BeschrijvingLithografie. Voorstelling van zeil- en roeiwedstrijd te Harlingen. Links de havenhoofden van Harlingen en enkele gebouwen (waaronder enkele molens en de vuurtoren). Op de wal zit publiek. In het havenhoofd een schoener met hulp-stoommachine. Voorts op zee diverse geroeide schepen (sloepen) en zeilschepen. Op de voorgrond zeilende eenmasters (boeiers, beurtschepen, schokkers) en op de achtergrond geankerd drie- en tweemasters en een enkel stoomschip). Onderschrift: 'Zeil- en roeiwedstrijd te Harlingen op Zee / 4 julij 1860'.
AchtergrondinformatieDe zeilwedstrijd in Harlingen werd bijgewoond door Prins Hendrik de Zeevaarder. De westrijd werd echter niet gehouden op 4 juli 1860, zoals het onderschrift suggereert, maar op 4 juli 1969.
De lithografie is gemaakt door C.C.A. Last, naar een tekening van W. Troost. De uitgave werd verzorgd door P. Blommers te Den Haag.
Willem Troost. Geboren te Arnhem 14 juni 1812 en overleden te Barneveld 3 mei 1893. Woonde en werkte in Den Haag, Schiedam, Leeuwarden (1855-1858), 's-Gravenmoer, Ettenleur, hoeven, Sint Oedenrode, Laren (Gld) en Barneveld. Leerling van de akademie voor Beeldende Kunst in Den Haag (1839-1840) o.l.v. B.J. Hove en van A. Schelfhout. Schilder van landschappen en portretten. Maakte ook potloodtekeningen en lithografieën.
Carel Christiaan Antony Last. Geboren Amsterdam 11 december 1808 en overleden Den Haag 17 decmeber 1876. Leerling van de Amsterdamse Akademie en van J.B. van der Hulst. Schilderde niet veel, maar lithografeerde en tekende des te meer., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 15 juni 1967
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1967-1968, p. 22
- S. ten Hoeve 'Herinneringen aan prins Hendrik de Zeevaart in het Fries Scheepvaart Museum' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1996, pp. 33-48.
- H.P. ter Avest en J.J. Huizinga, Harlinger Stadsgezichten tot 1880 (Harlingen, 1999) p. 58
TitelW.J. Dijk - Houtsnede, gezicht op twee palingaken te Heeg.
VervaardigerDijk, Willem Jans
Trefwoordenpalingaken, scheepsbouw, Heeg, Jong, B. de
ObjectnummerG-174
Periode van1920
Periode tot1930
BeschrijvingHoutsnede, voorstellende twee palingaken, afgemeerd in Heeg. Op de achtergrond is de helling van De Jong te zien, links de bebouwing van de Nijewâl. Aantekening van Dijk: 'Londense aken te Heeg'.
AchtergrondinformatieWillem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
- Sneeker Nieuwsblad 14 mei 1965, 18 juli 1966
- Leeuwarder Courant 14 feb. 1961, 18 juli 1966
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1965, p. 22
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1966, p. 14
- Sicco van Albada, De Helling onder Heeg (Leeuwarden, 1999)
TitelW.J. Dijk - Krijttekening, gezicht op de helling van De Jong te Heeg.
VervaardigerDijk, Willem Jans
Trefwoordenpalingaken, palingbuizen, scheepsbouw, Heeg, Jong, B. de
ObjectnummerG-191
Periode van1925
Periode tot1925
BeschrijvingTekening, zwart krijt en Oost-Indische inkt, deels gewassen. Gezicht op de helling van De Jong te Heeg. Op de helling ligt de palingaak De Stad Workum. Links ligt de palingbuis ('palingkoper') Harmonie afgemeerd. Op de achtergrond zijn de huizen van de Syl te zien. Aantekening van Dijk: 'Palingkoper de Harmonie met motor. De zwaarden zijn vers geteerd. Klaveraak of kofaak / de Stad Workum Londense aaj. 1925 get. te Heeg'.
AchtergrondinformatieWillem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1965, p. 22
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1966, p. 13
- Sneeker Nieuwsblad 14 mei 1965, 18 juli 1966
- Leeuwarder Courant 14 feb. 1961
- Sicco van Albada, De Helling onder Heeg (Leeuwarden, 1999)
TitelIds Wiersma - schilderij met gezicht op de Syl te Heeg.
VervaardigerWiersma, Ids
Trefwoordentjalken, boatsjes, scheepsbouw, Heeg, Jong, B. de
Objectnummer1995-360
Periode van1918
Periode tot1918
BeschrijvingSchilderij. Olieverf of doek. Maroufle: doek geplakt op hardboard. Gezicht op de Syl te Heeg. Rechts de scheepswerf van De Jong, aan de kade de bepleisterde huizen van Auke Lankhorst. In het midden de toren van de R.K. kerk. Aan de kade van de Syl ligt een tjalk. Bij en op de helling liggen een aantal kleinere vaartuigen, ondermeer een 'boatsje'. rechts onder voorgrond een man in een afgemeerde boot. Het schilderij is ingelijst.
AchtergrondinformatieDe ets van Ids Wiersma, met dezelfde voorstelling en daterend uit 1917, (inv.nr. G-231) is gemaakt naar dezelfd voorstudie als die ten grondslag heeft gelegen aan dit schilderij. Het verschil is dat op het schilderij is 'gestoffeerd' met mensen en de ets niet. Ids Wiersma. Geboren Brantgum 21 juni 1878, overleden Dokkum 24 aug. 1965. Begon als knecht van huisschilders (Brantgum, Wynaldum). Van 1889-1905 bezocht hij in Den Haag de Academie voor Beeldende Kunst. Erna verbleef hij afwisselend in Friesland en Holland. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ging Wiersma op aanraden van ds. G. Horreüs de Haas in Sneek wonen. Gaf daarna twee jaar les in Den Haag en vestigde zich in 1926 in Amsterdam. Hij illustreerde boeken en legde het verdwijnende boerenleven vast in tekeningen. Na de Tweede Wereldoorlog slonk de populariteit van Wiersma. In 1961 verhuisd naar Harlingen en later naar Nieuw Toutenburg in Noordbergum., literatuur:
- J.J. Kalma c.s., Ids Wiersma, Tekenje foar Fryslân (Leeuwarden, 1978)
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1995, p. 30
- Sicco van Albada, De Helling onder Heeg (Leeuwarden, 1999)
BeschrijvingCentsprent met afbeelding van drie oorloggschepen: 'ramtorenschip Prins Hendrik, Fregat 1e klas met stoomvermogen en Monitor de Tijger'. Lithografie. Titel: 'Nieuwe Nederlandsche Kinderprenten Oorlogschepen No. 83'. De plaat is geplakt op karton. Achterop: 'Plaat was van Henrik Miedema Zurich, broer van Aukje Miedema, Aaltje Miedema, Akke Miedema, zoon van Sjoerd Miedema en Lysbeth Karsten'.
AchtergrondinformatieGeruild tegen prentbriefkaarten., De centsprent is een uitgave van I. de Haan te Haarlem.
TitelTjerk Wielinga - Olieverfschilderij met voorstelling van skûtsjes in een vaart.
VervaardigerWielinga, Tjerk
Trefwoordenskûtsjes
Objectnummer1999-788
Periode van1910
Periode tot1957
BeschrijvingOlieverfschilderij. Voorstelling van drie skûtsjes in een brede vaart. De skûtsjes varen met de zeilen over stuurboord, van de beschouwer weg. Op de achtergrond een baken en een wijd water. Aan de oever links een afgemeerd bootje met visser.
AchtergrondinformatieTjerk Wielinga. Geboren te Sneek 25 nov. 1885, overleden te Hilversum 19 juni 1957. Zoon van Hendrik Wielinga (zadelmaker te Sneek) en Elisabeth van Wieren. Tjerk had één broer: Hans Wielinga (geboren 1895). Tjerk Wielinga is op 4 april 1918 getrouwd met Jeltje de Boer uit Sneek.
Tot 1938 woonde Wielinga aan de Wijde Burgstraat te Sneek, waar hij een tassenwinkel had, op de hoek van de Gedempte Poortezijlen. In 1914 had hij deze zaak overgenomen van zijn vader. In 1930 kocht Tjerk Wielinga het naastliggende pand. van de manufacturier Schweigmann. Hij had nu twee winkels: in het oude (hoek)pand verkocht Wielinga luxe artikelen (serviezen en dergelijke) en in het nieuwe pand werden voortaan de tassen en koffers verkocht. In 1938 verkocht Tjerk Wielinga het hoekhuis aan de dames Brattinga, die er de lingeriezaak Ideaal vestigden. Per 1 jan. 1939 werd het bedrijf van Wielinga overgedragen aan Dicky van der Werf (geboren 1917, overleden 2004), die sinds 1931 in dienst van de heer Wielinga was. Wielinga verhuisde in 1939 naar Hilversum. Daar is hij ook overleden. Tjerk Wielinga was in zijn vrije tijd amateurschilder en voordrachtskunstenaar en was voorzitter van de oratoriumvereniging. Zijn schilderwerken verkocht hij in zijn winkel (afdeling luxe artikelen). Hij begon met fluweelschilderingen met teksten. Later maakte hij ook olieverfschilderijen op doek. Wielinga kreeg les van Ids Wiersma. Hij werkte in opdracht, maar maakte ook wel vrij werk (stillevens bijvoorbeeld). Veelgevraagd waren landschappen en schepen. Deze schilderijen kon hij in rap tempo maken. In Hilversum wijdde WIelinga zich geheel aan de schilderkunst. De schilderijen werden nog steeds in Sneek verkocht. Opvolger Dicky van der Werf reisde regelmatig met de trein naar Hilversum om er een pakket schilderijen op te halen
De vader van Dicky van der Werf was eigenaar van scheepswerf De Tijdgeest te Sneek. Er waren thuis zes broers en een oom, die mede-eigenaar van de werf was, had ook nog twee zonen. Voor Dicky van der Werf was dus geen werk in de scheepsbouw. Tijdens de crisis lukte het Dicky van der Werf loopjongen te worden bij Tjerk Wielinga. Hij deed leveranties en bracht luxe artikelen op zicht (in een mand) die gebracht en gehaald moest worden. Omdat Wielinga geen kinderen had, deed hij de zaak over aan Dicky van der Werf., Literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 11 april 1974, 15 nov. 1956
TitelDirk Piebes Sjollema - Schilderij: havengezicht met kof en kotter.
VervaardigerSjollema, Dirk Piebes
Trefwoordenbeurtschepen, kofschepen, kotters
Objectnummer2000-001
Periode van1800
Periode tot1840
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Havengezicht met rustig water. Geheel links een kade met bomen. Aan de kade zijn tal van schepen afgemeerd. In het midden van de haven een roeiboot met aan boord vier personen. Geheel links een beurtschip met gestreken zeilen. Het schip gaat half schuil achter een tweemast kofschip. Van het kofschip hangen de zeilen te drogen. Dwars op de kade een kotter, waarvan de zeilen ook hangen te drogen. De gaffel van het grootzeil hangt half naar beneden, Achter deze schepen zijn de masten en zeilen van een aantal andere afgemeerde schepen te zien. Op de achtergrond zeilt een kofschip met dwarstuig op de beschouwer toe. Rechts van het midden ligt een driemaster voor anker. Rechts daarvan een beurtschip. Rechts op de achtergrond een silhouet van een stad met toren en molens. Het schilderij is aan de onderkant beschadigd.
AchtergrondinformatieDirk Piebes Sjollema. Geboren Terbandsterschans 6 juli 1760 en gestorven te Heerenveen 23 december 1840. Woonde en werkte in Heerenveen. Schilderde landschappen en zeegezichten. Hij was huisschilder en maakte schilderij uit liefhebberij. Stond bekend als patriot. Hij trouwde op 3 okt. 1799 met Sieuwke Heeres. Hun huwelijk werd niet in de kerk gesloten maat voor het gerecht. Ze woonden aan de Heerenwal 3 te Heerenveen (Nijehaske). In 1823 werd voor vier van zijn kinderen een akte van bekendheid opgemaakt. Waarschijnlijk was Sjollema doopsgezind. Zijn oeuvre bestond voornamelijk uit zeegezichten en scheepsafbeeldingen. Slechts enkele van zijn stukken zijn gesigneerd.
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Voorstelling van een geladen tjalk, varend op het Heegermeer. Op de achtergrond het dorpssilhouet van Heeg.
AchtergrondinformatieMarten Groenhof (It Heidenskip, 1925-1978) bouwde in 1967 de tjotter Aventûr. Hij zoon van een boer, maar Marten wilde vrijer leven. Hij voer een paar jaar op een modderschip. Toch werd hij uiteindelijk boer aan de Heidenskipsterdyk. In zijn vrije tijd was Groenhof kunstschilder en botenbouwer. In 1950 kocht zijn vriend Bernardus Tjerkstra een oude tjotter. Samen knapten ze het scheepje op. In 1965 verkocht Groenhof de tjotter Friso aan Heit Piersma te Heeg. Vervolgens kwam hij op het idee zelf een tjotter te bouwen. Hij bestudeerde de tjotters van Berend de Jong te Heeg en maakte daarnaar de tjotter Aventûr. Groenhofs vrouw Ittje maakte het snijwerk en broer Pieter Groenhof maakte het roer en de zwaarden., literatuur:
- J. Vermeer, Tjotters en boatsjes (Leeuwarden, 1997), pp. 312-313 en 334-335.
TitelBauke van der Sloot - Waterlandschap met twee skûtsjes.
VervaardigerSloot, Bouke van der
Trefwoordenskûtsjes
Objectnummer2000-197
Periode van1929
Periode tot1929
BeschrijvingPortret. Olieverf op paneel (board). Waterlandschap. Wijd water met twee skûtsjes die (bijna voor de wind) van de beschouwer weg zeilen.
AchtergrondinformatieBouke van der Sloot. Geboren te Franeker 16 okt. 1908. Overleden Leeuwarden 21 april 1995. Zoon van Andries van der Sloot. Woont en werkt in Leeuwarden. Vormde zich zelf. Schildert, aquarelleert (pastel) en tekent (pen) in impressionistische trant Friese landschappen met vee, ook dorpsgezichten, portretten en stillevens.
TitelAnonymus - Scheepsportret van het kofschip Drie Gezusters.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenkofschepen, Harlingen
Objectnummer2000-198
Periode van1858
Periode tot1859
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op koper. Scheepsportret. Centraal een tweemast kofschip dat schuin aan de wind van de beschouwer weg zeilt. Aan de bezaanmast een bezaan-gaffelzeil. Aan de grote mast een gaffel-grootzeil en twee ra-topzeilen en voorts een fok en twee kluivers. In de bezaanmast een rood-wit-blauwe vlag en in de grote mast een wimpel (wit met rode rand). Op het achterschip de naam: "3 Gezusters". Rechts op de achtergrond de haven van Harlingen: havenhoofden met vuurbaken en geheel rechts de kerk. Links op de achtergrond een aantal andere zeilschepen. Op een goudkleurige banderol onder de voorstelling de tekst: "Drie Gezusters cap. R.B. Mulder".
AchtergrondinformatieHet kofschip Drie Gezusters is in 1827 gebouwd. Het mat 81 lasten (152 ton). Eerste eigenaar was S.L. Spannenburg te Harlingen. Kapiteins waren Pyter Pyters Dijkstra (van 1827 tot en met 1841), B.D. de Groot (1842 tot en met 1851, R.B. Mulder uit Nieuwe Pekela (1854 tot en met 1859), G.A. Oldenburger uit Nieuwe Pekela (1860 tot en met 1863), H. Boswijk uit Nieuwe Pekela (1864 tot en met 1874), J. Fluchmacher (1875-1878), H.H. de Boer (1879) en J. Holstein (1880 tot en met 1882). In 1882 is de kof Drie Gezusters verkocht en als lichter te Terschelling gebruikt.
Pyter Pyters Dijkstra is geboren te Schraard 5 jan. 1790 en overleden in 1848. Hij trouwde (eerste maal) met Geertruy Vettevogel (geboren Harlingen 11 juni 1795 en overleden in augustus 1830 of 1831). Hij trouwde (tweede maal) met Neeltje Rienks Dirks (geboren Amsterdam 24 juni 1807). Pyter Dijkstra werd lid van het Weldadig Zeemansfonds te Amsterdam op 15 december 1829. Hij was met de vlagnummers 165 (tot 1836) en 97 (na 1836) effectief lid van het Amsterdamse zeemanscollege Zeemanshoop, waarvan hij op 30 mei 1826 lid werd op voordracht van de heer J. Rodenhuis te Harlingen. De archieven van Zeemanshoop noemen hem de gezagvoerder van de Drie Gezusters, maar nu met als reder B. Visser en Zoon te Harlingen. Pyter Dijkstra behoorde tot de groep van negen leerlingen die op 7 december 1818 hun opleiding begonnen aan de toen opgerichte Zeevaartschool te Harlingen onder leiding van de pas benoemde Pieter Kallenborn.
B.D. de Groot was eveneens lid van Zeemanshoop en wel met de nummers 673 (tot 1854) en 310 (na 1854). Hij werd lid van het college op 2 april 1844 op voordracht van P. Huidekoper. Ten tijde van de inschrijving waren hij en zijn vrouw 26 respectievelijk 30 jaar.
In 1858 was het schip van de reder Hubert Jans te Harlingen. Het schip was ingeschreven bij het Zeemanscollege Voorzorg te Nieuwe Pekela onder nummer 69 (De witte wimpel is de verzekeringsvlag). Bovendien was het schip in 1868 ingeschreven bij het zeemanscollege Zeemansvoorzorg van Harlingen (nummer 3). Ook de andere kapiteins waren lid van Zeemansvoorzorg te Harlingen (Oldenburger onder nr. 7, Boswijk onder nr. 3, Fluchmacher onder nr. 76, Holstein onder nr. 85).
Kapitein Roelf Bronnes Mulder. Geboren te Nieuwe Pekela (huis 215) op 3 sept. 1828 en overleden aldaar op 18 sept. 1859. Mulder voer vanaf 1847 als "buitenvaarder" en kreeg daarom van 1847-1852 jaarlijks vrijstelling van militaire dienst (Nationale Militie). Mulder is op 23 sept. 1852 getrouwd met Gerberdina Oldenburger (1828-1908)., literatuur:
- Horst Menzel, Smakken, Kuffen, Galioten, Drei fast vergessene Schiffstypen des 18. und 19. Jahrhunderts (Hamburg, 1997)
- Abraham Westers, Een mooi stuk. Harmonicaprent voor een Veendammer echtpaar uit 1854, in: Veenkoloniale Volksalmanak, nr. 16 (2004), p. 50-52.
- De Gescheidenis van het College Zeemanshoop 1822-1972 (Amsterdam, 1972), p. 82
TitelWiebe Annes Visser - Gouache, met voorstelling van een palingaak.
VervaardigerVisser, Wiebe Annes
Trefwoordenpalingaken
Objectnummer2000-200
Periode van1830
Periode tot1886
BeschrijvingSchilderij. Gouache. Voorstelling van een palingaak op ruwe zee. De aak vaart schuin naar de beschouwer toe, met de zeilen overbakboord. Rechts op de achtergrond een haven met havenhoofden en een vuurtoren. Links op de achtergrond een aak die van de beschouwer weg zeilt, en een ander zeilschip
AchtergrondinformatieWiebe Annes Visser. Geboren Heeg 2 nov. 1811, overleden Hindeloopen 18 okt. 1886. Gehuwd op 26 maart 1837 met Baukjen Geerts Geerts (1812-1863). Wiebe Annes Visser was koopman, zeepzieder, later olieslager., literatuur:
- S.J. van der Molen 'Wybe Annes Visser (Heeg 1811 - Hindeloopen 1886) overzicht van zijn werk' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1979, pp. 29-40.
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Zeegezicht met woelig water voor een vreemde (Italiaanse) kust. Links een Nederlandse driemaster een Straetsvaarder. Dit schip zeilt een haven binnen. Op de spiegel een wapen met twee gaande leeuwen op een rode achtergrond. In het midden, voor het havenhoofd met torenruïne, een geroeide sloep met zeven man aan boord. Achter het havenhoofd buitenlandse schepen (vissersschepen ?) met latijnzeil en een driemaster met Nederlandse vlag. Op de achtergrond nog een katschip (links) en een fluitschip (midden).
AchtergrondinformatieWigerus Vitringa. Geboren Leeuwarden 8 okt. 1657, overleden Wirdum 18 jan. 1725. Zoon van Horatius Vitringa, secretaris van het Hof van Friesland en Albertje de Haen. Studeerde rechten aan de academie te Franeker. Promoveerd op 4 juli 1678 op een proefschrift getiteld "De Fideicommissaria hereditatis petitione". Na zijn promotie werd hij advocaat aan het Hof van Friesland. Daarnaast besteedde hij zijn tijd aan de schilderkunst, eerst portretten en later zeestukken. Het vroegst genoemde schilderij stamt uit 1675 en zou een 'binnenhuis met beelden' voorstellen gesigneerd W.C. Vitringa (na de vermelding in een Amsterdamse veilingcatalogus uit 1856 is dit werk niet meer gezien). Zijn vroegste nog bekende schilderijen zijn gedateerd in 1678. Hij verhuisde naar Alkmaar. In 1792 woonde hij daar al (blijkens een processtuk in het GA Alkamaar). Gedurende zijn Alkmaarse periode heeft hij zich niet ingelaten met juridische zaken. Van 1696 tot 1706 was Vitringa lid van het Sint Lucasgilde in Alkmaar. De zeestukken van Vitringa zijn verwant aan die van Backhuizen en in mindere mate aan die van Willem van de Velde de jonge. Karakteristiek zijn de dramatische licht-donker-contrasten, voorgrondfiguren in tegenlich en dreigende wolken. Vitringa maakte vooral olieverfschilderijen (op doek en op paneel), maar ook aquarellen en pentekeningen. Vitringa signeerde met zijn volledige naam (W. Vitringa), met zijn initialen (WV) of alleen met de letter V.
Na 1707 kon Vitringa niet meer schilderen vanwegen een ernstige oogkwaal. In een akte in het protocol van de Alkmaarse notaris Theodorus van Heymenbergh (7 jan. 1708) wordt hij "gewesen Konstschilder" genoemd en dat hij "door indispositie en swacheijt van sijn gesigt niet machtig sijnde syn kost te exerveren en alsoo buijten staet van sijn kost te connen winnen". Hij moet daar om enkele huizen in Leeuwarden laten verkopen. Toch was zijn gezicht niet zo slecht dat hij geen leerlingen kon hebben. In 1720 bijvoorbeeld was Tako Hajo Jelgersma (Harlingen 1701 - Haarlem 1795) leerling bij Vitringa. Hij schilderde aanvankelijk ook schepen. later portretten. Jelgersma maakte ook meerdere portretten van Vitringa. Eén ervan is in koper gegraveerd door Cornelis van Noorde., literatuur:
- P. Bakker, Gezicht op Leeuwarden (Amsterdam 2008) p. 238 en 277: stamboom van Wigerus Vitringa
- J. Belonje, "Iets over den Zeeschilder Vitringa" in: Oud Holland 1959, p. 30.
- Robbert Jan van der Maal, "Het Friese geslacht Vitringa" in: De nederlandsche Leeuw CXII, nr. 4-6 (1995) 117-162
TitelHoutgravure met voorstelling van de makreelvisserij.
VervaardigerHekking Jr., W.
Trefwoordenvissersschepen
Objectnummer2001-035
Periode van1850
Periode tot1865
BeschrijvingHoutgravure. Handmatig ingekleurd. Voorstelling van een zeegezicht met rechts een haven en links een aantal vissersschepen. Onderschrift: "de makreelvisscherij".
AchtergrondinformatieDe gravure is vervaardigd door Popko van Groningen (1822-1888) naar een tekening van W. Hekking. De gravure is afkomstig uit het boek 'Het Nederlandsch Magazijn'.
Willem Hekking jr. Geboren Amsterdam 22 febr. 1825, overleden Amsterdam 11 jan. 1904. Leerling van zijn vader W. Hekking sr. Heeft voornamelijk pentekeningen en litho's vervaardigd. Onderwerp: stads- en riviergezichten.
BeschrijvingReproduktie van een schilderij van P.J. Sterkenburg. Drukwerk. Voorstelling schepen voor de haven van Harlingen. Links op de voorgrond het stoomschip Hercules (raderaandrijving en twee masten voor zeilen). In het midden op het tweede plan een brigantijn met Engelse vlag. Op de achtergrond rechts een beurtschip. Links op de achtergrond de haven van Harlingen.
AchtergrondinformatieP.J. Sterkenburg is geboren 18 december 1955 te Harlingen en is te Zurich overleden in 2000. Hij was autodidact. Woonde en werkte te Zurich. Schilderde vooral zeegezichten en schepen., literatuur:
- Wijd en Zijd 17 mei 1995
TitelIngelijste foto van een aantal regenboogjachten met reclame voor jachtverhuurder R. Moedt te Sneek
VervaardigerTromp, Bart
Trefwoordenregenboogklasse, zeilsport, Sneek, Moedt, P.
Objectnummer2001-055
Periode van1950
Periode tot1970
BeschrijvingFoto. Zwart-wit. Opname van een aantal zeiljachten uit de regenboogklasse (zeilnummers68, 70, 58 en 57). De foto is geplakt op karton met daarop de tekst: "R. Moedt - Sneek Kleinzand 73 Telefoon 3184. Zeiljachten - Verhuur - In- en verkoop". Het geheel is ingelijst en gevat achter glas.
AchtergrondinformatieDe foto is afkomstig van jachtverhuurder R. Moedt te Sneek
BeschrijvingHouten bord. Aan de bovenkant versierd met zaagwerk: krullen en een door engelen gehouden kroon. Beneden een verdikking met drie koperen ophangknoppen. De vleugelstukken langs de zijkanten zijn uitgezaagd in de vorm van krullen en adelaars. De uitgezaagde versieringen zijn meerkleurig beschilderd. In het midden een geschilderde voorstelling van een haven. Links een herberg met uithangbord waarop de tekst "In de Zwaan" en de initialen "AC". In de deuropeningen een leunende man en achter de geopende herbergdeur is de toog te zien. Rechts op de kad een matoors met rode hoed en over zijn schouder een plunjezak. Inhet midden een hond. Op het tweede plan de haven met daarin een zeilende beurtschepen en een afgemeerde driemaster. Op het achterschip daarvan een Friese vlag.
AchtergrondinformatieHet bord heeft waarschijnlijk een kerkelijke functie gehad: tekstbord of ophangbord voor "ponkjes". De beschilderingen zijn niet helemaal origineel. De adelaars zijn door een latere schilder breder gemaakt door naar het midden toe veren toe te voegen. De overgang in het schilderwerk is goed te zien. Dezelfde schilder zal ook het havengezicht hebben vervaardigd. De Friese vlag is pas in 1897 ingesteld door de Provinciale Staten van Friesland en daarom zal de beschildering ook van na die tijd zijn.
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op board. Waterlandschap. Wijd water met links twee molens (de voorste is een spinnekop). Op de voorgrond een vissersboot met fuiken op de wal. Op het twee plan zeilen twee tjalken. Het schilderij is gevast in een onbewerkte houten lijst.
AchtergrondinformatieGerben Rypma (1878-1963, overleden te Blauwhuis) was boer, dichter en schilder. Geboren op de Sânfirderryp (bij Greonterp). Hij woonde eerst bij zijn ouders die een boerderij hadden. Later had hij zelf een boerderij. Tot 1935 schreef hij gedichten, daarna legde hij zich meer en meer toe op het maken van schilderijen. Hoewel zijn onderwerpen meestal buiten zijn, schilderde hij niet buiten. Hij observeerde, noteerde niet, maar schilderde vanuit zijn observatieherinnering. Rypma was zeer bedreven in het schilderen van vee: koeien, schapen en paarden. Zijn leefwereld was het landschap van Greonterp, Blauwhuis en omgeving. Zijn schilderijen zijn daar ook het meest gesitueerd. Karakteristiek is zijn kleurgebruik: zacht groen, grijs en blauw. In 1999 was er in café De Freonskip te Blauwhuis een tentoonstelling van zijn werk.
BeschrijvingFoto. Kleur (verkleurd). Ingelijst. Opname van het skûtsje Gerben van Manen van Heerenveen. Op de achterkant het opschrift "Aangeboden door het gemeente bestuur van Heerenveen aan schipper Tjitte Brouwer ter herinnering aan het feit dat hij in 1974, 1975 en 1976 - drie maal op rij - met zijn bemanning het kampioenschap skûtsjesilen behaalde op de Gerben van Manen, Heerenveen 19 januari 1977, het Gemeentebestuur van Heerenveen".
AchtergrondinformatieDe foto is afkomstig uit de prijzencollectie van Tjitte Lammertsz. Brouwer (1916-1993), die van 1968 tot 1985 schipper was op het skûtsje Gerben van Manen van Heerenveen., Tjitte Lammertsz. Brouwer. Geboren Leeuwarden 20 okt. 1916, overleden Woudsend 5 jan. 1993.
Zoon van Lammert Brouwer (1875-1954) en Jikke Dam. Hij had 14 broers en zusters. Vader Lammert was schipper op een skûtsje, actief in het vervoer van modder en zand. Hij liet in 1924 te Briltil een bolschip bouwen, dat de naam Hoop doet leven kreeg. Lammert Brouwer hield van snel zeilen. Door de wijze van werk verdelen bij afgravingen (wie het eerst komt krijgt de vracht) was dat ook economische noodzaak. Lammert Brouwer deed dan ook graag mee aan de westrijden skûtsjesilen en won ook vaak: onder andere in Burgum (1907), In Earnewâld (1926, 1930 en 1944). Enkele van deze prijzen kwamen in bezit van Tjitte Brouwer.
Van de 15 kinderen was Tjitte de beste zeiler. Vader Lammert had hem meestal aan de fok zitten. Tjitte was fel. Dat ging volgens Klaas Jansma (boek "Hoop doet leven") zo ver dat het leek alsof hij in gesprek was met het doek: "toe fok ! rot fok!". Tot 1936 voer Tjitte mee op het schip van zijn vader. Van 1936 tot 1940 was hij werkzaam in de baggerwerken. In 1940 trouwde hij met Tjitske Boorsma (1918-2001) uit Earnewâld. In 1941 kocht hij het zeilschip Hoop doet leven van zijn vader. In 1947 kocht Tjitte Brouwer zijn eerste motorschip. Hij vervoerde er zand mee voor de gemeente Wymbritseradiel en voor Van der Veen te Bakhuizen. In 1971 gingen ze - wegens rheumatiek van vrouw Tjitske - aan de wal wonen, in Woudsend. Tjitte Brouwer ging varen voor Klaas van der Meulen.
Tjitte Brouwer deed graag mee aan zeilwedstrijden. Eerst als fokkenist bij zijn vader. Later was hij ook fokkenist op andere skûtsjes (Langweer en Grou). Eerste plaatsen werden behaald in 1956 en 1957 (onder schipper Berend Mink) en in 1958, 1959, 1960, 1961, 1962 (onder schipper Ulbe Zwaga, zwager van Tjitte). Van 1968 tot 1985 was Tjitte Brouwer schipper op het skûtsje Gerben van Manen van Heerenveen. Hij was de opvolger van Siep van Terwisga. Tjitte Brouwer werd kampioen in 1968, 1974, 1975, 1976, 1977 en in 1981. In het vleugelklassement (over alle officiële SKS-wedstrijden) staat hij op de vierde plaats (50 maal eerste, 24 maal tweede n 15 maal derde). Ulbe Zwaga staat in het vleugelklassement op nr. 1. In 1985 nam Tjitte Brouwer afscheid als schipper. Hij werd opgevolgd door Tjitte Sietsesz. Brouwer. Bij zijn afscheid op 24 aug. 1985 werd Tjitte Brouwer benoemd tot erelid van de SKS (gouden speld) en tot lid (zilver) in de orde van Oranje-Nassau. Zijn prijzen, plakboeken en fotoboeken werden door Brouwers weduwe Tjitske Brouwer-Boorsma (overleden 7 mei 2001) gelegateerd aan het Fries Scheepvaart Museum.
TitelFrits Klein - schilderij met voorstelling van het skûtsje Gerben van Manen.
VervaardigerKlein, Frits
Trefwoordenskûtsjes, Heerenveen, planten en bloemen, skûtsjesilen, Heerenveen, Brouwer, Tjitte Lammertsz.
Objectnummer2001-292
Periode van1985
Periode tot1985
BeschrijvingSchilderij. Acryl op doek. Ingelijst. Voorstelling van het skûtsje Gerben van Manen (zeilteken H). Het skûtsje zeilt aan de wind, met de zeilen over bakboord, op wijd water. De zeilen: witte fok en bruin grootzeil. Linksvoor een rietkraag. rechtsachter een dorpssilhouet.
AchtergrondinformatieHet schilderij is afkomstig uit de prijzencollectie van Tjitte Lammertsz. Brouwer (1916-1993), die van 1968 tot 1985 schipper was op het skûtsje Gerben van Manen van Heerenveen., Tjitte Lammertsz. Brouwer. Geboren Leeuwarden 20 okt. 1916, overleden Woudsend 5 jan. 1993.
Zoon van Lammert Brouwer (1875-1954) en Jikke Dam. Hij had 14 broers en zusters. Vader Lammert was schipper op een skûtsje, actief in het vervoer van modder en zand. Hij liet in 1924 te Briltil een bolschip bouwen, dat de naam Hoop doet leven kreeg. Lammert Brouwer hield van snel zeilen. Door de wijze van werk verdelen bij afgravingen (wie het eerst komt krijgt de vracht) was dat ook economische noodzaak. Lammert Brouwer deed dan ook graag mee aan de westrijden skûtsjesilen en won ook vaak: onder andere in Burgum (1907), In Earnewâld (1926, 1930 en 1944). Enkele van deze prijzen kwamen in bezit van Tjitte Brouwer.
Van de 15 kinderen was Tjitte de beste zeiler. Vader Lammert had hem meestal aan de fok zitten. Tjitte was fel. Dat ging volgens Klaas Jansma (boek "Hoop doet leven") zo ver dat het leek alsof hij in gesprek was met het doek: "toe fok ! rot fok!". Tot 1936 voer Tjitte mee op het schip van zijn vader. Van 1936 tot 1940 was hij werkzaam in de baggerwerken. In 1940 trouwde hij met Tjitske Boorsma (1918-2001) uit Earnewâld. In 1941 kocht hij het zeilschip Hoop doet leven van zijn vader. In 1947 kocht Tjitte Brouwer zijn eerste motorschip. Hij vervoerde er zand mee voor de gemeente Wymbritseradiel en voor Van der Veen te Bakhuizen. In 1971 gingen ze - wegens rheumatiek van vrouw Tjitske - aan de wal wonen, in Woudsend. Tjitte Brouwer ging varen voor Klaas van der Meulen.
Tjitte Brouwer deed graag mee aan zeilwedstrijden. Eerst als fokkenist bij zijn vader. Later was hij ook fokkenist op andere skûtsjes (Langweer en Grou). Eerste plaatsen werden behaald in 1956 en 1957 (onder schipper Berend Mink) en in 1958, 1959, 1960, 1961, 1962 (onder schipper Ulbe Zwaga, zwager van Tjitte). Van 1968 tot 1985 was Tjitte Brouwer schipper op het skûtsje Gerben van Manen van Heerenveen. Hij was de opvolger van Siep van Terwisga. Tjitte Brouwer werd kampioen in 1968, 1974, 1975, 1976, 1977 en in 1981. In het vleugelklassement (over alle officiële SKS-wedstrijden) staat hij op de vierde plaats (50 maal eerste, 24 maal tweede n 15 maal derde). Ulbe Zwaga staat in het vleugelklassement op nr. 1. In 1985 nam Tjitte Brouwer afscheid als schipper. Hij werd opgevolgd door Tjitte Sietsesz. Brouwer. Bij zijn afscheid op 24 aug. 1985 werd Tjitte Brouwer benoemd tot erelid van de SKS (gouden speld) en tot lid (zilver) in de orde van Oranje-Nassau. Zijn prijzen, plakboeken en fotoboeken werden door Brouwers weduwe Tjitske Brouwer-Boorsma (overleden 7 mei 2001) gelegateerd aan het Fries Scheepvaart Museum.
BeschrijvingCentsprent. Drukwerk. Titel: "Het nieuw vermakleijk Spel, genaam Doggersbank". Bord met in het midden de admiraalschepen Admriaal de Ruiter en The Foritude. Daar om heen in veertien vakjes de andere veertien Nederlandse en Engelse oorlogsschepen die een rol speelden in de slag bij de Doggersbank. Onder de afbeelding de spelregels.
AchtergrondinformatieDe familie Bootsma oefende van 1763 tot 1994 het boerenbedrijf uit op de boerderij Haubois te Loënga. De boerderij dankt zijn naam aan Cornelis Haubois, burgemeester van Sneek, die het buiten dat op de plaats van de boerderij stond, in bezit had. In 1760 verkocht Jhr. Tjallingh Edo Roorda van Sixma het buiten aan Ymte Johannes Bangma. In 1763 liet deze de boerderij bewonen door zijn dochter Sibbeltje Bangma (1734-1809) en haar man Johannes Theunis Bootsma (1726-1781). Hij was de eerste Bootsma op Haubois. Hun zoon Imte Johannes Bootsma (1771-1839) was de opvolger. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (1796-1864). Zij hadden vier zonen: Johannes, Jentje, Theunis en Rintje. De laatste, Rintje Ymtes Bootsma (1825-1891) was de derde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1871) met Janke Wietses Walinga (1839-1915). Zij hadden drie zonen: Ymte, Wytse en Jentje. De laatste, Jentje Rintjes Bootsma (1880-1961) was de vierde Bootsma op Haubois. Hij trouwde (1907) met Grietje Heeringa (1877-1957). Jentje Bootsma begon in 1910 met het fokken van Stamboekvee. In 1916 was zijn hele veestapel ingeschreven in het Fries Rundvee Stamboek. Sindsdien stond het vee van Bootsma hoog aangeschreven bij veefokkers. Jentje Bootsma en Grietje Heeringa hadden drie kinderen: Janke (1913-1913), Rintje (1915-1994) en Ymte (1918-1991). De beide broers namen de boerderij van hun vader over: de vijfde generatie Bootsma's op Haubois. Ymte bleef ongehuwd. Rintje trouwde met Jantje Hoekstra (1923-2001). Zij hadden geen kinderen. Na de dood van Rintje in 1994 werd Haubois door zijn weduwe verlaten. Zij liet een deel van het familiebezit na aan het museum.
BeschrijvingKwartetspel in kartonnen doosje. 36 kaarten met plaatjes en opschriften inzake de scheepvaart en scheepsverzekering in Groningen en omgeving.
BeschrijvingPlaat van Makkumer aardewerk. Gecontourneerde en geprofileerde rand. Beschilderd in blauw op wit. De rand is gemarmerd. Voorstelling van een scheepswerf bij een stad (waarschijnlijk Zaandam). Rechts een koopvaardijschip in aanbouw op een helling. rimmerlieden zijn bezig met de bouw er van. Links een driemast bootschip. Op de achtergrond woningen en een kerk. Onder de voorstelling een gemarmerd cartouche met kader van acanthus.
AchtergrondinformatieDe beschildering is gemaakt door W. ten Zweege te Makkum. Voorbeeld is een gravure van Sieuwert van der Meulen: nummer 33 uit de serie "Scheepsbouw" met als titel "Het schip word aan alle kanten opgetimmerd". De situering van de werf is waarschijnlijk in Zaandam.
Willem Jacobus ten Zweege (1831-1896) woonde en werkte zijn hele leven in Makkum. In 1848 kwam hij als leerling-schilder op de gleibakkerij van Tichelaar, waar zijn vader juit eerste schilder was geworden. Na diens overlijdne in 1869 volgde Willem zijn vader op. Tot zijn overlijden in 1896 heeft hij het aanzien van het product van de fabriek bepaald en tezamen met de ondernemende en vernieuwend Jan Tichelaar een belangrijke bijdrage geleverd aan het voortbestaan van het bedrijf. . Willem ten Zweege heeft een omvangrijk oeuvre. Hij kon in verschillende stijlen werken. Vaak werkte hij grof en vlot (kleingoed en spreukschotels). maar speciale opdrachten werden fijner beschilderd, in het bijzonder werken naar 18de-eeuwse voorbeelden. Van 1870 tot 1890 schilderde hij circa 4500 platen, waarvan er 109 zijn teruggevonden., literatuur:
- Pieter Jan Tichelaar en Casper Polder, Gebakken schilderijn, Friese Keramische platen 1870-1930 (Leiden 1998), pp 53 en 99.
- P.J. Tichelaar, Fries Aardewerk. Tichelaar Makkum 1700-1876, deel III, (Leiden 2004), p. 197-205.
- P.J. Tichelaar, Fries Aardewerk. Tichelaar Makkum 1868-1963, deel IV, (Leiden 2004), p. 180-183.
TitelPoster met voorstelling van zeilschepen. Reclame van zeilmaker M.F. de Vries te Lemmer.
VervaardigerGroot, J. de
Trefwoordenboeiers, botters, schokkers, hoogaarzen, tjotters, zeilschouwen, skûtsjes, Lemsteraken, zeilmakerijen, Lemmer, Vries, M.F. de
ObjectnummerE-335
Periode van1975
Periode tot1990
BeschrijvingPoster. Drukwerk in de kleuren zwart en bruin. Voorstellingen van diverse klassieke zeilschepen: botter, schokker, tjotter, hoogaars, boeier, Lemsteraak en skûtsje. Voorts diverse scheepsonderdelen. Beneden in een kader van touwwerk het opschrift "M.F. de Vries B.V. / Zeilmakers sind 1830 / Vuurtorenweg 1 / telefoon 05146-2015 / Lemmer - Holland".
TitelW.J. Dijk - Ets met afbeeling van een voor de wind zeilende tjalk.
VervaardigerDijk, Willem Jans
Trefwoordentjalken, bakens
Objectnummer2002-072
Periode van1910
Periode tot1940
BeschrijvingEts. Gezicht op een voor de wind zeilende tjalk. De tjalk vaart in wijd water van de beschouwer af. Links een baken. De ets is ingelijst.
AchtergrondinformatieWillem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
TitelW.J. Dijk - Aquarel met afbeeling van een voor de wind zeilende tjalk.
VervaardigerDijk, Willem Jans
Trefwoordentjalken
Objectnummer2002-073
Periode van1910
Periode tot1940
BeschrijvingAquarel. Gezicht op een voor de wind zeilende tjalk. De tjalk vaart in wijd water naar de beschouwer toe. De aquarel is ingelijst.
AchtergrondinformatieWillem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
TitelJacob Spin - Gouache. Scheepsportret van de brik Luitenant Admiraal Tjerk Hiddes.
VervaardigerSpin, Jacob
Trefwoordenbrikken, loodsboten, schoeners, Harlingen, zeelieden, Parma, O.S.
Objectnummer2002-417
Periode van1858
Periode tot1858
BeschrijvingGouache. Scheepsportret van de tweemastbrik Luitenant Admiraal Tjerk Hiddes. Centraal de brik, onder vol tuig naar rechts zeilend, met de zeilen over stuurboord. In de top van de fokkemast de verzekeringsvlag met het nummer H20 en in de top van de grote mast de naamwimpel met het opschrift "Lt.Adm. Tjerk Hiddes". Aan de achterkant van de gaffel van de grote mast een rood-wit-blauwe vlag. Rechts de schoener Caspar de Robles en links de loodsboot TEXEL No. 3. Onder de voorstelling het opschrift " Lt. Adm. Tjerk Hiddes Kapt. O.S. Parma 1857".
AchtergrondinformatieKapitein Oepke Sikkes Parma was lid van het College Zeemans Voorzorg te Harlingen. Hij had de collegevlag met nummer 20. Van 1850-1856 was hij kapitein van de tweemastschoener Caspar de Robles (rechts op het schilderij afgebeeld). Het schip is in 1851 te Harlingen gebouwd. Reder was Zeilmaker & Co. te Harlingen. In 1856 werd het schip verkocht aan J. van Slooten te Harlingen en in 1876 is het in het ijs gezonken bij Cross Island.
Van 1857-1864 voer Oepke Sikkes Parma als kapitein op de brik Luitenant Admiraal Tjerk Hiddes, het schip dat centraal op het schilderij is afgebeeld. Ook nu was de reder Zeilmaker & Co te Harlingen. Het schip is gebouwd in 1857 gebouwd te Medemblik. Het schip is in 1866 verkocht aan K. Drijver (nieuwe naam: Henriëtte& Cornelia).
Van 1867 tot 1871 was Parma kapitein van de brik Hester (ex Hollander, ex-Aboeona). Deze brik was in 1848 te Delfshaven gebouwd. De vorige schepen van Parma waren nieuw gebouwde schepen.
Jacob Spin. Geboren Amsterdam 24 april 1806, overleden Amsterdam 3 juni 1875. Aquarelleerde en tekende meestal afbeeldingen van zeeschepen, zeer nauwkeurig afgewerkt. Volgens opgave van het bevolkingsregister te Amsterdam kunstschilder van beroep. Volgens overlevering zou hij een oud-zeeman zijn geweest, die met zijn vlet naar de binnenkomende schepen roeide, om dan de kapitein voor te stellen zijn schip op een schilderij af te laten beelden. De kapitein had dan maar te zeggen hoe hij zijn schip voorgesteld wenste te zien, zeilend bij de wind, voor de wind, bij mooi weer of stormweer, op de Noorzee of op de oceaan, enz., literatuur:
- B. Oosterwijk, Wind in de zeilen, Scheepstekenaar Jacob Spin (Rotterdam 2005)
- S. Parma, Harlinger Koopvaardijkapiteins en Harlinger reders uit de tweede helft van de negentiende eeuw (Hilversum 1999)
- S. Parma, Her College Zeemans-Voorzorg, opgericht 1 juli 1851 te Harlinge (Hilversum)
- G.N. Bouma, Lijst van Nederlandse oopvaardijschepenn 1820-1900 (Hoorn, 1998)
TitelSchetsboek met 18 tekeningen van Nederlandse oorlogsschepen.
VervaardigerTeijssen
Trefwoordenoorlogsschepen
Objectnummer2003-089
Periode van1796
Periode tot1796
BeschrijvingSchetsboek met achttien tekeningen. De tekeningen zijn opgezet in inkt en ingekleurd met waterverf. Zeventien tekeningen lijken op elkaar. Het zijn scheepsportretten van één of twee oorlogsschepen, die uitbundig zijn gepavoiseerd. De laatte tekening wijkt af: een havengezicht met meerdere schepen. Op sommige tekeningen zijn de namen van de schepen te lezen: Zeegen Koetse, Zeeland, Stad en Lande, Republiek, Batavier, Vryheid, Gelderlande, Houtvester, Hollander, Beschermer, D'Oranieleeuw, Eendragt, Nationale Lint, De Gedenkpenning. De vlaggen zijn van de BAtaafse Republiek: Hollandse leeuw, pijlenbundels, Hollandse maagd in tuin,
AchtergrondinformatieDe identiteit van de tekenaar is niet bekend. Waarschijnlijk zijn de tekeningen gebaseerd op een serie prenten van Nederlandse oorlogsschepen. De verkoper heeft de tekeningen gekocht uit een boedel in Den Haag. De datering 1796 valt in de periode van de Bataafse Republiek. De Bataafse Republiek was de officiële naam voor de Republiek der Verenigde Nederlanden na het vertrek van stadhouder Prins Willem V van Oranje-Nassau in 1795 naar Engeland tot aan de benoeming van Lodewijk Napoleon tot koning in 1806. De Bataafse Republiek sloot in 1796 een offensief en defensief verbond met Frankrijk en kwam in feite onder protectoraat van dit land. Dat verklaart waarom op sommige schepen ook Franse vlaggen zijn te zien.
TitelOene Romkes de Jongh - schilderij met voorstelling van het Sloterdijckhuis te Makkum.
VervaardigerJongh, Oene Romkes de
Trefwoordenschaatsers, tjalken, Makkum
Objectnummer2003-115
Periode van1850
Periode tot1884
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Winters dorpsgezicht. Centraal het zogenaamde Sloterdijckhuis te Makkum. Het huis ligt op de hoek van de Grote Zijlroede en de Krommesloot. Het schilderij is gevat in een goudkleurige, bewerkte lijst met palmetten en lauwertakken.
AchtergrondinformatieOene Romkes de Jongh werd geboren op 6 april 1812 te Makkum en is overleden te Amsterdam op 1 juli 1896. Hij werkte in Amsterdam en Nieuwer Amstel. Hij schilderde stadsgezichten, waaronder te Amsterdam, meestal in de winter. Hij heeft ook een enkel landschap geschilded. Nam werk van A. Eversen en C. Springer tot voorbeeld. Volgens Scheen schilderde hij in een slechte kopietrant.
Het Sloterdijckhuis lag op de hoek van de Grote Zijlroede en de Krommesloot te Makkum. Het huis is gebouwd door de familie Sloterdijck. Simon Sloterdijck stichtte in 1768 te Makkum een glasblazerij. Hi jis geboren te Makkum op 3 nov. 1738 en overleden te Bolsward op 14 juni 1817. Hij trouwde te Pingjum op 28 nov. 1762 met Magdalena Canter Visscher (1735-1809). Het echtpaar kreeg acht dochters van wie er drie de volwassen leeftijd bereikten.
Het Sloterdijckhuis werd in de negentiende eeuw bewoond door Anne Lieuwes Buma. Hij en zijn vrouw Trijntje Sytzes Ykema kochten in 1800 de papiermolen Het Springend Hart van Jelmer P. Tichelaar te Makkum. Ze woonden toen nog in Workum, maar verhuisden naar Makkum. Anne Lieuwes Buma werd geboren op 27 febr. 1758 te Hommerts. Hij verwierf kapitaal als kapitein van de koopvaardij-galjoot De Vigilante. Zijn vrouw kwam uit een welgestelde familie. Anne Lieuwes Buma stierf op 6 mei 1833 te Makkum. Zijn vrouw stierf op 25 juli 1837. Van hun kinderen en erfgenamen Lieuwe, Sytze, Johannes en Sybertje is vooral Lieuwe bekend geworden. Hij was al op 20-jarige leeftijd doctor in de letteren en wijsbegeerte. Zijn bibliotheek van 30.000 delen klassieken was ver buiten de grenzen beroemd. Het familievermogen werd beheerd door Johannes en Sytze Buma., literatuur:
- O. Gielstra, "De papiermolen Het Springend Hert" in: Ald Nijs nrs. 15/16
- "Genealogie Sloterdijck" in: Nederland's Patriciaat 1993, pp. 475-503
TitelOene Romkes de Jongh - schilderij met voorstelling van het Sloterdijckhuis te Makkum.
VervaardigerJongh, Oene Romkes de
Trefwoordenboatsjes, Makkum
Objectnummer2003-116
Periode van1850
Periode tot1884
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op paneel. Dorpsgezicht. Centraal het zogenaamde Sloterdijckhuis te Makkum. In de vaart voor het huis een boatsje. Rechts een ophaalbrug. De bomen op de oever voor het Sloterdijckhuis zijn kaal. Het schilderij is gevat in een goudkleurige, geprofileerde lijst.
AchtergrondinformatieOene Romkes de Jongh werd geboren op 6 april 1812 te Makkum en is overleden te Amsterdam op 1 juli 1896. Hij werkte in Amsterdam en Nieuwer Amstel. Hij schilderde stadsgezichten, waaronder te Amsterdam, meestal in de winter. Hij heeft ook een enekel landschap geschilded. Nam werk van A. Eversen en C. Springer tot voorbeeld. Volgens Scheen schilderde hij in een slechte kopietrant.
Het Sloterdijckhuis lag op de hoek van de Grote Zijlroede en de Krommesloot te Makkum. Het huis is gebouwd door de familie Sloterdijck. Simon Sloterdijck stichtte in 1768 te Makkum een glasblazerij. Hi jis geboren te Makkum op 3 nov. 1738 en overleden te Bolsward op 14 juni 1817. Hij trouwde te Pingjum op 28 nov. 1762 met Magdalena Canter Visscher (1735-1809). Het echtpaar kreeg acht dochters van wie er drie de volwassen leeftijd bereikten.
Het Sloterdijckhuis werd in de negentiende eeuw bewoond door Anne Lieuwes Buma. Hij en zijn vrouw Trijntje Sytzes Ykema kochten in 1800 de papiermolen Het Springend Hart van Jelmer P. Tichelaar te Makkum. Ze woonden toen nog in Workum, maar verhuisden naar Makkum. Anne Lieuwes Buma werd geboren op 27 febr. 1758 te Hommerts. Hij verwierf kapitaal als kapitein van de koopvaardij-galjoot De Vigilante. Zijn vrouw kwam uit een welgestelde familie. Anne Lieuwes Buma stierf op 6 mei 1833 te Makkum. Zijn vrouw stierf op 25 juli 1837. Van hun kinderen en erfgenamen Lieuwe, Sytze, Johannes en Sybertje is vooral Lieuwe bekend geworden. Hij was al op 20-jarige leeftijd doctor in de letteren en wijsbegeerte. Zijn bibliotheek van 30.000 delen klassieken was ver buiten de grenzen beroemd. Het familievermogen werd beheerd door Johannes en Sytze Buma., literatuur:
- O. Gielstra, "De papiermolen Het Springend Hart" in: Ald Nijs nrs. 15/16
- "Genealogie Sloterdijck" in: Nederland's Patriciaat 1993, pp. 475-503
TitelAquarel met voorstelling van de lark met zeilnummer 84.
VervaardigerBrouwer, Klaas
Trefwoordenlarken, Zwolle, Sneek, Brouwer, A.J.
Objectnummer2003-225
Periode van1948
Periode tot1948
BeschrijvingAquarel met voorstelling van de lark met zeilnummer 84. Waterverf, opgewerkt met wit krijt. Het jacht zeilt van de beschouwer weg. De stuurman en een vrouw zitten op het gangboord. Aan boord Age Brouwer en een onbekende vrouw.
AchtergrondinformatieKlaas Brouwer was amateur-schilder. Hij is geboren te Leeuwarden in 1891 en overleden in 1963. Hij was getrouwd met Hendrikje Muurling uit Sneek (1892-1942), zuster van Willem Muurling sr.. Klaas Brouwer begon zijn ambtelijke loopbaan in Sneek (onder gemeentesecretaris Sikkes), ging vervolgens naar Bolsward, naar Wildervank en eindigde als referendaris te Zwolle. In zijn vrije tijd schilderde hij: aquarellen en olieverf. Klaas Brouwer is de vader van de schenker Age Jan Brouwer, geboren in 1921 te Wildervank.
De aquarel is vervaardigd naar een foto, waarvan het origineel in eigendom is van de schenker.
De Lark 84 was in 1945 van A.J. Brouwer te Zwolle. Daarvoor was het jacht eigendom van A.A. Henon te Grou (1935-1936), van J. Boomsma te Sneek (Trim II, 1941 en 1942). Het jacht duikt voor het laatst op bij de Sneekweek van 1958: Kon Tiki van W. de Jonge in Zutphen. A.J. Brouwer komt voor in meerdere deelnemerslijsten: in 1939 met de lark nummer 46 (Sperwer), in 1942 met de lark 103 (Alouette), in 1945 met de lark 84 (Trim II) en in 1952 met de valk 91 (Oeral Thús).
TitelAquarel met voorstelling van het Fries jacht Frisia.
VervaardigerBrouwer, Klaas
TrefwoordenFriese jachten, Sneek, Dokkum, Lolke
Objectnummer2003-226
Periode van1954
Periode tot1954
BeschrijvingAquarel met voorstelling van het Fries jacht Frisia. Waterverf, opgewerkt met wit krijt. Het jacht zeilt schuin van de beschouwer weg. Aan boord Lolke Dokkum, apotheker te Sneek. Hij heeft een witte baard en een hoed. Aan de voet van de mast zit een tweede, onbekende, man. In de top van de mast de zeilverenigingsvlag van de KZVS (Koninklijk Zeilvereniging Sneek). Op de achtergrond is het dak van de Martinikerk te zien.
AchtergrondinformatieKlaas Brouwer was amateur-schilder. Hij is geboren te Leeuwarden in 1891 en overleden in 1963. Hij was getrouwd met Hendrikje Muurling uit Sneek (1892-1942). Klaas Brouwer begon zijn ambtelijke loopbaan in Sneek (onder gemeentesecretaris Sikkes), ging vervolgens naar Bolsward, naar Wildervank en eindigde als referendaris te Zwolle. In zijn vrije tijd schilderde hij: aquarellen en olieverf. Klaas Brouwer is de vader van de schenker Age Jan Brouwer, geboren in 1921 te Wildervank.
De aquarel is vervaardigd naar een foto, waarvan het origineel in eigendom is van de bruikleengever.
Het Fries jacht Frisia is in 1876 gebouwd door Eeltje Holtrop van der Zee voor L.K. de Vries, boterhandelaar te Grou.In 1902 werd het jacht eigendom van Lolke Dokkum, apotheker te Sneek. In 1908 ging de Frisia weer over in handen van de Grouwster graanhandelaar L.G. Lykles. In 1928 werd het verkocht aan R. Buisman te Zwartsluis. Na diens overlijden in 1961 bleef het schip in Zwartsluis. In 1972 werd het schip verkocht aan T. Klainga te Boskoop. In 1989 werd het Fries jacht Frisia gekocht door A.G. van Son te Makkum.
BeschrijvingTwee staalgravures. Voorstelling van de Hardzeildag te Sneek. Op de voorgrond de oever van de Roekoepolle, waar een orkest een groot aantal dansende mensen begeleidt. Afgemeer een gepavoiseerd beurtschip. Op het water worden zeilwedstrijden voor vrachtschepen gehouden. De gravures zijn op karton geplakt.
AchtergrondinformatieDe prent is origineel afgebeeld in 'De Aarde en haar Volken' uit 1883.
TitelW.J. Dijk, Den Haag - Houtsnede met voorstelling van twee palingaken te Londen.
VervaardigerDijk, Willem Jans
Trefwoordenpalingaken, Thames barges, sleepboten, Londen, Groot Brittannië, Folkestone, palinghandel, Heeg
Objectnummer1976-116
Periode van1910
Periode tot1940
BeschrijvingHoutsnede. Gezicht op twee palingaken in de Theems te Londen, gezien vanaf een van de schepen. Rechts langs de kade bebouwing, havenkranen en afgemeerde zeeschepen. Op de achtergrond de Towerbridge. In de rivier varen twee sleepboten een Thames Barge met spriettuig. Aantekening: "Friesche Palingaken op de Theems".
AchtergrondinformatieWillem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
- Sneeker Nieuwsblad 14 mei 1965 - Leeuwarder Courant 14 feb. 1961
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1965, p. 22
TitelWm. Maas - Gewassen pentekening, gezicht op Birdaard.
VervaardigerMaas, W.
Trefwoordenbeurtschepen, trekarbeid, Burdaard
Objectnummer2004-147
Periode van1809
Periode tot1809
BeschrijvingTekening, pen en gewassen inkt. Gezicht op Birdaard. Op de voorstelling is een trekvaart te zien. Op de voorgrond is nog net een stukje oever weergegeven, waarop een boer loopt (op de rug gezien). Aan de andere oever ligt, centraal in de voorstelling, een beurtscheepje afgemeerd. Het grootzeil is nog net niet gestreken. Bij het scheepje staan twee mannen afgebeeld. Verder staan er enkele huisjes weergegeven en aan de linkerzijde van de voorstelling is een marskramer te zien, die zijn handel op zijn rug draagt. Onder de voorstelling staat: "gezigd birdaard in Vriesland Wm Maas 31-8-1809." De voorstelling is ingekaderd met behulp van een blauw ingekleurde rand.
BeschrijvingDrie vazen. Balustervormig. Vier rechte wande met afgeschuinde hoeken, ook bij hals en bodem. Geen deksels. De vazen zijn beschilderd in de kleuren blauw en wit. Voorstellingen van een man met een staak (pikhaak?), van een zeilschip met spriettuig en twee vrijwel identieke voorstelling van een vrouw met twee kinderen die staat voor een kast met gebruiksaardewerk. Onder de voorstelling van de man het opschrift "Ofke Teunis". De deksel van de vazen ontbraken bij de verwerving. Deze zijn later bijgemaakt.
AchtergrondinformatieDe vazen zijn geveild door Christie's op 1 juli 2004. Ze zijn afkomstig uit de collectie Doodeheefver-Toonen. In de catalogus zijn ze vermeld onder kavelnummer 669. In de beschrijving wordt opgemerkt dat Ofke Teunis schipper te Sneek was. In de quotisatiekohieren van Sneek werd hij aangeduid als "potvader" (potvaarder). Hij woonde in het Marktstraatsterespel. In de speciekohieren kan hij gelokaliseerd worden als wonend op de hoek van het Leeuwenburg (waar in 2004 rest. Van der Wal was). In 1764 of 1765 is hij vertrokken naar Holland. Tien jaar later duikt in de hypotheekboeken van Sneek (RAF - Nedergerecht Sneek, nr. 250, folio 14 verso). Ofke Teunis weer op. Hij leeft dan al niet meer. Zijn weduwe Froukje Durks woont in Woubrugge. Zij is aan Jelle Ruurds, scheepstimmerman te Sneek, 530 caroligulden schuldig, wegens de aankoop van een nieuw kofschilpshol (53 x 12,5 x 4 voeten).
Een schoonzoon van Ofke Teunis, IJsbrand Teekens (1754-1817) was ook potschipper was. Wellicht heeft hij het bedrijf van zijn schoonvader overgenomen.
TitelEgnatius Ydema - Schilderij met voorstelling van twee tjalken bij Grou.
VervaardigerYdema, Egnatius
Trefwoordentjalken, Grou, Vuuren. A.C.A. van
Objectnummer2004-175
Periode van1930
Periode tot1930
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Voorstelling van twee bijna voor de wind zeilend tjalken, beide met zeil en fok over stuurboord. Links op de achtergrond het dorp Grou. Gevat in een vergulde, bewerkte lijst. Op de lijst een zilveren plaatje met inscriptie: "Den Heer A.C.A. van Vuuren. Aangeboden door den Frieschen Bond / 1905 - 28 juni 1930".
AchtergrondinformatieEgnatius Ydema (Oudega (W.) 23 juni 1876 - Voorburg 19 juli 1937). Was aanvankelijk huisschilder, later uitsluitend kunstschilder. Autodidakt met adviezen van W.B. Tholen. Werkte tot 1896 te Sneek. Tot 1925 in Den Haag en daarna voornamelijk te Stompwijk. Ydema schilderde en aquarelleerde voornamelijk waterlandschappen.
Het schilderij is in 1945 door C.E.C.H. van Vuuren-Timmerman gelegateerd aan het Haags Gemeentemuseum. Zij was in 1893 te Den Haag getrouwd met Adrianus Cornelis Anothonie van Vuuren (1865-1932). Van Vuuren was journalist, lid van de gemeenteraad van Den Haag (1911-1932), wethouder in Den Haag (1915-1919) en lid van de Tweede Kamer voor de RKSP (1905-1932).
De Friesche Bond is waarschijnlijk de Bond van Kiesvereenigingen op Christelijk-Historischen Grondslag in de provincie Friesland, die kortweg de Friesche Bond werd genoemd. Deze bond is in 1898 opgericht als politieke tegenhanger tegen Abraham Kuijper en stond onder sterke invloed van ds. Ph. J. Hoedemaker. In 1908 ging de Friesche Bond samen met de Christelijk-Hirstorische Partij op in de CHU. De jaartallen 1905-1930 stemmen echter niet overeen met de geschiedenis van de Friesche Bond., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, p. 24
TitelAnonymus - aquarel met voorstelling van een skûtsjewedstrijd.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenskûtsjes, skûtsjesilen S.K.S., Werf, Dicky van der
Objectnummer2004-218
Periode van1985
Periode tot2000
BeschrijvingAquarel. Voorstelling van een wedstrijd voor skûtsjes.
AchtergrondinformatieDicky van der Werf is geboren in 1917. De vader van Dicky van der Werf was eigenaar van scheepswerf De Tijdgeest te Sneek. Er waren thuis zes broers. Een een oom, die mede-eigenaar van de werf was, had ook nog twee zonen. Voor Dicky van der Werf was geen werk in de scheepsbouw. Tijdens de economische crisis in de jaren dertig van de twintigste eeuw lukte het Dicky van der Werf als loopjongen te worden aangesteld bij Tjerk Wielinga, die een tassenhandel had aan de Wijde Burgstraat te Sneek. Hij deed leveranties en bracht luxe artikelen op zicht (in een mand) die gebracht en gehaald moest worden. Wielinga had geen kinderen. In 1939 wilde hij stoppen met werken. Daarom verkocht hij de zaak aan Dicky van der Werf. Naast zijn werk in de winkel deed Dicky van der Werf veel vrijwilligerswerk in de Sneker Gemeenschap: voor de zeilsport (SZC, KZVS en Sneekweek), voor het Skûtsjesilen (commissie De Sneeker Pan), voor de schaatssport (hij was onder andere rayonhoofd voor de Elfstedentocht), voor de voetbalsport en voor diverse andere activiteiten in Sneek., Literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 11 april 1974, 15 nov. 1956
TitelKleurenlitho voorstellende diverse boeien/tonnen op een kade.
VervaardigerBerserik, Hermanus
Trefwoordenboeien
ObjectnummerG-361
Periode van1979
Periode tot1979
BeschrijvingKleurenlitho voorstellende diverse boeien/tonnen op een kade. Kleuren: geel, rood, oranje, groen en bruin. De litho is genummerd en gesigneerd.
AchtergrondinformatieHermanus (Herman) Berserik werd geboren te Den Haag op 19 juni 1921. Hij woonde en werkte in Den Haag en Rijswijk. Hij maakte reizen naar o.m. Noord-Afrika, Syrië, Libanon. Hij was leerling van de Akademie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, onder leiding van R.J. Draijer, W.J. Rozendaal en W. Schrofer. Hij schilderde en tekende in realistische trant en was niet aan één onderwerp/thema gebonden; figuren, landschappen, stillevens, genrestukken, boten, stadsgezichten etc. Ook maakte hij grafisch werk: etsen, litho's en houtgravures. Verkreeg in 1948 eb 1949 de koninklijke subsidie. Behaalde onder meer 2 Jacob Marisprijzen voor grafiek. Bersetik gaf ook les aan de Akademie voor Beeldende Kunsten en was lid van de Haagse Kunstkring "Pulchri Studio." Hij overleed in 2002.
TitelDirk Piebes Sjollema - Schilderij: landschap met marskramer.
VervaardigerSjollema, Dirk Piebes
Trefwoordenlapkepoepen
Objectnummer2005-028
Periode van1800
Periode tot1840
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Landschap. Centraal een naar rechts afbuigende weg. Links een glooiend landschap met bomen en struiken. Geheel rechts een dode boom met afgebroken takken. Aan de rand van de weg zit in een verhoogde berm een marskramer. Op het tweede plan, rechts van het midden, een wandelend paar. Op de achtergrond een weiland met koeien en een dorp.
AchtergrondinformatieDirk Piebes Sjollema. Geboren Terbandsterschans 6 juli 1760 en gestorven te Heerenveen 23 december 1840. Woonde en werkte in Heerenveen. Schilderde landschappen en zeegezichten. Hij was huisschilder en maakte schilderij uit liefhebberij. Stond bekend als patriot. Hij trouwde op 3 okt. 1799 met Sieuwke Heeres. Hun huwelijk werd niet in de kerk gesloten maat voor het gerecht. Ze woonden aan de Heerenwal 3 te Heerenveen (Nijehaske). In 1823 werd voor vier van zijn kinderen een akte van bekendheid opgemaakt. Waarschijnlijk was Sjollema doopsgezind. Zijn oeuvre bestond voornamelijk uit zeegezichten en scheepsafbeeldingen. Slechts enkele van zijn stukken zijn gesigneerd.
Het schilderij stamt uit de familie van de schilder: Dirk Piebes Sjollema (1760-1840), Jelle Wiegers Ferwerda (1794-1874) en Hiltje Dirks Sjollema (1808-1904), Dirk Jelles Ferwerda (1837-1905) en Martha Wiepkes Walstra (1837-1886), Hiltje Dirks Ferwerda (1859-1948) en Hendrik Jan Volkers (1858-1903), Hendrik VOlkers (1888-?) en Hendrika Dorgelo (?-?), Hiltje Volkers (1913-?) en J.A. ten Wolde (?-?), Henk ten Wolde