BeschrijvingZilveren knottenmandje. Rond van vorm met filigrain versiering en scharnierend hengsel. Op het hengsel een rechthoekig plaatje met de tekst: "D S vd W / 6 Dec 1878."
AchtergrondinformatieSjoerd van der Meulen. Geboren te Lemmer 1833. In 1857 was hij goud- en zilversmid en draadwerker te Sneek. In 1875 was hij werkzaam in Blokzijl en in 1876 te Leeuwarden. In 1880 is hij vertrokken naar Grand Rapids, Michigan, Amerika.
BeschrijvingZilveren suikerlepel. Bak met geschulpte rand. Steel met bak verbonden d.m.v. rattestaart. De steel is deels voorzien van een gegoten decoratie, deels getordeerd. Steelbekroning: Waterpoort Sneek
TitelJ.D. Wierstra, etagèrezilver, zilveren boerderij met toebehoren.
VervaardigerWierstra, Jouke Durks
Trefwoordenboerderijen, molens
Objectnummer2006-016
Periode van1902
Periode tot1902
BeschrijvingJ.D. Wierstra, etagèrezilver, zilveren boerderij met toebehoren. Voorstelling van een erf omringd door sloten met centraal een stelpboerderij met op de voorgevel het jaartal 1827. Linksvoor een vrouw met twee emmers bij een draaibrugje. Daarchter een los bijgebouwtje waarvoor een pomp en een wasplaats boven de sloot. tegen het hoofdgebouw een rek met drie emmers. Linksachter een omheininkje met hok en een molentje. In de achtergevel van het hoofdgebouw twee openslaande deuren met een pad naar een draaibaar (los) hek. naast het pad een buitentoilet en een plankier naar een composthoop (?). Tegen de rechter zijgevel van het hoofdgebouw een kippentrap en in het dakschild een schoorsteen. Voor en achter een ulebord.
Los bijgevoegd zijn een konijnenhok, een etensbak met drie varkens, een emmer, een hondenhok en een hokje.
AchtergrondinformatieJouke Durks Wierstra, geb. Sneek 1852, 1880 reparateur en winkelier ald. Vanaf 1889 vergunning voor een goud- en zilversmederij in de Galigastraat. (SN 26-06-1889). Zijn vrouw F. Wierstra-v.d. Veen had een hoedenzaak in de Galigastraat. (SN 16-04-1892)
de nrs e t/m g zijn te klein om te nummeren.
BeschrijvingZilveren dienblaadje voor een cabaretset. Vierkant, randen ajour gezaagd en tweezijdig gegraveerd met bladmotieven, met parelrand. Pootjes ajour gezaagd en eenzijdig gegraveerd met bladmotieven. Voorzien van veel in Sneek voorkomende serie valse merken.
AchtergrondinformatieJan Schijfsma Sneek 27-02-1820 - Sneek 19-04-1908, meester zilversmid 1844-1898. Hij was het eerste kind en zoon van zilversmidsknecht Johannes Jans Schijfsma en Anna Sophia Kresner. Jan trouwde op 5 mei 1844 op 24 jarige leeftijd in Sneek met de 25 jarige Akke Douwes de Jager, ook geboren in Sneek en dochter van schipper Douwe Douwes de Jager en Anthonia Everts Vlink. Ze woonden in Woudsend, toen Akke begin februari beviel van een levenloos zoontje en in het kraambed overleed. Jan had zich in 1844 als goud- en zilversmid en winkelier in Woudsend gevestigd, weg bij de concurrentie in Sneek. Hij merkte met het meesterteken JS 160 in vierkant of rechthoek. Uit zijn Woudsend-periode is (nog) geen werk bekend. Vanaf 1854 woonde en werkte Jan weer in Sneek (Kleinzand 58). Jan trouwde opnieuw op 17 maart 1850 in Sneek op 30 jarige leeftijd met de 23 jarige Alida Magdalena (Daatje) Burghgraef, geboren in Sneek en dochter van bierbrouwer Wilco Jacob Burghgraef en Rinske Jelmers Tichelaar. Zijn tweede vrouw overleed begin 1882, kinderloos. Op 18 oktober 1882 trouwde hij voor een derde maal met de 33 jarige Elisabeth (Bet) Vrolijk. Ook zij kregen samen geen kinderen. Jan heeft na zijn beroepsbeëindiging nog 10 jaar geleefd; hij overleed op 19 april 1908 op 88 jarige leeftijd in Sneek en werd daar begraven.
Door armoede gedreven maakte Jan replica's van 18e eeuws zilver met nagemaakte merken. Deze praktijken werden met de zaak in 1898 overgedragen aan zijn meesterknecht Pier van der Woude. Na diens overlijden in 1917 is een groot deel van de werkplaatsinventaris, die grotendeels nog van Jan Schijfma afkomstig was, overgedragen aan het Fries Museum., literatuur:
- Wim Besemer, Schijfsma, een zilversmedenfamilie in Sneek 1838 - 1946, (Sneek 2002).
TitelT.S. Reitsma (fa. Gebr. Reitsma), Sneek - zilveren priesterschaal afkomstig van de Joodse Gemeente Leeuwarden.
VervaardigerReitsma, Tjitte Stevens
Trefwoordenjodendom, synagogen, Leeuwarden
Objectnummer2006-084
Periode van1871
Periode tot1871
BeschrijvingZilveren priesterschaal. Glad zilver. Rond van vorm. Geprofileerde rand.
AchtergrondinformatieTjitte Stevens Reitsma. Geboren te Lemmer 1 aug. 1821. Zoon van Steven Tjittes Reitsma, zilversmid te Lemmer en Sneek. Trouwde met Froukje Posthumus. Overleden te Sneek op 24 aug. 1904. Had een zilversmederij in Sneek van 1859-1892. De meestertekens 9150 en 9151 worden door Koonings geplaatst bij S.F. Reitsma te Heerenveen. In de genealogie Reitsma komt geen S.F. Reitsma voor. Wel slaat bij Tjitte Stevens de zilversmederij bij de Reitsma's een generatie over. Daarom zullen de merken 9150 en 9150 wel door Tjitte Stevens gebruikt zijn. Hij was werkzaam in Sneek aan de Lemmerweg.
In de synagoge wordt op feestdagen de priesterlijke zegen uitgesproken door de Kohanien (nakomelingen van de hogepriester Aron). Daartoe laten zij eerst door de Levieten (nakomelingen van Levie, één van de zonen van Jacob) hun handen wassen met behulp van de priesterkan en –schaal. Zo wordt de status van rituele reinheid benadrukt. De bijbehorende priesterkan is nr. 2006-085., De priesterschaal is samen met de bijbehorende priesterkan en een zilveren havdalaschaal in bruikleen gegeven door het Joods Historisch Museum te Amsterdam (2006-085 en 2006-086)
TitelT.S. Reitsma (fa. Gebr. Reitsma), Sneek - zilveren priesterkan afkomstig van de Joodse Gemeenschap Leeuwarden.
VervaardigerReitsma, Tjitte Stevens
Trefwoordenjodendom, synagogen, Sneek
Objectnummer2006-085
Periode van1871
Periode tot1871
BeschrijvingPriesterkan. De kan heeft een gegoten oor en een flapdeksel, versierd met drie druiventrossen. Op de buik een inscripte in het Hebreeuws (transcriptie): Chronogram Num. 6-23 (=5631=1871) / "Geschenk van / Dina Steijer / dochter van bestuurder Jonathan Drielsma / ter nagedachtenis aan haar man en haar ouders / aan de gemeente Leeuwarden". Boven de inscriptie twee gespreide handen.
AchtergrondinformatieTjitte Stevens Reitsma. Geboren te Lemmer 1 aug. 1821. Zoon van Steven Tjittes Reitsma, zilversmid te Lemmer en Sneek. Trouwde met Froukje Posthumus. Overleden te Sneek op 24 aug. 1904. Had een zilversmederij in Sneek van 1859-1892. De meestertekens 9150 en 9151 worden door Koonings geplaatst bij S.F. Reitsma te Heerenveen. In de genealogie Reitsma komt geen S.F. Reitsma voor. Wel slaat bij Tjitte Stevens de zilversmederij bij de Reitsma's een generatie over. Daarom zullen de merken 9150 en 9150 wel door Tjitte Stevens gebruikt zijn. Hij was werkzaam in Sneek aan de Lemmerweg.
In de synagoge wordt op feestdagen de priesterlijke zegen uitgesproken door de Kohanien (nakomelingen van de hogepriester Aron). Daartoe laten zij eerst door de Levieten (nakomelingen van Levie, één van de zonen van Jacob) hun handen wassen met behulp van de priesterkan en –schaal. Zo wordt de status van rituele reinheid benadrukt. De bijbehorende priesterschaal is nr. 2006-084., De priesterkan is samen met de bijbehorende priesterschaal en een zilveren havdalaschaal in bruikleen gegeven door het Joods Historisch Museum te Amsterdam (2006-084 en 2006-086)
TitelJ.S. Zwanenburg, Sneek - zilveren havdalaschaal afkomstig uit de Synagoge te Sneek.
VervaardigerZwanenburg, Jan Sjerps
Trefwoordenjodendom, synagogen, Sneek
Objectnummer2006-086
Periode van1880
Periode tot1880
BeschrijvingZilveren havdalaschaal. Ovaal van vorm. Geprofileerde rand. Inscriptie in het hebreeuws (transcriptie): "Herinneringsgeschenk aan de Synagoge in Sneek van mij Jochanan zoon van Chaim Sanders en zijn vrouw Jitsche dochter van Jozef Frijda / op mijn 73ste verjaardag / afdeling Vajechi (Gen 47:28 v.v.) 16 Tevet (5)641 (=18 december 1880)"
AchtergrondinformatieJan Sjerps Zwanenburg. Geboren te Harlingen in 1827. In 1854 goud- en zilversmid te Sneek. In 1900 firmant in de firma J. Zwanenburg & Co. Overleden in 1905. De zaak werd voortgezet door de overgebleven firmant Sybrand Zwanenburg.
De havdalaschaal maakt onderdeel uit van een havdalastel bestaande uit een bord of schaal, kandelaar, beker en kruidenbus, de attributen die benodigd zijn voor de havdala-ceremonie. Het woord havdala betekent letterlijk onderscheid, maar wordt gebruikt voor de ceremonie, waarmee men afscheid neemt van de sjabbat. Daarbij wordt een aantal lofzeggingen uitgesproken. De eerste wordt over een volle beker of een vol glas wijn gezegd, de tweede over de besamiem (de geurige kruiden die de aanwezigen opsnuiven om het prettige gevoel van de sjabbat nog even vast te houden). Daarna volgt de lofzegging: geprezen, U, onze God, Koning van de Wereld, Schepper van de lichtbronnen, bij het licht van een gevlochten havdalakaars. Tenslotte wordt de kaars boven een bord met een scheutje wijn gedoofd.
Onderzoek in het bevolkingsregister leert dat Jochanan in Sneek stond geregistreerd als Jochom (soms ook Joachim) Heiman Sanders. Jitsche is genoteerd als Jikke Frijda. Zij is de derde vrouw van Jochom Sanders. Sanders eerste vrouw (gehuwd Sneek 17 dec. 1834) was Froukje de Groot (waarschijnlijk een dochter van Salomon Izaak de Groot en Judikje Wolf Cohen). Zij baarde drie zonen: Salomon (1836), Heiman, 1840 en Elkan (1848). Froukje stierf in 1850 (34 jaar oud).
Jochom trouwde in (Sneek 10 aug. 1851) tweede echt met Reintje de Groot. Zij was waarschijnlijk een zuster van Froukje. Van haar staat in ieder geval vast dat zij een dochter is van Salomon Izaak de Groot en Judikje Wolf Cohen (woonachtig in Sneek). Reintje kreeg met Jochom twee zonen: Jacob (1852) en Benjamin (1854). Reintje stierf op 24 maart 1854 (22 jaar oud). Nog datzelfde jaar, op 22 okt. 1854, trouwde Jochom Sanders met Jikke Frijda (Sneek 1817-1892). Bij haar kreeg hij nog twee zonen Aron (1856) en Maurits (1859). Jochom Sanders stierf als weduwnaar op 27 mei 1894 te Sneek., De havdalaschaal is samen met een priesterschaal en de daarbij behorende priesterkan in bruikleen gegeven door het Joods Historisch Museum te Amsterdam (2006-084 en 2006-085)
TitelFedde Acronius, Sneek - zilveren lepel met inscriptie 'PVB'.
VervaardigerAcronius, Fedde
Objectnummer2006-087
Periode van1740
Periode tot1788
BeschrijvingZilveren lepel. Bak met dubbel lof aan de steel bevestigd. Op de achterzijde van de steel tweemaal een meesterteken (toegeschreven aan Fedde Acronius 1740-1788), een toetsnaaldafdruk en de inscriptie 'PVB'
AchtergrondinformatieAcronius, Fedde. Werkzaam te Harlingen. Huwelijk te Harlingen in 1767 met Hendrina Winia. Mr. 1741. Overleden 1788.
BeschrijvingReversspeld, verzilverd. Afbeelding van de waterpoort met daarvoor een zeilboot. Boven de voorstelling: 'V.V.V. Sneek'. Onder de voorstelling: Elfmeren zomertocht'.
TitelOnbekende meester - zilveren geboortelepel van Trientje Johannes Heringa.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenHeringa, Trijntje, Bootsma, Boelens, H.
Objectnummer2007-028
Periode van1695
Periode tot1695
BeschrijvingGeboortelepel. Ovale bak. Steel versierd met twee figuren. Dubbel getordeerde steel die wordt bekroond door twee figuren. De steel is met een rattenstaart aan de bak bevestigd. Op de achterzijde van de bak, langs de rand, een inscriptie: "Trientje Johannes Heringa is geboren de 30 April 1695".
AchtergrondinformatieDe steelbekroning bestaat waarschijnlijk uit figuren van Jacob en de Engel bij de rivier de Jabbok. De rivier is niet afgebeeld, maar wel de vleugel van de engel (rechts). Ze vochten een nachtelijk gevecht met elkaar toen Jacob op het punt stond over de rivier Kanaän weer binnen te trekken. Sindsdien liep Jacob mank en werd zijn naam Israël., Het meesterteken staat vermoedelijk bij het puntje van de rattenstaart maar is onleesbaar.
De vererving van de lepel wordt hieronder opgesomd:
- Trijntje (of Trientje) Heringa werd geboren op 30 april 1695 te Raard. Ze was de dochter van Johannes Sybrens Heringa (ontvanger) en een niet genoemde moeder. Trijntje trouwde met Theunis Benedicti Bootzum (later Bootsma) uit Hartwerd (= echtpaar 1).
- Johannnes Teunis, zoon van echtpaar 1, geboren in 1726 trouwde in 1762 met Sibbeltje Ymtes (= echtpaar 2). Ze waren boer te Loënga. Een zuster van Johannes (Willemke Teunis) trouwde in 1745 met Hans Roeloffs Boelens, de stichter van de Hanso Boelens Fundatie.
- Ymte Johannes, zoon van echtpaar 2, geboren in 1770 of 1771, overleden in 1839, nam in 1811 de naam Bootsma aan. Hij trouwde in 1815 met Beitske Jentjes Alberda (= echtpaar 3).
- Johannes Ymtes Bootsma, zoon van echtpaar 3, werd geboren in 1816. Hij trouwde met Jildouw Hettes Jellema (= echtpaar 4).
- Hette Bootsma, zoon van echtpaar 4, werd geboren in 1843. Hij trouwde in 1870 met Mejte Heeringa (= echtpaar 5).
- Trijntje Bootsma, dochter van echtpaar 5, trouwde in 1894 met Taede Hilverda (overleden in 1922) (= echtpaar 6).
- Metje Hilverda, dochter van echtpaar 6, trouwde in 1916 met Sybolt Jaarsma.
- Sytse Hilverda was een broer van Metje Hilverda. Hij trouwde met Sytske Alta.
- Sytske Alta had een zuster Houkje Alta.
- De zoon van Houkje Alta is de schenker van deze lepel.
BeschrijvingZilveren kelk. Conisch van vorm, aan de bovenkant uitzwenkend. Glad zilver. Langs de bovenrand tussen twee sierranden een inscripte: 'Door F.G. Gerken, Ter gedagtenis: Van Cornelis Witteveen Ontvanger Generaal van Lemsterland. Om te blijven int Geslacht: Van dien Naam 1782 / Wanneer de republieq door Inlansche Engelsgezinden In Groot Gevaar Was. Hieronder twee gegraveerde cartouches met daarin een driemaster. Aan één zijde een driemaster met de naam 'Fredrik Hendrik' op de zijde. Het schip is gezien vanaf de achterzijde aan bakboord. Het tweede schip is ondersteboven afgebeeld. Dit schip heeft de naam 'Willem d. 5 de' op de spiegel. Ook dit schip is gezien vanaf de achterzijde aan bakboord. Langs de voet een sierrand.
AchtergrondinformatieCornelis Witteveen was ontvanger in Lemsterland. In de Stads en Dorpskroniek van G.A. Wumkes wordt op 28 april 1788 melding gemaakt van het voorval in Lemmer op 13 september 1787, toen luitenant Albartus Lycklama à Nijeholt samen met Bernardus Jelgerhuis, van het opstandig vrijcorps te Franeker, naar Lemmer optrok en bezette. Vervolgens gingen ze naar Sloten, waar ze de bruggen ophaalden, de poorten sloten en 11 kanonnen vorderden. Deze kanonnen werden naar Lemmer gebracht. Daar vorderden ze op 25 september van ontvanger Witteveen een bedrag van 2.938 car.gulden. Gerken was militair in Sloten en Witteveen was ontvanger te Lemmer. Samen zullen ze benauwde dagen hebben meegemaakt.
De beker rept echter niet van 1787 maar van 1782. Wellicht is dit een vergissing van de graveur. Ook het ondersteboven afgebeelde schip zou kunnen duiden op een mislukt werkstuk van de zilversmid. Dat de beker verwijst naar de woelingen rondom de Patriotten wordt duidelijk door de namen van de schepen (Stadhouder Willem V en Frederik Hendrik) en het noemen van de Engelsgezinden.
BeschrijvingZilveren tabaksdoos. Met scharnierend deksel. Rechthoekig van vorm. Op het deksel is een gegraveerde voorstelling aangebracht. De versiering bestaat o.a. uit een meergezicht met een zeilscheepje, een visser en een boerderij, allen opgebouwd uit min of meer parallelle lijnen. Rondom een golfpatroon. Zijkanten en achterkant zijn versierd met sierlijnen. Aan de binnenzijde van het deksel een inscripte: 'Gysbert Japicx greate namme / haw ik oan myn scipke joon, / In de prys, der elts op flamme, / Fiks mei glans in glorie, woon. / Eern fleag Gysbert mei syn pinne / Op de wieucken fen 't foarstân / Nou oer Frieslâns marren hinne / Broest er, Sylt er as de brân. / Oppe Snitsermar is dizze prys woon / Mei it Jagt Gysbert Japicx den 21 augst. 1844 / trog Doctor E. Halbertsma.'
AchtergrondinformatieDe tabaksdoos werd gewonnen door Dr. Eelt(s)je Halbertsma (Grouw 1797 - 1858). Halbertsma studeerde medicijnen in Leiden en Heidelberg. Na zijn promotie in 1818 was hij korte tijd werkzaam in Purmerend maar van 1820 tot 1853 was hij huisarts in Grouw. In 1823 trouwde hij met de Bolswarder burgemeestersdochter Baukje Livius Fockens. In 1857 verhuisde hij naar Leeuwarden maar toen hij in 1858 ziek werd kwam hij terug naar Grouw waar hij dat jaar stierf. Eeltje Halbertsma schreef gedichten, verhalen en liederen (onder andere de eerste versie van het huidige Friese volkslied: Frysk bloed tsjoch op). Het oeuvre van Eeltje Halbertsma is terug te vinden in het boek Rimen en Teltsjes.
Halbertsma noemde zijn boot Gysbert Japicx naar de beroemde schoolmeester en Fries dichter en schrijver (1603 - 1666). Gysbert Japicx gebruikte de Friese taal voor zijn gedichten. De voornaamste betekenis van Japicx's werk is dat hij voor het eerst sinds het verdwijnen van het Fries als rechts- en bestuurstaal, rond 1580, de taal daarmee weer voor serieus werk gebruikte., Ype Staak Brunings. Geboren te Herwen en Aerdt in 1786. In 1812 koopman in goud- en zilverwerken te Sneek. In 1813 tevens goud- en zilversmid. Voor 1817 verhuisd naar Joure. Daar hield hij het bedrijf tot 1849. Overleden te Joure in 1870. De zaak werd voortgezet door Christiaan Jacob Brunings., Literatuur:
- J.H. Halbertsma, Dr. E. Halbertsma, T.H. Halbertsma, Rimen en Teltsjes, Leeuwarden 1895
- schrijversportret Eeltsje Halbertsma op www.Tresoar.nl
TitelPieter Reinders, Workum - Huwelijksbeker uit 1668 hergebruikt in 1720.
VervaardigerReinders, Pieter
Trefwoordenkievitten, zwanen, huwelijken
Objectnummer2007-127
Periode van1668
Periode tot1668
BeschrijvingHuwelijksbeker met gegraveerde versieringen in de vorm van band- en spitswerk. Boven de voetrand zijn een haan, een zwaan en een kievit gegraveerd. Middenom het vat in (later) handschrift: 'Cornelis Martens En Trijntie Jakobs sijn frou Anno 1720'. Onder de voet, over een oudere onleesbare inscriptie, een omschrift: 'IACOB IACOBS TRIN REVRDTS 1668'. Hierbinnen is een kievit gegraveerd met een korenaar in de snavel. De binnenzijde van de beker is verguld.
AchtergrondinformatiePieter Reinders trouwde in 1642 met Siets Hansedr. Waarschijnlijk werd hij in hetzelfde jaar meester. Deze beker is het enige bekende werk van de zilversmid., literatuur:
- Fries Zilver, catalogus Fries Museum Leeuwarden, 1985
BeschrijvingPronkbeker met gegraveerde versieringen in de vorm van band- en spitswerk waarin drie medaillons met vrouwenfiguren, die resp. een glas, een luit en een bloemtak vasthouden. Onderop de standring is gegraveerd: 'P I D'. Ook is hier een zilvertestspoor te zien.
AchtergrondinformatieHet vroegst bekende werk van deze onbekende Workumer meester stamt uit 1650. Het laatste werk stamt uit 1669., literatuur:
- Fries Zilver, catalogus Fries Museum Leeuwarden, 1985
BeschrijvingTashaak, zilver. Aan de voorzijde versierd met rocailles en een voorstelling van de vlucht van Heilige Familie naar Egypte.
AchtergrondinformatieDe tashaak hoort oorspronkelijk bij de beugeltas van Wietske G. Veldhuis uit 1916 (inv.nr. 2002-080) en zal daarom waarschijnlijk, ondanks het ontbreken van een jaarletter, in 1916 gedateerd kunnen worden., Frederik de Groot Boersma is geboren te Sneek 12 jan. 1870 (zoon van Ale de Groot Boersma en Geertje Lykles) en te Sneek overleden op 17 nov. 1918. Hij was de opvolger van zijn vader Ale de Groot Boersma, zilversmid te Sneek.
Wietske G. Veldhuis was de dochter van Gerben Ruurds Veldhuis en Hinke Atzes Zijlstra. Wietske was getrouwd met Ekke Frankes Atsma. Zij hadden een zoon Ruurd Ekke Atsma. En die had een zoon Ekke Ruurd Atsma.
TitelS. en H. Reitsma, Sneek - zilveren draagteken van de Sneker Schutterij.
VervaardigerReitsma, Steven en Hendrik
Trefwoordenheraldiek, schutterij, Sneek
Objectnummer2008-218
Periode van1892
Periode tot1907
BeschrijvingDraagteken, Gegoten zilver. Stadswapen met kroon aan de onderzijde voorzien van rocailles waarin de letters 'S,S,V'. Achter het wapen twee gekruiste musketten. Het draagteken hangt aan een zwart-geel lintje waaraan een veiligheisspeld met de letters: 'J.N. & Co.', Het geheel is gevat in een deel van een doosje met een fluwelen bodem waarop eveneens rocailles.
AchtergrondinformatieDe letters S.S.V. staan voor Sneker Schutterij Vereniging. Van oorsprong was de schutterij belast met de stadsverdediging maar in de loop der eeuwen kreeg zij een voornamelijk ceremoniële rol. In 1907 werd de schutterij opgeheven en de kapel die vanouds de parades met muziek opluisterde werd een regulier muziekkorps., Het draagteken is voorzien van het meesterteken van Steven en Hendrik Reitsma. Dit teken werd door hen gebruikt in de periode 1892 tot en met 1848.
Steven Reitsma. Geboren te Sneek op 19 dec. 1862 en aldaar overleden op 15 dec. 1948. Hendrik Reitsma. Geboren te Sneek op 4 juli 1870 en te Deventer overleden op 2 mei 1916. Beide zijn het zoons van Tjitte Reitsma (1821-1904) en Froukje Posthumus, en kleinkinderen van zilversmid Steven Tjittes Reitsma uit Lemmer, later Sneek.
TitelWed. Albert Hendriks Kuipers - zilveren prijslepel gewonnen door Jakob de Vries, 1840.
VervaardigerKuipers, Weduwe Albert Hendriks
Trefwoordenvogels, zeilwedstrijden, Gaastmeer, Vries, Jakob de
Objectnummer2009-004
Periode van1838
Periode tot1840
BeschrijvingPrijslepel. Ovale bak. Steel versierd met een zangvogel. Dubbel getordeerde steel die wordt bekroond door een zangvogel. De steel is met een rattenstaart aan de bak bevestigd. Op de achterzijde van de bak, langs de rand, een inscriptie: "Met hardzeilen gewonnen in de Gaastmeer den 3 Oct. 1840 door Jakob de Vries". De jaarletter D op de steel is van het jaar 1838. De steel is enkele malen gerepareerd.
TitelHalffabrikaten uit de zilversmederij van A.M. Sustring: theelepels en gebaksvorken.
VervaardigerSustring, J.Hzn., A.M.
ObjectnummerS-394
Periode van1935
Periode tot1965
BeschrijvingHalffabrikaten en proeven van lepels uit de zilversmederij van A.M. Sustring: één zilveren losse lepelsteel met rattestaart, drie zilveren lepels, één zilveren en één messing vork.
AchtergrondinformatieDe halffabrikaten behoren tot de collectie zilvermidsgereedschap die A.M. Sustring verzamelde. Hij was eigenaar van de zilversmederij Schijfsma te Sneek. Het gereedschap dat daar werd gebruikt door diverse werknemers vormt de kern van deze gereedschapverzameling., Albertus Martein Sustring. Zoon van Josephus Hendrik Sustring en Akke Johannes Ykema. Getrouwd met Grietje Sytsma. In 1939 werd A.M. Sustring J.Hzn. de compagnon van Johannes Schijfsma (de zoon van Johannes Hendrikus, geboren in 1882). In 1942 nam hij de zaak over. De naam van het bedrijf werd: J. Schijfsma zilversmederij n.v. In 1948 verhuisde de zilversmederij van het Grootzand naar het Kleinzand 48.
TitelHalffabrikaten uit de zilversmederij van A.M. Sustring: appliques.
VervaardigerSustring, J.Hzn., A.M.
ObjectnummerS-395
Periode van1935
Periode tot1965
BeschrijvingHalffabrikaten uit de zilversmederij van A.M. Sustring: Appliques van zilver of koper meest opengewerkt in plantenmotieven. Eén exemplaar met het wapen van Friesland en één exemplaar met een oosters landschap.
AchtergrondinformatieDe halffabrikaten behoren tot de collectie zilvermidsgereedschap die A.M. Sustring verzamelde. Hij was eigenaar van de zilversmederij Schijfsma te Sneek. Het gereedschap dat daar werd gebruikt door diverse werknemers vormt de kern van deze gereedschapverzameling., Albertus Martein Sustring. Zoon van Josephus Hendrik Sustring en Akke Johannes Ykema. Getrouwd met Grietje Sytsma. In 1939 werd A.M. Sustring J.Hzn. de compagnon van Johannes Schijfsma (de zoon van Johannes Hendrikus, geboren in 1882). In 1942 nam hij de zaak over. De naam van het bedrijf werd: J. Schijfsma zilversmederij n.v. In 1948 verhuisde de zilversmederij van het Grootzand naar het Kleinzand 48.
TitelHalffabrikaat uit de zilversmederij van A.M. Sustring: wapenschildje.
VervaardigerSustring, J.Hzn., A.M.
ObjectnummerS-397
Periode van1935
Periode tot1965
BeschrijvingHalffabrikaat uit de zilversmederij van A.M. Sustring: Zilveren wapenschildje met afbeelding van een stadsmuur waarin zes torens. Het cshildje is hol gebogen en waarschijnlijk bedoeld om in een lepel gemonteerd te worden.
AchtergrondinformatieHet halffabrikaat behoort tot de collectie zilvermidsgereedschap die A.M. Sustring verzamelde. Hij was eigenaar van de zilversmederij Schijfsma te Sneek. Het gereedschap dat daar werd gebruikt door diverse werknemers vormt de kern van deze gereedschapverzameling., Albertus Martein Sustring. Zoon van Josephus Hendrik Sustring en Akke Johannes Ykema. Getrouwd met Grietje Sytsma. In 1939 werd A.M. Sustring J.Hzn. de compagnon van Johannes Schijfsma (de zoon van Johannes Hendrikus, geboren in 1882). In 1942 nam hij de zaak over. De naam van het bedrijf werd: J. Schijfsma zilversmederij n.v. In 1948 verhuisde de zilversmederij van het Grootzand naar het Kleinzand 48.
TitelHalffabrikaat uit de zilversmederij van A.M. Sustring: zilveren voetplaat.
VervaardigerSustring, J.Hzn., A.M.
ObjectnummerS-398
Periode van1935
Periode tot1965
BeschrijvingHalffabrikaat uit de zilversmederij van A.M. Sustring: Zilveren voetplaat. Rond bolsegment. Bovenop een opstaande ovale rand gesoldeerd, mogelijk voor het bevestigen van een voorwerp op de voet.
AchtergrondinformatieHet halffabrikaat behoort tot de collectie zilvermidsgereedschap die A.M. Sustring verzamelde. Hij was eigenaar van de zilversmederij Schijfsma te Sneek. Het gereedschap dat daar werd gebruikt door diverse werknemers vormt de kern van deze gereedschapverzameling., Albertus Martein Sustring. Zoon van Josephus Hendrik Sustring en Akke Johannes Ykema. Getrouwd met Grietje Sytsma. In 1939 werd A.M. Sustring J.Hzn. de compagnon van Johannes Schijfsma (de zoon van Johannes Hendrikus, geboren in 1882). In 1942 nam hij de zaak over. De naam van het bedrijf werd: J. Schijfsma zilversmederij n.v. In 1948 verhuisde de zilversmederij van het Grootzand naar het Kleinzand 48.
TitelHalffabrikaat uit de zilversmederij van A.M. Sustring: messing ovaal.
VervaardigerSustring, J.Hzn., A.M.
ObjectnummerS-399
Periode van1935
Periode tot1965
BeschrijvingHalffabrikaat uit de zilversmederij van A.M. Sustring: messing strip gebogen tot een ovaal. In het messing is het opschrift '150' gekrast.
AchtergrondinformatieHet halffabrikaat behoort tot de collectie zilvermidsgereedschap die A.M. Sustring verzamelde. Hij was eigenaar van de zilversmederij Schijfsma te Sneek. Het gereedschap dat daar werd gebruikt door diverse werknemers vormt de kern van deze gereedschapverzameling., Albertus Martein Sustring. Zoon van Josephus Hendrik Sustring en Akke Johannes Ykema. Getrouwd met Grietje Sytsma. In 1939 werd A.M. Sustring J.Hzn. de compagnon van Johannes Schijfsma (de zoon van Johannes Hendrikus, geboren in 1882). In 1942 nam hij de zaak over. De naam van het bedrijf werd: J. Schijfsma zilversmederij n.v. In 1948 verhuisde de zilversmederij van het Grootzand naar het Kleinzand 48.
TitelHalffabrikaten uit de zilversmederij van A.M. Sustring: ketting- of armbandschakels.
VervaardigerSustring, J.Hzn., A.M.
ObjectnummerS-396
Periode van1935
Periode tot1965
BeschrijvingHalffabrikaten uit de zilversmederij van A.M. Sustring: Kettingschakels van zilver of koper opengewerkt in plantenmotieven. Rechthoekig met aan de korte zijden bevestigingsmogelijkheden.
AchtergrondinformatieDe halffabrikaten behoren tot de collectie zilvermidsgereedschap die A.M. Sustring verzamelde. Hij was eigenaar van de zilversmederij Schijfsma te Sneek. Het gereedschap dat daar werd gebruikt door diverse werknemers vormt de kern van deze gereedschapverzameling., Albertus Martein Sustring. Zoon van Josephus Hendrik Sustring en Akke Johannes Ykema. Getrouwd met Grietje Sytsma. In 1939 werd A.M. Sustring J.Hzn. de compagnon van Johannes Schijfsma (de zoon van Johannes Hendrikus, geboren in 1882). In 1942 nam hij de zaak over. De naam van het bedrijf werd: J. Schijfsma zilversmederij n.v. In 1948 verhuisde de zilversmederij van het Grootzand naar het Kleinzand 48.
BeschrijvingZilveren avondmaalsbeker, versierd met loof- en bandwerk, waartussen drie gegraveerde cartouches met allegorieën op de Liefde, het Geloof en de Hoop. Boven de cartouches maskerons. Eronder de opschriften: 'Charitas', 'Fides' en Spes. Met gegraveerd opschrift: 'DIT IS DIE KERCKE / BECKER VAN HEM / LUM EN MIERNS'. Langs de voet bladmotief en een kabelrand.
AchtergrondinformatieDeze beker werd in 1991 aangeboden te Delft als werk van de Leeuwarder zilversmid Joost Willems Rijsbeeck (geboren Groningen ca. 1657, meester te Leeuwarden in 1683 - laatst genoemd in 1694). Inmiddels is uit onderzoek van Jan Schipper gebleken dat het gebruikte merk, een cursieve R in staand ovaal, wel zeer lang in gebruik is geweest. Het komt voor op 17e eeuwse lepels maar ook op laat achttiende eeuwse exemplaren. Er is zelfs een negentiende eeuws roomlepeltje bekend met een vergelijkbaar merk. Dit doet vermoeden dat het teken mogelijk is gebruikt om ongemerkte stukken op te waarderen. Nader onderzoek naar het teken en deze beker zal uit moeten wijzen door wie en wanneer zij is vervaardigd., Literatuur:
- Jan Schipper, 'Het posthume oeuvre van Joost Willems Rijsbeeck, over twee pseudo-meestertekens', in: De Stavelij (2007) pp. 51-42