BeschrijvingSnuifdoos van onversierde berkenbast. Ovaalvormige doos met een losse deksel, waarop een lusvormig handvat van leer. Het leer is gebroken. De wand van de snuifdoos is niet beschilderd en niet voorzien van snijwerk.
AchtergrondinformatieDe snuifdoos is op dezelfde wijze versierd als de toejas. Zo'n toejas wordt gemaakt van berkenbast en is meestal cilindervormig. De wand bestaat uit twee lagen berkenbast, die met de zilverwitte buitenkant van de schors tegen elkaar liggen. Deksel en bodem zijn gemaakt van een rond gesneden stukje genenehout. De doos is vaak versierd met gestempelde en uitgesneden geometrische figuren. Deze dozen werden lange tijd vervaardigd in dorpen in de omgeving van Veliky Ustiyu, een plaats in het noordoosten van Europees Rusland. Ze worden er tuyes genoemd en verhandeld door heel noord-oost Rusland. Vooral Groninger zeevaarders namen ze - vanuit Archangel of Riga - mee als zeemanssouvenir., Literatuur:
- Goud uit graan. Nederland en het Oostzeegebied 1600-1850 (Zwolle, 1998) p. 128 e.v.
- H.A. Hachmer, Zeemanssouvenirs rond Eems en Dollard (Scheemda, 1997) p. 37 e.v.
- E.M.Ch.F. Klijn 'De Toejas' in: Bijdragen en Mededelingen van het Nederlands Openluchtmuseum, jaargang 26, nr. 1 (1963).
- M. Ilyin, Russian Decorative Folk Art (Moskou, 1959) p. 23 e.v.
BeschrijvingSnuifdoos van versierde berkenbast. Ovaalvormige doos met een losse deksel, waarop een knop van been. Onbeschilderd. De wand van de toejas bestaat uit meerdere lagen berkenbast, die aan de randen zijn gekartled. Het doosje is bedekt met resten van een zwarte kleur.
AchtergrondinformatieDe snuifdoos is op dezelfde wijze versierd als de toejas. Zo'n toejas wordt gemaakt van berkenbast en is meestal cilindervormig. De wand bestaat uit twee lagen berkenbast, die met de zilverwitte buitenkant van de schors tegen elkaar liggen. Deksel en bodem zijn gemaakt van een rond gesneden stukje genenehout. De doos is vaak versierd met gestempelde en uitgesneden geometrische figuren. Deze dozen werden lange tijd vervaardigd in dorpen in de omgeving van Veliky Ustiyu, een plaats in het noordoosten van Europees Rusland. Ze worden er tuyes genoemd en verhandeld door heel noord-oost Rusland. Vooral Groninger zeevaarders namen ze - vanuit Archangel of Riga - mee als zeemanssouvenir., Literatuur:
- Goud uit graan. Nederland en het Oostzeegebied 1600-1850 (Zwolle, 1998) p. 128 e.v.
- H.A. Hachmer, Zeemanssouvenirs rond Eems en Dollard (Scheemda, 1997) p. 37 e.v.
- E.M.Ch.F. Klijn 'De Toejas' in: Bijdragen en Mededelingen van het Nederlands Openluchtmuseum, jaargang 26, nr. 1 (1963).
- M. Ilyin, Russian Decorative Folk Art (Moskou, 1959) p. 23 e.v.
BeschrijvingTabakspot. Rigawerk. Gedraaid hout. Cilindervormige pot met aan de boven- en onderzijde fijne, horizonrale profielranden. Losse deksel, waarop een knop. De pot is versierd met gemoffeld schilderwerk. De buitenzijde met een patroon van door elkaar heen slingerende banden in rood, goud en zwart. Het deksel met bladmotieven in rood, goud en zwart. In het deksel zit een kleine scheur. Aan de onderzijde van de pot zit een papiertje geplakt, waarop: "Mevr. Nienhuis."
AchtergrondinformatieRiganappen en ander Rigawerk zoals deze tabakspot, werden door zeelui gekocht in Riga en in andere havenplaatsen aan de Oostzee. Het gebied waar de nappen gemaakt werden lag rond Khokhloma aan de Wolga. In de 17de eeuw begon daar de productie van o.a nappen die gedraaid werden uit berken- of lindenhout. Ze werden beschilderd of gestempeld met bladvormige of geometrische versieringen. De belangrijkste kleuren zijn rood en zwart, aangevuld met goud, zilver of groen. Na vernissing werden de nappen gemoffeld (in de oven verhit). De naar Nederland meegenomen nappen werden gebruikt als siervoorwerp of als afwasbakje (dan voorzien van een koperen binnenbak)., Literatuur:
- Goud uit graan. Nederland en het Oostzeegebied 1600-1850 (Zwolle, 1998) p. 128 e.v.
- H.A. Hachmer, Zeemanssouvenirs rond Eems en Dollard (Scheemda, 1997) p. 37 e.v.
- M. Ilyin, Russian Decorative Folk Art (Moskou, 1959) p. 23 e.v.
BeschrijvingRiganap. Gedraaid hout. Beschilderd in de kleuren rood, zwart en goudkleur. Druppelvormen, spiralen en slingerlijn.
AchtergrondinformatieDeze Riganap is afkomstig uit de boekder van Homma Zuidersma te Oosterwolde.
Riganappen en ander Rigawerk werden door zeelui gekocht in Riga en in andere havenplaatsen aan de Oostzee. Het gebied waar de nappen gemaakt werden lag rond Chockloma aan de Wolga. In de 17de eeuw begon daar de productie van nappen die gedraaid werden uit berken- of lindenhout. Ze werden beschilderd of gestempeld met bladvormige of geometrische versieringen. De belangrijkste kleuren zijn rood en zwart, aangevuld met goud, zilver of groen. Na vernissing werden de nappen gemoffeld (in de oven verhit). De naar Nederland meegenomen nappen werden gebruikt als siervoorwerp of als afwasbakje (dan voorzien van een koperen binnenbak)., literatuur:
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1981, p. 16
TitelCargadoorslepel van Christian Magnus Schroder uit Libau.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenLetland, Oostzee, Liepaja
Objectnummer2011-005
Periode van1770
Periode tot1770
BeschrijvingZilveren cargadoorslepel. Gladde steel, die met een dubbel lof is bevestigd aan de bak. Op de achterzijde van de steel: 'Christian Magnus Schroder Liebau 1770'. Achterzijde bak: 'W.T. Tysma 1938'. Bovenaan de steel aan de voorzijde tweemaal een onbekend makersmerk: 'HM'
AchtergrondinformatieChristian Magnus Schröder was koopman te Libau. Deze stad is tegenwoordig bekend onder de naam Liepaja en is een havenstad gelegen in het zuidwesten van Letland. Deze lepel werd mee naar Friesland genomen door Lolle Harings Nauta (1764-1828) schipper/koopman/boer te Woudsend. In de periode 1792-1802 maakte hij reizen naar de Oostzee, Frankrijk, Spanje en Portugal met het schip Wietske Tromp van Visser, later onder Duitse vlag (De Freundschaft)., Bij welke gelegenheid de lepel in tweede instantie werd gegraveerd is onbekend. Dat gebeurde wel binnen de familiekring van Lolle Harings Nauta: W.T. Tijsma was een zoon van Grietje Nauta en daarmee een achterkleinzoon van Lolle Harings Nauta. Ook daarna bleef de lepel in de familie: schenker is ook een Tijsma., In de havens aan de Oostzee schonken de cargadoors of bevrachters aan scheepskapiteins die een lading graan innamen een zilveren lepel als kaplaken, dat is een premie boven de vrachtprijs om goede zorg voor de lading te dragen., literatuur:
- A.R. Kelder, Maritieme verzamelingen. Cargadoors- of Oostzeelepels, in: De Blauwe Wimpel, jaargang 59 (2004), nr. 11, p. 436-437.
- A. Westers, Oostzeelepels in de verzameling van het Kapiteinshuis Pekela, in: Jaarverslag 2004 Kapiteinshuis Pekela/Stichting Westers, p. 8-16.