BeschrijvingSchort van witte katoen met stippelmotief. Machinaal genaaid. De bovenkant is geplooid en aan de achterzijde verstevigd met opgezette stof van de schort in V-vorm. Aan de onderkant is de schort verstevigd met een brede zoom aan de voorzijde. Daaronder is de schort versierd met een strook haakwerk. Sluiting: twee banden in de taille met rechte uiteinden. De schort is meerdere malen hersteld. veel kleine vlekken.
AchtergrondinformatieDe schort is afkomstig uit de nalatenschap van juffrouw Jiskje (Jikke) Knossen, geboren op 31 januari 1916 te Scharnegoutum. Dochter van Johannes Knossen en Jeltje Krol. Ongehuwd. Overleden te Sneek op 21 juli 2004.
BeschrijvingWitte damesonderbroek. Twee zijsplitten. Sluiting: zijbanden. Langs de pijpen broderie.
AchtergrondinformatieDe onderbroek is afkomstig uit de nalatenschap van juffrouw Jiskje (Jikke) Knossen, geboren op 31 januari 1916 te Scharnegoutum. Dochter van Johannes Knossen en Jeltje Krol. Ongehuwd. Overleden te Sneek op 21 juli 2004.
BeschrijvingMeisjesmuts van neteldoek, versierd met broderie en borduurwerk in bloemmotieven. De rand is omgeslagen. Sluiting: twee kinbanden.
AchtergrondinformatieDe muts is afkomstig uit de nalatenschap van juffrouw Jiskje (Jikke) Knossen, geboren op 31 januari 1916 te Scharnegoutum. Dochter van Johannes Knossen en Jeltje Krol. Ongehuwd. Overleden te Sneek op 21 juli 2004.
TitelJ. Elsinga - olieverfschilderij met gezicht op Grou.
VervaardigerElsinga, Johannes
Trefwoordenskûtsjes, Grou
Objectnummer2010-006
Periode van1941
Periode tot1941
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Gezicht op Grou vanuit het noorden. Op de voorgrond een afgemeerd skûtsje van achteren bezien met aan boord een vrouw en (vermoedelijk) een kind. Tussen dirk en mast is een waslijn gespannen waaraan kleding hangt. Naast het skûtsje een roeiboot waarin een man staat. Achter het skûtsje een schouw zonder mast maar wel met mastdoft. Aan het pad langs de oever staan twee kinderen. Aan de voorzijde van het skûtsje is een woonschip afgemeerd. waarchter een gaffetuig opsteekt. Rechts van het midden komt een tweede skûtsje de vaart opgezeild. Centraal het dorpsfront aan de Nieuwe Kade waarboven de Hervormde kerk uitsteekt. Aan de Nieuwe Kade een derde, ook afgemeerd, skûtsje. Voor de Nieuwe Kade op de Rjochte Grou zeilen enkele open zeiljachtjes met gaffeltuig. Gesigneerd en gedateerd rechtsonder. Het schilderij is ingelijst. De lijst is op enkele plaatsen licht beschadigd.
AchtergrondinformatieHet gekozen standpunt is vermoedelijk de oever van de Wijde Galle ten noorden van Grou. De vaart naar rechts is dan de Rjochte Grou en naar links ligt de doorvaart naar de Pikmar., Johannes Elsinga. geboren 5 dec. 1893 te Wommels, gestorven 19 maart 1969 te Leeuwarden. Leerling aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunst te Den Haag. Gaf zelf les aan onder andere P. Piersma uit Heeg. Elsinga schilderde, tekende, aquarelleerde en etste, voornamelijk landschappen en bloemen.
BeschrijvingDiploma. tweekleurig drukwerk op groen papier. Rechtsboven een afbeelding van een zeilend vrachtscheepje waaroverheen de tekst: 'Willem Lodewijkschool / christelijke school voor schipperskinderen / door de regering erkende school met vier-jarig leerplan'. Het diploma is niet ingevuld maar wel ondertekend door de voorzitter en secretaris. De eerste drie getallen van het jaartal zijn voorgedrukt: '195.' De achterzijde is wit met in het midden een ( niet ingevulde) cijferlijst met 'Eindcijfers bij het verlaten der school'.
AchtergrondinformatieIn de twintiger jaren van de twinigste eeuw was er in de Jan van Nassauschool een klas bestemd voor schipperskinderen. In oktober 1930 werd besloten daar een eigen school van te maken. Na tijdelijk op enkele adressen gevestigd te zijn geweest kreeg de school in juni 1931 haar eigen gebouw aan de Johan Willem Frisostraat. Deze Willem Lodewijkschool werd op 4 juni 1931 geopend. In 1977 werd het gebouw bestemd tot gebouw van de wijkvereniging. De schippersschool was toen al enkele jaren opgeheven wegens terugloop van het aantal leerlingen., literatuur:
- Leeuwarder Courant, 05-06-1931
- 'De Willem Lodewijkschool' (publicatie t.b.v. de reünie op 6 maart 1982)
- documentatieverzameling
BeschrijvingWervingsfolder. Tweekleurig drukwerk op wit papier. In het midden gevouwen. Op voorzijde de tekst: 'Schippers let op!'. Op de binnenzijde afbeeldingen in blauwe inkt van linksboven de Willem Lodewijkschool en rechtsonder het internaatschip Prinses Marijke'. verder een opsomming van de voordelen van het internaat en de school. Op de achterzijde contactgegevens van het schoolhoofd.
AchtergrondinformatieIn de twintiger jaren van de twintigste eeuw was er in de Jan van Nassauschool te Sneek een klas bestemd voor schipperskinderen. In oktober 1930 werd besloten daar een eigen school van te maken. Na tijdelijk op enkele adressen gevestigd te zijn geweest kreeg de school in juni 1931 haar eigen gebouw aan de Johan Willem Frisostraat. Deze Willem Lodewijkschool werd op 4 juni 1931 geopend. In 1977 werd het gebouw bestemd tot gebouw van de wijkvereniging. De schippersschool was toen al enkele jaren opgeheven wegens terugloop van het aantal leerlingen., Het internaatschip Prinses Marijke werd in september 1952 in gebruik genomen met als ligplaats de Geeuw in Sneek. Het schip was geschikt voor de opvang van 104 schipperskinderen met een protestants-christelijke achtergond. De exploitant was de Stichting Schoolfonds voor Schipperskinderen van de Ned. Herv. Kerk. Hoewel de schoolkeuze vrij was, was het toch de bedoeling dat er een nauwe samenwerking met de Willem Lodewijkschool zou ontstaan. Deze school had echter al lange ervaring met het onderbrengen van leerlingen in kostgezinnen aan de wal. Deze lange relaties wilde de school niet zomaar opzeggen. Het schip kreeg daardoor minder kinderen aan boord dan voor een sluitende exploitatie noodzakelijk zou zijn. In 1954 werd het schip van Sneek verplaatst naar Groningen. De kinderen vonden tijdelijk onderdak in de sneker Jeugdherberg.
De Willem Lodewijkschool stichtte tenslotte eind 1955 een eigen internaat in een voormalige horecagelegenheid ("De Waterpoort") aan de Lemmerweg nr. 3. Hier kwam ruimte voor ca. 60 kinderen. Dit internaat heeft 8 jaar op deze locatie bestaan waarna het wegens een teruglopend aantal leerlingen werd opgeheven., literatuur:
- Leeuwarder Courant, 05-06-1931; 06-09-1952; 14-10-1955
- 'De Willem Lodewijkschool' (publicatie t.b.v. de reünie op 6 maart 1982)
- documentatieverzameling
TitelG. Bok, Sneek - Aquarel. Gezicht op de Waterpoort te Sneek gezien vanaf de Prinsengracht.
VervaardigerBok, Geert
Trefwoordenwaterpoort, Sneek
Objectnummer2010-045
Periode van1950
Periode tot1975
BeschrijvingAquarel. stadsgezicht. Zijaanzicht van de Waterpoort te Sneek gezien vanaf de Prinsengracht.
AchtergrondinformatieGeert Bok. Geboren te Offingawier op 22 april 1900 en overleden te Sneek op 30 juli 1998. Amateur aquarellist. Zeer grote productie. Werkte vaak in opdracht en in serie.
TitelBoek met diverse vormen van textiele handwerken, gemaakt door Hinke Nauta uit IJlst.
VervaardigerVries-Nauta, H. de
Trefwoordenonderwijs, IJlst
Objectnummer2010-047
Periode van1947
Periode tot1950
BeschrijvingSchift. Kaft bekleed met textiel. Daarop zijn bloemen en de initialen HN geborduurd. In het schift zijn verschillende methoden beschreven om gaten in breiwerk te herstellen door middel van het mazen, geïllustreerd met kleine stukjes maaswerk. Ook wordt het breien van kousen uitgelegd en is er een overzicht van verschillende naaisteken uitgevoerd op een lapje textiel. Op de voorzijde een met nietjes aangehecht label waarop is geschreven: Hinke Nauta IJlst
AchtergrondinformatieDe handwerkproeven zijn gemaakt door Hinke Nauta te IJlst waarschijnlijk rond 1947 toen zij de Rehoboth MULO te Sneek bezocht. Zij was toen 13 jaar.
TitelHouten nap, gevonden bij graafwerkzaamheden bij het Nieuwe Kerkhof.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer2010-057
Periode van1850
Periode tot1900
BeschrijvingNap. Hout. Gedraaid met een invallende lip en een kleine voet. Buiten- en binnenzijde voorzien van een, deels verdwenen, laag grijsbruine, bijna zilverachtige verf. Lipe en binennzijde beschadigd. Een afgebroken deel is weer aangelijmd.
AchtergrondinformatieDe nap werd gevonden bij graafwerkzaamheden bij het nieuwe kerkhof te Sneek bij de boerderij van Koers. Het gebruik van een metaalachtige verf doet vermoeden dat de nap in tweede helft van de negentiende eeuw vervaardigd is. In die periode werd dergelijke verf ook veel toegepast bij de beschildering van bijvoorbeeld riganappen.
BeschrijvingOlieverf op doek. Portret ten halven lijve, gezeten achter een tafel. En trois-quarts met naar de beschouwer gedraaid gelaat tegen een egale achtergrond. De geportetteerde is Christiaan Gerhardus Wüst (Dokkum 1856 – Heeg 1933). Hij draagt een donkergrijs kostuum, een wit overhemd en een zwarte stropdas. In de boven tafel zichtbare hand een bril. Het portret is gevat in een bruine, bewerkte lijst.
AchtergrondinformatieBij het portret hoort een pendant met afbeelding van Trijntje van Asma, vrouw van de geportretteerde. (objectnummer 2010-059), De overgrootvader van de geportretteerde was Christiaan Wüst (Frickhofen 1764 - Dokkum 1826). Deze trouwde te Leeuwarden met Anna Barbara Joosten (Brunssum 1766 - Dokkum 1847). Uit dit huwelijk één kind:
Christiaan Wüst (Dokkum 1766 - 1848). Hij trouwde met Elisabeth Westers (Emsdetten 1798 - Dokkum 1861). Uit dit huwelijk o.a.:
Johannes Wüst (Dokkum 15-07-1825 - 07-03-1875). Hij trouwde 15-05-1853 met Elisabeth Barbara van der Velde (Balk 29-01-1829 - Dokkum 27-01-1889). Uit dit huwelijk o.a.:
Christiaan Gerhardus Wüst (geportretteerde) (Dokkum 7 mei 1856 - Heeg 9 december 1933) Christiaan vertrok met zijn zuster Johanna (Dokkum 05-01-1855 - ?) naar Leeuwarden. Daar was hij werkzaam bij een grossier. Als handelsreiziger kwam hij ook enkele malen per jaar in Heeg. Daar ontmoette hij Trijntje van Asma (Heeg 24-09-1857 - 24-06-1951) (geportretteerd als pendant van dit portret, objectnummer 2010-059).
Christiaan en Trijntje trouwden op 20-06-1891 te Heeg. Trijntje had met haar broers en zussen een winkel in Heeg. Volgens overlevering verkochten zij daar ook klompen. Christiaan vond dat geen prettige handel, vooral omdat er vaak veel gepast moest worden. Christiaan zette alle klompen op straat om gratis afgehaald te worden. Hij concentreerde zich op manufacturen, het maken en vermaken van kostuums, het maken van kinderkleding en op het maken van gordijnen.
Christiaan Gerhardus en Trijntje kregen twee zonen:
Johannes (Heeg 13-11-1893 - 07-02-1980) (schilder van de portretten), en Jan (Heeg 10-12-1899 - ?)
Johannes trouwde op 15-05-1920 met Theodora Popma (Westhem 19-08-1895 - 06-11-1984). Uit dit huwelijk:
Christiaan Jan Wüst (Heeg ca. 1921 - 9-10-1987) Regina C.M. Wüst, schenkster van de portretten.
Johannes en Jan waren beiden werkzaam in de zaak van hun ouders. Na het huwelijk van Johannes namen de beide broers de zaak over., Johannes Wüst was naast amateur schilder van portretten en 'ségesichten' ook lange tijd organist van de katholieke kerk in Heeg, daarvoor ontving hij een pauselijke en een koninklijke onderscheiding. Daarnaast was hij dirigent van het kerkkoor en bouwde hij zichzelf een viool., Literatuur:
- Leeuwarder Courant, 06-11-1973
BeschrijvingOlieverf op doek. Portret ten halven lijve, gezeten achter een tafel. En trois-quarts met naar de beschouwer gedraaid gelaat tegen een egale achtergrond. De geportetteerde is Trijntje van Asma (Heeg 1857 - 1951). Zij draagt een zwart Fries kostuum inclusief oorijzer en muts. Om de hals een goudkleurige ketting met zilverkleurige hanger. Boven tafel is de rechterhand afgebeeld waarnaast een boek, vermoedelijk een bijbel. Het portret is gevat in een bruine, bewerkte lijst.
AchtergrondinformatieBij het portret hoort een pendant met afbeelding van Christiaan Gerhardus Wüst, echtgenoot van de geportretteerde. (objectnummer 2010-058), Trijntje van Asma (Heeg 24-09-1857 - was de dochter van Jan cornelis van Asma (Balk 07-03-1821 - ?, kleermaker) en Grietje Meinderts Palsma (Heeg 20-04-1822 - ?). Zij trouwde op 20-06-1891 met Christiaan Gerhardus Wüst (Dokkum 07-05-1856 - Heeg 09-12-1933). (geportretteerd als pendant van dit portret, objectnummer 2010-058)
Christiaan Gerhardus was werkzaam bij een grossier te Leeuwarden. Als handelsreiziger kwam hij ook enkele malen per jaar in Heeg. Daar ontmoette hij Trijntje van Asma. Trijntje had met haar broers en zussen een winkel in Heeg. Volgens overlevering verkochten zij daar ook klompen. Christiaan vond dat geen prettige handel, vooral omdat er vaak veel gepast moest worden. Hij zette alle klompen op straat om gratis afgehaald te worden. Hij concentreerde zich op manufacturen, het maken en vermaken van kostuums, het maken van kinderkleding en op het maken van gordijnen.
Christiaan Gerhardus en Trijntje kregen twee zonen:
Johannes (Heeg 13-11-1893 - 07-02-1980) (schilder van de portretten), en Jan (Heeg 10-12-1899 - ?)
Johannes trouwde op 15-05-1920 met Theodora Popma (Westhem 19-08-1895 - ?). Uit dit huwelijk:
Christiaan Jan Wüst (Heeg ca. 1921 - 9-10-1987) en Regina C.M. Wüst, schenkster van de portretten.
Johannes en Jan waren beiden werkzaam in de zaak van hun ouders. Na het huwelijk van Johannes namen de beide broers de zaak over., Johannes Wüst was naast amateur schilder van portretten en 'ségesichten' ook lange tijd organist van de katholieke kerk in Heeg, daarvoor ontving hij een pauselijke en een koninklijke onderscheiding. Daarnaast was hij dirigent van het kerkkoor en bouwde hij zichzelf een viool., Literatuur:
- Leeuwarder Courant, 06-11-1973
BeschrijvingLetterlap. Witte katoen. Borduurwerk van rood garen in kruissteek. Drie kanten omzoomd, de rechterkant een zelfkant. Daarbinnen driemaal een alfabet, eenmaal met cijferreeks en enkele horizontale sierranden en voorts "Johanna Duba 1877".
AchtergrondinformatieJohanna Duwer (Sneek 21-05-1866 - Michigan VS 1940) was een dochter van Durk Duwer (Sneek 01-08-1830 - 21-10-1890) en Jeltje Dijkstra (Sneek 30-12-1825 - 25-10-1883). Bij het maken van deze lap droeg zij al de naam Duba. haar emigratie naar de Verenigde Staten droeg zij de achternaam Duba. In Ludington, Michigan trouwde Johanna in 1897 met Wieger Klok (Ferwerd 25-05-1866 - Muskegon, Michigan (VS) 1950). Hun dochter Julia Klok schonk de letterlap met een verzameling portretfoto's (zie ook de fotocollectie) aan Johanna Osinga-van der Meer met wie zij een verre familieband had.
- Een broer van Durk Duwer was Jan Pieters Duba (Sneek 06-10-1836 - 29-09-1924).
- Jan Duba trouwde op 06-05-1866 te Sneek met Sophia de Wolf (Sneek 22-05-1835 - 20-11-1880) Uit dit huwelijk een dochter: Johanna Duba (Sneek 18-05-1868 - ?).
- Johanna Duba trouwde met Jan de Boer (?-?). Uit dit huwelijk een dochter: Sophia de Boer (Sneek 27-10-1894 - ?).
- Sophia de Boer trouwde met Hendrik Osinga. Zij kregen een dochter: Johanna Osinga.
- Johanna Osinga trouwde met Lammert van der Meer. Dit is de schenkster van het medaillon: Johanna van der Meer-Osinga.
TitelBorstelhanger met twee borstels van gedreven messing.
VervaardigerDijkstra, Klaas
Trefwoordenmolens
Objectnummer2010-062
Periode van1925
Periode tot1935
BeschrijvingOvaal messing borstelhanger met twee klerenborstels, een smalle en een bredere. Op de hanger bloemversieringen en aan weerszijden twee molens. Op de borstels plaatjes gedreven messing met bloemversieringen en een grachtgezicht.
AchtergrondinformatieIn 1914 startte koperslager Klaas Dijkstra (1895-1969) in zijn ouderlijk huis in de Kloosterdwarsstraat een eigen atelier. Hij had zijn ervaring opgedaan bij de bekende zilversmid Thijs de Haas. Het bedrijf groeide snel en het personeelsbestand groeide naar 22 personen waaronder zijn broers, zuster en vader. Een belangrijke klant was Douwe Egberts, die producten van Dijkstra aanbood voor koffie- en theepunten. Deze voorwerpen werden gemerkt als “Friesche Koper Kunst” waardoor zij te onderscheiden waren van de in opdracht vervaardigde stukken.
In 1929 kelderde de economie en daarmee de vraag naar koperen luxe-artikelen. Ook Douwe Egberts nam geen producten meer af. Klaas verliet het bedrijf en zijn broers Piet (1896-1966)en Sander (1901-1940) Dijkstra namen in 1937 het afgeslankte bedrijf over. Zij merkten hun voorwerpen met het merk “P&S Dijkstra” Na de dood van Sander in 1940 ging Piet Dijkstra verder met de uit het eigen bedrijf afkomstige ciseleur Hendrik Ferwerda.
In 1944 kwam Jan Dijkstra (1928-2005) in dienst bij zijn vader Piet. Later nam hij de zaak over. Jaarlijks werd er o.a. door hem een koperen koekepan gemaakt voor de Sneker Panschipper.
TitelBaardmankruik. Gevonden op het strand bij It Soal te Workum.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenFrechen
Objectnummer2010-066
Periode van1600
Periode tot1700
BeschrijvingBaardmankruik. Bodemvondst. Steengoed ofwel gres-aardewerk met zoutglazuur en uitlopers van blauwe glazuur. De hals en het oor ontbreken. Het karakteristieke baardmangezicht is erg grof uitgevoerd . Daaronder een medaillon waarin o.a. een hartvorm. Aan de achterzijde is het glazuur deels weggesleten.
AchtergrondinformatieDe pot is gevonden op het strand bij It Soal te Workum. Mogelijk is het afkomstig uit een op de Zuiderzee vergaan schip., Baardmankruiken zijn voornamelijk vervaardigd in het gebied rond Keulen, Frechen en Raeren. De eerste exemplaren werden rond 1500 vervaardigd. In de tweede helft van de zestiende eeuw werd het gebruik van blauwe accenten in de glazuur geïntroduceerd. De gespikkelde zoutglazuur was typerend voor de productie in de plaats Frechen., Literatuur:
- C. van Hees: Baardmannen en puntneuzen, Zwolle 2002
TitelTinnen broche met afbeelding van de Waterpoort van Sneek.
VervaardigerDijkstra, P. & S.
Trefwoordenwaterpoort, poorten, Sneek
Objectnummer2010-081
Periode van1925
Periode tot1950
BeschrijvingBroche. Ovale van vorm, met in ajour uitgezaagd en gegraveerd een afbeelding van de Waterpoort te Sneek.
AchtergrondinformatieIn 1914 startte koperslager Klaas Dijkstra (1895-1969) in zijn ouderlijk huis in de Kloosterdwarsstraat een eigen atelier. Hij had zijn ervaring opgedaan bij de bekende zilversmid Thijs de Haas. Het bedrijf groeide snel en het personeelsbestand groeide naar 22 personen waaronder zijn broers, zuster en vader. Een belangrijke klant was Douwe Egberts, die producten van Dijkstra aanbood voor koffie- en theepunten. Deze voorwerpen werden gemerkt als “Friesche Koper Kunst” waardoor zij te onderscheiden waren van de in opdracht vervaardigde stukken.
In 1929 kelderde de economie en daarmee de vraag naar koperen luxe-artikelen. Ook Douwe Egberts nam geen producten meer af. Klaas verliet het bedrijf en zijn broers Piet (1896-1966)en Sander (1901-1940) Dijkstra namen in 1937 het afgeslankte bedrijf over. Zij merkten hun voorwerpen met het merk “P&S Dijkstra” Na de dood van Sander in 1940 ging Piet Dijkstra verder met de uit het eigen bedrijf afkomstige ciseleur Hendrik Ferwerda.
In 1944 kwam Jan Dijkstra (1928-2005) in dienst bij zijn vader Piet. Later nam hij de zaak over. Jaarlijks werd er o.a. door hem een koperen koekepan gemaakt voor de Sneker Panschipper.
BeschrijvingEnveloppe. Papier, Vz: blauw-witte opdruk met afbeeldingen van de Waterpoort, het wapen van Friesland, een roeiwedstrijd, het interieur van een machinefabriek, stoomjachten, zeiljachten, motorjachten en een smid. Boven het opschrift: Internationale Watertoerisme- en Nijverheids tentoonstelling Sneek Holland 1913 / 23 juli tot en met 6 augustus. Middenop een poststempel "Buitenpost / 20.XI.13.1112V / 1". Az: opdruk in zwart wit met reclame van zuivelexportuer S.Westra te Sneek. Daarnaast een postzegel van 5 cent met poststempel "Sneek / 20.11.13.1011V. / 1". De adressering is in inkt geschreven: 'Zeer wel ed heer / opzichter / Rijks water staat / Buitenpost'. De enveloppe is aan de bovenzijde opegensden. De onderhoeken zijn rondgeknipt en rechtsboven is de enveloppe geperforeerd met een enkel gat.
AchtergrondinformatieDe tentoonstelling werd gehouden op de Nieuwe Veemarkt, het Oud-kerkhof en in de Waterpoortsgracht. Op 6 augustus werd de tentoonstelling bezocht door Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik., Een catalogus van de tentoonstelling is opgenomen in de bibliotheekcatalogus onder nr. S-335
BeschrijvingVingerhoed. Zilver. Plaat gerold tot een afgetopte kegel verstevigd met twee opgesoldeerde ringen van draad. Tussen de ringen de inscriptie: 'Reinu Piters .o 1589'. Boven de bovenste ring een gestoken versiering van in de vorm van geknoopte draad voor een gestippelde achtergrond.
AchtergrondinformatieDe vingerhoed is gevonden in de zool van de afgegraven kloosterterp Thabor in Tirns, tegenwoordig landbouwgrond tegenover de boerderij 'Thaborpleats' bewoond door dhr. De Jong., Een vingerhoed is over het algemeen aan de bovenkant niet open. Het is echter te hoog om een naairing te zijn. Mogelijk had het ooit een top waardoor het een complete vingerhoed zou zijn.
Het komt niet vaak voor dat een naairing of vingerhoed zo mooi is voorzien van een naam en jaartal., Reinu Piters: dochter van Pier Heeres en Baet Jans. Gedoopt op 2 maart 1589 te Sneek.Trouwde op 7 juni 1611 met Ewert Hendricks in de Martinikerk te Sneek.
TrefwoordenJong, Anna de, Dotinga, Frans, Dotinga, Eelkje(n), Dotinga, Gerben
Objectnummer2011-013
Periode van1926
Periode tot1926
BeschrijvingZwarte sluier, gebruikt tijdens de rouw. Zwarte gaasstof zonder versiering. Met vetersluiting.
AchtergrondinformatieDe sluier is gedragen door Anna Dotinga-de Jong na het overlijden van van haar schoonzuster Eelkje Dotinga op 23 mei 1927. Deze was overleden aan tuberculose evenals haar broer Gerben Dotinga op 27-09-1926.
Anna de Jong werd geboren op 26 juli 1904. Op 9 oktober 1926 trouwde zij met Frans Dotinga, geboren op 26 juli 1902. Hij was een broer van Eelkje en Gerben. Uit dit huwelijk werd geboren G. Dotinga. Zij schonk de sluier aan het museum. Frans Dotinga overleed op 2 augustus 1971, Anna Dotinga-de Jong overleed op 3 maart 1997. Volgens overlevering heeft zij de sluier destijds gekocht voor 4 gulden.
BeschrijvingDonkerblauwe, wollen ijsmuts met drie punten. Aan de voorzijde en aan de zijden zijn witte verticale strepen ingebreid. De onderzijde is aan de achterkant hersteld.
AchtergrondinformatieDe muts is gedragen door S. ten Hoeve, voormalig directeur van het Fries Scheepvaart Museum
TitelSouvenir van Sneek: gedraaide houten bloempot.
Vervaardigeronbekend
Objectnummer2011-020
Periode van1950
Periode tot1980
BeschrijvingGedraaide houten bloempot van blank gelakt berkenhout. Aan één zijde beschilderd met bloemen en het opschrift "Sneek". Op de onderzijde een sticker met de term "Apdaro".
BeschrijvingEcu brief. Enveloppe aan de voorzijde bedrukt met een afbeelding van het IFKS-skûtsje "De Jonge Jasper" uit Franeker. Rechtsboven twee postzegels ui 1997 van 1 gulden met afbeelding van SKS-skûtsjes. Daaroverheen een stempel met de datum 1.VII.97. In het midden van de enveloppe is een cirkel uitgestanst waaromheen het opschrift: "Ecubrief / Ecu letter / Ecu Lettre / No. 23". Op de achterzijde een verklarende tekst over het Skûtsjesile in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. In de enveloppe een transparant dubbelgevouwen vel kunsstof waarin ruimte is voor een munt. De ingevoegde munt is van zilverkleurig metaal. . Vz: afbeelding van een zeilend skutsje en het opschrift: "Nederland Waterland". KZ: Een Nederlandse leeuw en het omschrift: "Koninkrijk der Nederlanden / Ecu / 1997".
TitelMunt uitgegeven ter herinnering aan Sail Amsterdam 1980
VervaardigerMonumunt manifestaties
TrefwoordenLemsteraken, Groene Draeck
Objectnummer2011-022
Periode van1980
Periode tot1980
BeschrijvingMunt. Brons. VZ: centraal een afbeelding van een Lemsteraak. Omschrift: "Sail Amsterdam 1980 / Lemsteraak 'De Groene Draeck' Nederland". KZ: een kompasroos met daarbinnen een gestileerd dwarsgetuigd schip met in drie zeilen een X. Deze vormen zo de drie kruizen van het Stadswapen van Amsterdam. Bij de munt een garantiecertificaat.
TitelEen paar gebreide wanten gedragen door een leerling van het Schippersinternaat aan de Lemmerweg.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordeninternaten, schippersscholen
Objectnummer2011-023
Periode van1900
Periode tot1950
BeschrijvingTwee zwarte gebreide wollen handschoenen. Aan de binnezijde van de boorden is in beide wanten een wit stukje stof ingenaaid met daarop het nummer 14.
AchtergrondinformatieDe wanten werden gedragen door de schenker tijdens zijn tijd op het schippersinternaat aan de Lemmerweg te Sneek., De Willem Lodewijkschool voor schipperskinderen stichtte eind 1955 een internaat in een voormalige horecagelegenheid ("De Waterpoort") aan de Lemmerweg nr. 3. Hier kwam ruimte voor ca. 60 kinderen. Dit internaat heeft 8 jaar op deze locatie bestaan waarna het wegens een teruglopend aantal leerlingen werd opgeheven.
Trefwoordensteenfabrieken, houthandelaren, Sneek, Malta, Geeuw
Objectnummer2011-004
Periode van1937
Periode tot1937
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Voorstelling van het tichelwerk te Sneek gezien vanuit het noordoosten. Links een brug, een heechhout, over de verbindingsvaart tussen de Geeuw en het Spoordok. In deze vaart een woonscheepje. Centraal een schuur met dubbele kap met rechts daarvan een woning. Achter de gebouwen loopt de Geeuw.
AchtergrondinformatieHet "Tichelwerk" was de plaats waar vroeger bakstenen en dakpannen werden vervaardigd. In de afgebeelde schuur werden voorheen de bakstenen en dakpannen die in de ovens werden gebakken opgeslagen. Later had houthandel ter Horst de schuren in gebruik als houtopslag. In 1978 is een begin gemaakt met de sloop en bouwrijp maken van dit gedeelte van Malta en de Zoutkeet voor nieuwbouw van de wijk Malta., Tjerk Wielinga. Geboren te Sneek 25 nov. 1885, overleden te Hilversum 19 juni 1957. Zoon van Hendrik Wielinga (zadelmaker te Sneek) en Elisabeth van Wieren. Tjerk had één broer: Hans Wielinga (geboren 1895). Tjerk Wielinga is op 4 april 1918 getrouwd met Jeltje de Boer uit Sneek.
Tot 1938 woonde Wielinga aan de Wijde Burgstraat te Sneek, waar hij een tassenwinkel had, op de hoek van de Gedempte Poortezijlen. In 1914 had hij deze zaak overgenomen van zijn vader. In 1930 kocht Tjerk Wielinga het naastliggende pand. van de manufacturier Schweigmann. Hij had nu twee winkels: in het oude (hoek)pand verkocht Wielinga luxe artikelen (serviezen en dergelijke) en in het nieuwe pand werden voortaan de tassen en koffers verkocht. In 1938 verkocht Tjerk Wielinga het hoekhuis aan de dames Brattinga, die er de lingeriezaak Ideaal vestigden. Per 1 jan. 1939 werd het bedrijf van Wielinga overgedragen aan Dicky van der Werf (geboren 1917, overleden 2004), die sinds 1931 in dienst van de heer Wielinga was. Wielinga verhuisde in 1939 naar Hilversum. Daar is hij ook overleden. Tjerk Wielinga was in zijn vrije tijd amateurschilder en voordrachtskunstenaar en was voorzitter van de oratoriumvereniging. Zijn schilderwerken verkocht hij in zijn winkel (afdeling luxe artikelen). Hij begon met fluweelschilderingen met teksten. Later maakte hij ook olieverfschilderijen op doek. Wielinga kreeg les van Ids Wiersma. Hij werkte in opdracht, maar maakte ook wel vrij werk (stillevens bijvoorbeeld). Veelgevraagd waren landschappen en schepen. Deze schilderijen kon hij in rap tempo maken. In Hilversum wijdde Wielinga zich geheel aan de schilderkunst. De schilderijen werden nog steeds in Sneek verkocht. Opvolger Dicky van der Werf reisde regelmatig met de trein naar Hilversum om er een pakket schilderijen op te halen
TitelSouvenir van Sneek: reliëftegel met afbeelding van het wapen van Sneek.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenstadswapens, heraldiek
Objectnummer2011-007
Periode van1925
Periode tot1975
BeschrijvingReliëftegel van roodgebakken en beschilderd aardewerk Sneek. Aan bovenzijde en beide zijden begrenst door draperieën. Centraal het gekroonde wapen van Sneek met een zwarte halve adelaar op een geel vlak waarnaast en drie kronen op een zwart vlak. Daaronder op een banderolle het opschrift 'Sneek'. Het geheel is, met uitzondering van het wapenschild, beschilderd in een transparante bruine tint. Aan de achterkant een ophanglus.
TitelTheelepel, zeilprijs van de 75ste Sneekweek in 2010.
VervaardigerKoninklijke Zilverstad
TrefwoordenSneekweek, herdenkingen
Objectnummer2011-025
Periode van2010
Periode tot2010
BeschrijvingThelepeltje, Verzilverd metaal. De steelbekroning is rechthoekig met daarop in reliëf het logo van de Sneekweek en het egtal 75. Daaronder de jaartallen 1934-2010. Op de achterijde van de steel de inscriptie: '4e prijs Sneekweek 2010'.