin een catwalk-tanker, varend in een landschapje met fabrieken en olietanks.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
TitelPieter Reynders - Coulisseknipsel met voorstelling van een trekschuit.
VervaardigerReynders, Pieter ; Harlingen
Trefwoordentrekschuiten
Objectnummer1991-087
Periode van1801
Periode tot1801
BeschrijvingCoulisseknipsel. Voorstelling van een landhuis met theekoepel. Ervoor een vaart en een jaagpad. In de vaart een trekjacht. Op het jaagpad het paard, een door een paard getrokken kar, een aantal mensen en een hengelaar. Het geheel is omgeven door bomen.
AchtergrondinformatieHet knipsel is ingelijst in een vergulde, bewerkte lijst (kraalrand en palmetten) en gevat achter glas. Pieter Reijders was een zeer produktief knipper. Van hem zijn geen gegevens bekend. Werkzaam rond 1800, vermoedelijk in Amsterdam. Mogelijk is hij de P.R. die in 1771 in Harlingen werd geboren en in 1848 te Amsterdam zonder beroep overleed. Maar bewijs daarvoor is er niet. Zijn knipsels zijn haast zonder uitzondering uitbeeldingen van het dagelijks leven (dorpsgezichten, ijsvermaak, boerderijen, schippers, fruitspluksters) en bijbelse voorstellingen. Het zijn alle coulisse-knipsels. Hij gebruikte stevig wit papier, dat nat gemaakt was en met zakjes zand hol werd gemaakt. Om diepte in de voorstelling te krijgen plaatste hij een veelheid aan losse figuren op de voorgrond, door ze in een gleufje te steken. In 1994 werden er soortgelijke knipsels aangeboden door veilinghuis De Zwaan in Amsterdam. Een advertentie met afbeelding van een van deze knipsels is opgenomen in de de Kunst- en Antiekrevue van okt./nov. 1994. Ook deze bavelaars zijn gesigneerd Pieter Reijnders 1801., literatuur:
- Joke en Jan Verhave, Schaar-Kunst, ontwikkeling van de papierkunst in Nederland (Arnhem, 1983).
- Klaartje Couprie, 'Waar 't tuchthuis al niet goed voor is' in: Origine, 1994, nr. 5, pp. 32-37.
TitelFlessenscheepje met daarin een model van de brik Zuiderzee.
VervaardigerVries, Piebe Pieter de
Trefwoordenbrikken
Objectnummer1994-050
Periode van1993
Periode tot1993
BeschrijvingFlessenscheepje met daarin een model van de brik Zuiderzee. Het model heeft twee masten met in elke mastvier razeilen. Voor een fok en twee kluivers. Aan de achtermast een gaffelzeil. Op het middenschip een sloep. Bijzonder is de bemanning op het schip. Gebouwd in een Dimplefles (met drie vlakke wanden).
AchtergrondinformatieDe brik Zuiderzee werd in 1845 gebouwd in Harlingen. Piebe Pieter de Vries werd geboren op 17 aug. 1929., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1994, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje. Vierkante jeneverfles van Bokma. Daarin een voor de wind zeilend skûtsje met groene romp en bruine zeilen. In het goortzeil het zeilteken Waterpoort. Aan dek zeven bemanningsleden, waarvan er drie op het voordek bezig zijn de fokkeloet uit te steken. De hals is versierd met een soort Turkse knoop in schiemanswerk. in het stopverf dat het water voorsteld is aan de onderkant een etiket gemaakt met daarop de tekst: 'Skûtsje Sneker Pan / schaal 1:250 / 1994 Albert Wester'. De fles rust op een houten stander.
AchtergrondinformatieHet skûtsje in de fles is een voorstelling van het skûtsje De Sneker Pan. Albert Wester begon in 1994 aan het flessenscheepje en voltooide het in 1995. Hij is er 60 uur mee bezig geweest., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1995, p. 27
BeschrijvingScheepsmodel van een Bestevaer-kruiser. Metaal. Op spanten gebouwd. Schaal niet bekend.
Rondhouten en tuigage: geen
De romp: Het voorschip is scherp met een schuine boeg. Het achterschip heeft een verticale spiegel die enigszins rond loopt. De bodem is gebouwd op een knikspant.
Het model van voor naar achter. Langs het voordek een reling (preekstoel). Op het voordek twee bolders met opgerolde landvasten en in de punt een vlag (driehoekig, rood-wit-blauw). De opbouw is aan de voorkant laag. Hier is de salon gesitueerd. In de salon twee voorramen en aan beide zijde twee zijramen. Op het dek van de salon een luik, een claxon, twee ontluchtingskappen en een schuin naar achter geplaatste vlaggemast met een Nederlandse en een Friese vlag. Langs de randen van het dek twee leuningen. Achter de salon de verhoogde stuurkabine met twee voorramen en aan beide zijden een zijraam. Op de wanden van de stuurkabine de boordlichten en een naambord met 'BESTEVAER 830'. Langs de randen van het dak van de stuurkabine handrelingen. Achter de stuurkabine een open kuip, die met een tent afgesloten kan worden. Op het achterdek twee bolders met landvasten en een vlag (rood-wit-blauw).
Interieur. Door de ramen heen is het interieur te zien. De wanden zijn met vinyl-behang bekleed. Salon: tafel met twee banken, aanrecht en toilet en in de punt twee bedbanken. Stuurkabine: stuur, dashboard en kruk. Kuip: achterbank.
Kleuren. De romp is wit. Het onderwaterschip rood (menie-kleur). De waterlijn is rood. Langs de zwarte stoorrand is de romp versierd met biezen: geel en blauw van voor naar achter en drie blauwe randen op voor en achterschip. In het achterschip een driehoekig embleem met daarin de letters W.Y. (Woudstra-IJlst). Op het achterschip: 'IJLST'. De dekken op voor en achterschip zijn grijs. Het houtwerk is gelakt. Het metaal roest van binnen uit.
Accessoires: Het model is geplaatst op een stander en een grondplaat. Daarop is een vitrine van plexiglas geconstrueerd.
AchtergrondinformatieHet model is vervaardigd door Louwerens Barentsen, directeur van jachtwerf Woudstra b.v. te IJlst. Deze werf bouwde rond 1965 een aantal van deze motorboten onder de naam 'Bestevaer'. Er waren meerdere types die werden gebouwd op hetzelfde casco. Het ontwerp is gemaakt op de jachtwerf Woudstra te IJlst.
Motorboot is in de watersport de verzamelnaam voor alle pleziervaartuigen die uitsluitend worden voortgestuwd door een motor. Ze worden onderverdeeld in:
- open boten zonder kajuit (bijvoorbeeld de autoboot, de speedboot, de visboot en de bijboot).
- dagkruisers met verhoogd voordek, waaronder enige kajuitaccomodatie en met een grote open kuip.
- motorkruisers, middelgroot met kajuitopbouw en vaak daarachter een kuip
- motorjachten, grote zeewaardige motorboten met het uiterlijk en de allure van een jacht.
Het model is van het derde type: de middelgrote motorkruiser., literatuur:
- Knipselmap 'Motorboten'
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1995, p. 24
TitelScheepsmodel van een haringboot met visserijnummer HA-27.
VervaardigerJonge, Marchienus de
Trefwoordenharingboten, vissersschepen
ObjectnummerK-016
Periode van1950
Periode tot1950
BeschrijvingScheepmodel van een haringboot met visserijnummer HA 27. Op spanten gebouwd. Schaal niet bekend.
Rondhouten en tuigage: geen
Romp: scherpe voorsteven en scherpe achtersteven, plat vlak.
Het model van voor naar achter: Op de voorsteven het visserijnummer: 'H.A.27'. Aan een ring in de stevenbalk is een vierarmig dreganker bevestigd. De bodem is geheel vlak. De huid is overnaads opgebouwd uit drie gangen. In de voorsteven drie schuingeplaatste kniespanten. Midscheeps een bank. In het achterschip is een afgesloten bergruimte. Kleuren: De romp is gelakt, het onderwaterschip is groen.
Accessoires: anker.
AchtergrondinformatieMarchienus de Jonge (1904-1981) was conciërge van het Fries Scheepvaart Museum en later in dienst van het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen. De visserijnummer HA 27 geeft aan dat het een boot uit Harlingen betrof. De haringboot met visserijnummer HA 27 maakte ten tijde van de bouw van het model deel uit van de collectie van het Zuiderzeemuseum. De bouwer M. de Jonge was daar conciërge en kon het dus ter plekke nameten.
De vorm van de haringboot werd bepaald door het gebruik ervan. Het vlak is plat, zodat de boot amfibisch gebruikt kon worden (over de dijk of zandbanken slepen). De boot had een geringe holte om zelfs in het ondiepste water te kunnen blijven varen. De boot werd geboomd en daarom zijn voor- en achtersteven puntig. Zeilen gaf teveel rommel aan boord. Opvallend zijn de steile hoge boorden. Dat zou problemen geven hij het inhalen van de fuiken, maar als twee vissers aan een kant gaan staan kwam het boord dicht genoeg bij het water. Ze verkregen stevigheid doordat de boorden net op kniehoogte waren. De boorden waren steil om het schip smal te houden. De lading vis kon zo niet al teveel in de breedte van het schip heen en weer glibberen, waardoor de boot instabiel zou worden. Het schip is overnaads gebouwd van drie brede gangen. In de tweede helft van de 19de eeuw en in het eerste deel van 20ste eeuw werden er veel haringboten gebouwd op de werf van de Gebroeders Van Maanen te Berlikum. De oudere types, waarvan dit model een beeld geeft, waren ongeveer 7 meter lang en 1.5 meter breed. Aan de regelvisserij, die in Barradeel en Het Bildt en in de Dongeradelen werd beoefend met haringboten, kwam een einde na de aanleg van de Afsluitdijk in 1932., literatuur:
- ir. J. Roelfzema, 'De Friese Haringboot', Jaarverslag Vereniging Nederlands Historisch Scheepvaart Museum 1981, pp. 47-50.
- S.J. van der Molen, Vissers van Wad en Gat (Leeuwarden, 1962)
- S.H. Buwalda, Geskidenis van de Biltse Waddenfisserij (Sint Annaparochie, 1986)
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Mseum 1950. - Jaarboek Fries SCheepvaart Museum 1993, p. 20
- Sneeker Nieuwsblad 13 oktober 1950, 31 juli 1961
BeschrijvingScheepsmodel van een houten Staverse jol. Op spanten gebouwd. Schaal niet bekend.
Rondhouten en tuigage: Het schip heeft één mast en een kluiverboom. De kluiverboom wordt uitgezet door een beugel op de steven. Aan de achterkant is de kluiverboom vastgezet op de steven. De mast wordt niet gestaagd. De zeilen zijn van witte katoen: een kluiver, een fok en een grootzeil. De kluiver is met een haak vastgezet op de top van de kluiverboom. De schoot van de kluiver is belegd op een bolder in het voorschip. Ook de fok is met een haak vastgezet, en wel op de voorsteven. De fokkeschoot is belegd op een bolder. Het grootzeil is voorzien van een spriet. Het voorlijk van het grootzeil is met raktouwen aan de mast bevestigd. De grootschoot is zonder takelage (blokken) belegd op een korvijnagel in het achterschip. De vallen zijn belegd op klampen aan de onderkant van de mast. Op de top van de mast alleen een kloot en geen vleugel. De blokken zijn niet voorzien van lopende schijven.
Romp: rond voorschip, platte spiegel, ronde bodem. Open boot zonder dekken, maar met buikdenningen. Het schip is voorzien van een vaste kiel zodat het gezeild kan worden zonder zwaarden.
Het model van voor naar achter: De mast is geplaatst in een koker in de mastbank. Aan de einden van deze bank twee klampen waarop de kluiverschoot wordt belegd. Aan het boeisel klampen voor de fokkeschoot. Op het boeisel aan bakboord twee scepters met daarin een pikhaak. Op de achterbank twee kniestukken met daarin korvijnagels. Op het achterschip een stuurboog: een balk met gaten waarin het helmhout met korvijnagels kan worden vastgezet. Het roer heeft een onversierde ronde kop die naar voren uitsteekt over de achtersteven.
Kleuren: De romp is gelakt. Het onderwaterschip heeft een bronskleur. De buikdenning is grijs. De binnenkant van het boeisel is blauw-groen. Het helmhout en de roerkop zijn zwart.
Accessoires: houten hoosvat, stander.
AchtergrondinformatieDe Staverse jol heeft een hoge bolle kop en een platte, hartvormige spiegel, die bijna verticaal staat. De romp is buikig van vorm en neigt aan de bovenkant naar binnen. Er is geen berghout en er wordt gezeild zonder zwaarden. De boot is geheel open. Aanvankelijk waren Staverse jollen overnaads gebouwde boten met een gemiddelde lengte van 5.50 meter. Na 1900 groeiden ze tot 7.30 meter en werden ze gladboordig gebouwd. De romp was gebouwd op een lange, hoge kiel. Ze zijn voorzien van een spriettuig, de grotere jollen van een bezaantuig. De fok werd uitgezet op een botteloef. Staverse jollen werden gebruikt voor visserij op paling en ansjovis, maar ook op haring en bot. Ze kwamen voor in onder andere Stavoren, Hindeloopen, Warns, Molkwerum en Laaksum. Een verkleinde versie werd op de westwal gebruikt en is bekend als Andijker jol. De meeste Staverse jollen zijn gebouwd in Stavoren, maar ze zijn ook gebouwd in Hindeloopen en Gaastmeer., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 12 okt. 1972.
BeschrijvingFlessenscheepje. Stolpfles met glazen dop. In de fles een driemastfregat met volle tuigage. Aan de mast een rode wimpel met daarop de naam 'WILLEM III. Naast het schip een omgeslagen sloep met op de kiel daarvan drie drenkelingen (een staat, gehouden door de twee zittende anderen). In een andere sloep roeien vier redders naar de drenkelingen toe. Aan de onderzijde van de glazen stop een op papier geschreven vermelding '1865 - D.C. Zijlstra Groningen 1791'.
AchtergrondinformatieDe schenker kocht de fles bij een antiquair aan het Zuiderdiep te Groningen.
De fles is tentoongesteld geweest op de tentoonstelling 'Op de rede' te Antwerpen en raakte daar beschadigd: de stopverf zee en enkele bootjes waren los geraakt. De verzekering dekte de schade en een conciërge van het Belgische Scheepvaartmuseum te Antwerpen restaureerde de fles. Onder in de fles nog enige afgebroken figuurtjes en vlaggen., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad: 30 oktober 1958, 28 januari 1974
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1958
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1973-1974, p. 8
- H. van Zijl 'een redding op zee' in Ons Amsterdam 1978, pp. 130-131.
BeschrijvingFlessenscheepje. Vierkante fles. Taps model. In de fles een viermastbark en twee sleepboten met rokende schoorstenen. Achter het schip een spoorbrug met daarop een trein, met stomende locomotief. Op de achtergrond een antal huizen, een kerk, een rokende schoorsteen, een molen, een vuurtoren, etc.
AchtergrondinformatieDe schenker heeft als jongen rond 1900 een reis gemaakt van Batavia naar Amsterdam. De bootsman die toen op hem moest passen, sneed het schip., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad: 5 februari 1954
TitelScheepsmodel van een veerschip voor autovervoer.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenveerschepen, Luanda, Angola
Objectnummer1995-005
Periode van1979
Periode tot1979
BeschrijvingScheepmodel van een veerschip voor het vervoer van auto's, genaamd de '11 de novembro'. Blokmodel. Schaal niet bekend. Rondhouten en tuigage: geen (twee lantaarnmasten) De romp: Het voorschip is plat en voorzien van een luik. Het achterschip is plat en enigszins geveegd. De bodem is plat. Het model van voor naar achter: Aan bakboord hangt uit een kluisgat een anker. Aan weerszijden van de boeg de naam '11de novembro'. De boeg is plat en kan neergeklapt worden om zo te dienen als oprit voor auto's. Aan weerszijden van deze neerklapbare boeg een verhoogd dek. Op het dek aan bakboord de ankerlier, de bedieningskast voor het luik en een scheepsbel. Op het dek aan stuurboord een haspel. Op het voorschip een A-vormige mast, waarvan de poten rusten op de beide voordekken. De mast wordt aan weerszijden gehouden door twee zijstagen. Aan de top van de mast een boordlicht. Het dek is plat en is voorzien van ringen waaraan de auto's vastgesjord kunnen worden. Op het dek staan zes modellen van auto's (twee busjes, een pickup, een 2 CV, een stationcar en een sedan). Op het achterschip de brug met daaronder de machinekamer. Aan weerszijden van de brug twee schoorstenen. Achter de brug een dek dat het hele achterschip overdekt. Op dat hoge achterdek een reddingsloep in davit, twee reddingvlotten en zoeklichten aan de schoorstenen. Op het dak van de brug een seinmast met rood-wit-blauwe vlag, een radarantenne, een kompas en een schijnwerper. Op het achterdek beneden een ankerlier voor het anker dat middenachter uit het schip hangt. Boven het kluisgat van dit anker de naam '11de novembro'. Het schip heeft twee schroeven. Kleuren: De romp is grijs, het onderwaterschip is rood. De dekken op het voorschip en op het achterschip zijn groen, het dek voor de auto's is rood. Het dekhuis en de brug zijn wit met een rode dakrand. Accessoires: het model is gemonteerd op een plank met daaromheen een opstaande rand, waartussen een doosvormige glazen overkapping past. Op de plank in plakletters: '19 ms '11de novembro' 79 / Luanda'. het model is met twee houten knoppen in het vlak aan de plank gemonteerd.
AchtergrondinformatieHet veerschip 11de novembro werd in 1979 gebouwd op de scheepswerf van Ton Bodewes te Franeker (bouwnummer F71). Opdrachtgever: Rederij Cabotang te Luanda (hoofdstad van Angola). Het is een zusterschip van het veerschip 10de Dezembro (voor dezelfde Angolese rederij) dat ook in Franeker werd gebouwd (bouwnummer F70)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1995, p. 23
BeschrijvingFles met houten stop. Aan de stop is een touwspoel gehangen. De spoel of haspel is kruislings omwoeld met rood touw. Aan het einde van het touw een kleine ronde haspel. Aan de bovenkant van de grote spoel een blauwe strik.
AchtergrondinformatieHet voorwerp is afkomstig uit Beetgum of Berlikum., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 3 januari 1963
- Leeuwarden Courant 11 mei 1976
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1962, p. 12
TitelDiorama met havengezicht: sleepboot, volschip en een havenhoofd.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenkotters, sleepboten, volschepen
Objectnummer1985-152
Periode van1900
Periode tot1925
BeschrijvingScheepsdiorama. Havenhoofd met stoomsleepboot (kotter) en driemastvolschip. Het schip heeft tussen de eerste en tweede mast een dekhuis en tussen de tweede en de derde mast een luikhoofd. In de voorste mast een Rotterdamse vlag (groen-wit-groen). Op de tweede mast een rode wimpel en op de derde mast een serie gefingeerde seinvlaggen. Het achterschip is even scherp als de voorsteven. De zee is van stopverf gemaakt. Op de zij- en achterkanten is een blauwe lucht geschilderd. De kast is aan de buitenzijde in houtimitatie beschilderd. De voorzijde is scharnierend.
Achtergrondinformatieliteratuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1985, p. 29
TitelModel van een kromme mast, ontworpen door F.N. van Loon.
VervaardigerLoon, Folkert Nicolaas van
Trefwoordenmasten
Objectnummer1983-234
Periode van1800
Periode tot1840
BeschrijvingModel van een kromme mast, ontworpen door F.N. van Loon. De mast is ellipsvormig van doorsnede.
AchtergrondinformatieDe mast is ontworpen door scheepsontwerper Folkert Nicolaas van Loon.
Folkert Nicolaas van Loon is geboren te Harlingen op 6 dec. 1775. Zoon van Nicolaas van Loon (notaris en advocaat te Harlingen) en Trijntje Fokertsdr. Schellingwouw. In 1780 kocht vader Nicolaas de houtzaagmolen De Noordsche Hengst, vier jaar later overleed hij. Folkert en zijn jongere broer Anrnoldus waren toen wees, want in 1779 was hun moeder al overleden. Aanvankelijk bleven de beide jongens wonen in het ouderlijk huis. Ze werden verzorgd door Anna van Loon, een jongere en ongehuwde zuster van hun vader. Zij trouwde in 1786 met Bouwe Fontein (burgemeester van Harlingen). Arnoldus ging wonen bij de familie Fontein en Folkert kwam terecht bij Benedictus Jongsma, predikant te Peins. Toen Jongsma een beroep buiten Friesland kreeg werd Folkert in 1793 geplaatst bij een patroon: de Leeuwarder koopman Wytze Sybrands, die een houtzagerij op het Vliet had. Kennelijk was Folkert voorbestemd de houthandel van zijn vader over te nemen. Toen hij dat in 1795 wilde doen bleek dat een van de voogden, oom Allard van Scheltinga, niet bereid was de nalatenschap finaal af te rekenen. Op 27 dec. 1795 trouwde Folkert van Loon met Hiske Dirks (Stedehouwer) uit Dronrijp. Ze gingen wonen aan het Vliet in Leeuwarden. Omdat de houthandel van zijn baas Sybrands niet floreerde en hij niet het bedrijf van zijn vader nog niet over kon nemen, werd hij in 1797 secretaris van de grietenij Rauwerderhem. Ze verhuisden naar Jirnsum. Als gevolg van politieke troebelen en de terugkeer van de eerder ontslagen secretaris, werd Folkert van Loon al in 1798 ontslagen. Hij was inmiddels een handel in zuivelproducten begonnen. De houtzaagmolen in Harlingen werd overgebracht naar Jirnsum en daar in 1800 herdoopt in "De Twee Gebroeders" (Folkert en Arnoldus). De zaken in zuivel en hout verliepen zeer voorspoedig. In Jirnsum hield hij zich ook bezig met zeilen en kwam als houthandelaar in contact met scheepsbouwers. Hij verdiepte zich in de vorm van de schepen en in in drijfvermogen. Hij deed dit aanvankelijk uit liefhebberij. In 1804 overleed Folkerts vrouw Hiske. Zij hadden geen kinderen. Hij hertrouwde in 1807 met Jelliana Coulon (dochter van de Leeuwarder burgemeester Carel Coulon). Ze kregen 8 kinderen. In 1810 overleed Arnoldus te Amsterdam. Hij was dr. in de filosofie en net als Folkert lid van de Amsterdamse Vrijmetselaarsloge La Bien Aimee. Folkert van Loon vervulde diverse openbare functies: commissaris tot onderzoek van de belastinge, Ontvanger der grondbelasting in het arrondissement Sneek (1810), Maire van Rauwerderhem (1811), Assessor van Rauwerderhem (1816). Het verschafte hem een basisinkomen. De inkomsten uit de zuivelhandel (export op Engeland) waren rond 1813 terug gelopen als gevolg van het continentaal stelsel. Na 1816 trok de handel weer aan. In Engeland hield Van Loon zich niet allee bezig met de zuivelhandel. Hij bestudeerde er ook de scheepsbouw. In 1820 raakte de zuivelhandel in de versukkeling. Hij verkocht deze bedrijfstak en met de opbrengst ervan kocht hij het aandeel in de model van Pieter Stedehouwer. Deze had de dagelijkse leiding op de molen en had het aandeel in de molen gekocht van Folkerts broer Arnoldus.
Om zijn ideeen over scheepsbouw te testen bouwde hij het platbodem zeiljacht Mercurius (13.6 meter lang en 4.25 meter breed) in Terherne. Hij had het bedoeld als voorbeeld van een handelsscheepje. Zijn ontwerp was onder andere gebaseerd op de studie van dieren die snel op of onder water konden zwemmen: de snoek en de meeuw. Hij kwam tot een verhoudingenstelsel en de zogenaamd sferoïdale omvangslijn. Deze vorm nam hij over op modellen, die uitgebreid werden getest. Proefnemen met schaalmodellen was toen zeer vernieuwend. In 1818 schreef de Huishoudelijke Maatschappij te Haarlem een prijsvraag uit voor ideeën ter verbetering van de scheepvaart. Folkert van Loon deed mee: hij zond de "Beschouwing van den Nederlandschen Scheepsbouw met betrekking tot Deszelfs Zeillaadje" in. Hij won er een zilveren medaille mee. Het bekroonde geschrift werd in boekvorm uitgegeven. In 1820 correspondeerde Van Loon ook met Jhr. H.J. Ortt (medeoprichter van de Zuid Hollandsche Redding Maatschappij in 1824) over een nieuwe type zeil- en roeireddingboot. Van Loon raakte meer en bekend als ontwerper. Hij kreeg opdracht "van de heeren te Zaandam" een driemastkof (galjoot) te ontwerpen.
In 1820 overleed zijn zoon Arnoldus. Ook zakelijk ging het na 1820 niet goed. In 1822 moest de molen verkocht worden. Nu was Folkert van Loon alleen nog ontvanger van grondbelasting. In 1822 werd hij ontvanger in Dokkum, waar het gezin ook naar toe verhuisde. In 1825 waagde hij de stap: hij verhuisde hij naar Harlingen en begon daar een bureau voor scheepsarchitectuur. Hij had veel succes en zijn kunde oogste bewondering bij scheepsbouwers in geheel Nederland. In 1831 verhuisde Van Loon naar Leeuwarden. Hij kreeg opdrachten uit heel het land (Hoogheemraadschap Rijnland bijvoorbeeld) en liet ontwerpen graag uitvoeren in Friesland (Eeltje Teadzes Holtrop te IJlst bijvoorbeeld of de gebroeders Ypes te Franeker). Folkerts zoon Carel Willem van Loon maakte ook tekeningen. In 1838 bracht Van Loon zijn ideeen uit in een boek met een platenatlas. Hij was daartoe aangezet door Gerard M. Röntgen (bestuurder van de werf Feijenoord te Rotterdam) en bekostigd met een bijdrage van f. 1000,= door het Fonds tot Aanmoediging der Nationale Nijverheid. Het werd de Handleiding tot de Burgerlijke Scheepsbouw. Op 13 dec. 1840 overleed Folkert van Loon na een korte ziekte., literatuur:
- W.F. Broos, 'F.N. van Loon (1775-1840) een vergeten friese scheepsontwerper' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1980, pp. 39-89 en in het bijzonder p. 71.
- Catalogus der verzameling van modellen van het departement van Defensie, p. 31, nr. 146
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, p. 21
- Sneeker Nieuwsblad 7 en 14 nov. 1957
BeschrijvingFlessenscheepje met driemastvolschip. Op het schip van voor naar achter: dekhuis, sloep, dekhuis. In decor van een tropische landschapje met vuurtoren.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met zevenmastvolschip, Nederlandse vlag. Op het schip van voor naar achter: kombuis, sloep, dekhuis, ruimen, stuurhut. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met viermastbark, met daarop een dekhuis, een sloep en een stuurhuis. In landschapje met vuurtoren en kerk. Nederlandse vlag. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
TitelFlessenscheepje met daarin de walvisvaarder Willem Barends.
VervaardigerElzinga, Sytse
Trefwoordenwalvisvaarders
Objectnummer1988-604
Periode van1954
Periode tot1987
BeschrijvingFlessenscheepje met daarin de walvisvaarder Willem Barends en een walvisjager. In poollandschap en met walvissen in zee. Houten stop met pal vergrendeld.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar. De walvisvaarder Willem Barendsz was een tanker die was verbouwd tot een drijvende traankokerij van 10.635 brt. Dit schip maakte in 1946 de eerste reis naar het Zuidpoolgebied. De jacht op de walvissen vond plaats met 5-6 walvisjagers (verbouwde korvetten). In 1955 werd een nieuwe en grotere traankokerij (met dezelfde naam Willem Barendsz) gebouwd en werd de jagersvloot uitgebreid tot 12 walvisjagers. Het schip mat 26.830 brt. Het schip is in 1964 verkocht aan Zuid Afrika en deed later dienst als drijvende vismeelfabriek., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
TitelModel van een niet aangelegde keersluis in de Zuiderhaven te Harlingen.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenHarlingen, sluizen
Objectnummer1977-095
Periode van1825
Periode tot1830
BeschrijvingModel van een niet aangelegde de keersluis in de Zuiderhaven te Harlingen. Mahoniehout. Het model is gebouwd op schaal 1:40.
AchtergrondinformatieDe keersluis is ontworpen door ingenieurs van Rijkswaterstaat na de grote overstromingen van 4 en 5 februari 1825.
In het bestek voor het maken van bruggen in Zuider- en Noorderhaven, dat berust in het Gemeentearchief Harlingen (inv.nr. 3354), worden de maten de de 'SAS-sluis' vermeld, alsmede de bouwwijze (o.a. dat er 542 palen gebouwd moesten worden). Naast de uitvoerige beschrijving en tekeningen moest er ook een model gemaakt worden. Zij werden vervaardigd door de aannemer, Teunis Swets uit Hardinxveld, die daar 50 gulden voor kreeg. Van soortgelijke modellen in Utrecht en Leiden is bekend dat de aannemers het maken van zo'n model uitbesteedden. Wie het Harlinger model maakte is niet bekend., Literatuur:
- Berg, Herma M. van den 'Bouwen aan de havens (1775-1900)' in: Harlingen - Bijdragen tot de geschiedenis van de laatste twee eeuwen pp. 149-152.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1977, p. 15
BeschrijvingScheepmodel van de kustvaarder Imke uit Delfzijl. Blokmodel. Schaal niet bekend. Rondhouten en tuigage: De kustvaarder heeft twee liermasten en een antennemast op het dekhuis. De voorste liermast staat op het voordek. Aan bakboord is tegen de mast een ladder gemaakt. Op de voorkant van de mast een boordlicht. De mast heeft een achterwaarts gerichte liergiek die hangt in een kraanlijn die wordt bediend met een motorlier, net achter de liermast. Zijwaarts wordt de giek bediend met schoten die via blokken aan de boeisels, aan het uiteinde van de lier en aan de top van mast worden bediend door een motorlier, die net voor de liermast staat. Het einde van de liergiek rust in een mik aan stuurboord. De tweede liermast staat op een boven het ruim gebouwd bordes. De mast is voorzien van een ladder, een antenne en een toplicht. Aan de mast hangen twee liergieken. Deze hangen in kraanlijnen doe worden bediend met motorlieren. Ook de schoten van de lieren, die lopen via blokken op de relingen, de uiteinden van de gieken en de top van de mast, worden bediend met motorlieren. De vier motorlieren staan rondom de liermast opgesteld op het bordes. De liergieken rusten in mikken: de naar voren gerichte giek in een mik aan bakboord en de achterwaart gerichte giek in een mik aan stuurboord. Op het dekhuis staat een antennemast. Aan en op de mast zijn drie boordlichten, een sprietantenne en een radarantenne geplaatst. Aan een uithouder is aan een vlaggelijn een rood-witte-blauwe vlag gehesen. De blokken zijn niet voorzien van lopende schijven. De romp: Het voorschip is scherp. Het achterschip is plat en geveegd. De bodem is plat. Het model van voor naar achter: Uit de kluisgaten hangen twee ankers. Op het voorschip is aan weerszijden met plakletters de scheepsnaam aangebracht: 'Imke'. Op het voordek een dubbele ankerlier, zes dubbele bolders en enige luiken. Centraal op het voordek een liermast. Vervolgens het voorruim. Tussen het voorruim en het kleinere achterruim een bordes met daarop een tweede liermast. Op het achterschip het dekhuis van vier etages. Voor een brug over de gehele breedte van het schip. Daarachter de verblijven en de machinekamer. Op het dak van deze verblijven een radarantenne en de antennemast. Op het achterdek een reddingsloep in davit en aan de relings twee reddingvlotten. Op de schoorsteen een dubbele blauwe band en de letter 'D'. Op het achterschip: 'Imke / Delfzijl'. Kleuren: De romp is grijs, het onderwaterschip zwart het het boeisel van het voorschip wit. De dekken zijn groen. De masten zijn okergeel, De luikhoofden zijn grijs en de luiken bruin. Het dekhuis is wit. Accessoires: het model is geplaatst op een houten plank met glazen kap. Op de houten plank met witte plakletters: '19 m/s 'IMKE' 76'.
AchtergrondinformatieDe kustvaarder Imke uit Delfzijl werd in 1976 gebouwd op de scheepswerf van Ton Bodewes te Franeker. Opdrachtgever was de familie Damhof uit Delfzijl. Bouwnummer F63. Volgens de Wet op de Zeevaartdiploma's is een kustvaarder voor de Kleine Handelsvaart een schip met een waterverplaatsing van minder dan 500 brt (sinds 1970: kleiner dan 75 meter lang). De Nederlandse kustvaart heeft zijn oorsprong in de provincie Groningen. De in de veenkoloniën gegraven turf werd steeds verder weg verkocht. Dat deed de behoefte aan schepen toenemen. De schepen werden in Groningen gebouwd en uitgereed. Ook het graan vond op de coasters zijn weg naar het buitenland. De steeds grotere schepen kwamen ook buiten het Noordzeegebied (tot in Afrika). Rond 1850 beleefden de Groningse rederijen een hoogtepunt. Ze lieten hun schepen bouwen in de provincie Groningen en hun bemanningen kwamen er ook vandaan. De schepen werden echter bevracht in Amsterdam of Rotterdam. Bij de overgang van houtbouw naar ijzerbouw en van zeilvaart naar motorvaart behielden de Groningse reders hun positie maar slechts ten dele. Na 1920 kwam er echter een nieuwe impuls voor de scheepsbouw in Groningen. In 1923 bouwde scheepswerf Gideon te Groningen een ijzeren kustvaarder met een kleine motor van slechts enkele tientallen p.k. en met een hulpzeil (dat al vrij snel verdween). De Groninger coaster beviel goed: het schip was betrouwbaar, kon veel lading vervoeren en was in staat ver landinwaarts te varen (lading van huis tot huis). De vloot coasters (kleiner dan 500 brt) groeide snel (in 1939 536 schepen). Ook na de Tweede Wereldoorlog bleef de Groninger coaster populair. Er werden speciale schepen gebouwd voor olieën, chemicaliën, vlees, fruit, containers, etc. Na 1960 nam het aantal coasters weer af., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1995, p. 23
TitelModel van het stadhuis van Sneek, oorspronkelijk gebouwd in een fles.
VervaardigerWelbergen, A. van
Trefwoordenstadhuizen, Sneek, Marktstraat
ObjectnummerU-020
Periode van1829
Periode tot1829
BeschrijvingModel van het stadhuis van Sneek, gemaakt in een vierkante fles. Het model is gebouwd van hout. In de vensters spiegelruiten, die in 1828 ter vervanging van de roederamen in de vensters waren geplaatst. Voor het stadhuis staan mensen. Op de stop van de fles met inkt een opschrift: 'A. van Welbergen 1829'.
AchtergrondinformatieDe fles is gebroken en vervangen door een stolp., Literatuur:
- Leeuwarder Courant 19 mei 1976
- Jaarverslag Fries Scheepvaart Museum 1957
- Sneeker Nieuwsblad 30 okt. 1958, 30 dec. 1966
- Archief Vereniging Fries Scheepvaart Museum - persberichten 1957
BeschrijvingFlessenscheepje met tweemasttopzeilschoener, met daarop een dekhuis, een stuurhut en een sloep in de davits. Nederlandse vlag. De fles staat op een stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met twee schoeners. Voor een tweemastgaffelschoener met Nederlandse en Italiaanse vlag. Achter een tweemasttopzeilschoener met Nederlandse vlag. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met driemastvolschip. Vol getuigd. Op het schip van voor naar achter: lichtkap, dekhuis, twee sloepen, stuurhut, lichtkap. Nederlandse vlag. Blauwe wolken op het glas. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met driemastvolschip, met ra- en gaffelzeilen. Nederlandse vlag. Op het schip van voor naar achter: boegbeeld, sloep, dekhuis, sloep in davits. Met houten stop.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met driemastvolschip, Nederlandse vlag. Op het schip van voor naar achter: dekhuis, stuurhut, lichtkap. Gebouwd in een glazen bol, een lamp, op een houten blok.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar. Dit flessenscheepje is echter wel uitgerust met scharnierende masten., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje met zesmastbarkentijn, met daarop een kombuis, twee dekhuizen, een lichtkap en een stuurhut. Nederlandse en Duitse vlag. Op stander.
AchtergrondinformatieSytze Elzinga. Geboren te Murmerwoude op 28 september 1926, gestorven op 8 december 1987 te Dokkum. Was timmerman en klokmaker. Begon in 1954 met het bouwen van flessenscheepjes. Hij deed dat niet op de traditionele wijze (met scharnierende masten) maar zette de onderdelen met speciaal gereedschap in de fles in elkaar., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 17 dec. 1979
- Leeuwarder Courant 17 dec. 1979.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1988, p. 24
BeschrijvingFlessenscheepje. Stolpfles met glazen dop. In de fles een driemastfregat met volle tuigage. Aan de mast een rode wimpel. Naast het schip een omgeslagen sloep met op de kiel daarvan drie drenkelingen (een staat, gehouden door de twee zittende anderen). In een andere sloep roeien vijf redders naar de drenkelingen toe.
AchtergrondinformatieDe fles is uitgeleend geweest aan de Windvaan-tentoonstelling en raakte daar beschadigd. Toen in 1974 de soortgelijke stopfles in Antwerpen beschadigd raakte, en daar werd gerestaureerd, is daarna besloten ook dit oude exemplaar te restaureren. Onder in de fles nog enige afgebroken figuurtjes en vlaggen. De fles is lange tijd in bruikleen geweest bij Joost Halbertsma uit Den Haag, die een zomerhuis had aan de Potten en bovendien een woning aan de Geeuwkade 10 te Sneek. Joost Halbertsma was een neef van conservator Herre Halbertsma. Hij heeft als onbetaalde kracht de catalogus van het museum samengesteld., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad: 5 feb. 1954, 30 oktober 1958, 28 januari 1974
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1973-1974, p. 8
- H. van Zijl 'een redding op zee' in Ons Amsterdam 1978, pp. 130-131.
TitelPieter Reynders - Coulisseknipsel met voorstelling van een boerderij.
VervaardigerReynders, Pieter ; Harlingen
Trefwoordenboerderijen
Objectnummer1991-088
Periode van1800
Periode tot1810
BeschrijvingCoulisseknipsel. Voorstelling van een boerderij. In de schuur is een vrouw bezig met een karnton. In het midden een brug met daarop een hengelaar en een door een paard getrokken boerenkar. In de sloot een vissersboot met hengelaar. Op de voorgrond koeien, geiten en enige vogels (kievit, reiger, etc.).
AchtergrondinformatieHet knipsel is ingelijst in een vergulde, bewerkte lijst (kraalrand en palmetten) en gevat achter glas. Van de signatuur is het jaartal verwijderd. Pieter Reijders was een zeer produktief knipper. Van hem zijn geen gegevens bekend. Werkzaam rond 1800, vermoedelijk in Amsterdam. Mogelijk is hij de P.R. die in 1771 in Harlingen werd geboren en in 1848 te Amsterdam zonder beroep overleed. Maar bewijs daarvoor is er niet. Zijn knipsels zijn haast zonder uitzonder uitbeeldingen van het dagelijks leven (dorpsgezichten, ijsvermaak, boerderijen, schippers, fruitspluksters) en bijbelse voorstellingen. Het zijn alle coulisse-knipsels. Hij gebruikte stevig wit papier, dat nat gemaakt was en met zakjes zand hol werd gemaakt. Om diepte in de voorstelling te krijgen plaatste hij een veelheid aan losse figuren op de voorgrond, door ze in een gleufje te steken. In 1994 werden er soortgelijke knipsels aangeboden door veilinghuis De Zwaan in Amsterdam. Een advertentie met afbeelding van een van deze knipsel is opgenomen in de de Kunst- en Antiekrevue van okt./nov. 1994. Ook deze bavelaars zijn gesigneerd Pieter Reijnders 1801., literatuur:
- Joke en Jan Verhave, Schaar-Kunst, ontwikkeling van de papierkunst in Nederland (Arnhem, 1983).
- Klaartje Couprie, 'Waar 't tuchthuis al niet goed voor is' in: Origine, 1994, nr. 5, pp. 32-37.
TitelDiorama voorstellende een havenplaats met enkele (beweegbare) schepen.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer1989-1095
Periode van1900
Periode tot1925
BeschrijvingDiorama. Kistvorm met opbouw tegen de achterwand en de zijwanden. De opbouw voorzien van heuvels met daarop huizen, een kerk en een vuurtoren. In de baai ervoor liggen vier schepen. Links een viermastclippper. Daarnaast een stoomschip met twee schoorstenen en twee masten. Dan een driemastbark. Geheel rechts een stoomschip met één schoorsteen en twee masten. Op de voorgrond is op twee klossen een draaiende band gemaakt. Daarop zijn zeven schepen van verschillende vorm bevestigd. De band kan met een zwengel worden gedraaid zodat de schepen in beweging komen. Het diarama is bont gekleurd, evenals de schepen. De kist, waar het geheel op is gebouwd zijn roze met bruine sierbanden.
AchtergrondinformatieDe herkomst van het diorama is niet bekend. De stijl van de schepen en de stoffering doet vermoeden dat het diorama is gemaakt door een bouwer van flessenscheepjes.
TitelPrijsstander: een kajuitzeiljacht. Wisselprijs in de schakelklasse.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenkajuitzeiljachten, schakelklasse
Objectnummer1978-082
Periode van1967
Periode tot1967
BeschrijvingPrijsstander. Trofee in de vorm van een kajuitzeiljacht op golven. Het jacht heeft een mast waaraan twee kluivers en een fok, een gaffelgrootzeil en een topzeil worden gevoerd. De kajuit en de kuiprand zijn goudkleurig. Het model is geplaatst in een zee van uit metaal gedreven golven. Deze 'zee' is vervolgens geplaatst in een vitrine met houten ribben. Voor het model vier zilveren plaatjes met inscriptie: '1967 B. Bouma Grouw / 1968 M. v.d. Meer Heerenveen / 1969 M. v. Paridon Leiden / 1970 C.A. Lonterman / Ark Johanna Elburg / 1972 E. Hinrichs / Steendam / 1973 J. v.d. Kroot / Zoeterwoude'.
AchtergrondinformatieHet model werd uitgeloofd als wisselprijs bij wedstrijden in de schakelklasse.
TitelHalfmodel van een straalbuis viskotter, ontworpen door W. Zwolsman.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenviskotters, kotters, vissersschepen
Objectnummer1981-482
Periode van1925
Periode tot1950
BeschrijvingHalfmodel van een straalbuis viskotter. Stapelmodel. Schaal 1:20.
Rondhouten en tuigage: geen. Alleen de plaats van de beide masten is aangegeven.
De romp: scherpe voorsteven, rond achterschip, bodem met kiel.
Het model van voor naar achter: Op het dek is rudimentair de stuurhut, de machinekamer, de lichtkap en de plaats van de twee masten aangegeven. Opvallend is de gedetailleerde weergave van de straalbuis rond de schroef. Het model is bevestigd op een plank.
Kleuren: het halfmodel is zwart geschilderd en de plank waarop het is bevestigd grijs.
Accessoires: geen.
AchtergrondinformatieHet model van de straalbuis viskotter is in 1946 ontworpen door W. Zwolsman, werkzaam bij Holland Launch te Zaandam. Hij stamt uit de Makkumer tak van de familie Zwolsman en is daar ook geboren. Het speciale aan het ontwerp was de straalbuis rond de schroef. Deze buis draait mee met het roer. De straalbuis moest zorgen voor een beter voorstuwing, met name wanneer niet rechtuit gevaren werd. Het ontwerp is gerealiseerd in de UK3 300 en in de KW 53. Van de UK 300 is in 1988 een model gemaakt: inv.nr. 1988-1. Het halfmodel is in 1991 gerestaureerd. De viskotter is in Nederland het meest gebruikte motorschip voor de kustvisserij (trawlvisserij, boomkorvisserij en spanvisserij). Op kotters wordt het meest gevist op haring en platvis. In de loop de tijd wordt er steeds meer over het achterschip gevist. Men spreekt dan van een hekkotter. Afhankelijk van de grootte varen op een kotter 4 tot 7 man.
BeschrijvingScheepsmodel van een fregat. Dwarsdoorsnede: instructiemodel. Schaal niet bekend. Rondhouten en tuigage: geen Romp: Alleen het bovenste gedeelte van een bakboordhelft van een oorlogsschip is weergeven: het bovendek en twee verdiepingen daaronder. Het model van voor naar achter: Van de scheepshuid zijn de verticale inhouten (spanten) te zien en de horizontale wegering aan de binnenkant en de horizontale huidplanken aan de buitenkant. Van de dekken zijn de dekbalken en de dekstutten te zien. In het midden zijn in het bovendek twee roosters gemaakt en in het geschutsdek een trapgat, waarin de trap naar het dek eronder is gemaakt. In de scheepshuid zijn vier geschutsopeningen gemaakt: voor het bovendek één, voor het geschutsdek twee en voor het dek daaronder weer één. De openingen zijn afgesloten met luiken. Alleen het luik van het bovendek is geopend. Het touw van het luik is aan de binnenkant vastgezet op een klamp. Door de geschutsopening steekt de loop van een gegoten kanon. Het is geplaatst op een houten rolpaard met metalen wielen. De rolpaard is aan de beide zijkanten en aan de achterkant vastgesjord met touwen. Deze touwen lopen die twee blokken naar ringen in het dek. Boven de geschutopening hangt aan de binnenkant van het schip de stok waarmee het kanon werd geladen. Kleuren: De scheepshuid is bruin geschilderd. De bovenkant van de verschansing is zwart met daarop S-vormige blad-krullen in goudkleur. De scharnieren van de luiken zijn zwart, evenals het berghout. Aan de binnenkant is de wegering rood geschilderd. De dekken zijn niet beschilderd. De dekstutten en de trap zijn groen. Het rolpaard van het kanon is gelakt. Accessoires: stampstok van het kanon.
AchtergrondinformatieHet model is waarschijnlijk een uit Engeland afkomstig instructiemodel waarmee geleerde moest worden hoe scheepskanonnen geladen en vastgesjord moesten worden. De sjortouwen aan het rolpaard werden gebruikt om de terugslag van het kanon tegen te houden, wanneer het gevuurd werd. Ook werden de touwen gebruikt voor het terugrollen van het kanon om het opnieuw te kunnen laden. De gebruikte kanonnen waren namelijk voorladers.
Een fregat is in het algemeen een oorlogsschip met één volle laag geschut, soms aangevuld met kanons op bak en campagne. Het fregat had meestal één of twee dekken en weinig opbouw. De eerste Nederlandse fregatten hadden een platte spiegel. Na 1720 werd deze, onder invloed van Engelse bouwmeesters, vervangen door ronde spiegels. Ze waren als volschip getuigd: drie masten. De vorm en de bouw waren gericht op snelheid en niet op een hechte constructie, zoals bij linieschepen. Ze waren bestemd om dienst te doen als verkenner of voor het overbrengen van berichten. De vroege fregatten waren derhalve klein en bewapend met niet meer dan twaalf stukken. Latere fregatten waren groter en voerden 54-60 stukken. In de negentiende eeuw waren er ook koopvaardijfregatten, die qua vorm en tuigage leken op de oorlogsfregatten maar waren ingericht voor de handelsvaart., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1978, p. 11
TitelSpeelscheepje in de vorm van een zeiljacht met zelfstuurinrichting.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer1991-334
Periode van1990
Periode tot1990
BeschrijvingSpeelscheepje in de vorm van een zeiljacht. Blokmodel.
Rondhouten en tuigage: Het speelscheepje heeft één mast. De mast is in de romp gestoken en wordt gehouden door een voorstag van metaaldraad. De zeilen (stagfok en grootzeil) zijn van witte nylondoek, met verstevigigingen in geel, zomen in blauw en stiksels in zwart en rood. De fok is met een zoom aan de voorstag verbonden. De fokkeschoot loopt van de schoothoek naar voren, door een oog aan de voorstag, terug naar achter, door een kunststof oogblok (vlak achter de mast) en is belegd op een klamp van kunststof op het achterschip. Het grootzeil is met een zoom aan de mast bevestigd. De bovenkant van het grootzeil is rond. De giek bestaat uit een plaat kunststof. Daaraan is de grootschoot bevestigd, die met een metalen ring is vastgezet op een metalen overloop. De hals van het grootzeil is vastgezet op de kunststof giekplaat. De halstalie loopt via een dubbel oogblok van kunststof (vlak achter de mast) naar een kunststof klamp op het achterschip.
De romp: Het voorschip is scherp en loopt schuin op. Het achterschip is rond en loopt schuin af. De bodem is plat is voorzien van achterwaarts gerichte kiel. Deze kiel is aan de onderkant verzwaard met metaal. Het roer is druppelvormig (gemaakt van halftransparante kunststof).
Het model van voor naar achter: Het speescheepje is gladdeks. Op het dek zijn alleen de voorziening van de tuigage en de stuurinrichting gemaakt. Op het achterschip is de zelfstuurinrichting te zien. Uit het achterschip steekt de roerspil omhoog. Deze is naar voren gebogen voorzien van een langwerpig oog. Voor de roerspil is in het dek een windvaan van kunststof (transparant en oranje) gestoken. Deze windvaan is voorzien van een achterwaarts gerichte stang die is gestoken in het oog aan de roerspil. Op deze wijze bepaalt de windrichting de stand van het roer.
Kleuren: De romp is rood. De kiel is wit. Het dek is gelakt. De zeilen zijn veelkleurig. Het kunststof beslag op het dek is rood. De stander is van plexiglas en ongeverfd hout.
Accessoires: Z-vormige stander van hout en plexiglas. Op de stander staat aan twee kanten de naam van de school waar het speelscheepje is vervaardigd: 'de ABS'.
AchtergrondinformatieHet speelscheepje is gemaakt door leerlingen van de A.B.S. (Algemene Beroeps School) te Sneek. Het maken van het speelscheepje was onderdeel van een mulitidisciplinair project: geschiedenis en het verwerken van diverse materialen in één product: hout, metaal, kunststof en textiel. De bij het projekt gemaakte lesstof en syllabi zijn opgenomen in de bibliotheek onder nr. A-205.
Het projekt werd afgesloten met een wedstrijd voor de speelscheepjes.