BeschrijvingVier scheepsbouwtekeningen van de Top-klasse. Lichtdrukken. Spant 1 en steven-details; Details spanten 2, 3 en 4; details spanten 7,8 en 9 en stevenknie; Bouwschema. Schaal 1:1 en onbekend.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de topklasse: lengte 5.95 m, breedte 1.98 m., zeiloppervlakte grootzeil 10 m², zeiloppervlakte genuafok 5.50 m², zeiloppervlakte spinnaker 12 m². De romp en de rondhouten worden gemaakt van hout. De topklasse is in 1960 ontworpen door L. Stelwagen. Aam het eind van de jaren vijftig was de NNWB van mening dat er behoefte was aan een nieuwe eenvoudige, betaalbare eenheidsklasse met midzwaard. Het ontwerp TOP (tot ons plezier) werd in 1960 door de NNWB erkend als eenheidsklasse. Het KNWV deed dat niet. Het verbond koos voor de spanker. Pas in 1980 erkende ook het KNWV de top als eenheidsklasse. De topklasse is in vergelijking met de spanker meer een familieboot, die ook geschikt is als toerboot: ruime kuip met slaapplaats voor vier personen, de uitwaaierende voorsteven maakt het een droge boot (weinig buiswater) en de de mast is gemakkelijk strijkbaar. In de beginjaren was de topklasse vooral in Friesland populair. In 1962 voeren er al honderd gemeten schepen. Later was de boot vooral te vinden op het Schildmeer en op het Veluwemeer. Bij het wedstrijdzeilen is het na 1975 stil geworden rond deze klasse. In 2008 zijn er voor het eerst sinds lange tijd weer wedstrijden gehouden voor de topklasse tijdens de Sneekweek., Literatuur:
- J. van Vollenhove, Wat zeilt daar? (Amsterdam, z.j.), pp. 68-69
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 86-87
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingDrie scheepsbouwtekeningen van de Top-klasse. A en B: potlood op calque met opschrift: 'Bestemd voor werkplaatsgebruik G. Doevendans', C: Lichtdruk. A: IJzerbeslag nr. 1; B: Details zwaardkast, roer, dekbalkjes en rondhouten; C: schema spanten. Schaal 1:1.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de topklasse: lengte 5.95 m, breedte 1.98 m., zeiloppervlakte grootzeil 10 m², zeiloppervlakte genuafok 5.50 m², zeiloppervlakte spinnaker 12 m². De romp en de rondhouten worden gemaakt van hout. De topklasse is in 1960 ontworpen door L. Stelwagen. Aam het eind van de jaren vijftig was de NNWB van mening dat er behoefte was aan een nieuwe eenvoudige, betaalbare eenheidsklasse met midzwaard. Het ontwerp TOP (tot ons plezier) werd in 1960 door de NNWB erkend als eenheidsklasse. Het KNWV deed dat niet. Het verbond koos voor de spanker. Pas in 1980 erkende ook het KNWV de top als eenheidsklasse. De topklasse is in vergelijking met de spanker meer een familieboot, die ook geschikt is als toerboot: ruime kuip met slaapplaats voor vier personen, de uitwaaierende voorsteven maakt het een droge boot (weinig buiswater) en de de mast is gemakkelijk strijkbaar. In de beginjaren was de topklasse vooral in Friesland populair. In 1962 voeren er al honderd gemeten schepen. Later was de boot vooral te vinden op het Schildmeer en op het Veluwemeer. Bij het wedstrijdzeilen is het na 1975 stil geworden rond deze klasse. In 2008 zijn er voor het eerst sinds lange tijd weer wedstrijden gehouden voor de topklasse tijdens de Sneekweek., Literatuur:
- J. van Vollenhove, Wat zeilt daar? (Amsterdam, z.j.), pp. 68-69
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 86-87
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingDrie scheepsbouwtekeningen van de Flitsklasse. Lichtdrukken. A: lijnenplan (Blad 1), B: constructieplan (Blad 2) en C: Mast, giek en zwaardkast (Blad 5). Schaal 1:10, 1:2 en 1:1.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de flitsklasse: lengte 3.60 meter, breedte 1.40 meter, zeiloppervlakte 7.3 m² (grootzeil en fok). De flitsklasse is gemaakt van hout. Het was de eerste klasse die de N.N.W.B., na haar gedwongen (in 1940 door de bezetter) en later vrijwillig bestendigde toetreding tot de K.N.W.V., instelde. Bij de toetreding had de N.N.W.B. zich uitdrukkelijk het recht voorbehouden eigen klasses in te stellen. Op de grotere wateren in het noorden voldeed de jeugdboot van het K.N.W.V. minder goed. De N.N.W.B. wilde een stijvere en bovendien goedkopere jeugdklasse. De door de N.N.W.B. ingestelde alternatieve jeugdklasse was de flits: een knikspantboot, die minder snel was, maar ook minder gevoelig dan de pluis. Het model is in 1958 ontworpen door G. Kroes uit Kampen. Het model was geschikt voor amateurbouw. De N.N.W.B. leverde zowel tekeningen als complete bouwpaketten. Veel amateurs bouwden een flits, zoals een groep leerlingen van de Rijks H.B.S. te Sneek en een groep jeugdleden van de K.Z.V.S. (1960). Het model werd ook populair door de in 1972 opgerichte Flitsclub te Sneek (gesteund door de K.W.S. en de Gemeente Sneek). Het model werd zo populair dat het in de tachtiger jaren (van de twintigste eeuw) door het K.N.W.V. werd toegelaten tot nationale wedstrijden., Literatuur:
- J. van Vollenhove, Wat zeilt daar? (Amsterdam, z.j.) pp. 64-65
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 26-27
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingTwee scheepsbouwtekeningen van de valkenklasse. A: lichtdruk, lijnenplan en spantuitslagenlijst, schaal 1:10; B: Correctieschets spantuitslagenlijst op briefpapier van de N.N.W.B. gedateerd 01-01-1964. Op A zijn de gecorrigeerde maten van B met potlood overgenomen.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de valkenklasse: lengte 6.50 m., breedte 2 m., zeiloppervlak (met genuafok) 18.6 m². De valkenklasse is in 1938 ontworpen door E.G. van de Stadt in opdracht van deurenfabriek Bruynzeel. Dat het jacht werd gemaakt van hechthout baarde destijds veel opzien. Het ontwerp was gericht op seriefabrikage. De productie begon in 1939. Na de Tweede Wereldoorlog stopte de productie bij Bruynzeel. Anderen namen het over. On 1940 verschenen de eerste 100 valken op het water en datzelfde jaar werd de klasse door het KNWV als nationale klasse erkend. In 1967 werd de valkenklasseorganisatie opgericht. Er worden ook veel valken gebouwd van polyester. Deze worden veel gebruikt bij zeilscholen en verhuurbedrijven. In poly-valken mag echter niet gezeild worden bij wedstrijden., Literatuur:
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 90-91
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingVier scheepsbouwtekeningen van de valkenklasse. A: lichtdruk, constructie, schaal 1:10 'voor werkplaatsgebruik G. Doevendans'; B: potlood op calque, spantenplan, schaal 1:5 kopie van de tekening van de bruynzeelfabriek te Zaandam. 'bestemd voor werkplaats G. Doevendans; C: potlood op calque: 'uitslagen vlak en zijde valkjacht schaal 1:10' (toeschrijving G. Doevendans); D: lichtdruk, 'uitslag binnenkant hechthouten spiegel' schaal 1:1 (toeschrijving G. Doevendans)
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de valkenklasse: lengte 6.50 m., breedte 2 m., zeiloppervlak (met genuafok) 18.6 m². De valkenklasse is in 1938 ontworpen door E.G. van de Stadt in opdracht van deurenfabriek Bruynzeel. Dat het jacht werd gemaakt van hechthout baarde destijds veel opzien. Het ontwerp was gericht op seriefabrikage. De productie begon in 1939. Na de Tweede Wereldoorlog stopte de productie bij Bruynzeel. Anderen namen het over. On 1940 verschenen de eerste 100 valken op het water en datzelfde jaar werd de klasse door het KNWV als nationale klasse erkend. In 1967 werd de valkenklasseorganisatie opgericht. Er worden ook veel valken gebouwd van polyester. Deze worden veel gebruikt bij zeilscholen en verhuurbedrijven. In poly-valken mag echter niet gezeild worden bij wedstrijden., Literatuur:
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 90-91
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een een jacht uit de tweeëntwintig-kwadraat-klasse. Lichtdruk. Zeilplan. Schaal 1:20. het origineel was gedateerd november 1958.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de tweeëntwintig-kwadraat-klasse: lengte 7 meter, breedte 1.90 meter, zeiloppervlakte grootzeil 17.6 m², fok 6.8 m², genua 9.7 m², spinnaker 20.9 m². De romp en de rondhouten worden van hout gemaakt. In 1935 was de N.N.W.B. van oordeel dat er ruimte was voor een nieuwe klasse van halfgedekte kieljachten, die in grootte zouden liggen tussen de zestien-kwadraat-klasse en de dertig-kwadraat-klasse. De bond schreef daarom een prijsvraag uit. Die werd gewonnen door ir. Sj. Veeman. Het werd de tweeëtwintig-kwadraat-klasse, die nog datzelfd jaar (1935) door de N.N.W.B. werd ingesteld. Het naar het ontwerp gebouwde jacht werd getoond op de nijverheidstentoonstelling HAWATSO te Sneek. Het jacht wer uitgevoerd in latten, zodat ook amateurs het konden bouwen. Maar omdat de mallen vervangen dienden te wodren door spanten was het niet echt geschikt voor amateurbouw. De spantvorm is geschikt voor de Friese wateren: U-vormig met sterke kimbocht, wat veel stabiliteit geeft, zodat de ballast gering kan blijven. Voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog werden er veel schepen in deze klasse gebouw (P. Olij te Sneek bouwde er zo'n 15). Na de oorlog was er echter nog maar weinig animo voor de klasse. Commissaris der Koningin Van Linthorst Homan was enthousiast 22 m²-zeiler en blies de klasse in 1957 nieuw leven in. Er kwamen enkele moderniseringen: een zwaardere kiel en daardoor de mogelijkheid meer zeil te voeren (van 22 m² naar 26.8 m²) en toestemming voor het voeren van een spinnaker. Aan het einde van de jaren zeventig was er wederom weinig belangstelling. In 1980 waren er bij de Sneekweek zelfs geen wedstrijden voor de 22m². In 1983 is de klasseorganisatie opgericht die wedstrijden ging organiseren. Zo kwam er wederom nieuw leven voor de klasse en ook de erkenning als nationale klasse door het KNWV. Dat had zolang geduurd omdat de 22m² veel concurrentie ondervond van de pampus en de 30m²., Literatuur:
- H. Boersma 'De Geschiedenis van de 22m² klasse in een notedop' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1983, pp. 73-74.
- J. van Vollenhoven, Wat zeilt daar (Amsterdam, z.j.) p. 86
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 104-105
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingTuiglijst (aanbevolen) voor de schakelklasse. Lichtdruk. Het origineel was gedateerd december 1968.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de schakel: lengte 4.71 m., breedte 1.70 m., zeiloppervlak grootzeil 7.7 m², fok 4.2 m². De schakel is in 1961 door G.J.M. Luyten en D.J. Koopmans ontworpen op intiatief van het KNWV. Er was behoefte aan een nieuwe midzwaard-klasse die tussen de jeugdklassen en de grotere wedstrijdklassen zoals de Vrijheid in zou zitten. Het ontwerp moest geschikt zijn voor toer- en wedstrijdzeilers. Er volgden een aantal testwedstrijden. Het schakelontwerp won. Binnen twee jaar werden er al 250 schakels gebouwd. Sindsdien is dat aantal alleen maar gegroeid. De schakel dankt zijn populariteit niet in de laatste plaats aan de actieve schakelorganisatie. In Friesland is de boot populair bij zeilers die uit de Flits zijn gegroeid. De schakel heeft een V-vormige bodem, is gemaakt van watervast multiplex. De trimmogelijkheden zijn eenvoudig maar goed. Een spinnaker is niet toegestaan. Wel is er een trapeze. Door het ontbreken van een achterdek kunnen twee volwassenen in de kuip slapen. Grote veranderingen in het ontwerp zijn er niet geweest. De grootste wijziging was in 1994 toen de vorm van het roer is veranderd., Literatuur:
- J. van Vollenhove, Wat zeilt daar? (Amsterdam, z.j.), pp. 54-55
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 64-65
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
TitelDrie bouwtekeningen van de zestien-kwadraat-klasse.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenzestien-kwadraat-klasse, Tromp, Jaap
Objectnummer2008-130
Periode van1931
Periode tot1960
BeschrijvingDrie bouwtekening envan de zestien-kwadraat-klasse. A: Lichtdruk. zeilplan en zij-aanzichten met vrije roer- en kielkeuze en een midzwaardvariant; B: lichtdruk, mallen voorschip en steven, schaal 1:1, gedateerd juni 1948; C: lichtdruk, constructieplan gedateerd augustus 1955.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de zestien-kwadraat-klasse: lengte 6 meter, breedte 1.92 meter, zeiloppervlakte 16 m². De zestien-kwadraat-klasse is in 1931 ontworpen door Hendrik Bulthuis (Burgum 1892-1948), kapper te Burgum. Hij ontwikkelde in 1928 een bouwmethode die de democratisering van de zeilsport in Nederland inluidde. De B.M.-jachten, die volgens deze methode is ontworpen, konden door amatuers op goedkope wijze gemaakt worden. De jachten werden gebouwd uit smalle latten, die eenvoudig gebogen konden worden. Al in de 19de eeuw werd in de V.S. de lattenbouw toegepast. Het nieuwe van Bulthuis was dat hij de latten rond de mallen boog en de mallen liet zitten. Anderen verwijderden de mallen en plaatsten dan spanten. Ook nieuw was dat hij de latten met de ruwe zaagkanten met een grote hoeveelheid nagels aan elkaar spijkerde: het maakte de boot waterdicht en zorgde voor een goede stijfheid. In de jaren 30 maakte de klasse een grote vlucht. Bulthuis wilde echter ook een grotere boot met dezelfde methode maken: het werd een jacht van 6 meter lengte en met een zeiloppervlakte van 16 m². Na enige veranderingen door de Technische Commissie van de NNWB werd het type in 1931 als klasse erkend en in 1939 ook door het KNWV. Rond 1930 werden er zeer veel van gebouwd. Van de zestien-kwadraat-klasse zijn ruim 4500 wedstrijdjachten en 5000 toerjachten gebouwd. In de loop van de tijd is er het een en ander aan het ontwerp gesleuteld. Het leidde tot een nadere onderverdeling: de toerklasse was de vrije klasse tot 1939, de puntklasse voldeed aan de voorschriften van 1939 en de streepklasse voldeed aan de voorschriften van 1948.
Op tekening A is er sprake van een NNWB 16m2 klasse met vrije roer- en kielkeuze, deze zal dus getekend zijn tussen 1931 en 1939., Literatuur:
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 102-103
- J. van Vollenhoven, Wat zeilt daar? (Amsterdam, z.j.) p. 60.
- J.K. Kuipers, 'Hendrik Bulthuis' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1992, pp. 34-36.
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingZes scheepsbouwtekeningen van de pampusklasse. A; Lichtdruk, constructieplan (blad2), schaal 1:10; B: lichtdruk, stapelplan met maten voor een loden en een gietijzeren kiel (blad 3), schaal 1:10; C: lichtdruk, mallen voorschip (blad 4), schaal 1:1; D: lichtdruk, mallen achterschip (blad 5), schaal 1:1; E: lichtdruk, roerblad en voorsteven (blad 6), schaal 1:1; F: potlood en inkt op papier (achterzijde briefpapier aannemer G. Doevendans), verstaging, schaal onbekend.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de pampusklasse: lengte 6.67 m, breedte 1.69 m., zeiloppervlakte grootzeil 14.5 m², zeiloppervlakte genua 6.06 m². De romp en de rondhouten zijn van hout. De pampus is in 1934 ontworpen door W. de Vries Lentsch. Het KNWV schreef een prijsvraag uit voor een 16 m² schip dat de overgang van twaalf-kwadraat-sharpie naar de regenboog zou vormen. Het ontwerp moest de scheldejol, de vrijbuiter en de terubklasse vervangen (deze klassen hadden hun nationale status verloren). Tussen 1934 en 1940 werden er 140 pampusjachten gebouwd. Na 1945 nam dat aantal af, omdat andere klasse populair werden. De romp lijkt veel op die van de regenboog (ook een ontwerp van De Vries Lentsch). De mast is relatief hoog. De pampus werd uitgerust met een achterstag om de lastige bakstagen (die in die tijd gebruikelijk waren op schepen met vergelijkbare hoge masten) te vervangen. Toen na de oorlog de grens van de pleziervaartuigenbelasting (die was gesteld op 16 m² zeiloppervlak) werd afgeschaft, kon de fok worden vervangen door een genua. In 1950 werd de diamantverstaging ingevoerd. Ook later zijn er nieuwe zeilplannen gemaakt. Dankzij deze moderniseringen is de pampus nog steeds een levendige klasse., Literatuur:
- J. van Vollenhove, Wat zeilt daar? (Amsterdam, z.j.), pp. 80-81
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 56-57
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingTwee bouwtekeningen van de optimistklasse, Lichtdrukken, schaal 1:5 en 1:10. A: stapelplan met doorsnedes; B: zeilplan, rondhouten zwaard en roer. Gedateerd april 1973.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., De optimist bestaat al sinds 1948. Toen werd namelijk in Florida van een 'zeepkist op wielen met een zeiltje' een bootje ontworpen. Het initiatief hiervoor kwam van de serviceclub Soroptimist International (vandaar het zeilteken OI). In 1954 zag een Deense architect het Amerikaanse bootje en introduceerde het model in Scandinavië. In 1965 werd de Internationale Optimist Dinghy Association opgericht. In 1973 volgde de internationale status van de IYRU. In 1992 stonden er internationaal 150.000 optimisten geregistreerd. De optimist is een klein handzaam bootje voor jeugdzeilers van 6-15 jaar en is zeer geschikt voor beginnende zeilers. Het spriettuig zorgt voor een laag zeilpunt, waardoor de boot gemakkelijk overeind te houden is. De rompvorm geeft veel stabiliteit. Door de eenvoudige rompvorm (knikspant) is het tamelijk eenvoudig zelf te bouwen van hechthout. Afmetingen: lengte 2.30 m., breedte 1.15 m., diepgang midzwaard 0.80 m., zeiloppervlak 3,5 m2., Literatuur:
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 54-55
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingTwee bouwtekeningen van de spankerklasse, Lichtdrukken, schaal 1:5, 1:2 en 1:1 A: dekplan; B: Beslagen.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de spankerklasse: lengte 5.75 m, breedte 1.90 m., zeiloppervlakte grootzeil 9.6 m², zeiloppervlakte fok 4.2 m², zeiloppervlakte genua 6.3 m². De spanker is in 1961 op verzoek van het KNWV ontworpen door E.G. van de Stadt. Er was behoeft aan een klasse tussen de schakel en de valk (of pampus). Het moest een wedstrijd- en een toerschip zijn. Door de knikspant en het gebruik van hechthout is het schip ook geschikt voor amateurbouw. In wedstrijden wordt de boot gevaren met spinnaker en wordt gebruik gemaakt van een trapeze. De kuip is ruim: er kunnen vier mensen in liggen. Spankeren betekent hardlopen en in de zeezeilerij wordt het woord spanker gebruikt voor spinnaker. Dat verklaart ook het zeilteken: spinnaker van boven gezien.
Wedstrijden voor de spanker zijn tijdens de Sneekweken georganiseerd van 1963 tot heden (1998). De deelname was tamelijk groot en constant: 11 in 1963, 18 in 1965, 42 in 1970, 49 in 1975, 28 in 1980, 31 in 1985, 31 in 1990, 18 in 1995, 26 in 1998., Literatuur:
- J. van Vollenhove, Wat zeilt daar? (Amsterdam, z.j.), pp. 56-57
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 74-75
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingTien bouwtekeningen van de spankerklasse, potlood op calque, schaal 1:1 en 1:5. A: Dwarsdoorsnede op spiegel en spant 2 (Blad 3), B: dwarsdoorsnede op spant 1 en 3 (blad 4); C: dwarsdoorsnede op spant 4 en 5 (Blad 5); D en E: beslagen; F: roerbladen en midzwaarden (meerdere opties); G en H: Rondhouten; I: Zwaard, inkt op een deel van een enveloppe geadresseerd aan G. Doevendans; J: schematische aanduiding plaatverdeling (zaagplan), schaal 1:20.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986. De calques zijn veelal overgetrokken van de officiële klassetekeningen waarbij G. Doevendans zijn eigen opmerkingen en oplossingen toevoegde. Van de calques werden dan lichtdrukken gemaakt voor gebuik in de werkplaats. Op deze manier konder er vele werktekeningen versleten worden zonder de originelen te beschadigen., Afmetingen van de spankerklasse: lengte 5.75 m, breedte 1.90 m., zeiloppervlakte grootzeil 9.6 m², zeiloppervlakte fok 4.2 m², zeiloppervlakte genua 6.3 m². De spanker is in 1961 op verzoek van het KNWV ontworpen door E.G. van de Stadt. Er was behoeft aan een klasse tussen de schakel en de valk (of pampus). Het moest een wedstrijd- en een toerschip zijn. Door de knikspant en het gebruik van hechthout is het schip ook geschikt voor amateurbouw. In wedstrijden wordt de boot gevaren met spinnaker en wordt gebruik gemaakt van een trapeze. De kuip is ruim: er kunnen vier mensen in liggen. Spankeren betekent hardlopen en in de zeezeilerij wordt het woord spanker gebruikt voor spinnaker. Dat verklaart ook het zeilteken: spinnaker van boven gezien.
Wedstrijden voor de spanker zijn tijdens de Sneekweken georganiseerd van 1963 tot heden (1998). De deelname was tamelijk groot en constant: 11 in 1963, 18 in 1965, 42 in 1970, 49 in 1975, 28 in 1980, 31 in 1985, 31 in 1990, 18 in 1995, 26 in 1998., Literatuur:
- J. van Vollenhove, Wat zeilt daar? (Amsterdam, z.j.), pp. 56-57
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 74-75
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
TitelScheepsbouwtekening van een jacht uit de Dertig-kwadraat-klasse (30m2).
Vervaardigeronbekend
Trefwoordendertig-kwadraat-klasse, Tromp, Jaap
Objectnummer2008-135
Periode van1936
Periode tot1970
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een een jacht uit de dertig-kwadraat-klasse. Lichtdruk. Variant van het kielplan met een aangepast kiel en een balansroer. Ingetekend is ook de standaard kiel met aangehangen roer.
AchtergrondinformatieDe tekening is afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de dertig-kwadraat-klasse: lengte 7.50 meter, breedte 2.14 meter, zeiloppervlakte grootzeil 22.6 m², fok 7.7. m². De romp en de rondhouten worden van hout gemaakt. De dertig-kwadraat-klasse is voortgekomen uit de beperkte zeven-meter-tien-klasse van de N.N.W.B. In deze klasse werd naar hartelust geëxpirimenteerd met de vorm van de romp, het roer, de kiel, het tuig, etc. In de dertiger jaren was men het kostbare uitproberen moe. Het bestuur van de N.N.W.B. besloot daarom in 1936 de klasse nieuw leven in de blazen door van de beperkte klasse een eenheidsklasse te maken. De boot van W. Geveke diende als voorbeeld voor ir. Sj. Veeman die de eenheidsklasse zou ontwerpen. Zo ontstond de dertig-kwadraat-klasse, die zeer strikt omschreven was. De lengte was voortaan 7.50 meter en het zeiloppervlak 30 vierkant meter. De door H. Bulthuis geïntroduceerde lattenbouw werd voortaan ook bij de dertig-kwadraat toegepast. De dertig-kwadraat komt alleen in het noorden voor en is nooit een grote klasse geworden (de regenboogklasse is groter). Tot 1980 was de dertig-kwadraat dan ook alleen erkend door de N.N.W.B. Veel schepen zijn er echter niet van gebouwd. Het was een nogal duur schip. In 1990 zijn de klassevoorschrijften aanmerkelijk gemoderniseerd. Zo mogen er sindsdien twee trapezes worden gebruikt., Literatuur:
- J. van Vollenhoven, Wat zeilt daar? (Amsterdam, z.j.) p. 88-89
- J.K. Kuipers, 'De 30 m² klasse' in: Jaarboek Fries Scheepvaart Museum 1984, pp. 61-66.
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 106-107
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingVier bouwtekeningen van de randmeerklasse, lichtdruk, schaal 1:5. A: Lijnenplan (blad 1), B: spantenlijst (blad 2); C: doorsneden van de uitvoering in polyester (Blad 4); D: doorsneden van de uitvoering in hout (Blad 12)
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de randmeerklasse: lengte 6.50 m, breedte 2.15 m, zeiloppervlak grootzeil 11.4 m², fok 5.6 m², genua 7.7 m², spinnaker 19.5 m². De romp is van polyester en de rondhouten van aluminium. De Randmeer is in 1958 op verzoek van het KNWV ontworpen door E.G. van de Stadt. Het schip moest geschikt zijn voor grotere wateren, zowel voor zeilwedstrijden als voor toertochten. Het werd een strikte eenheidsklasse: alle schepen komen uit één mal en zijn uitgerust met identiek tuigage. De rompt heeft een S-spantvorm met kiel-midzwaard. Voor wedstrijden is de randmeer uitgerust met trapeze en spinnaker. Oorspronkelijk werd de randmeer gebouwd door E.G. van de Stadt, vanaf 1969 echter alleen nog bij een scheepswerf in Heeg. In de loop der tijden zijn aanpassingen aangebracht: metalen vallen, spinnaker toegestaan en sind 1996 een midzwaard. In 1992 werd een scheiding aangebracht: de classic (de oude uitvoering), de touring (toerboot, waar geen meetbrieven voor worden uitgegeven) en de advance (hogere kuipvloer, zelflozers) speciaal voor wedstrijden. Wedstrijden voor de randmeerklasse zijn er geweest bij de Sneekweek vanaf 1970. Het aantal deelnemers groeide snel. In het eerste jaar waren het er 7. Een topjaar was 1997 met 38 deelnemers. Gemiddeld verschijnen er bij de randmeerwestrijden 27 deelnemers aan de start., Literatuur:
- J. van Vollenhove, Wat zeilt daar? (Amsterdam, z.j.), pp. 70-71
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 58-59
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingVier bouwtekeningen van de hornetklasse, lichtdruk, schaal 2": 1'0" en 1:1 A: Lijnenplan (blad 2), B: constructie en doorsneden (blad 3); C: spanten, steven, spiegelknie en details glijplank (Blad 5?); D: Twee fragmenten van beslagtekeningen (Blad 4)
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Afmetingen van de hornetklasse: lengte 4.87 m, breedte 1.39 m, zeiloppervlak grootzeil 8.6 m², genua 4.7 m², spinnaker 13 m². De romp is van hechthout (in Engeland soms van polyester). De rondhouten zijn van hout of metaal. De Hornet is in 1951 ontworpen door de engelsman Jack Holt. De interesse voor de klasse kwam in Nederland langzaam op gang. Van 1963-1968 was het een toegelaten klasse, zonder nationale kampioenschappen. In 1968 kwam werd het een antionale klasse. Bijzonder was dat er voor de fokkenist geen trapeze was aangebracht maar een glijplank dwars op de boot. Dat bleek echter niet praktisch te zijn, vandaar dat rond 1983 de trapeze is toegelaten. Toe is ook het zeiloppervlak vergroot (fok vervangen door genua). De dekindeling is vrij: dubbele bodem, luchtkasten, geen voordek. Ook in 1997 zijn veranderingen doorgevoer: spinnaker vervangen door een gennaker en tweede trapese voor de stuurman. Alleen bij de Sneekweek van 1983 waren er wedstrijden voor de Hornet. Er waren toen 9 deelnemers., Literatuur:
- Elisabeth Spits, Wat zeilt daar? (Eemdijk, 1998), pp. 36-37
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
TitelZeven bouwtekeningen van de 'Delta', een hechthouten zeiljacht.
VervaardigerDoevendans, G.
Trefwoordenkajuitzeiljachten, Tromp, Jaap, Stadt, E.G. van der, delta
Objectnummer2008-138
Periode van1957
Periode tot1975
BeschrijvingZeven bouwtekeningen van de 'Delta'. potlood op calque. Schaal 1:10 en 1:1 A: Lijnenplan (blad 1), B: constructie en doorsneden (blad 2); C: zeilplan (Blad 3); D: kuipdetails (Blad 7); E: zaling- en giekbeslag (Blad 14); F: mastbeslag; G: tuiglijst. Gekopieerd naar tekeningen van E.G. van der Stadt. Scheepsafmetingen: lengte 7.77m, zeiloppervlak 23.5 m2.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., De tekeningen zijn (vermoedelijk door G. Doevendans) gekopieerd naar tekeningen van Scheepswerf E.G. van der Stadt. Van der Stadt ontwierp de Delta in 1957 als betaalbaar scheepje voor open water., Toeschrijving aan Doevendans op grond van tekeningen van hetzelfde schip die al eerder in de collectie van het Fries Scheepvaart Museum waren opgenomen (inv.nr. T-226). Deze eerdere tekeningen waren getekend door G. Doevendans., Literatuur:
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
- "Delta-jacht' in: Waterkampioen jrg. 28, nr. 998 (begin juni 1957), pp. 331-333.
TitelTwee bouwtekeningen van een motorvlet van 9,25m lengte.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenmotorboten, Tromp, Jaap
Objectnummer2008-139
Periode van1960
Periode tot1975
BeschrijvingTwee bouwtekeningen van een motorvlet van 9,25m lengte. Lichtdrukken, schaal 1:10. A: Lijnenplan,; B: zijaanzicht.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Literatuur:
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
TitelDrie bouwtekeningen van een motorjacht van 11,5 m. lengte.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenmotorboten, Tromp, Jaap
Objectnummer2008-140
Periode van1950
Periode tot1975
BeschrijvingDrie bouwtekeningen van een motorjacht van 11,5 m. lengte. Schaal 1:20. A: Potlood op calque, zijaanzicht en indeling; B: potlood en inkt op calque, grootspant; C: lichtdruk van tekening A aangevuld met een langsdoorsnede.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Literatuur:
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
TitelDrie bouwtekeningen van een stalen kiel-midzwaard zeiljacht 'Neptunus'.
Vervaardigeronbekend
Trefwoordenkajuitzeiljachten, Tromp, Jaap
Objectnummer2008-141
Periode van1960
Periode tot1980
BeschrijvingDrie bouwtekeningen van een stalen kiel-midzwaard zeiljacht 'Neptunus' van 9 meter lengte. Potlood op calque, schaal 1:20, 1:10 en 1:1. A: zijaanzicht en indeling; B: betimmering in zij- en bovenaanzicht; C: details betimmering.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Literatuur:
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
BeschrijvingZeven bouwtekeningen van een variant op de zestien-kwadraat-klasse. De rompvorm lijkt sterk op de 16m2 maar het schip is voorzien van een torentuig en een kiel-midzwaard. Duitstalige opschriften. Lichtdrukken, schaal onbekend en 1:1. A: constructie, dekplan en zeilplan; B: constructie en dekplan; C: roerophanging en helmstok; D: constructie kiel-midzwaard; E: details constructie roer; F en G: details beslagen.
AchtergrondinformatieDe tekeningen zijn afkomstig uit de tekeningenverzameling van scheepswerf Jaap Tromp te Sneek. De werf aan de Jachthavenstraat was gestart door Jan Kuipers die in 1963 werd opgevolgd door G. Doevendans. In 1976 nam Jaap Tromp de werf over en deze bleef actief tot 1986., Literatuur:
- R. de Wijk: Jaap Tromp heeft een Skoit getimmerd/ De skoit is een scheepje op zich, in: De Zeilsport, december 1981 p. 32-35
TitelScheepsbouwtekening van een motorboot van het type Pilotboat Alustar 11.80.
VervaardigerVripack Yachting
Trefwoordenmotorboten, Kuipers Woudsend BV
Objectnummer2008-144
Periode van2001
Periode tot2001
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een motorboot van het type Pilotboat Alustar 11.80. Meerkleurenprint op papier, schaal 1:50. Zijaanzicht, dekplan en inrichting. Lengte 11.80 m, breedte 3.5m.
TitelScheepsbouwtekening van een motorboot van het type 'Motorjacht 1740'.
VervaardigerVripack Yachting
Trefwoordenmotorboten
Objectnummer2008-145
Periode van2002
Periode tot2002
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een motorboot van het type 'Motorjacht 1740'. Meerkleurenprint op papier, schaal 1:50. Zijaanzicht, dekplan en inrichting. Lengte 17.40 m, breedte 4.95m.
TitelScheepsbouwtekening van een motorschip van het type '120' expedition Vessel'.
VervaardigerVripack Yachting
Trefwoordenmotorboten
Objectnummer2008-146
Periode van2001
Periode tot2001
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een motorschip van het type '120' expedition Vessel'. Meerkleurenprint, driedimensionaal lijnenplan van romp en opbouw. Schaal 1:25
TitelScheepsbouwtekening van een motorschip van het type 'Expedition Vessel 133'.
VervaardigerVripack Yachting
Trefwoordenmotorboten
Objectnummer2008-147
Periode van2002
Periode tot2002
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een motorschip van het type 'Expedition Vessel 133'. Meerkleurenprint, algemeen planan alle dekken en een zijaanzicht. Schaal 1:100
TitelScheepsbouwtekening van een motorschip van het type Doggersbank Offshore 96'.
VervaardigerVripack Yachting
Trefwoordenmotorboten
Objectnummer2008-148
Periode van2002
Periode tot2002
BeschrijvingScheepsbouwtekening van een motorschip van het type Doggersbank Offshore 96'. Grijswaardenprint, algemeen plan van alle dekken en een zijaanzicht. Schaal 1:50
TitelTwee scheepsbouwtekeningen van een motorschip Expedition Vessel 134'.
VervaardigerVripack Yachting
Trefwoordenmotorboten
Objectnummer2008-149
Periode van2002
Periode tot2002
BeschrijvingTwee scheepsbouwtekeningen van een motorschip Expedition Vessel 134'. Grijswaardenprint, schaal 1:100. A: zijaanzichten en bovenaanzicht met naastliggend het J-klassejacht Velsheda; B: boot-, boven, en hoofddekken. Deze tekening is niet compleet.
BeschrijvingKruishout. Enkele stok. Doorsnede stok aan één kant half rond, aan de andere kant licht gebogen. Door één eind van de stok een metalen pin met scherpe punt. Over de stok aan de bovenzijde rond, aan de onderzijde licht gebogen. In de zijkant van het blok een houten schroef. Aan het eind van de stok zijn de letters 'GM' aangebracht.
BeschrijvingSteekpasser. smeedijzer. Poten eindigend in resp. twee en drie scharnierbladen die met een klinknagel aan elkaar zijn verbonden. De bovenzijden van de poten hebben een vierkante doorsnede met een eenvoudige gesmede versiering. De onderzijden hebben een halfronde doorsnede en lopen uit in een punt.
AchtergrondinformatieLiteratuur:
- A.K. Mulder, Ald Ark (Leeuwarden, 1990)
BeschrijvingSmeedijzeren kop met licht gebogen vorm. Beide einden eindigend in een punt waarvan er één is platgeslagen. Houten steel met enkele malen de letters 'H.V.W.H.I.T.T.L.L.' heel licht ingeslagen.
BeschrijvingSponningschaaf, beukenhout. Met houten geleiders, verstelbaar voor breedte en diepte en met voorsnijder. De geleiders zijn ter hoogte van de stelschroeven voorzien van plaatjes koper. Van de breedtegeleider mist het deel achter de achterste stelschroef. In de schaaf een te smalle beitel. Op de dieptegeleider tweemaal de letter 'J' ingeslagen.
BeschrijvingSponningschaaf, beukenhout. Met houten breedtegeleider. In de zijkant een sleuf en gat, mogelijk gebruikt voor een verstelbare dieptegeleider. In dezelfde zijkant sporen van spijkers mogelijk veroorzaakt door het gebruik van latjes als geïmproviseerde dieptegeleiders. De breedtegeleider is ter hoogte van de stelschroeven voorzien van plaatjes koper. Op de voor- en achterkant diverse malen de initialen 'MB' ingeslagen.
BeschrijvingSponningschaaf, beukenhout. Vaste breedte- en dieptegeleider In de breedtegeleider sporen en resten van spijkers mogelijk veroorzaakt door het gebruik van latjes als geïmproviseerde breedte geleiders. Op de voorkant de initialen 'HB' ingeslagen over oudere initialen, vermoedelijk 'PVB'
BeschrijvingGrondschaaf, beukenhout. Bijna verticale schaafbeitel. Aan beide zijden een vaste dieptegeleider. De schaaf lijkt aan de voorzijde te zijn afgekort
AchtergrondinformatieDe grondschaaf dient tot het gladschaven van met de beitel uitgeholde sponningen of tot het uitschaven van een groef waarvan de kanten gezaagd werden. De rechtopstaande beitel maakt dat het ook wel een steilblokschaaf wordt genoemd. Ze dient ook om zeer harde houtsoorten te schaven of beter, te schrapen.
BeschrijvingScheepsbouwtekening met lijnenplannen van een veerschip en een jachtschuit met op de achterkant lijnenplannen van een bootje, jaagschuit en veepraam. Inkt op papier. Lijnenplan in zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal 1:10, 1:20 en 1:40. Afmetingen: niet aangegeven. Opdrachtgevers zijn niet genoemd.
Uitgaande van de aangegeven schalen is het veerschip 8.6 meter, de Jachtschuit 12.6 meter, het bootje 4.85 meter, de jaagschuit 16.0 meter en de veepraam 8.4 meter.
Achtergrondinformatieliteratuur:
- Lieuwe Westra, 'Familie Van der Werff: dynastie van Friese scheepsbouwers' in: Spiegel der Zeilvaart, mei 1977, pp. 28-34.
TitelScheepsbouwtekening met lijnenplannen van twee tjalken en een praam.
VervaardigerWerff, Jan Oebeles van der
Trefwoordentjalken, pramen
Objectnummer2008-248
Periode van1900
Periode tot1925
BeschrijvingScheepsbouwtekening met op de voorzijde het lijnenplan van een tjalk en op de achterzijde de lijnenplannen van een tweede tjalk en een praam. Inkt op papier. Lijnenplanne in zij-, boven-, voor- en achteraanzicht. Schaal onbekend. Afmetingen: Tjalk: lengte 80 voet, breedte 17 3/4 voet, holte 7 voet. van de wteede tjalk en de praam zijn de afmetingen niet bekend. Opdrachtgevers zijn niet genoemd.
Achtergrondinformatieliteratuur:
- Lieuwe Westra, 'Familie Van der Werff: dynastie van Friese scheepsbouwers' in: Spiegel der Zeilvaart, mei 1977, pp. 28-34.