BeschrijvingIJszaag. Rechthoekig zaagblad met aan een zijde een rond handvat, dat in verticale richting op het zaagblad is geplaatst (meestal is bij ijszagen het handvat in de lengterichting geplaatst). Aan de andere zijde in het zaagblad een gat. Vertanding: 37 tanden op 130 cm.
AchtergrondinformatieDe ijszaag is afkomstig van een tjalk.
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Pen op papier. Schaal niet aangegeven. De tekening toont het zij-aanzicht, voor- en achteraanzicht, de constructie van de kiel, en het bovenaanzicht. Opschrift: 'tjalk / de Lastdrage / lang over steven 75 voeten / (...) / P. Glavimans ivt. I Vos Fec.'. Opschrift op achterzijde: 'no.3, lit-B' en 'Exhib 22 van sprokkelmaand 1810 no.4. Nader 13 lentemaand nr. 3'. Een hoekje is afgescheurd.
AchtergrondinformatieDe tjalk lastdrager werd gebouwd in Amsterdam in 1808. P. Glavimans (1755-1820) was Constructeur-Generaal der marine te Rotterdam. De tekening lijkt op de tekening van een Kaag, ontworpen door Glavimans. (Voorbeitel Cannenburg, plaat 53)., literatuur:
- W. Voorbeitel Cannenburg, Scheepsmodellen en Scheepsbouwkundige tekeningen 1600-1900 Amsterdam (z.p., 1943)
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1981, p. 18
TitelDrie scheepsbouwtekeningen van een tjalk, gemaakt voor modelbouw.
VervaardigerKuipers, Jelmer K.
Trefwoordentjalken
Objectnummer1983-012
Periode van1982
Periode tot1982
BeschrijvingDie scheepsbouwtekeningen van een tjalk, gemaakt voor modelbouw. Lichtdrukken van de calques (1983-011). Schaal 1:7½. - 1983-012-a: bovenaanzicht en waterlijn. - 1983-012-b: zijaanzicht. - 1983-012-c: voor- en achteraanzicht.
AchtergrondinformatieDe tekening is vervaardigd naar een tekening van scheepswerf Brandsma te Franeker (1987-726).
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk met een lengte van 22,78 meter.
VervaardigerBrandsma, Murk
Trefwoordentjalken
Objectnummer1982-727
Periode van1900
Periode tot1910
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood- en pentekening. Schaal 1:20. Afmetingen: lengte 22,78 m., breedte 4,67 m., holte 1,51 m. laadvermogen 101 ton. Opdrachtgever: L. Jager, Groningen.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring). Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21 p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk met een lengte van 58 Amsterdamse voeten.
VervaardigerBrandsma, Murk
Trefwoordentjalken
Objectnummer1982-721
Periode van1907
Periode tot1907
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood- en pentekening. Opschrift: "Tjalkje, schaal 1:20 voor Ids Idsinga Sexbierum / Lang 58 am.vt (Amsterdamse voeten), breed binnenwerk 12,5 am.vt., hol 4 vt. en 3 duim. / draagvermogen 40 ton / Franeker 14 juli 1907".
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring) Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum.
Het betreft het skûtsje 'Eben Haezer' gekeurd te Leeuwarden op 08-02-1908. Bij meting waren de afmetingen 16,56 m lang en 3,63 m breed. laadvermogen was 37,7 ton. Keuringsnummer L1073N. In 2006 is het schip verbouwd en ingekort tot jacht voor vd Werff te Leiden., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)
TitelDrie scheepsbouwtekeningen van een tjalk, gemaakt voor modelbouw.
VervaardigerKuipers, Jelmer K.
Trefwoordentjalken
Objectnummer1983-011
Periode van1982
Periode tot1982
BeschrijvingDrie scheepsbouwtekeningen van een tjalk, gemaakt voor modelbouw. Calques. Schaal 1:7½. Bovenaanzicht en waterlijn, zijaanzicht, vooraanzicht en achteraanzicht.
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 20 meter lang.
VervaardigerBrandsma, Murk
Trefwoordentjalken
Objectnummer1983-341
Periode van1906
Periode tot1906
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood en pen op papier. Zij-, voor-, achter- en bovenaanzichten en grootspant. Afmetingen: lengte 20 m., breedte 4,25 m., holte 1,42 m. Opdrachtgever: Johannes Kroontje te Exmorra / Bolsward.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring). Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum. De zoon van Johannes Kroontje woonde in 1984 te Bolsward aan de Wipstraat. Hij had een grote foto van de tjalk, liggend in Bolsward., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 20 meter lang.
VervaardigerBrandsma, Murk
Trefwoordentjalken
Objectnummer1983-370
Periode van1900
Periode tot1925
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potloodtekening. Lijnenplan, doorsneden. Schaal 1:20. Afmetingen: lengte 20 m., breedte 4,42 m., holte 1,55 m. Met notities betreffende de bouw en de wensen van de opdrachtgever J. Ybema uit Harlingen.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring). Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)
TitelDrie scheepsbouwtekeningen van een zeiljacht, een roeiboot en een melkboot.
VervaardigerBrandsma, Murk
Trefwoordentjalken, roeiboten, melkboten
Objectnummer1983-401
Periode van1900
Periode tot1925
BeschrijvingDrie scheepsbouwtekeningen op een vel: een tjalk verbouwd tot jacht (11 meter lang) voor J. van der Schoot te Harlingen, een bootje voor de Harlinger Houthandel van 6 meter lang (met calculatie) en een melkboot voor Betterwird en Kiesterzijl met een kapaciteit van resp. 40 en 30 bussen.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring). Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk gemaakt voor een raambiljet van het museum.
VervaardigerKuipers, Jelmer K.
Trefwoordentjalken
Objectnummer1982-761
Periode van1982
Periode tot1982
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een motorvrachtboot. Gecopieerd van een tekening van Murk Brandsma te Franeker ten behoeve van een tentoonstelling in het F.S.M. van tekeningen van Brandsma in 1982. Het is een copie van de tekening met inv.nr. 1982-725.
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 22,075 meter lang.
VervaardigerBrandsma, Murk
Trefwoordentjalken
Objectnummer1983-459
Periode van1905
Periode tot1905
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Calque. Lijnenplan en aanzichten. Schaal 1:20. Afmetingen: lengte 22,08 m., breedte 4,39 m., holte 1,49 m., laadvermogen 9 ton. Opdrachtgever: K. Boersma.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring). Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk met een lengte van 22,07 meter.
VervaardigerBrandsma, Murk
Trefwoordentjalken
Objectnummer1982-722
Periode van1900
Periode tot1905
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood- en pentekening. Afmetingen: lengte 22.07 m., laadvermogen 82 ton. Opdrachtgever: Boersma en Schouwstra. Met aanwijzingen betreffende de bouw.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring). Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21 p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk, aanpassing wegens motorisering.
VervaardigerBrandsma, Rients
Trefwoordentjalken
Objectnummer1989-798
Periode van1926
Periode tot1932
BeschrijvingScheepsbouwtekening (blauwdruk) van een tjalk, aanpassing wegens motorisering: stuurhut, schroefraam, etc. Opdrachtgever: onbekend.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring). Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk met een lengte van 15,85 meter.
VervaardigerBrandsma, Murk
Trefwoordentjalken
Objectnummer1982-726
Periode van1900
Periode tot1910
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Pen- en potloodtekening. Schaal 1:20. Afmetingen: lengte 15,85 m., breedte 3,53 m., holte 1,20 m. laadvermogen 35 ton. Opdrachtgever: De Roos, Minnertsga.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring). Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum. Een zoon van de opdrachtgever is Fokke de Roos van de Hermanawei 18 te Minnertsga. Die wist te vertellen dat het schip is overgenomen door zijn oudste broer., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21 p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 21,79 meter lang.
VervaardigerBrandsma, Murk
Trefwoordentjalken
Objectnummer1983-348
Periode van1903
Periode tot1903
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Pentekening. Lijnenplan. Schaal 1:20. Afmetingen: lengte 21,79 m., breedte 4,61 m., holte 1,84 m.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring). Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum. Naar deze tekening is het model met inv.nr. 1993-001 gemaakt. De tekening is een lestekening die Murk Brandsma maakte toen hij tekenlessen volgde bij tekenleraar Ritzes te Harlingen., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 13,51 meter lang.
VervaardigerRoorda, Bauke
Trefwoordenskûtsjes, tjalken
Objectnummer1991-377
Periode van1900
Periode tot1950
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Afmetingen (metriek): lengte 13,51. Opdrachtgever: onbekend.
AchtergrondinformatieOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr. 1991-401., Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: voorsteven van een boltjalk voor Postuma in de Valom.
VervaardigerRoorda, Bauke
Trefwoordenboltjalken, tjalken
Objectnummer1991-381
Periode van1906
Periode tot1906
BeschrijvingScheepsbouwtekening: voorsteven van een boltjalk of bolschip. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: Postuma, De Valom.
AchtergrondinformatieArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 1: 'Bolschip Postuma Valom. 39 ton. Begonnen 5 Maart 1906, afgeleverd met mast, wicht en giek den 17 juni 1906 voor den som van f. 1600'. - inv.nr. 14 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: ronding van een boltjalk voor Postuma in de Valom.
VervaardigerRoorda, Bauke
Trefwoordenboltjalken, tjalken
Objectnummer1991-383
Periode van1906
Periode tot1906
BeschrijvingScheepsbouwtekening: ronding van het voorschip van een boltjalk of bolschip. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: Postuma, De Valom.
AchtergrondinformatieArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 1: 'Bolschip Postuma Valom. 39 ton. Begonnen 5 Maart 1906, afgeleverd met mast, wicht en giek den 17 juni 1906 voor den som van f. 1600'. - inv.nr. 14 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een boltjalk voor A. Hoogeveen.
VervaardigerRoorda, Bauke
Trefwoordenboltjalken, tjalken
Objectnummer1991-389
Periode van1909
Periode tot1909
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een boltjalk of bolschip. Potlood op papier. Voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: A. Hoogeveen, Drachten.
AchtergrondinformatieArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 42: 'Bolschip A. Hoogeveen. Begonen 25 August 1909, Afgeleverd 3 November 1909. Prijs f. 1600.' - inv.nr. 42 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk voor Jongeling, Wierum.
VervaardigerRoorda, Bauke
Trefwoordenboltjalken, tjalken
Objectnummer1991-391
Periode van1910
Periode tot1910
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood op papier. Zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen (metriek): lengte 15,84, de rest is niet aangegven. Opdrachtgever: Jongeling, Wierum.
AchtergrondinformatieOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr., Archief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. 49: 'Tjalkschip Jongeling Wierum. begonen Augustus 1910, afgeleverd Nov 1910. Prijs f. 1800'. Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening: voorsteven van de boltjalk voor K. van der Molen, Luinjeberd
VervaardigerRoorda, Bauke
Trefwoordenboltjalken, tjalken
Objectnummer1991-393
Periode van1913
Periode tot1913
BeschrijvingScheepsbouwtekening: de voorsteven van een boltjalk of bolschip. Potlood op papier. Schaal niet aangegeven. Afmetingen van het schip: niet aangegeven. Opdrachtgever: K. van der Molen, Luinjeberd.
AchtergrondinformatieArchief van werf De Piip van de Gebroeders Roorda te Drachten: - werfboek nr. : werfboek: 'Bolschip K. van der Molen, Luinjeberd. begonen 2 April 1913, afgeleverd 15 Mei 1913'. - inv.nrs. 3 en 61 Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
TitelScheepsbouwtekening van een zeetjalk met een kop van een koftjalk.
VervaardigerRoorda, Bauke
Trefwoordenkoftjalken, tjalken
Objectnummer1991-400
Periode van1900
Periode tot1950
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een zeetjalk met een kop van een koftjalk. Potlood op calque. Zij- en bovenaanzicht. Schaal niet aangegeven. Afmetingen schip (metriek): lengte 25, breedte 4,95, holte 1,91. Opdrachtgever: onbekend. De tekening is bros en door vouwen zeer beschadigd.
AchtergrondinformatieBauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschrijvingScheepsbouwtekening van tjalk. Potlood op papier. Zij- en bovenaanzicht. Schaal: niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: onbekend.
AchtergrondinformatieOp de andere kant van het papier de tekening met inv.nr. 1991-436., Bauke Roorda (1878-1958) was de zoon van Berend Tjeerds Roorda (1848-1928) die eerst scheepstimmerknecht was bij Pieter Haykes van der Werf aan de Langewijk te Drachten. In 1896 begon hij een eigen werf aan de Boven Drachten en verhuisde in 1902 naar het Molenend te Drachten bij de brug De Piip. Bauke Roorda had drie broers van wie er twee met hem de werf van hun vader overnamen. Bauke Roorda werd erkend als baas, hij tekende de schepen. Broer Tjeerd Roorda deed het smidswerk en broer Wouter Roorda het timmerwerk. Bauke Roorda heeft het vak geleerd bij Eeltje Holtrop van der Zee te Joure. Daar werkte hij tot 1896, het jaar waarin zijn vader een eigen werf begon. Toen de vraag naar ijzeren schepen groeide ging Bauke Roorda in de leer bij de Groninger scheepsbouwer J. Mulder te Vierverlaten. Beide leermeesters zijn in de schepen van Roorda te herkennen. De schepen kunnen veel lading hebben, maar de Groninger vorm was Roorda niet naar de zin. Hij bouwde zijn schepen in het achterschip gepiekt (als de boeiers van Van der Zee). Daardoor zijn het snelle schepen. Rond 1925 nam de vraag naar nieuwe schepen af en ging de werf over tot het aannemen van constructiewerk, met name van waterbouwkundige werken (bruggen, sluizen, etc.)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1991, pp. 18-19.
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood op millimeterpapier. Lijnenplan in zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal: 1:20 (niet aangegeven). Afmetingen: lengte 23.36 meter, breedte 4,32 meter, holte 1.24 meter. Opdrachtgever: niet aangegeven.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van de werf van Haike Pieters van der Werff aan de Langewijk te Drachten. Op de tekening het stempel van de werf. In het werfboek, dat wordt bewaard in het Fries Scheepvaart Museum, is de tjalk niet terug te vinden. Haike Pieters van der Werff. Zoon van Pyter Haickes van der Werff, die een scheepswerf had aan de Noorderdwarsvaart te Drachten. Vader Pyter kocht voor zoon Haike de werf aan de Langewijk te Drachten van Ate Pyters van der Werff, een oom van Pyter. Ate Pyters van der Werff was de werf aan de Langewijk begonnen. De werf is in 1956 gesloten bij het dempen van de vaart. Kinderen van Haike Pieters van der Werff: Durk Lourens van der Werff (de schenker), Rienkje van der Werff en Bartele Lourens van der Werff. Naast een aantal tekeningen is van de werf ook een werfboek bewaard gebleven, dat is opgenomen in het archief van het Fries Scheepvaart Museum., literatuur:
- Lieuwe Westra, 'Familie Van der Werff: dynastie van Friese scheepsbouwers' in: Spiegel der Zeilvaart, mei 1977, pp. 28-34.
Titelscheepsbouwtekening van een tjalk voor Jetse Schokker te Drachten.
VervaardigerWerff, H.P. van der ; Drachten
Trefwoordentjalken
Objectnummer1994-092
Periode van1900
Periode tot1905
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk voor de beurtdienst Drachten - Rotterdam. Potlood op papier. Lijnenplan in zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal: niet aangegeven. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgever: Jetse Schokker, Drachten. Op de tekening vier stempels van de werf H.P. van der Werff te Drachten. De notities op de tekeningen zijn waarschijnlijk voor een deel origineel en voor een deel later aangebracht. Deze aantekeningen luiden: 'Jetse Schokker Drachten - Rotterdam ± 1903'.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van de werf van Haike Pieters van der Werff aan de Langewijk te Drachten. Haike Pieters van der Werff. Zoon van Pyter Haickes van der Werff, die een scheepswerf had aan de Noorderdwarsvaart te Drachten. Vader Pyter kocht voor zoon Haike de werf aan de Langewijk te Drachten van Ate Pyters van der Werff, een oom van Pyter. Ate Pyters van der Werff was de werf aan de Langewijk begonnen. De werf is in 1956 gesloten bij het dempen van de vaart. Kinderen van Haike Pieters van der Werff: Durk Lourens van der Werff (de schenker), Rienkje van der Werff en Bartele Lourens van der Werff. Naast een aantal tekeningen is van de werf ook een werfboek bewaard gebleven, dat is opgenomen in het archief van het Fries Scheepvaart Museum. In het werfboek, dat wordt bewaard in het Fries Scheepvaart Museum, is de tjalk niet terug te vinden. Onder nr. 3 wordt alleen Jan H. Schokker genoemd. Maar de tekening die voor Jan Schokker is gemaakt heeft inv.nr. 1994-093. Identificatie is echter moeilijk omdat de originele notities later zijn aangevuld en veranderd, zodat niet geheel duidelijk is wie de opdrachtgever was., literatuur:
- Lieuwe Westra, 'Familie Van der Werff: dynastie van Friese scheepsbouwers' in: Spiegel der Zeilvaart, mei 1977, pp. 28-34.
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood op millimeterpapier. Lijnenplan in zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal 1:20. Afmetingen: lengte 18,50 meter, breedte 3,85 meter, hol 1,15 meter. Opdrachtgever: onbekend. Het betreft een beurtschip van Friesland op Holland. Op de tekening tweemaal het stempel van de werf H.P. van der Werff te Drachten en berekeningen. Rechtsboven de maten van het schip in centimeters: 1850 x 385 x 115. Omgerekend in voeten meet het schip 65 x 13½ x 4.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van de werf van Haike Pieters van der Werff aan de Langewijk te Drachten. Haike Pieters van der Werff. Zoon van Pyter Haickes van der Werff, die een scheepswerf had aan de Noorderdwarsvaart te Drachten. Vader Pyter kocht voor zoon Haike de werf aan de Langewijk te Drachten van Ate Pyters van der Werff, een oom van Pyter. Ate Pyters van der Werff was de werf aan de Langewijk begonnen. De werf is in 1956 gesloten bij het dempen van de vaart. Kinderen van Haike Pieters van der Werff: Durk Lourens van der Werff (de schenker), Rienkje van der Werff en Bartele Lourens van der Werff. Naast een aantal tekeningen is van de werf ook een werfboek bewaard gebleven, dat is opgenomen in het archief van het Fries Scheepvaart Museum. In het werfboek, dat wordt bewaard in het Fries Scheepvaart Museum, is een schip dat dezelfde maten heeft, namelijk dat van D. van der Meer (achter in het boek, zonder nr.). Omdat dat werfboek niet compleet is, is het echter niet zeker dat de tekening voor deze opdrachtgever is gemaakt., literatuur:
- Lieuwe Westra, 'Familie Van der Werff: dynastie van Friese scheepsbouwers' in: Spiegel der Zeilvaart, mei 1977, pp. 28-34.
TitelVier scheepsbouwtekeningen van het tjalkjacht Ale.
VervaardigerBoon, Dick
Trefwoordentjalken, tjalkjachten
ObjectnummerT-206
Periode van1963
Periode tot1963
BeschrijvingVier scheepsbouwtekeningen van het tjalkjacht Ale. Lichtdrukken. Algemeen plan en details. Afmetingen: lengte 18,10 m., breedte 3,57 m., diepgang 0,75 m., zeiloppervalk 96,50 m.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van Jachtwerf G. Doevendans te Sneek.
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk met een laadvermogen van 33 ton.
VervaardigerManen, J.B. van
Trefwoordentjalken
ObjectnummerT-160
Periode van1900
Periode tot1925
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Pentekening. Schaal 1:20. Afmetingen: lengte 16,98 m., breedte 3.54 m., holte 1,14 m., laadvermogen 33 ton.
AchtergrondinformatieDe scheepswerf van Van Manen was gevestigd op een plaats in Berlikum, waar al vanaf de 17de eeuw een werf was geweest. Er werden voornamelijk schepen gebouwd die gebruikt werden voor het vervoer van de akkerbouwprodukten uit de Bouwhoek, benoorden Franeker. De vaarwegen in dit gebied waren bochtig en nauw. De voorkeur ging uit naar snikken, smalle schepen die zowel konden worden gezeild als getrokken. Daarnaast had de familie Van Manen het monopolie op de bouw van haringboten, die langs de hele Friese Waddenkust werden gebruikt voor de visserij met het hoekwant. Kort voor het midden van de 19de eeuw kwam Jacob Bernardus van Manen (1817-1867) uit Bolsward naar Berlikum en nam daar de werf over. Diens weduwe en beide zoons, Jan en Bernardus, zetten de helling voort, om te worden opgevolgd door kleinzoon Jacon Bernardus (1888-1963). In 1914 werd de eerste ijzeren praam afgeleverd, in 1937 de laatste eikenhouten haringboot. De werf had op dat moment onvoldoende emplooi en schakelde over op landbouwwerktuigen., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1967-1968, p. 57
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1971-1972, p. 13
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 50 voet lengte.
VervaardigerManen, J.B. van
Trefwoordentjalken
ObjectnummerT-168
Periode van1906
Periode tot1906
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potloodtekening. Schaal 1:20. Afmetingen: lengte 50 voet, breedte 12 voet, holte 3,75 voet.
AchtergrondinformatieDe scheepswerf van Van Manen was gevestigd op een plaats in Berlikum, waar al vanaf de 17de eeuw een werf was geweest. Er werden voornamelijk schepen gebouwd die gebruikt werden voor het vervoer van de akkerbouwprodukten uit de Bouwhoek, benoorden Franeker. De vaarwegen in dit gebied waren bochtig en nauw. De voorkeur ging uit naar snikken, smalle schepen die zowel konden worden gezeild als getrokken. Daarnaast had de familie Van Manen het monopolie op de bouw van haringboten, die langs de hele Friese Waddenkust werden gebruikt voor de visserij met het hoekwant. Kort voor het midden van de 19de eeuw kwam Jacob Bernardus van Manen (1817-1867) uit Bolsward naar Berlikum en nam daar de werf over. Diens weduwe en beide zoons, Jan en Bernardus, zetten de helling voort, om te worden opgevolgd door kleinzoon Jacon Bernardus (1888-1963). In 1914 werd de eerste ijzeren praam afgeleverd, in 1937 de laatste eikenhouten haringboot. De werf had op dat moment onvoldoende emplooi en schakelde over op landbouwwerktuigen., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1967-1968, p. 57
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1971-1972, p. 13
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 20 meter lengte.
VervaardigerManen, J.B. van
Trefwoordentjalken
ObjectnummerT-169
Periode van1900
Periode tot1950
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potloodtekening. Lijnenplan. Afmetingen: lengte 70 voet (=20 m.), breedte 15 voet (=4,25 m.), holte 5 voet (= 1.40 m.) Schaal 1:20, totale waterverplaatsing 92 ton, eigen gewicht 24 ton, draagvermogen 68 ton, ledige diepgang 45 cm.
AchtergrondinformatieDe scheepswerf van Van Manen was gevestigd op een plaats in Berlikum, waar al vanaf de 17de eeuw een werf was geweest. Er werden voornamelijk schepen gebouwd die gebruikt werden voor het vervoer van de akkerbouwprodukten uit de Bouwhoek, benoorden Franeker. De vaarwegen in dit gebied waren bochtig en nauw. De voorkeur ging uit naar snikken, smalle schepen die zowel konden worden gezeild als getrokken. Daarnaast had de familie Van Manen het monopolie op de bouw van haringboten, die langs de hele Friese Waddenkust werden gebruikt voor de visserij met het hoekwant. Kort voor het midden van de 19de eeuw kwam Jacob Bernardus van Manen (1817-1867) uit Bolsward naar Berlikum en nam daar de werf over. Diens weduwe en beide zoons, Jan en Bernardus, zetten de helling voort, om te worden opgevolgd door kleinzoon Jacon Bernardus (1888-1963). In 1914 werd de eerste ijzeren praam afgeleverd, in 1937 de laatste eikenhouten haringboot. De werf had op dat moment onvoldoende emplooi en schakelde over op landbouwwerktuigen., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1967-1968, p. 57
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1971-1972, p. 13
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 68 voet lengte (=19,14 m.).
VervaardigerManen, J.B. van
Trefwoordentjalken
ObjectnummerT-170
Periode van1906
Periode tot1906
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood- en pentekening. Schaal 1:20. Afmetingen: lengte 68 voet (=19.14 m.), breedte 14 voet (=3.96 m.), holte 5¼ voet (=1.486 m.).
AchtergrondinformatieDe scheepswerf van Van Manen was gevestigd op een plaats in Berlikum, waar al vanaf de 17de eeuw een werf was geweest. Er werden voornamelijk schepen gebouwd die gebruikt werden voor het vervoer van de akkerbouwprodukten uit de Bouwhoek, benoorden Franeker. De vaarwegen in dit gebied waren bochtig en nauw. De voorkeur ging uit naar snikken, smalle schepen die zowel konden worden gezeild als getrokken. Daarnaast had de familie Van Manen het monopolie op de bouw van haringboten, die langs de hele Friese Waddenkust werden gebruikt voor de visserij met het hoekwant. Kort voor het midden van de 19de eeuw kwam Jacob Bernardus van Manen (1817-1867) uit Bolsward naar Berlikum en nam daar de werf over. Diens weduwe en beide zoons, Jan en Bernardus, zetten de helling voort, om te worden opgevolgd door kleinzoon Jacon Bernardus (1888-1963). In 1914 werd de eerste ijzeren praam afgeleverd, in 1937 de laatste eikenhouten haringboot. De werf had op dat moment onvoldoende emplooi en schakelde over op landbouwwerktuigen., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1967-1968, p. 57
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1971-1972, p. 13
TitelScheepsbouwtekening van het grootspant van een onbekend schip.
VervaardigerManen, J.B. van
Trefwoordentjalken
ObjectnummerT-175
Periode van1900
Periode tot1950
BeschrijvingScheepsbouwtekening van het grootspant van een onbekend schip, waaarschijnlijk van een tjalk. Potlood- en pentekening. Schaal 1:10.
AchtergrondinformatieDe scheepswerf van Van Manen was gevestigd op een plaats in Berlikum, waar al vanaf de 17de eeuw een werf was geweest. Er werden voornamelijk schepen gebouwd die gebruikt werden voor het vervoer van de akkerbouwprodukten uit de Bouwhoek, benoorden Franeker. De vaarwegen in dit gebied waren bochtig en nauw. De voorkeur ging uit naar snikken, smalle schepen die zowel konden worden gezeild als getrokken. Daarnaast had de familie Van Manen het monopolie op de bouw van haringboten, die langs de hele Friese Waddenkust werden gebruikt voor de visserij met het hoekwant. Kort voor het midden van de 19de eeuw kwam Jacob Bernardus van Manen (1817-1867) uit Bolsward naar Berlikum en nam daar de werf over. Diens weduwe en beide zoons, Jan en Bernardus, zetten de helling voort, om te worden opgevolgd door kleinzoon Jacon Bernardus (1888-1963). In 1914 werd de eerste ijzeren praam afgeleverd, in 1937 de laatste eikenhouten haringboot. De werf had op dat moment onvoldoende emplooi en schakelde over op landbouwwerktuigen., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1967-1968, p. 57
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1971-1972, p. 13
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk van 16,98 meter lang.
VervaardigerBrandsma, Murk
Trefwoordentjalken
Objectnummer1983-358
Periode van1908
Periode tot1908
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potlood en pentekening. Lijnenplan, aanzichten, spanten, steven. Schaal 1:20. Afmetingen: lengte 16,98 m., breedte 3,68 m., holte 1,23 m. Opdrachtgever: J. Wijkstra te Tzum.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring). Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)
TitelScheepsbouwtekening van een tjalk met een lengte van 19,24 meter.
VervaardigerBrandsma, Murk
Trefwoordentjalken
Objectnummer1982-723
Periode van1900
Periode tot1925
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Potloodtekening. Afmetingen: lengte 19,24 m., breedte 3,96 m., holte 1,49 m. laadvermogen 65 ton. Opdrachtgever: Harts, een 'kermisgast'.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring). Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21 p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een tjalk. Pentekening. Schaal 1:20. Afmetingen: lengte 18,00 m., breedte 4,53 m., holte 1,56 m.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig van scheepswerf Brandsma te Franeker. Rients Brandsma (1836-1918) begon in 1872 met een scheepstimmerwerf aan de Dongjumervaart. Op de werf met drie langshellingen werden tjalken, pramen, hoevelaken, snikken, westlanders, tjotters, beurtschepen, veeschepen en motorvrachtschepen gebouwd. In 1905 stichtte hij de firma R. Brandsma en zonen (vader Rients en zijn zonen Murk (1878-1940) en Haring). Toen vader Rients in 1918 stierf berustte de leiding van de werf bij Murk en Haring. De laatste trad in 1926 uit de firma en werd directeur van de Zaanlandsche Scheepvaart Maatschappij. Murk moest in 1927 wegens zijn gezondheid de zaak overlaten aan zijn zoon Rients Brandsma (1909-1989). Die zette de zaak voort tot 1933. Hij schonk de tekeningen en het archief van de werf aan het museum., literatuur:
- Sneeker Nieuwsblad 24 juli 1982
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1982, p. 21
- Bein Brandsma, Honderd jaar Brandsma Rohel (z.p., 1998)