TitelToejas. Tabakspot van berkenschors. Zeemanssouvenir uit het Oostzeegebied.
Vervaardigeronbekend
TrefwoordenRusland
Objectnummer1985-226
Periode van1800
Periode tot1900
BeschrijvingToejas. Tabakspot. Vervaardigd van twee lagen berkeschors, versierd met geometrische motieven en koperen banden.
AchtergrondinformatieDe grootvader (de Jonge) van de schenkster nam de toejas als zeemanssouvenir mee uit Rusland. Hij was kapitein op een Groninger koftjalk.
Een toejas (tuyes) wordt gemaakt van berkenbast en is meestal cilindervormig. De wand bestaat uit twee lagen berkenbast, die met de zilverwitte buitenkant van de schors tegen elkaar liggen. Deksel en bodem zijn gemaakt van een rond gesneden stukje genenehout. De doos is vaak versierd met gestempelde en uitgesneden geometrische figuren. Deze dozen werden lange tijd vervaardigd in dorpen in de omgeving van Veliky Ustiyu, een plaats in het noordoosten van Europees Rusland. Ze worden er tuyes genoemd en verhandeld door heel noord-oost Rusland. Vooral Groninger zeevaarders namen ze - vanuit Archangel of Riga - mee als zeemanssouvenir., literatuur:
- Goud uit graan. Nederland en het Oostzeegebied 1600-1850 (Zwolle, 1998) p. 128 e.v.
- H.A. Hachmer, Zeemanssouvenirs rond Eems en Dollard (Scheemda, 1997) p. 37 e.v.
- E.M.Ch.F. Klijn 'De Toejas' in: Bijdragen en Mededelingen van het Nederlands Openluchtmuseum, jaargang 26, nr. 1 (1963).
- M. Ilyin, Russian Decorative Folk Art (Moskou, 1959) p. 23 e.v.
- Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1985, p. 28
BeschrijvingZilveren cargadoorslepel. Bak en steel zijn uit één deel gemaakt. De voorzijde van de steel is versierd (gietwerk) met bloemmotieven rondom een blanco banderol. Op de achterzijde van de steel: 'G.W. Schröder & Co. Riga 1853'.
AchtergrondinformatieIn de havens aan de Oostzee schonken de cargadoors of bevrachters aan scheepskapiteins die een lading graan innamen een zilveren lepel als kaplaken, dat is een premie boven de vrachtprijs om goede zorg voor de lading te dragen. De lepel is door vererving in de familie gebleven en stamt uit een zeevarende familie op Schiermonnikoog: -1- Schenkster mevr. Ninette (Nienke) Bakker (geboren 30 jan. 1916) dochter van -2- Jacob Bakker (1884-1978) en Grietje Onnes (1884-1968). Jacob Bakker was commissaris bij het loodswezen. Grietje Onnes is dochter van -3- Remke Onnes (1851-1923) en Wiegeltje Vil (1852-1945). Beiden waren afkomstig van Schiermonnikoog. Remke Onnes was gezagvoerder op een lichtschip. Een broer van hem, Piet, had een zoon Klaas. Hij is de schilder van het schilderij van het vergaan van een schip (G-106). Wiegeltje Vil is dochter van -4- Hendrik Douwe Vil, gezagvoerder te Schiermonnikoog. In de fotocollectie van het museum bevinden zich foto's van bovengenoemde personen., literatuur:
- Ingekomen Stukken 7 nov. 1994. - Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1994, p. 24.
- A.R. Kelder, Maritieme verzamelingen. Cargadoors- of Oostzeelepels, in: De Blauwe Wimpel, jaargang 59 (2004), nr. 11, p. 436-437.
- A. Westers, Oostzeelepels in de verzameling van het Kapiteinshuis Pekela, in: Jaarverslag 2004 Kapiteinshuis Pekela/Stichting Westers, p. 8-16.
BeschrijvingHouten Rigalepel. Beschilderd in de kleuren zwart en rood op goudkleurige ondergrond.
AchtergrondinformatieRiganappen en ander Rigawerk werden door zeelui gekocht in Riga en in andere havenplaatsen aan de Oostzee. Het gebied waar de nappen gemaakt werden lag rond Chockloma aan de Wolga. In de 17de eeuw begon daar de productie van nappen die gedraaid werden uit berken- of lindenhout. Ze werden beschilderd of gestempeld met bladvormige of geometrische versieringen. De belangrijkste kleuren zijn rood en zwart, aangevuld met goud, zilver of groen. Na vernissing werden de nappen gemoffeld (in de oven verhit). De naar Nederland meegenomen nappen werden gebruikt als siervoorwerp of als afwasbakje (dan voorzien van een koperen binnenbak).
BeschrijvingHouten rigalepel. Beschilderd met geometrische motieven in de kleuren zwart en rood op een bronskleurig ondergrond.
AchtergrondinformatieRiganappen en ander Rigawerk werden door zeelui gekocht in Riga en in andere havenplaatsen aan de Oostzee. Het gebied waar de nappen gemaakt werden lag rond Chockloma aan de Wolga. In de 17de eeuw begon daar de productie van nappen die gedraaid werden uit berken- of lindenhout. Ze werden beschilderd of gestempeld met bladvormige of geometrische versieringen. De belangrijkste kleuren zijn rood en zwart, aangevuld met goud, zilver of groen. Na vernissing werden de nappen gemoffeld (in de oven verhit). De naar Nederland meegenomen nappen werden gebruikt als siervoorwerp of als afwasbakje (dan voorzien van een koperen binnenbak).