TitelHoutgravure met voorstelling van de makreelvisserij.
VervaardigerHekking Jr., W.
Trefwoordenvissersschepen
Objectnummer2001-035
Periode van1850
Periode tot1865
BeschrijvingHoutgravure. Handmatig ingekleurd. Voorstelling van een zeegezicht met rechts een haven en links een aantal vissersschepen. Onderschrift: "de makreelvisscherij".
AchtergrondinformatieDe gravure is vervaardigd door Popko van Groningen (1822-1888) naar een tekening van W. Hekking. De gravure is afkomstig uit het boek 'Het Nederlandsch Magazijn'.
Willem Hekking jr. Geboren Amsterdam 22 febr. 1825, overleden Amsterdam 11 jan. 1904. Leerling van zijn vader W. Hekking sr. Heeft voornamelijk pentekeningen en litho's vervaardigd. Onderwerp: stads- en riviergezichten.
BeschrijvingReproduktie van een schilderij van P.J. Sterkenburg. Drukwerk. Voorstelling schepen voor de haven van Harlingen. Links op de voorgrond het stoomschip Hercules (raderaandrijving en twee masten voor zeilen). In het midden op het tweede plan een brigantijn met Engelse vlag. Op de achtergrond rechts een beurtschip. Links op de achtergrond de haven van Harlingen.
AchtergrondinformatieP.J. Sterkenburg is geboren 18 december 1955 te Harlingen en is te Zurich overleden in 2000. Hij was autodidact. Woonde en werkte te Zurich. Schilderde vooral zeegezichten en schepen., literatuur:
- Wijd en Zijd 17 mei 1995
TitelIngelijste foto van een aantal regenboogjachten met reclame voor jachtverhuurder R. Moedt te Sneek
VervaardigerTromp, Bart
Trefwoordenregenboogklasse, zeilsport, Sneek, Moedt, P.
Objectnummer2001-055
Periode van1950
Periode tot1970
BeschrijvingFoto. Zwart-wit. Opname van een aantal zeiljachten uit de regenboogklasse (zeilnummers68, 70, 58 en 57). De foto is geplakt op karton met daarop de tekst: "R. Moedt - Sneek Kleinzand 73 Telefoon 3184. Zeiljachten - Verhuur - In- en verkoop". Het geheel is ingelijst en gevat achter glas.
AchtergrondinformatieDe foto is afkomstig van jachtverhuurder R. Moedt te Sneek
BeschrijvingHouten bord. Aan de bovenkant versierd met zaagwerk: krullen en een door engelen gehouden kroon. Beneden een verdikking met drie koperen ophangknoppen. De vleugelstukken langs de zijkanten zijn uitgezaagd in de vorm van krullen en adelaars. De uitgezaagde versieringen zijn meerkleurig beschilderd. In het midden een geschilderde voorstelling van een haven. Links een herberg met uithangbord waarop de tekst "In de Zwaan" en de initialen "AC". In de deuropeningen een leunende man en achter de geopende herbergdeur is de toog te zien. Rechts op de kad een matoors met rode hoed en over zijn schouder een plunjezak. Inhet midden een hond. Op het tweede plan de haven met daarin een zeilende beurtschepen en een afgemeerde driemaster. Op het achterschip daarvan een Friese vlag.
AchtergrondinformatieHet bord heeft waarschijnlijk een kerkelijke functie gehad: tekstbord of ophangbord voor "ponkjes". De beschilderingen zijn niet helemaal origineel. De adelaars zijn door een latere schilder breder gemaakt door naar het midden toe veren toe te voegen. De overgang in het schilderwerk is goed te zien. Dezelfde schilder zal ook het havengezicht hebben vervaardigd. De Friese vlag is pas in 1897 ingesteld door de Provinciale Staten van Friesland en daarom zal de beschildering ook van na die tijd zijn.
BeschrijvingSchilderij. Olieverf op board. Waterlandschap. Wijd water met links twee molens (de voorste is een spinnekop). Op de voorgrond een vissersboot met fuiken op de wal. Op het twee plan zeilen twee tjalken. Het schilderij is gevast in een onbewerkte houten lijst.
AchtergrondinformatieGerben Rypma (1878-1963, overleden te Blauwhuis) was boer, dichter en schilder. Geboren op de Sânfirderryp (bij Greonterp). Hij woonde eerst bij zijn ouders die een boerderij hadden. Later had hij zelf een boerderij. Tot 1935 schreef hij gedichten, daarna legde hij zich meer en meer toe op het maken van schilderijen. Hoewel zijn onderwerpen meestal buiten zijn, schilderde hij niet buiten. Hij observeerde, noteerde niet, maar schilderde vanuit zijn observatieherinnering. Rypma was zeer bedreven in het schilderen van vee: koeien, schapen en paarden. Zijn leefwereld was het landschap van Greonterp, Blauwhuis en omgeving. Zijn schilderijen zijn daar ook het meest gesitueerd. Karakteristiek is zijn kleurgebruik: zacht groen, grijs en blauw. In 1999 was er in café De Freonskip te Blauwhuis een tentoonstelling van zijn werk.
BeschrijvingFoto. Kleur (verkleurd). Ingelijst. Opname van het skûtsje Gerben van Manen van Heerenveen. Op de achterkant het opschrift "Aangeboden door het gemeente bestuur van Heerenveen aan schipper Tjitte Brouwer ter herinnering aan het feit dat hij in 1974, 1975 en 1976 - drie maal op rij - met zijn bemanning het kampioenschap skûtsjesilen behaalde op de Gerben van Manen, Heerenveen 19 januari 1977, het Gemeentebestuur van Heerenveen".
AchtergrondinformatieDe foto is afkomstig uit de prijzencollectie van Tjitte Lammertsz. Brouwer (1916-1993), die van 1968 tot 1985 schipper was op het skûtsje Gerben van Manen van Heerenveen., Tjitte Lammertsz. Brouwer. Geboren Leeuwarden 20 okt. 1916, overleden Woudsend 5 jan. 1993.
Zoon van Lammert Brouwer (1875-1954) en Jikke Dam. Hij had 14 broers en zusters. Vader Lammert was schipper op een skûtsje, actief in het vervoer van modder en zand. Hij liet in 1924 te Briltil een bolschip bouwen, dat de naam Hoop doet leven kreeg. Lammert Brouwer hield van snel zeilen. Door de wijze van werk verdelen bij afgravingen (wie het eerst komt krijgt de vracht) was dat ook economische noodzaak. Lammert Brouwer deed dan ook graag mee aan de westrijden skûtsjesilen en won ook vaak: onder andere in Burgum (1907), In Earnewâld (1926, 1930 en 1944). Enkele van deze prijzen kwamen in bezit van Tjitte Brouwer.
Van de 15 kinderen was Tjitte de beste zeiler. Vader Lammert had hem meestal aan de fok zitten. Tjitte was fel. Dat ging volgens Klaas Jansma (boek "Hoop doet leven") zo ver dat het leek alsof hij in gesprek was met het doek: "toe fok ! rot fok!". Tot 1936 voer Tjitte mee op het schip van zijn vader. Van 1936 tot 1940 was hij werkzaam in de baggerwerken. In 1940 trouwde hij met Tjitske Boorsma (1918-2001) uit Earnewâld. In 1941 kocht hij het zeilschip Hoop doet leven van zijn vader. In 1947 kocht Tjitte Brouwer zijn eerste motorschip. Hij vervoerde er zand mee voor de gemeente Wymbritseradiel en voor Van der Veen te Bakhuizen. In 1971 gingen ze - wegens rheumatiek van vrouw Tjitske - aan de wal wonen, in Woudsend. Tjitte Brouwer ging varen voor Klaas van der Meulen.
Tjitte Brouwer deed graag mee aan zeilwedstrijden. Eerst als fokkenist bij zijn vader. Later was hij ook fokkenist op andere skûtsjes (Langweer en Grou). Eerste plaatsen werden behaald in 1956 en 1957 (onder schipper Berend Mink) en in 1958, 1959, 1960, 1961, 1962 (onder schipper Ulbe Zwaga, zwager van Tjitte). Van 1968 tot 1985 was Tjitte Brouwer schipper op het skûtsje Gerben van Manen van Heerenveen. Hij was de opvolger van Siep van Terwisga. Tjitte Brouwer werd kampioen in 1968, 1974, 1975, 1976, 1977 en in 1981. In het vleugelklassement (over alle officiële SKS-wedstrijden) staat hij op de vierde plaats (50 maal eerste, 24 maal tweede n 15 maal derde). Ulbe Zwaga staat in het vleugelklassement op nr. 1. In 1985 nam Tjitte Brouwer afscheid als schipper. Hij werd opgevolgd door Tjitte Sietsesz. Brouwer. Bij zijn afscheid op 24 aug. 1985 werd Tjitte Brouwer benoemd tot erelid van de SKS (gouden speld) en tot lid (zilver) in de orde van Oranje-Nassau. Zijn prijzen, plakboeken en fotoboeken werden door Brouwers weduwe Tjitske Brouwer-Boorsma (overleden 7 mei 2001) gelegateerd aan het Fries Scheepvaart Museum.