TitelM. Appel - scheepsportret van het kofschip Sara Jacoba.
VervaardigerAppel, M.
Trefwoordenkofschepen, drenkelingen, Greenwich, Carst, Pieter, Sara Jacoba
Objectnummer2005-029
Periode van1829
Periode tot1829
BeschrijvingGouache. Scheepsportret van het kofschip Sara Jacoba in woelige zee. Het kofschip zeilt met gaffelgrootzeil en marszeil over stuurboord, schuin naar de beschouwer toe. In de zee een drenkeling en een overboord geslagen ton. Onder de voorstelling een opschrift: "Het Nederlants Cofschip de Sara Jacoba Van Amsterdam Gefoert door Gapt. Pieter I: Carst met storrens Weer in de Noord See op de oost Punt van Doggersbank op 55 Gr. 50 Mint. Gegiste N:B: en 6 Gr. 5 mint. Lengte Beosten Geenwig. Den 2den Desember 1829". De gouache is gevat in dubbel passepartout en is ingelijst in een gladde houten lijst.
AchtergrondinformatieIn het Nederlands Scheepvaartmuseum is een derde scheepsportret van M. Appel van dit schip met de titel "het vertrek van het Kofschip Sara Jacoba van Elseneur naar Koningsbergen, 8 oktober 1829". Het heeft inventarisnummer S.3974.
De bruikleengeefster is geboren te Harlingen 28 juli 1929. Ze is een dochter van Johannes Barneveld ((1891-1959) en Antje van Zijtveld (1894-1965). Haar grootouders aan vanderszijde waren Cornelia Fenenga (21865-1943) en Rut Barneveld (overleden 1930). Cornelia stamde uit een zeeliedengeslacht. Haar vader Jan Fenenga uit Muiden was stuurman. Hij was getrouwd met een dochter van Klaas Boele de Weerd (1805-1893), die kapitein was in Oude Pekela en zich later in Muiden vestigde. Rond Muiden hebben deze families steeds gewoond., CARST, PIETER JACOBS (gegevens beschikbaar gesteld door S. Parma, Hilversum)
De kaiteinsfamilie Carst was afkomstig van Schiermonnikoog. De geboorte van Pieter Jacobs Carst werd aangegeven op 18 november 1777 te Schiermonnikoog als zoon van Jacob Pieters Carst en Jantje Hendricks Persijn. Hij trouwde op 5 september 1802 te Schiermonnikoog met Trijntje Eltjes Bakker (geboren op 21 april 1782 te Schiermonnikoog als dochter van Eltje Jans Bakker en Tjeetje Ales Remkes. Zij overleed op 18 februari 1858 te Nieuwendam). Pieter overleed te Nieuwendam op 18 februari 1858 te Nieuwendam. (Bron: Schiermonnikoger Geslachten 1989)
P.J.Carst was effectief lid van Zeemanshoop van 1827 t/m 1858 met de vlagnummers 214 (1827 t/m 1836), 132 (1836 t/m 1854) en 37 (1854 t/m 1858). P.J.Carst, adres C.J.Biben, werd met nr. 214 effectief lid van Zeemanshoop per 15 mei 1827 op voorspraak van J.Sipkes Fz. Als schip is in het inschrijfregister vermeld de smak "Medemblik".
In de Algemene Vergaderingen van 08/15 mei 1827 van het college Zeemanshoop werd Pieter Jacobs Carst, oud 49 jaar, afkomstig van Schiermonnikoog, voerend de kof “Vrouw Sara Jacoba”, met als adres bij de heer F. der Kinderen, op voordracht van J. Sipkes Fz, voorgedragen/benoemd als effectief lid. Zijn vlagnummer werd 214.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s):
In de notulen van 19 mei 1846 van de Algemene Vergadering staat het verzoek van kapitein P.J.Carst om een ondersteuning, welke ingaande 01 mei 1846 voorlopig voor 1 jaar wordt toegekend. In de notulen dd 19 mei 1857 staat vermeld een “Brief van kapitein P.J.Carst verzoekende ontslagen te worden van de betaling der contributie, welk verzoek is gewezen van de hand als zijnde strijdig met het Regelement”.
De schepen van de kapitein:
- Vermelding in de Amsterdamsche Almanak voor Koophandel en Zeevaart:
1827-1834: kof “Vrouw Sara Jacoba” van eigenaar F. der Kinderen (vlagnummer 214)
1835: geen opgave van schip
1836-1845: smak “Medemblik” van eigenaar C. Biben (vlagnummer 132)
1846-1853: geen opgave van schip
1854-1858: geen opgave van schip (wel een vlagnummer: 37)
- Bouma, G.N. (1998)vermeldt P.J.Carst als gezagvoerder van/in:
1818: tjalk “Twee Gebroeders”, geen vermelding van bouwgegevens, eigenaar en thuishaven. Het schip werd 1 maal te Harlingen geregistreerd komend met hout van Danzig;
1825-1837: kof “Vrouw Sara Jacoba”, gebouwd in 1806, bouwplaats niet vermeld, 126 ton o.m., varend voor F. der Kinderen te Amsterdam;
1837-1846: smak “Medemblik”, gebouwd in 1825 te Veendam, 60 ton o.m., varend voor C.Biben te Amsterdam. Het schip werd in 1846 geveild in Amsterdam en voer in 1848 voor kapitein/eigenaar J.D.Sibles te Hindeloopen en was herdoopt in “Onderneming”.
- Het Archief van de Waterschout in Amsterdam bevat monsterrollen van de kof “Sara Jacoba” onder kapitein Pieter Jacob Carst van Schiermonnikoog bestemd naar Havre dd 7 september 1825, naar Bordeaux dd 7 december 1825 en de Oostzee dd 7 juni 1824, literatuur:
- Bouma, G.N., 'lijst van Nederlandse Koopvaardijschepen vermeldt' (Hoorn, 1998)
- Parma, S., 'Gealfabetiseerde opsomming van Kapiteinsnamen, scheepsnamen en namen van reders/eigenaren/boekhouders uit de lijst van effectieve leden van het College Zeemanshoop' (Hilversum 1997)
TitelM. Appel - scheepsportret van het kofschip Sara Jacoba.
VervaardigerAppel, M.
Trefwoordenkofschepen, Carst, Pieter
Objectnummer2005-030
Periode van1829
Periode tot1829
BeschrijvingGouache. Scheepsportret van het kofschip Sara Jacoba in woelige zee. Het kofschip zeilt met gaffelgrootzeil en gescheurd marszeil over bakboord, schuin naar de beschouwer toe. In de zee wrakhout en een overboord geslagen sloep. Onder de voorstellingop een opschrift: "Het Nederlantse Cofschip de Sara Jacoba Van Amsterdam Gefoert door Gapt. Pieter I: Carst met storens Weer in de Noord See op de oost Punt van Doggersbank op 55 Gra. 50 Mint. Gegiste N:B: en 6 Gra. 5 mint. Leingte. Den 2den Desember 1829". De gouache is gevat in dubbel passepartout en is ingelijst in een gladde houten lijst.
AchtergrondinformatieIn het Nederlands Scheepvaartmuseum is een derde scheepsportret van M. Appel van dit schip met de titel "het vertrek van het Kofschip Sara Jacoba van Elseneur naar Koningsbergen, 8 oktober 1829". Het heeft inventarisnummer S.3974.
De bruikleengeefster is geboren te Harlingen 28 juli 1929. Ze is een dochter van Johannes Barneveld ((1891-1959) en Antje van Zijtveld (1894-1965). Haar grootouders aan vanderszijde waren Cornelia Fenenga (21865-1943) en Rut Barneveld (overleden 1930). Cornelia stamde uit een zeeliedengeslacht. Haar vader Jan Fenenga uit Muiden was stuurman. Hij was getrouwd met een dochter van Klaas Boele de Weerd (1805-1893), die kapitein was in Oude Pekela en zich later in Muiden vestigde. Rond Muiden hebben deze families steeds gewoond., CARST, PIETER JACOBS (gegevens beschikbaar gesteld door S. Parma, Hilversum)
De kaiteinsfamilie Carst was afkomstig van Schiermonnikoog. De geboorte van Pieter Jacobs Carst werd aangegeven op 18 november 1777 te Schiermonnikoog als zoon van Jacob Pieters Carst en Jantje Hendricks Persijn. Hij trouwde op 5 september 1802 te Schiermonnikoog met Trijntje Eltjes Bakker (geboren op 21 april 1782 te Schiermonnikoog als dochter van Eltje Jans Bakker en Tjeetje Ales Remkes. Zij overleed op 18 februari 1858 te Nieuwendam). Pieter overleed te Nieuwendam op 18 februari 1858 te Nieuwendam. (Bron: Schiermonnikoger Geslachten 1989)
P.J.Carst was effectief lid van Zeemanshoop van 1827 t/m 1858 met de vlagnummers 214 (1827 t/m 1836), 132 (1836 t/m 1854) en 37 (1854 t/m 1858). P.J.Carst, adres C.J.Biben, werd met nr. 214 effectief lid van Zeemanshoop per 15 mei 1827 op voorspraak van J.Sipkes Fz. Als schip is in het inschrijfregister vermeld de smak "Medemblik".
In de Algemene Vergaderingen van 08/15 mei 1827 van het college Zeemanshoop werd Pieter Jacobs Carst, oud 49 jaar, afkomstig van Schiermonnikoog, voerend de kof “Vrouw Sara Jacoba”, met als adres bij de heer F. der Kinderen, op voordracht van J. Sipkes Fz, voorgedragen/benoemd als effectief lid. Zijn vlagnummer werd 214.
Opmerkingen in verband met lidmaatschap Zeemanscollege(s):
In de notulen van 19 mei 1846 van de Algemene Vergadering staat het verzoek van kapitein P.J.Carst om een ondersteuning, welke ingaande 01 mei 1846 voorlopig voor 1 jaar wordt toegekend. In de notulen dd 19 mei 1857 staat vermeld een “Brief van kapitein P.J.Carst verzoekende ontslagen te worden van de betaling der contributie, welk verzoek is gewezen van de hand als zijnde strijdig met het Regelement”.
De schepen van de kapitein:
- Vermelding in de Amsterdamsche Almanak voor Koophandel en Zeevaart:
1827-1834: kof “Vrouw Sara Jacoba” van eigenaar F. der Kinderen (vlagnummer 214)
1835: geen opgave van schip
1836-1845: smak “Medemblik” van eigenaar C. Biben (vlagnummer 132)
1846-1853: geen opgave van schip
1854-1858: geen opgave van schip (wel een vlagnummer: 37)
- Bouma, G.N. (1998)vermeldt P.J.Carst als gezagvoerder van/in:
1818: tjalk “Twee Gebroeders”, geen vermelding van bouwgegevens, eigenaar en thuishaven. Het schip werd 1 maal te Harlingen geregistreerd komend met hout van Danzig;
1825-1837: kof “Vrouw Sara Jacoba”, gebouwd in 1806, bouwplaats niet vermeld, 126 ton o.m., varend voor F. der Kinderen te Amsterdam;
1837-1846: smak “Medemblik”, gebouwd in 1825 te Veendam, 60 ton o.m., varend voor C.Biben te Amsterdam. Het schip werd in 1846 geveild in Amsterdam en voer in 1848 voor kapitein/eigenaar J.D.Sibles te Hindeloopen en was herdoopt in “Onderneming”.
- Het Archief van de Waterschout in Amsterdam bevat monsterrollen van de kof “Sara Jacoba” onder kapitein Pieter Jacob Carst van Schiermonnikoog bestemd naar Havre dd 7 september 1825, naar Bordeaux dd 7 december 1825 en de Oostzee dd 7 juni 1824, literatuur:
- Bouma, G.N., 'lijst van Nederlandse Koopvaardijschepenvermeldt' (Hoorn 1998)
- Parma, S., 'Gealfabetiseerde opsomming van Kapiteinsnamen, scheepsnamen en namen van reders/eigenaren/boekhouders uit de lijst van effectieve leden van het College Zeemanshoop' (Hilversum 1997)
TitelNicolaas Arnoldus van Loon - schoorsteenstuk met voorstelling van een beurtschip en een roeiboot.
VervaardigerLoon, Nicolaas Arnoldus van
Trefwoordenbeurtschepen, roeiboten
Objectnummer2005-001
Periode van1849
Periode tot1849
BeschrijvingSchoorsteenstuk. Olieverf op doek, marouflé op board. Zeegezicht. Havenmond met rechts enkele gebouwen en op de voorgronden palen die uit het water steken. Centraal een beurtschip dat met gaffelgrootzeil en stagfok over stuurboord schuin van de beschouwer wegzeilt. Links op de voorgrond een roieboot met daarin vier roeiers en een stuurman. Op de achtergrond zijn nog andere zeilende schepen te zien. In de lucht twee meeuwen. Het schilderij is gevat in een goudkleurige lijst.
AchtergrondinformatieNicolaas Arnoldus van Loon is geboren te Dokkum op 15 oktober 1823. Hij was een zoon van de Friese scheepsontwerper Folkert Nicolaas van Loon (1775-1840) en Jellina Anna Coulon (1788-1841). Nicolaas is overleden te Dokkum op 12 februari 1863.
Op 13 en 14 juni 1849 vond een verkoping van schilderijen van M.P.D. baron van Sytzama plaats bij H.C. Schelsburg te Leeuwarden. Onder nummer 79 van de catalogus wordt genoemd "Een woelend water, vooraan een schip in hevig branding, in het verschiet ontwaart men meerdere schepen, zeer natuurlijk geschilderd doek, 41 x 54 duim. Op 27 febr. 1882 vond bij J. Swarts te Leeuwarden een verkoping plaats. Onder nummer 1329 van de catalogus wordt genoemd een "Zee met schepen, paneel, zwarte lijst met verg. binnenrand".
Ook in het Noordelijk Scheepvaartmuseum te Groningen is een schilderij van N.A. van Loon met voorstelling van een smakschip (Inv.nr. 2.99.1 - door het NSM toegeschreven aan D.P. Sjollema).
TitelVeertien onderzetter (bierviltjes) met de afbeeldingen van de SKS-skûtsjes.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenskûtsjes, skûtsjesilen S.K.S.
Objectnummer2005-039
Periode van2000
Periode tot2004
BeschrijvingVeertien onderzetter (bierviltjes) met de afbeeldingen van de SKS-skûtsjes. Karton. Op elke onderzetter staat in het midden een afbeelding van een SKS-skûtsje. De individuele skûtsjes zijn te herkennen aan het zeilteken in het grootzeil. De voorstelling is omkaderd door een cirkelvormige gele band, waarin de tekst: "skûtsjesilen / SKS / skûtsjesilen." Onder de afbeelding van het skûtsje staat de plaatsnaam en daaronder, in een banderol, de naam van het schip. Aan de keerzijde van het viltje een reclame-uiting van de bierbrouwer Grolsch.
TitelBlikken koektrommel met een afbeelding van een zeilschip (tweemaster).
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenzeilvaart, tweemasters
Objectnummer2005-150
Periode van1950
Periode tot1975
BeschrijvingBlikken koektrommel met een afbeelding van een zeilschip (tweemaster). De trommel is aan de zijkanten en op het deksel gedecoreerd met bloem- en bladmotieven. Op het deksel is in het midden een uitsparing aangebracht, waarin een afbeelding van een zeilschip is te zien. De decoratie is meerkleurig en in relief.
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Abstractie van door elkaar lopende zeilen (fok, kluiver, grootzeil) en een scheepsromp.
AchtergrondinformatieOlav Cleofas van Overbeek is geboren in 1946 te Amersfoort. Hij volgde de Rietveld Academie in Utrecht. Woont en werkt vanaf circa 1977 in de omgeving van Sneek (Oosthem en Ysbrechtum). Bekend als fijnschilder. In 1979 exposeerde hij in het Fries Scheepvaart Museum, toen nog niet erg bekend. In 2005 exposeerde hij wederom in het museum. Inmiddels worden zijn werken goed verkocht.
TitelIds Wiersma - schilderij met tjotter in het riet.
VervaardigerWiersma, Ids
Trefwoordentjotters
Objectnummer2005-278
Periode van1922
Periode tot1922
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op hardboard. Afbeelding van een Tjotter met gestreken fok, opgedirkte giek en staand grootzeil. De Tjotter ligt half verscholen in een rietkraag. Ter hoogte van het voordek één persoon doende met de fok, aan het roer een tweede persoon met schipperspet. Het schilderij is ingelijst.
AchtergrondinformatieHet schilderij is waarschijnlijk gemaakt na een zeiltocht met de afgebeelde Tjotter. Het woord "Oantinken" bij de signatuur doet vermoeden dat het schilderij als bedankje bedoeld was. Mogelijk betreft het hier de in 1906 door H.M. de Jong uit Heeg gebouwde tjotter Pallieter, destijds eigendom van W. Beekhuis te sneek. Ids Wiersma. Geboren Brantgum 21 juni 1878, overleden Dokkum 24 aug. 1965. Begon als knecht van huisschilders (Brantgum, Wynaldum). Van 1889-1905 bezocht hij in Den Haag de Academie voor Beeldende Kunst. Erna verbleef hij afwisselend in Friesland en Holland. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ging Wiersma op aanraden van ds. G. Horreüs de Haas in Sneek wonen. Gaf daarna twee jaar les in Den Haag en vestigde zich in 1926 in Amsterdam. Hij illustreerde boeken en legde het verdwijnende boerenleven vast in tekeningen. Na de Tweede Wereldoorlog slonk de populariteit van Wiersma. In 1961 verhuisd naar Harlingen en later naar Nieuw Toutenburg in Noordbergum.
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Zeegezicht. Centraal een groot kofschip met volle zeilen halve winds aankoersend op een haven. Aan bakboordzijde van het kofschip is een aakje vastgemaakt. Links op voorgrond een vissersscheepje met gestreken fok. Rechts op voorgrond een beurtscheepje. Achter het kofschip een driemastgaljoot. Op de achtergrond nog een aantal zeilschepen en geheel rechts een stadssilhouet met havenmonding.
AchtergrondinformatieHet schilderij stond in de catalogus van Sotheby's genoteerd als vervaardigd door een navolger van Engel Hoogerheyden (1740-1809) die woonde en werkte in Middelburg. Onder de lijst linksonder een signatuur
TitelHenk Seurs - Schilderij met voorstelling van twee tjalken op wijd water.
VervaardigerSeurs, Henk
Trefwoordentjalken
Objectnummer2005-330
Periode van1910
Periode tot1940
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Voorstelling van twee bijna voor de wind zeilende tjalken, beide met zeil over stuurboord. Rechts een landtong met enkele gebouwen. Links een landtong met baken. Gevat in een vergulde lijst. De schildering is mogelijk ooit groter geweest daar de afbeelding op de zijden en zelfs op de ruw afgesneden omslagen achterop doorloopt.
TitelVeertien kaartspellen met de afbeeldingen van de SKS-skûtsjes.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenskûtsjes, skûtsjesilen S.K.S.
Objectnummer2006-035
Periode van2000
Periode tot2005
BeschrijvingVeertien kaartspellen met de afbeeldingen van de SKS-skûtsjes. Op elk doosje en elke individuele kaart staat een afbeelding van een SKS-skûtsje. De individuele skûtsjes zijn te herkennen aan het zeilteken in het grootzeil. De voorstelling is omkaderd door een cirkelvormige gele band, waarin de tekst: "skûtsjesilen / SKS / skûtsjesilen." Onder de afbeelding van het skûtsje staat de plaatsnaam en daaronder, in een banderol, de naam van het schip. Onder de afbeelding een reclame-uiting van de bierbrouwer Grolsch.
TitelMarten Groenhof - Schilderij met voorstelling van het skûtsje van Woudsend.
VervaardigerGroenhof, Marten
Trefwoordentjalken, skûtsjes, zeilen
Objectnummer2006-060
Periode van1960
Periode tot1980
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Voorstelling van het skûtsje van Woudsend, varend aan de wind op ruim water. Op de achtergrond een tweede skûtsje en een dorp.
AchtergrondinformatieMarten Groenhof (1925-1978) bouwde in 1967 de tjotter Aventûr. Hij zoon van een boer, maar Marten wilde vrijer leven. Hij voer een paar jaar op een modderschip. Toch werd hij uiteindelijk boer aan de Heidenskipsterdyk. In zijn vrije tijd was Groenhof kunstschilder en botenbouwer. In 1950 kocht zijn vriend Bernardus Tjerkstra een oude tjotter. Samen knapten ze het scheepje op. In 1965 verkocht Groenhof de tjotter Friso aan Heit Piersma te Heeg. Vervolgens kwam hij op het idee zelf een tjotter te bouwen. Hij bestudeerde de tjotters van Berend de Jong te Heeg en maakte daarnaar de tjotter Aventûr. Groenhofs vrouw Ittje maakte het snijwerk en broer Pieter Groenhof maakte het roer en de zwaarden., literatuur:
- J. Vermeer, Tjotters en boatsjes (Leeuwarden, 1997), pp. 312-313 en 334-335.
TitelOntwerp van een reclameplaat voor scheepsbouwer O.Wester.
VervaardigerWagenaar, J.
Trefwoordenzeilen, scheepsonderdelen, Wester, O.
Objectnummer2006-122
Periode van1930
Periode tot1960
BeschrijvingOntwerp voor een reclameplaat. Papier, gouache. Centraal een gestileerde afbeelding van drie zeilschepen achter elkaar voor een gele lucht. In de rechter bovenhoek diagonaal "O. Wester". De lucht wordt in een diagonaal patroon steeds transparanter naar de rechter onderhoek. Onder de schepen in geel op een blauwe achtergrond: "Uitrustingen voor / Zeil & Motor / Jachten". Rechtsonder de tekening en in de uiterste rechterbovenhoek zwarte balkjes met "J. Wagenaar" rechts onder het eerste zeil een monogram van de letters J en W.
BeschrijvingAquarel. Gezicht op twee skûtsjes. Gevat in een wissellijst.
AchtergrondinformatieMogelijk de S.K.S.-skûtsjes van Grou en Lemmer.
Geert Bok. Geboren te Offingawier op 22 april 1900 en overleden te Sneek op 30 juli 1998. Amateur aquarellist. Zeer grote productie. Werkte vaak in opdracht en in serie.
BeschrijvingAquarel. Gezicht op een skûtsje. Gevat in een wissellijst.
AchtergrondinformatieGeert Bok. Geboren te Offingawier op 22 april 1900 en overleden te Sneek op 30 juli 1998. Amateur aquarellist. Zeer grote productie. Werkte vaak in opdracht en in serie.
BeschrijvingAquarel. Gezicht op drie skûtsjes. Gevat in een wissellijst.
AchtergrondinformatieGeert Bok. Geboren te Offingawier op 22 april 1900 en overleden te Sneek op 30 juli 1998. Amateur aquarellist. Zeer grote productie. Werkte vaak in opdracht en in serie.
BeschrijvingAquarel. Gezicht op skûtsjes met op de voorgrond het skûtsje van Woudsend. Gevat in een wissellijst.
AchtergrondinformatieGeert Bok. Geboren te Offingawier op 22 april 1900 en overleden te Sneek op 30 juli 1998. Amateur aquarellist. Zeer grote productie. Werkte vaak in opdracht en in serie.
BeschrijvingAquarel. Gezicht op het skûtsje van de Zuidwesthoek. Gevat in een wissellijst.
AchtergrondinformatieGeert Bok. Geboren te Offingawier op 22 april 1900 en overleden te Sneek op 30 juli 1998. Amateur aquarellist. Zeer grote productie. Werkte vaak in opdracht en in serie.
TitelWigerus Vitringa - Zeegezicht met beurt- en vissersschip
VervaardigerVitringa, Wigerus
Trefwoordenbeurtschepen, vissersschepen
Objectnummer2007-001
Periode van1678
Periode tot1710
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Zeegezicht. Zeilschepen in kalm water. Op de voorgrond: links een beurtschip met passagiers (zeilen over stuurboord, schuin van achteren gezien), deels hiervoor een vissersschip waarop men bezig is de netten binnen te halen.(schuin van voren gezien). Voorgrond rechts een stuk oever waarop een staande en een liggende persoon en een hond. Rechts op de horizon een linieschip voor anker.
AchtergrondinformatieWigerus Vitringa. Geboren Leeuwarden 8 okt. 1657, overleden Wirdum 18 jan. 1725. Zoon van Horatius Vitringa, secretaris van het Hof van Friesland en Albertje de Haen. Studeerde rechten aan de academie te Franeker. Promoveerd op 4 juli 1678 op een proefschrift getiteld "De Fideicommissaria hereditatis petitione". Na zijn promotie werd hij advocaat aan het Hof van Friesland. Daarnaast besteedde hij zijn tijd aan de schilderkunst, eerst portretten en later zeestukken. Het vroegst genoemde schilderij stamt uit 1675 en zou een 'binnenhuis met beelden' voorstellen gesigneerd W.C. Vitringa (na de vermelding in een Amsterdamse veilingcatalogus uit 1856 is dit werk niet meer gezien). Zijn vroegste nog bekende schilderijen zijn gedateerd in 1678. Hij verhuisde naar Alkmaar. In 1792 woonde hij daar al (blijkens een processtuk in het GA Alkamaar). Gedurende zijn Alkmaarse periode heeft hij zich niet ingelaten met juridische zaken. Van 1696 tot 1706 was Vitringa lid van het Sint Lucasgilde in Alkmaar. De zeestukken van Vitringa zijn verwant aan die van Backhuizen en in mindere mate aan die van Willem van de Velde de jonge. Karakteristiek zijn de dramatische licht-donker-contrasten, voorgrondfiguren in tegenlich en dreigende wolken. Vitringa maakte vooral olieverfschilderijen (op doek en op paneel), maar ook aquarellen en pentekeningen. Vitringa signeerde met zijn volledige naam (W. Vitringa), met zijn initialen (WV) of alleen met de letter V.
Na 1707 kon Vitringa niet meer schilderen vanwegen een ernstige oogkwaal. In een akte in het protocol van de Alkmaarse notaris Theodorus van Heymenbergh (7 jan. 1708) wordt hij "gewesen Konstschilder" genoemd en dat hij "door indispositie en swacheijt van sijn gesigt niet machtig sijnde syn kost te exerveren en alsoo buijten staet van sijn kost te connen winnen". Hij moet daar om enkele huizen in Leeuwarden laten verkopen. Toch was zijn gezicht niet zo slecht dat hij geen leerlingen kon hebben. In 1720 bijvoorbeeld was Tako Hajo Jelgersma (Harlingen 1701 - Haarlem 1795) leerling bij Vitringa. Hij schilderde aanvankelijk ook schepen. later portretten. Jelgersma maakte ook meerdere portretten van Vitringa. Eén ervan is in koper gegraveerd door Cornelis van Noorde., literatuur:
- P. Bakker, Gezicht op Leeuwarden (Amsterdam 2008) p. 238 en 277: stamboom van Wigerus Vitringa
- Jeroen Giltay en Jan Kelch, Lof der Zeevaart, de Hollandse zeeschilders van de 17de eeuw (Rotterdam, 1996), pp. 315-331
- J. Belonje, "Iets over den Zeeschilder Vitringa" in: Oud Holland 1959, p. 30.
- Robbert Jan van der Maal, "Het Friese geslacht Vitringa" in De nederlandsche Leeuw CX!!, nr. 4-6 (1995) 117-162
TitelSchilderij van een Friese smak bij Roptazijl.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordensmakschepen, beurtschepen, Roptazijl
Objectnummer2007-041
Periode van1800
Periode tot1825
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op paneel. Op de voorgrond links een Friese smak in stuurboord vooraanzicht. Het schip vaart ruime wind met alle zeilen aan de voorste mast gehesen. Rechts op het tweede plan een tjalk-achtig schip met ferrytuig (mogelijk een beurtschip) in bakboord vooraanzicht. Dit schip vaart aan de wind. Op de achtergrond rechts de haven van Roptazijl en links diverse schepen. Het paneel is gevat in een blank gelakte robbellijst.
AchtergrondinformatieHet schilderij is waarschijnlijk gebaseerd op een gravure van Adolf van der Laan uit ca. 1725. Die gravure heeft als onderschrift: 'Een Friesche Smack Nevens Ropsyl van 't Westen'. Bij aankoop zat er een plaatje op de lijst met als opschrift: 'Hollandse School 18e eeuw'.
BeschrijvingSchilderij. Acryl op doek. Zeegezicht. Voorstelling van de reddingboot Insulinde onderweg naar een kustvaarder in nood. Stormachtige zee en donkere lucht. Links op de voorgrond de reddingboot Insulinde in stuurboordaanzicht. Aan boord twee personen in geel oliegoed. Rechts op de achtergrond de kustvaarder in stuurboordaanzicht. Het schilderij is ingelijst.
AchtergrondinformatieChris Penning werd geboren in 1935 in Molkwerum. Hij groeide op in Hindeloopen, waar zijn vader visserman was. Chris Penning koos ook voor een leven op zee. Als 15-jarige jongen monsterde hij al aan op het passagiersschip Oranje. Na zijn militaire dienst kwam Penning terecht in Canada. Hij vond er werk in het Maritime Museum of British Colombia in Victoria. Hij bouwde en restaureerde er scheepsmodellen. Hier leerde hij zichzelf schilderen. Terug in Nederland bleef hij dat doen. Als kenner van de zee en van schepen, weet hij met zijn schilderijen de juiste sfeer te treffen. Chris penning overleed in 2006.
TitelG. de Leeuw - Krijttekening van een vloot regenbogen die een boei ronden.
VervaardigerLeeuw, G. de
Trefwoordenregenboogklasse, Langweer
Objectnummer2007-076
Periode van1925
Periode tot1950
BeschrijvingKrijtttekening. Voorstelling van een vloot regenbogen die een wedstrijdboei ronden. Op de achtergrond het silhouet van een dorp met een rokende fabrieksschoorsteen en een spitse kerktoren. de regenbogen dragen achtereenvolgens het zeilnummer 37, ?, 1, 14, 56, 51, 84 en 82.
AchtergrondinformatieHet dorp op de achtergrond zou langweer kunnen zijn.
De tekening is afkomstig van Pieter Obbo (Bob) Revet (Gouda, 1918 - Sneek 2004) en Berber Coba Revet-Kuipers (Sneek 1922 - Sneek 2007). Zij waren zeer actief in de KZVS (KWS) en de NNWB.
TitelW.J. Dijk - Krijttekening, gezicht op twee tjalken, afgemeerd in Grou.
VervaardigerDijk, Willem Jans
Trefwoordenbinnenvaart, Galamadammen, bruggen
Objectnummer2007-121
Periode van1940
Periode tot1960
BeschrijvingKrijttekening in zwart. Een tjalk passeert de brug bij Galamadammen. Een zeilend binnenschip met de giek hoog opgedirkt de hals gekat en de piekval los passeert de geopende brug bij Galamdammen. Achter het schip een bijbootje. Rechts een wachtende paard en wagen. Aantekening van Dijk: '... jaren Brug in Galamad.'.
AchtergrondinformatieWillem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer.
De schenker Herre Kingma was waarnemer voor de praktijk van dokter Van de Water, die in Duitse krijgsgevangenschap zat. Van de Water was getrouwd met de dochter van Willem Jans Dijk. Herre Kingma woonde ook op Grovestins. Vandaar dat hij veel contact had met Willem Jans Dijk.
Bij deze tekening een los vel karton met een bijschrift van de schenker: 'Waryears 1940-45 / Bridge at Galamadammen (Near Koudum Fr.). During the war the small inland freighters cam into thei own again. There was no gasoline for trucks. After the war tey ran out of wash again and were converted into pleasurecraft or used as houseboat or wrecked. Most of them were already iron ships and not the original wooden. This sketch was made by mr. W.J. Dijk, refugee from The Hague and who later wrote a book at age 84: "De glorie onzere binnenschepen". He was the father of the wife of M.D. in Koudum whom I replaced (Locum tenens) from 1943-1945. H.Kingma M.D. / March 5 1987 / Ottawa'., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
BeschrijvingEts. Afbeelding van laverende tjalken. Centraal een tjalk, schuin van de beschouwer afvarend (van links naar rechts) met de zeilen (grootzeil, fok en kluiver) over stuurboord. Achter het schip een bijbootje. Rechts op de achtergrond een tweede tjalk met gepiekt en gekat grootzeil en gestreken fok. Linksonder met potlood : 'Laveerende tjalk', rechtsonder de signaturen.
AchtergrondinformatieWillem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer.
De schenker Herre Kingma was waarnemer voor de praktijk van dokter Van de Water, die in Duitse krijgsgevangenschap zat. Van de Water was getrouwd met de dochter van Willem Jans Dijk. Herre Kingma woonde ook op Grovestins. Vandaar dat hij veel contact had met Willem Jans Dijk., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
TitelW.J. Dijk - Ets met een geladen tjalk bij Galamadammen.
VervaardigerDijk, Willem Jans
Trefwoordentjalken, Galamadammen
Objectnummer2007-123
Periode van1940
Periode tot1960
BeschrijvingEts. Centraal een geladen tjalk gezien aan stuurboordszijde. Het schip vaart ruime tot voor de wind met een grootzeil en een fok, De kluiverboom is gehesen. Linksonder met potlood : 'Achter het schip de weg naar Gaasterland', links- en rechtsonder en geheel rechtsboven signaturen.
AchtergrondinformatieWillem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer.
De schenker Herre Kingma was waarnemer voor de praktijk van dokter Van de Water, die in Duitse krijgsgevangenschap zat. Van de Water was getrouwd met de dochter van Willem Jans Dijk. Herre Kingma woonde ook op Grovestins. Vandaar dat hij veel contact had met Willem Jans Dijk., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
TitelW.J. Dijk - Aquarel met afbeeling van een voor de wind zeilende klipper.
VervaardigerDijk, Willem Jans
Trefwoordenklippers
Objectnummer2007-125
Periode van1940
Periode tot1960
BeschrijvingAquarel. Gezicht op een voor de wind zeilende klipper. De klipper vaart in stuurboordaanzicht van de beschouwer weg. Het grootzeil is gekat, de fok staat te loevert. Achter het schip een bijbootje. Ver op de achtergrond een ongeïdentificeerd dorpsgezicht.
AchtergrondinformatieWillem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer.
De schenker Herre Kingma was waarnemer voor de praktijk van dokter Van de Water, die in Duitse krijgsgevangenschap zat. Van de Water was getrouwd met de dochter van Willem Jans Dijk. Herre Kingma woonde ook op Grovestins. Vandaar dat hij veel contact had met Willem Jans Dijk., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
BeschrijvingGouache. Scheepsportret van de schoenerbrik Jonkvrou Geertrui. Centraal de brik, onder vol tuig naar rechts zeilend, met de zeilen over bakboord. In de top van de fokkemast de verzekeringsvlag met het nummer A. 670 en in de top van de grote mast de naamwimpel met het opschrift "Jonkvrouw Geertrui". Aan de achterkant van de gaffel van de grote mast een rood-wit-blauwe vlag. Rechts een Nederlandse brik en links een Amerikaanse driemaster en de loodsboot TEXEL No. 2. Op de achtergrond links de vuurtoren van Texel. Onder de voorstelling het opschrift "Jonkvrouw Geertrui. Kapt. N.A. Bouwen. Texel uitgaande.". Ingelijst achter glas.
AchtergrondinformatieJacob Spin. Geboren Amsterdam 24 april 1806, overleden Amsterdam 3 juni 1875. Aquarelleerde en tekende meestal afbeeldingen van zeeschepen, zeer nauwkeurig afgewerkt. Volgens opgave van het bevolkingsregister te Amsterdam kunstschilder van beroep. Volgens overlevering zou hij een oud-zeeman zijn geweest, die met zijn vlet naar de binnenkomende schepen roeide, om dan de kapitein voor te stellen zijn schip op een schilderij af te laten beelden. De kapitein had dan maar te zeggen hoe hij zijn schip voorgesteld wenste te zien, zeilend bij de wind, voor de wind, bij mooi weer of stormweer, op de Noorzee of op de oceaan, enz., De schoenerbrik Jonkvrouw Geertrui, groot 120 last, is gebouwd in 1847 te Joure op de scheepswerf "Op 'e Jouwer" van scheepsbouwmeester Hette Symon Geerts (na 1857 de werf van Eeltje Holtrop van der Zee). De Jonkvrouw Geertrui werd op 25 april 1849 te water gelaten voor rekening van reder J.J. Rinkes te Joure. De naam Jonkvrouw Geertrui is ontleend aan een gezinslid van Herema-state te Joure, namelijk freule Vegelin van Claerbergen. In het jaarboek 2007 is uit de naamgeving afgeleid dat de familie Vegelin de bouw van het schip wellicht heeft gefinancierd. Dat is echter niet waar. Mr. K.J. Cath schreef op 11 juli 2008 dat hij ook een scheepsportret van de Jonkvrouw Geertrui in zijn bezit heeft en dat dit portret afkomstig is van de familie Borger, waar hij van af stamt. In deze familie was ook een portret van de Jonkvrouw Aurleia (het zusterschip). Een dochter van de J.J. Rinkes, Marijke Rinkes, trouwde met Johannes Borger. Hij was een zoon van Heero Borger, die getrouwd was met Marijke Geerts (dochter van scheepsbouwer Geert Gerrits). De familiebanden tussen de families Rinkes, Borger en Geerts waren dus nogal nauw. Zij zorgden voor de bouw, de financiering van de bouw en van de rederij van het schip.
Het schip kwam terecht in een storm bij Engeland. Omdat het terecht kwam voor een komvormige kust leek het lot bezegeld: het zou wel op de rotsen slaan. De bemanning had de moed al opgegeven en wilde van boord gaan. De kapitein zag nog wel mogelijkheden. Hij ging naar zijn hut en haalde zijn pistool. Onder dreiging van het wapen bleven de mannen aan boord en volgden de orders van de kapitein op. Hij bleek gelijk te hebben. Ze konden de baai weer uitkomen. Het schip was gehavend. Het was “uit de lijken” gezeild. Maar het was niet vergaan. Als dank mocht de kapitein door Spin twee scheepsportretten laten maken én een portret van zichzelf.
Het schip werd in 1864 geveild en gekocht door reder H.P. Keikema voor de somma van f 7000,- en hernoemd in Astrea. In 1877 werd het schip wederom geveild te Martenshoek en gekocht voor f 6820,- door de heren K. en J. Wilkens, reders te Veendam. Op dinsdagmorgen 15 april 1879 werd het schip op 35 mijl van Noss Head bij Wick door de bemanning verlaten. Het voer op deze reis in ballast van Harlingen naar Riga en verlijerde op de Noordzee naar de kust van Schotland. De bemanning bestond op deze reis uit de kapitein, zijn vrouw met twee kinderen (waarvan één baby van 6 weken oud) en 5 bemanningsleden. Zij moesten het schip verlaten in een open jol en werden na ca. 14 uur opgepikt door de bark Eastern Star uit Liverpool, die de drenkelingen vrijdags in Wick aan land zette. De open jol werd door de kapitein ter plaatse voor 2 pond verkocht. Achtereenvolgens waren gezagvoerder op de Jonkvrouw Geertrui / Astrea: 1849 - 1856 Kapt J.A. de Boer (vlagnummer A. 375); 1856 - 1864 Kapt. N.A. Bouwen (vlagnummer A. 670); 1864 - 1875 Kapt. H.P. Heikema (onder reders te Amsterdam en Appingedam); 1875 - 1877 Kapt. J. Teerling (onder reder te Appingedam); 1877 - Kapt. O.H. Duit (onder reder K. & J. Wilkens).
Kapitein N.A. Bouwen voer dus op de schoenerbrik Jonkvrouw Geertrui van 1856 t/m 1864 en was vervolgens kapitein op het schip Fortuna van 1868 t/m 1869, literatuur:
- B. Oosterwijk, Wind in de zeilen, Scheepstekenaar Jacob Spin (Rotterdam 2005)
- S. Parma, Harlinger Koopvaardijkapiteins en Harlinger reders uit de tweede helft van de negentiende eeuw (Hilversum 1999)
- S. Parma, Her College Zeemans-Voorzorg, opgericht 1 juli 1851 te Harlingen (Hilversum)
- G.N. Bouma, Lijst van Nederlandse koopvaardijschepen 1820-1900 (Hoorn, 1998)
- Waterkampioen, jrg. 33 (1961) p. 1400-1402
BeschrijvingGouache. Scheepsportret van de schoenerbrik Jonkvrou Geertrui. Centraal de brik naar links zeilend, met de zeilen over bakboord. Het schip vaart op een woeste zee onder een dichte lucht. Alle zeilen zijn gescheurd en de kluiverboom en top van de fokkemast zijn afgebroken. Aan dek vijf personen waarvan één aan het roer. Onder de voorstelling het opschrift "Jonkvrouw Geertrui. Kapt. N.A. Bouwen. Bezet by Poortland.". Ingelijst achter glas.
AchtergrondinformatieJacob Spin. Geboren Amsterdam 24 april 1806, overleden Amsterdam 3 juni 1875. Aquarelleerde en tekende meestal afbeeldingen van zeeschepen, zeer nauwkeurig afgewerkt. Volgens opgave van het bevolkingsregister te Amsterdam kunstschilder van beroep. Volgens overlevering zou hij een oud-zeeman zijn geweest, die met zijn vlet naar de binnenkomende schepen roeide, om dan de kapitein voor te stellen zijn schip op een schilderij af te laten beelden. De kapitein had dan maar te zeggen hoe hij zijn schip voorgesteld wenste te zien, zeilend bij de wind, voor de wind, bij mooi weer of stormweer, op de Noorzee of op de oceaan, enz., De schoenerbrik Jonkvrouw Geertrui, groot 120 last, is gebouwd in 1847 te Joure op de scheepswerf "Op 'e Jouwer" van scheepsbouwmeester Hette Symon Geerts (na 1857 de werf van Eeltje Holtrop van der Zee). De Jonkvrouw Geertrui werd op 25 april 1849 te water gelaten voor rekening van reder J.J. Rinkes te Joure. De naam Jonkvrouw Geertrui is ontleend aan een gezinslid van Herema-state te Joure, namelijk freule Vegelin van Claerbergen. In het jaarboek 2007 is uit de naamgeving afgeleid dat de familie Vegelin de bouw van het schip wellicht heeft gefinancierd. Dat is echter niet waar. Mr. K.J. Cath schreef op 11 juli 2008 dat hij ook een scheepsportret van de Jonkvrouw Geertrui in zijn bezit heeft en dat dit portret afkomstig is van de familie Borger, waar hij van af stamt. In deze familie was ook een portret van de Jonkvrouw Aurleia (het zusterschip). Een dochter van de J.J. Rinkes, Marijke Rinkes, trouwde met Johannes Borger. Hij was een zoon van Heero Borger, die getrouwd was met Marijke Geerts (dochter van scheepsbouwer Geert Gerrits). De familiebanden tussen de families Rinkes, Borger en Geerts waren dus nogal nauw. Zij zorgden voor de bouw, de financiering van de bouw en van de rederij van het schip.
Het schip kwam terecht in een storm bij Engeland. Omdat het terecht kwam voor een komvormige kust leek het lot bezegeld: het zou wel op de rotsen slaan. De bemanning had de moed al opgegeven en wilde van boord gaan. De kapitein zag nog wel mogelijkheden. Hij ging naar zijn hut en haalde zijn pistool. Onder dreiging van het wapen bleven de mannen aan boord en volgden de orders van de kapitein op. Hij bleek gelijk te hebben. Ze konden de baai weer uitkomen. Het schip was gehavend. Het was “uit de lijken” gezeild. Maar het was niet vergaan. Als dank mocht de kapitein door Spin twee scheepsportretten laten maken én een portret van zichzelf.
Het schip werd in 1864 geveild en gekocht door reder H.P. Keikema voor de somma van f 7000,- en hernoemd in Astrea. In 1877 werd het schip wederom geveild te Martenshoek en gekocht voor f 6820,- door de heren K. en J. Wilkens, reders te Veendam. Op dinsdagmorgen 15 april 1879 werd het schip op 35 mijl van Noss Head bij Wick door de bemanning verlaten. Het voer op deze reis in ballast van Harlingen naar Riga en verlijerde op de Noordzee naar de kust van Schotland. De bemanning bestond op deze reis uit de kapitein, zijn vrouw met twee kinderen (waarvan één baby van 6 weken oud) en 5 bemanningsleden. Zij moesten het schip verlaten in een open jol en werden na ca. 14 uur opgepikt door de bark Eastern Star uit Liverpool, die de drenkelingen vrijdags in Wick aan land zette. De open jol werd door de kapitein ter plaatse voor 2 pond verkocht. Achtereenvolgens waren gezagvoerder op de Jonkvrouw Geertrui / Astrea: 1849 - 1856 Kapt J.A. de Boer (vlagnummer A. 375); 1856 - 1864 Kapt. N.A. Bouwen (vlagnummer A. 670); 1864 - 1875 Kapt. H.P. Heikema (onder reders te Amsterdam en Appingedam); 1875 - 1877 Kapt. J. Teerling (onder reder te Appingedam); 1877 - Kapt. O.H. Duit (onder reder K. & J. Wilkens).
Kapitein N.A. Bouwen voer dus op de schoenerbrik Jonkvrouw Geertrui van 1856 t/m 1864 en was vervolgens kapitein op het schip Fortuna van 1868 t/m 1869, literatuur:
- B. Oosterwijk, Wind in de zeilen, Scheepstekenaar Jacob Spin (Rotterdam 2005)
- S. Parma, Harlinger Koopvaardijkapiteins en Harlinger reders uit de tweede helft van de negentiende eeuw (Hilversum 1999)
- S. Parma, Her College Zeemans-Voorzorg, opgericht 1 juli 1851 te Harlingen (Hilversum)
- G.N. Bouma, Lijst van Nederlandse koopvaardijschepen 1820-1900 (Hoorn, 1998)
- Waterkampioen, jrg. 33 (1961) p. 1400-1402
BeschrijvingGouache. Portret en trois quarts van kapitein N.A. Bouwen. De kapitein is afgebeeld aan een tafel met daarop een kaart en een globe. In zijn rechterhand een passer. Op de achtergrond een gordijn en een stukje vergezicht waarin een driemaster is afgebeeld. Ingelijst achter glas.
AchtergrondinformatieJacob Spin. Geboren Amsterdam 24 april 1806, overleden Amsterdam 3 juni 1875. Aquarelleerde en tekende meestal afbeeldingen van zeeschepen, zeer nauwkeurig afgewerkt. Volgens opgave van het bevolkingsregister te Amsterdam kunstschilder van beroep. Volgens overlevering zou hij een oud-zeeman zijn geweest, die met zijn vlet naar de binnenkomende schepen roeide, om dan de kapitein voor te stellen zijn schip op een schilderij af te laten beelden. De kapitein had dan maar te zeggen hoe hij zijn schip voorgesteld wenste te zien, zeilend bij de wind, voor de wind, bij mooi weer of stormweer, op de Noorzee of op de oceaan, enz. Een portret van een persoon is in het oeuvre van Jacob Spin zeer zeldzaam., Kapitein N.A. Bouwen voer op de schoenerbrik Jonkvrouw Geertrui van 1856 t/m 1864 en was vervolgens kapitein op het schip Fortuna van 1868 t/m 1869.
De schoenerbrik Jonkvrouw Geertrui, groot 120 last, is gebouwd in 1847 te Joure op de scheepswerf "Op 'e Jouwer" van scheepsbouwmeester Hette Symon Geerts (na 1857 de werf van Eeltje Holtrop van der Zee). De Jonkvrouw Geertrui werd op 25 april 1849 te water gelaten voor rekening van reder J.J. Rinkes te Joure. De naam Jonkvrouw Geertrui is ontleend aan een gezinslid van Herema-state te Joure, namelijk freule Vegelin van Claerbergen. In het jaarboek 2007 is uit de naamgeving afgeleid dat de familie Vegelin de bouw van het schip wellicht heeft gefinancierd. Dat is echter niet waar. Mr. K.J. Cath schreef op 11 juli 2008 dat hij ook een scheepsportret van de Jonkvrouw Geertrui in zijn bezit heeft en dat dit portret afkomstig is van de familie Borger, waar hij van af stamt. In deze familie was ook een portret van de Jonkvrouw Aurelia (het zusterschip). Een dochter van de J.J. Rinkes, Marijke Rinkes, trouwde met Johannes Borger. Hij was een zoon van Heero Borger, die getrouwd was met Marijke Geerts (dochter van scheepsbouwer Geert Gerrits). De familiebanden tussen de families Rinkes, Borger en Geerts waren dus nogal nauw. Zij zorgden voor de bouw, de financiering van de bouw en van de rederij van het schip.
Het schip kwam terecht in een storm bij Engeland. Omdat het terecht kwam voor een komvormige kust leek het lot bezegeld: het zou wel op de rotsen slaan. De bemanning had de moed al opgegeven en wilde van boord gaan. De kapitein zag nog wel mogelijkheden. Hij ging naar zijn hut en haalde zijn pistool. Onder dreiging van het wapen bleven de mannen aan boord en volgden de orders van de kapitein op. Hij bleek gelijk te hebben. Ze konden de baai weer uitkomen. Het schip was gehavend. Het was “uit de lijken” gezeild. Maar het was niet vergaan. Als dank mocht de kapitein door Spin twee scheepsportretten laten maken én een portret van zichzelf.
Het schip werd in 1864 geveild en gekocht door reder H.P. Keikema voor de somma van f 7000,- en hernoemd in Astrea. In 1877 werd het schip wederom geveild te Martenshoek en gekocht voor f 6820,- door de heren K. en J. Wilkens, reders te Veendam. Op dinsdagmorgen 15 april 1879 werd het schip op 35 mijl van Noss Head bij Wick door de bemanning verlaten. Het voer op deze reis in ballast van Harlingen naar Riga en verlijerde op de Noordzee naar de kust van Schotland. De bemanning bestond op deze reis uit de kapitein, zijn vrouw met twee kinderen (waarvan één baby van 6 weken oud) en 5 bemanningsleden. Zij moesten het schip verlaten in een open jol en werden na ca. 14 uur opgepikt door de bark Eastern Star uit Liverpool, die de drenkelingen vrijdags in Wick aan land zette. De open jol werd door de kapitein ter plaatse voor 2 pond verkocht. Achtereenvolgens waren gezagvoerder op de Jonkvrouw Geertrui / Astrea: 1849 - 1856 Kapt J.A. de Boer (vlagnummer A. 375); 1856 - 1864 Kapt. N.A. Bouwen (vlagnummer A. 670); 1864 - 1875 Kapt. H.P. Heikema (onder reders te Amsterdam en Appingedam); 1875 - 1877 Kapt. J. Teerling (onder reder te Appingedam); 1877 - Kapt. O.H. Duit (onder reder K. & J. Wilkens)., literatuur:
- B. Oosterwijk, Wind in de zeilen, Scheepstekenaar Jacob Spin (Rotterdam 2005)
- S. Parma, Harlinger Koopvaardijkapiteins en Harlinger reders uit de tweede helft van de negentiende eeuw (Hilversum 1999)
- S. Parma, Her College Zeemans-Voorzorg, opgericht 1 juli 1851 te Harlingen (Hilversum)
- G.N. Bouma, Lijst van Nederlandse koopvaardijschepen 1820-1900 (Hoorn, 1998)
TitelOntwerptekening voor een plaquette voor de Kaagweek van 1941 met als motto "Couragie".
VervaardigerRomke de Vries, R.
TrefwoordenKaagweek, sportprijzen, watersport
Objectnummer2007-169
Periode van1941
Periode tot1941
BeschrijvingOntwerptekening voor een plaquette voor de Kaagweek van 1941. Volgens een mededeling op de tekening uit te voeren in bronskleurig emaille vanwege het bronsgebrek. Op de plaquette is er een afbeelding van een visser in klederdracht in de regen aan het roer van een botter met als tekst:'k heb teveul gesnor van buiten over deuze muts zien gaan...'.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig uit het archief van Romke de Vries, Architect en scheepsontwerper te Leeuwarden en Den Haag. Gezien het gebruik van een motto kan het een prijsvraagontwerp geweest zijn., (Biografische gegevens afkomstig van de website van de Stichting Bonas: www.bonas.nl)
Romke Romke de Vries werd als Romke de Vries op 7 juli 1908 geboren in Oldenzaal als zoon van Jan Romke de Vries en Emma Gesina Temme. Op aanraden van zijn vader begon Romke de Vries in de oorlog zijn naam voluit te voeren om verwarring met een andere architect De Vries, die lid was van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB), te voorkomen. Dit is hij sindsdien altijd blijven doen. Zijn zoon J.R. Romke de Vries heeft er in de jaren zeventig voor gezorgd dat dit ook hun officiële achternaam werd. Zodoende werd de volledige naam van de architect dus Romke Romke de Vries. Reeds op jonge leeftijd viel Romke de Vries op door zijn aanleg voor tekenen. Van zijn oom Johan J.G. Temme in Enschede, in die tijd een bekend tekenaar en illustrator kreeg hij tussen 1918 en 1922 tekenles. Van 1921 tot 1926 bezocht Romke de Vries de gemeentelijke Hogere Burger School (HBS) in Hengelo. Hij was lid van de Twentse Toneelvereniging en voor verschillende stukken waarin hij speelde, ontwierp hij de decors. Ook ontwierp hij de posters, waarmee stukken aangekondigd werden. Veel van zijn tekeningen, affiches en decorontwerpen zijn bewaard gebleven.
Van 1926 tot 1930 studeerde Romke de Vries bouwkunde aan de Middelbare Technische School (MTS) in Leeuwarden. Nadat hij was afgestudeerd, werkte hij in de jaren 1931-1933 als tekenaar bij A. Baart en D. Gros, beide in Leeuwarden. Tussen 1933 en 1938 was hij opzichter-tekenaar en later chef-de-bureau bij bureau Nieuwland & Van der Vegte, eveneens in Leeuwarden. In 1938 vertrok Romke de Vries naar Amsterdam om daar aan de Academie van Bouwkunst te gaan studeren. In 1940 startte Romke de Vries een eigen bureau aan de Suezkade in Den Haag. Vervolgens woonde en werkte hij van 1945 tot 1986 aan de Van Voorschotenlaan in Den Haag waar hij woonde tot aan zijn overlijden. Vanaf 1953 tot heden is het bureau gevestigd aan de Van Voorschotenlaan 15 te Den Haag.
R. Romke de Vries was een enthousiast wedstrijdzeiler. In een door hemzelf ontworpen boot in de Vrijbuiterklasse deed hij aan vele andere wedstrijden mee en won diverse prijzen. Hij was lid van diverse zeilverenigingen, onder andere de K.Z.V. Oostergoo, waarvoor hij de clubdas ontwierp. Begin jaren dertig bestudeerde hij rompvormen, m.n. van wedstrijdzeiljachten, zoals de Duitse Rennjollen. Hij begon met het ontwerpen van zeilen voor wedstrijdboten, doorgelatte grootzeilen voor de populaire wedstrijdklassen Lark en Vrijbuiter. In 1935 nam hij deel aan een prijsvraag van de Noord Nederlandse Watersportbond voor een nieuwe 22 m2 toer- en wedstrijdzeiljachtklasse.
In 1936 deed Romke de Vries als zeilmaker aan boord van het zeiljacht Zeearend van Cees Bruynzeel mee aan de Bermudarace. Romke de Vries ontwierp een aantal open en kajuitzeiljachten met diverse rompvormen. Ze variëren van een eenvoudig open zeiljachtje met platte bodem tot rondgebouwde jachten met geveegd onderwaterschip, geprononceerde kimmen en slanke tuigages, die aangename zeileigenschappen verraden. De grotere kajuitjachten vallen op door hun ruimtelijke interieurs. Een bijzonder onderdeel van zijn scheepsontwerpen vormen de vele ontwerpen, waarin hij bestaande schepen aan een nieuwe functie aanpaste. Al voor de Tweede Wereldoorlog verbouwde Romke de Vries een aantal reddingssloepen tot zeiljacht en recreatiewoonschip. Na de oorlog ontwierp hij aanpassingsplannen voor een aantal voormalige vrachtschepen tot woonschip. Opvallend bij Romke de Vries is dat hij ze radicaal aanpaste om een maximum aan verblijfsruimte te winnen, maar dat hij daarbij de karakteristieke vorm van deze historische schepen eerbiedigde.
Ook schreef Romke de Vries over de watersport en jacht- en scheepsontwerpen; hij was medewerker van de watersportbladen Waterkampioen, De Golfslag en Watersport voor Friesland.
TitelOntwerptekening voor een wandbord met afbeeldingen van regenbogen.
VervaardigerRomke de Vries, R.
Trefwoordenregenboogklasse, wandborden, Kaagweek
Objectnummer2007-218
Periode van1935
Periode tot1960
BeschrijvingOntwerptekening voor een wandbord met afbeeldingen van regenbogen.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig uit het archief van Romke de Vries, Architect en scheepsontwerper te Leeuwarden en Den Haag. Gedurende een aantal jaar ontwierp Romke de Vries sierborden, die als hoofdprijs bij de wedstrijden in de Regenboogklasse tijdens de Kaagweek werden uitgeloofd. De borden werden ontworpen op verzoek van J.C. van der Velde, destijds nestor in deze klasse. De schalen zijn uitgevoerd in blauw geglazuurd aardewerk met diverse afbeeldingen van o.m. Regenboogjachten. Een aantal ervan is aanwezig in de ledenzaal van de Kaagsociëteit., (Biografische gegevens afkomstig van de website van de Stichting Bonas: www.bonas.nl)
Romke Romke de Vries werd als Romke de Vries op 7 juli 1908 geboren in Oldenzaal als zoon van Jan Romke de Vries en Emma Gesina Temme. Op aanraden van zijn vader begon Romke de Vries in de oorlog zijn naam voluit te voeren om verwarring met een andere architect De Vries, die lid was van de Nationaal Socialistische Beweging (NSB), te voorkomen. Dit is hij sindsdien altijd blijven doen. Zijn zoon J.R. Romke de Vries heeft er in de jaren zeventig voor gezorgd dat dit ook hun officiële achternaam werd. Zodoende werd de volledige naam van de architect dus Romke Romke de Vries. Reeds op jonge leeftijd viel Romke de Vries op door zijn aanleg voor tekenen. Van zijn oom Johan J.G. Temme in Enschede, in die tijd een bekend tekenaar en illustrator kreeg hij tussen 1918 en 1922 tekenles. Van 1921 tot 1926 bezocht Romke de Vries de gemeentelijke Hogere Burger School (HBS) in Hengelo. Hij was lid van de Twentse Toneelvereniging en voor verschillende stukken waarin hij speelde, ontwierp hij de decors. Ook ontwierp hij de posters, waarmee stukken aangekondigd werden. Veel van zijn tekeningen, affiches en decorontwerpen zijn bewaard gebleven.
Van 1926 tot 1930 studeerde Romke de Vries bouwkunde aan de Middelbare Technische School (MTS) in Leeuwarden. Nadat hij was afgestudeerd, werkte hij in de jaren 1931-1933 als tekenaar bij A. Baart en D. Gros, beide in Leeuwarden. Tussen 1933 en 1938 was hij opzichter-tekenaar en later chef-de-bureau bij bureau Nieuwland & Van der Vegte, eveneens in Leeuwarden. In 1938 vertrok Romke de Vries naar Amsterdam om daar aan de Academie van Bouwkunst te gaan studeren. In 1940 startte Romke de Vries een eigen bureau aan de Suezkade in Den Haag. Vervolgens woonde en werkte hij van 1945 tot 1986 aan de Van Voorschotenlaan in Den Haag waar hij woonde tot aan zijn overlijden. Vanaf 1953 tot heden is het bureau gevestigd aan de Van Voorschotenlaan 15 te Den Haag.
R. Romke de Vries was een enthousiast wedstrijdzeiler. In een door hemzelf ontworpen boot in de Vrijbuiterklasse deed hij aan vele andere wedstrijden mee en won diverse prijzen. Hij was lid van diverse zeilverenigingen, onder andere de K.Z.V. Oostergoo, waarvoor hij de clubdas ontwierp. Begin jaren dertig bestudeerde hij rompvormen, m.n. van wedstrijdzeiljachten, zoals de Duitse Rennjollen. Hij begon met het ontwerpen van zeilen voor wedstrijdboten, doorgelatte grootzeilen voor de populaire wedstrijdklassen Lark en Vrijbuiter. In 1935 nam hij deel aan een prijsvraag van de Noord Nederlandse Watersportbond voor een nieuwe 22 m2 toer- en wedstrijdzeiljachtklasse.
In 1936 deed Romke de Vries als zeilmaker aan boord van het zeiljacht Zeearend van Cees Bruynzeel mee aan de Bermudarace. Romke de Vries ontwierp een aantal open en kajuitzeiljachten met diverse rompvormen. Ze variëren van een eenvoudig open zeiljachtje met platte bodem tot rondgebouwde jachten met geveegd onderwaterschip, geprononceerde kimmen en slanke tuigages, die aangename zeileigenschappen verraden. De grotere kajuitjachten vallen op door hun ruimtelijke interieurs. Een bijzonder onderdeel van zijn scheepsontwerpen vormen de vele ontwerpen, waarin hij bestaande schepen aan een nieuwe functie aanpaste. Al voor de Tweede Wereldoorlog verbouwde Romke de Vries een aantal reddingssloepen tot zeiljacht en recreatiewoonschip. Na de oorlog ontwierp hij aanpassingsplannen voor een aantal voormalige vrachtschepen tot woonschip. Opvallend bij Romke de Vries is dat hij ze radicaal aanpaste om een maximum aan verblijfsruimte te winnen, maar dat hij daarbij de karakteristieke vorm van deze historische schepen eerbiedigde.
Ook schreef Romke de Vries over de watersport en jacht- en scheepsontwerpen; hij was medewerker van de watersportbladen Waterkampioen, De Golfslag en Watersport voor Friesland.
TitelFlessenpost afkomstig van de palingaak Stad Workum, met antwoord uit Noorwegen.
VervaardigerSchaaf, Willem van der, Kanon, Otto
Trefwoordenpalingaken, Workum, Bergen, Noorwegen, Schaaf, Willem van der, Bijlsma, Thijs, Veer, Rein. van 't, Kanon, Otto
ObjectnummerG-507
Periode van1907-09-13
Periode tot1908-02-06
BeschrijvingFlessenpost, papier met potlood beschreven. Antwoord op briefpapier van het viceconsulaat te Bergen, Noorwegen. Papier met inkt beschreven.
AchtergrondinformatieInhoud Flessenpost:
"Wij hadden gedacht deze flesch buiten het schip te laten. Wij zijn op Noordzee. Palingschuit Stad Workum van Workum. 30 mijl uit de kust van Kijkduin, 13 Sept. 1907 bestemd naar London. Mocht deze flesch gevonden worden zouden wij gaarne willen waar en door wie die is gevonden. Mijn adres Willem van der Schaaf. Heeg. Schipper. Thijs Bijlsma. Workum. Stuurman. Rein van 't Veer. Workum. Kok. Uw antwoord wachtend."
Het antwoord is geschreven op 6 februari 1908 door Otto Kanon, vice-consul op het viceconsulaat der Nederlanden te Bergen Noorwegen. Deze brief is opgesteld in het Frans en geeft aan dat de fles met inhoud gevonden is door een visser in de Björnefjord te Noorwegen. Via een lokale koopman en een redacteur van de krant Bergens Tidends is de brief bij het viceconsulaat in Bergen terechtgekomen waar hij is beantwoord. Op de achterkant van deze brief een antwoord van W. van der Schaaf aan Otto Kanon waarin hij, eveneens in het Frans, de vice-consul bedankt voor zijn brief., literatuur:
- Jan Zetzema, De Friese Palingaken (Leeuwarden, 1976).
BeschrijvingRaambiljet, papier. Tweekleurendruk: rood en zwart. Onder de aanhef twee foto's: Twee motorbeurtscheepjes voor de werf en een klipperaak. Hieronder twee kaartjes met de vaarwegen van Friesland en Groningen. Daaronder een aanbeveling voor Vracht-, luxe en werkboten. Hiernaast weer twee foto's: een motorbeurtschip en een salonboot.
AchtergrondinformatieHet biljet is afkomstig uit het archief van Scheepswerf Brandsma te Franeker. (aanwezig in het museum)
TitelJan Welles - Aquarel met afbeelding van een boerderij.
VervaardigerWelles, Jan (schilder)
Trefwoordenboerderijen, schouwen
Objectnummer2008-105
Periode van1950
Periode tot1980
BeschrijvingAquarel. Grijstinten. Gezicht op een boerderij aan water en landerijen. In het water een roeischouwtje.
AchtergrondinformatieJan Welles werd geboren op 3 april 1910 te Leeuwarden aan boord van de houten tjalk De Vijf Gebroeders (62 ton). Zijn ouders Johannes Welles en Teuntje van de Ploeg hadden Leeuwarden (de kaai achter de Bonifatiuskerk) als thuishaven. Vader was afkomstig van Appelscha. Jan Welles was vanaf 1923 als huisschilder werkzaam te Leeuwarden. In 1941 werd hij decoratieschilder bij de aardewerkfabriek van De Boer te Workum. In 1956 werd het personeelsbestand van de fabriek ingekrompen en vertrok hij naar Veenendaal om in een textielfabriek te gaan werken. Vanaf zijn twaalfde jaar schilderde hij landschappen, zeegezichten en portretten. Overleden te Veenendaal op 28 maart 2001.
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Voorstelling van een fries waterlandschap met een aantal zeil- roei en motorscheepjes.
AchtergrondinformatieHet schilderij is gemaakt naar aanleiding van een vaartocht door Friesland die zes Britse kunstenaars maakten aan boord van een Lemsteraak in de zomer van 2006. Zij waren hiertoe uitgenodigd door galerie 'De Scheepskamer van Heeg'. Van 4 april tot en met 21 juni 2009 was er in het Fries Scheepvaart Museum een tentoonstelling gewijd aan de naar aanleiding van deze vaartocht gemaakte schilderijen. Uit de getoonde werken kocht het Fries Scheepvaart Museum dit werk., Robert King (1936 - )studeerde aan het Leicester College of Art. Een veelzijdig kunstenaar, niet alleen vanwege het gebruik van vele verschillende technieken, maar ook door zijn grote variatie aan onderwerpen. King werd vooral bekend door zijn schilderijen van strandgezichten, de Solent en Venetië. In 1985 werd hij lid van de RSMA. Het werk van Robert King is wereldwijd bekend en zijn doeken zijn onderdeel van publieke en particuliere kunstcollecties. Hij exposeerde onder andere bij de Royal Academy en de Royal Institute te Londen en bij de Paris Salon., literatuur:
- De Scheepskamer van Heeg, Varen met Britse RSMA kunstenaars, Heeg 2009 (tentoonstellingscatalogus)
TitelMarten Groenhof - Schilderij met voorstelling van uitzeilend visserschip
VervaardigerGroenhof, Marten
Trefwoordenvissersschepen, Lemsteraken
Objectnummer2009-061
Periode van1960
Periode tot1980
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Voorstelling van een vissersschip (vermoedelijk een houten lemsteraak) dat aan de wind een havenhoofd passeerd. Op de achtergrond nog enkele zeilen.
AchtergrondinformatieMarten Groenhof (1925-1978) bouwde in 1967 de tjotter Aventûr. Hij zoon van een boer, maar Marten wilde vrijer leven. Hij voer een paar jaar op een modderschip. Toch werd hij uiteindelijk boer aan de Heidenskipsterdyk. In zijn vrije tijd was Groenhof kunstschilder en botenbouwer. In 1950 kocht zijn vriend Bernardus Tjerkstra een oude tjotter. Samen knapten ze het scheepje op. In 1965 verkocht Groenhof de tjotter Friso aan Heit Piersma te Heeg. Vervolgens kwam hij op het idee zelf een tjotter te bouwen. Hij bestudeerde de tjotters van Berend de Jong te Heeg en maakte daarnaar de tjotter Aventûr. Groenhofs vrouw Ittje maakte het snijwerk en broer Pieter Groenhof maakte het roer en de zwaarden., literatuur:
- J. Vermeer, Tjotters en boatsjes (Leeuwarden, 1997), pp. 312-313 en 334-335.
TitelPiet van der Hem - Olieverf. Gezicht op een scheepswerf te Grou.
VervaardigerHem, Piet van der
Trefwoordenscheepsbouw, Grou
Objectnummer2009-067
Periode van1944
Periode tot1946
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op doek. Voorstelling van een scheepshelling waarop een skûstje en een motorscheepje liggen. Op de voorgrond enkele open werkbootjes. Op de achtergrond, aan de overzijde van het vaarwater, het dorp Grou.
AchtergrondinformatiePieter van der Hem. Geboren Wirdum 9 sept. 1885, gestorven Den Haag 24 april 1961. Woonde en werkte te Amsterdam (1902-1907), Parijs (1908), Amsterdam (tot 1910), Rome en Parijs (1911), Moskou en St. Petersburg (1912), Spanje (tot 1914), Amsterdam en Den Haag (1915, 1916), Volendam (1917), Edam (1918-1919) Scheveningen (1919-1944), Leeuwarden (1944-1946) en Den Haag (1946-1961). Kreeg les van J. Bubberman te Leeuwarden en was leerling van de Rijksschool voor Kunstnijverheid en de Rijksakademie te Amsterdam (A. Allebé, N. van der Waag, D. Dupont). Hij schilderde, tekende, aquarelleerde, etste en maakte litho's: reisschetsen van stierengevechten etc., litho's van Parijs, het nachtleven op de wijze van Toulouse-Lautrec, portretten (koninklijke familie), jachtaferelen. Voorts politiek tekenaar en reclame-ontwerper.
Dit schilderij heeft hij vermoedelijk geschilderd in de korte periode waarin hij in Leeuwarden werkzaam was. Gezien het gebruikte standpunt is de werf vermoedelijk "de Polle" van Postma.
TitelZeegezicht: kofschip en andere schepen op open water.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenkofschepen
Objectnummer2009-068
Periode van1850
Periode tot1900
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op mahoniehouten paneel. Zeegezicht. Centraal een kofschip met volle zeilen aan de wind koersend op open water. Rechts op de voorgrond een roeisloep. Op de achtergrond enkele éénmast zeilschepen.
AchtergrondinformatieHet schilderij is afkomstig uit de nalatenschap van Jos van Roo sr.
Titel77 plaatjes uit de serie 'Het schip door alle tijden'.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenschepen, kruideniers, Sneek, Henstra, H. fa. levensmiddelenbedrijf
Objectnummer2009-177
Periode van1930
Periode tot1940
Beschrijving77 Plaatjes. karton met meerkleurige opdruk. Afbeeldingen van schepen. Op de achterzijde de voorwaarden voor het verkrijgen van de plaatjes en het bijbehorende album bij de firma 'H. Henstra's levensmiddelenbedrijf (afd. recl.) Hoogend Sneek'.
AchtergrondinformatieDe kaartjes zijn afkomstig uit de nalatenschap van Wiggele Jacob van der Velde (IJlst 31-08-1928 - Bolsward 01-06-2009) Scheepsbouwer en jachtverhuurder op werf 'De Uitkijk' te IJlst. Getrouwd met Sipke Schingenga (Witmarsum 1931-07-22 - IJlst 2008-04-07), De plaatjes horen bij het album 'Het schip van oude tijden tot heden' door P. Hofman. Winkeliers die de kaartjes in omloop brachten lieten op de achterkant hun eigen naam en voorwaarden drukken. In de bibliotheekcollectie bevindt zich bijvoorbeeld een dergelijk album met dezelfde plaatjes (een complete serie van 100) welke afkomstig zijn van Klaassens koek- en banketbakkerijen te Groningen.
Beschrijving24 houten platen gebruikt voor het maken van houtsnedes. Sommige platen zijn dubbelzijdig gebruikt waardoor er in totaal 29 verschillende afbeeldingen zijn.
Onder de afbeeldingen enkele waarvan de locatie of titel bekend is: 'Gezicht op de haven van Laaxum' (a); 'Grouw - klasse veerschepen' (i); 'Heischouw in de Berghaven te Hoek van Holland' (c-2); 'Wrak, gezien naar de Engelse zuidkust vanaf Wight (vermoedelijk)' (g-2); 'gezicht op fuiken bij een paalwerk in zee' (c-1); 'Gezicht op de werf van Y. Alkema te Makkum' (b-1); 'Zeilwedstrijd voor vissers op de Zuiderzee' (k), Een logger die de haven van Scheveningen uitgesleept wordt (n). De overige platen bevatten afbeeldingen van binnenschepen als tjalken en klippers maar ook enkele vermoedelijk Engelse types, verder vissersschepen als hoogaarzen, aken en loggers maar ook daarbij enkele vermoedelijk Engelse types. Daarnaast havengezichten, ankers, bakens, een werfinterieur en een statenjacht. Enkele platen zijn kromgetrokken.
Bij de platen een verzameling van 9 beitels, gutsen, burijnen en mesjes. Ook drie clichés met afbeeldingen van binnenschepen en één van de herberg bij Galamadammen.
AchtergrondinformatieDe platen zijn geschonken door een kleinzoon van de vervaardiger., Door vergelijking met de eigen collectie en die van andere musea was het mogelijk van enkele platen de titel en of locatie te achterhalen. Van het 'Gezicht op de haven van Laaxum' is een houtsnede en een krijttekening aanwezig (G-219 en G-205). Ook in de collectie een houtsnede getiteld 'Grouw - klasse veerschepen' (2010-077) evenals de potloodtekening 'gezicht op fuiken bij een paalwerk in zee' (G-211) en het 'Gezicht op de werf van Y. Alkema te Makkum' (G-190). De 'Heischouw in de Berghaven te Hoek van Holland'; en het 'Wrak, gezien naar de Engelse zuidkust vanaf Wight' zijn aanwezig in het Noordelijk Scheepvaartmuseum. Op één plaat vissersschepen met registratienummers welke beginnen met FE. Dit is vermoedelijk de haven van Folkestone (GB)., Willem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
- W.J. Dijk, De haven van Scheveningen (Den Haag 1929)
- W.J. Dijk, H.K.S. de Hoop (Den Haag 1938)
Sneeker Nieuwsblad 14 mei 1965 - Leeuwarder Courant 14 feb. 1961
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1965, p. 22
TitelW.J. Dijk - Krijttekening van een geladen tjalk bij Galamadammen.
VervaardigerDijk, Willem Jans
Trefwoordentjalken
Objectnummer2010-032
Periode van1963
Periode tot1970
BeschrijvingKrijttekening, bijgewerkt met zwarte inkt en aquarel. Gezicht op een voor halvewinds zeilende geladen tjalk. De tjalk toont haar bakboordzijde. Het schip voert een gekat grootzeil, een fok en een kluiver. Achter het schip een bijbootje. Onder de afbeelding in potlood het opschrift 'Galamadammen Tjalk met halfwind Stavoren'. De tekening is ingelijst.
AchtergrondinformatieSchenkster was na het uitkomen van het boek 'De schoonheid onzer binnenschepen' van W.J. Dijk (Amsterdam, 1963) zodanig gecharmeerd van het werk van de kunstenaar dat zij hem opbelde en vanuit Leeuwarden op bezoek ging in het atelier in Den Haag. Daar mocht ze kiezen uit het daar verzamelde werk waarbij ze voor deze tekening koos., Willem Jans Dijk. Geboren Burgum 15 feb. 1881, gestorven Den Haag 23 okt. 1970. Geboren in een gezin waarvan de vader schipper was. In 1896 naar Groningen om er opgeleid te worden tot onderwijzer. Onderwijzer te Makkum. Tekende en schilderde als autodidakt met adviezen van tegelschilder J. ten Zwege en Dirk Nijland. Na enige omzwervingen onderwijzer in Den Haag (1910), waar hij bleef wonen. Omdat zijn woning aan de Van Boetzelaerlaan door de bezetter tot "sperrgebiet" was verklaard, moest hij elders onderdak zoeken en vond dat bij zijn dochter, die op de Grovestins te Koudum woonde. Bij de Galamadammen tekende hij de voorbij varende (zeilende) binnenschepen. Het werk van Dijk werd vaak afgedrukt in tijdschriften als de Waterkampioen en Schuttevaer., literatuur:
- W.J. Dijk, De Schoonheid onzer binnenschepen (Amsterdam, 1963)
- Sneeker Nieuwsblad 14 mei 1965 - Leeuwarder Courant 14 feb. 1961
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1965, p.22
TitelDirk de Jong - Kopergravure. Gezicht op het stadhuis van Harlingen.
VervaardigerJong, Dirk de
Trefwoordenstadhuizen, statenjachten, Harlingen
ObjectnummerE-621
Periode van1786
Periode tot1786
BeschrijvingKopergravure. Gezicht op ' 't stadhuis te Harlingen'. In de Noorderhaven wordt een tjalk met spriettuig geboomd. Voor de wal het Friese Statenjacht. Geplakt op karton met daarop een sticker van lijstenmaker F.H. Smit te Haarlem.
AchtergrondinformatieDe gravure is afkomstig uit de 'Tegenwoordige Staat van Friesland' deel II (Amsterdam, 1786). Getekend door J. Verstege en gegraveerd door Dirk de Jong., literatuur:
- H.P. ter Avest en J.J. Huizinga, Harlinger Stadsgezichten tot 1880 (Harlingen, 1999) p. 78